Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 12e wijziging

 

De RAAD van de gemeente Dordrecht;

 

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van dinsdag 16 juli 2019 inzake vaststellen Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 12e wijziging;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

 

b e s l u i t :

 

 

vast te stellen de navolgende

Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 12e wijziging

 

Artikel I

De Algemene plaatselijke verordening Dordrecht wordt als volgt gewijzigd.

A. Artikel 2:28 D wordt als volgt gewijzigd:
  • a.

    de aanhef van lid 3 komt te luiden:

    Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met

  • b.

    lid 4 komt te luiden:

    Het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op exploitatievergunningen die louter betrekking hebben op de exploitatie van een terras.

 

B. Artikel 2:29, lid 7 komt te luiden:

Het bepaalde in artikel 2:28 D, leden 1, 2 en 3 en het bepaalde in artikel 2:28 F is van overeenkomstige toepassing op een ontheffing.

 

C. Artikel 2:39 D, lid 1 sub d komt te vervallen.

 

D. Artikel 2:58 lid wordt als volgt gewijzigd:
  • a.

    lid 1 komt te luiden:

    Degene die zich met een hond:

    • a.

      op een openbare plaats; of

    • b.

      op een andere door het college aangewezen plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

  • b.

    lid 2 komt te luiden:

    Het bepaalde in het eerste lid sub a is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  • c.

    lid 3 sub a komt te luiden:

    zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden, of

  • d.

    lid 4 vervalt.

 

E. Artikel 2:59 lid 1 sub a en b komen te luiden:
  • a.

    anders dan kort aangelijnd nadat de burgemeester aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;

  • b.

    anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat de burgemeester aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.

 

F. Na artikel 2:59 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2:59 A Gevaarlijke honden op eigen terrein

  • 1.

    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn eigen terrein, niet zijnde een gebouw, zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.

  • 2.

    Het verbod geldt niet als:

    • a.

      op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht,

    • b.

      het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en

    • c.

      het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

 

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

 

Artikel III

Dit besluit kan worden aangehaald als Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 12e wijziging.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 september 2019.

De griffier, De plv. voorzitter,

A.E.T. Wepster D.F.M. Schalken-den Hartog

Naar boven