Gemeenteblad van Borger-Odoorn

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Borger-OdoornGemeenteblad 2019, 21030Beleidsregels



Gemeente Borger-Odoorn, Nadere regels subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) 2019 gemeente Borger-Odoorn

Burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn hebben op 18 december 2018 de Nadere regels subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) 2019 gemeente Borger-Oodor vastgesteld.

 

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

 

  • a.

    Wko: Wet kinderopvang;

  • b.

    peuteropvang: de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs;

  • c.

    peuteropvanglocatie: voorziening waar peuteropvang en / of VVE plaatsvindt, anders dan gastouderopvang;

  • d.

    houder: degene die een peuteropvanglocatie in stand houdt;

  • e.

    gecertificeerde voorschoolse voorziening: een voorziening voor kinderopvang die ingeschreven staat in het Landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen.

  • f.

    landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen; een register met gegevens van alle gecertificeerde kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen in Nederland;

  • g.

    reguliere peuterplaats: een rekeneenheid die overeenkomt met een peuterbezoek van minimaal vijf uur en maximaal zes uur, verdeeld over twee dagdelen per week aan de peuterspeelzaal, gedurende maximaal 40 weken per jaar;

  • h.

    bezettingsgraad: deelnemers aan de peutergroep gedeeld door de capaciteit van de groep x 100%;

  • i.

    peutertoeslag: het college bepaalt jaarlijks het maximale subsidiebedrag per peuter per uur .

  • j.

    ouderbijdrage: de inkomensafhankelijk bijdrage per maand die de houder vraagt aan ouders, gedurende 12 maanden per jaar voor twee dagdelen in de week;

  • k.

    VVE: uitvoering van een door het college gesubsidieerd programma voor doelgroepkinderen dat wordt aangeboden binnen de peuteropvang en dat gericht is op het voorkomen en bestrijden van taal- en ontwikkelingsachterstanden;

  • l.

    doelgroepkind: een kind dat in aanmerking komt voor VVE, gebaseerd op de gewichtenregeling (opleidingsniveau ouders);

  • m.

    niet- toeslagouder(s): ouder(s) die geen recht heeft/hebben op de kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid omdat zij niet beide werken.

 

Artikel 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

 

  • 1.

    Subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt voor peuteropvang en VVE die ten goede komen aan de ontwikkeling van doelgroepkinderen. De aanvrager kan voor peuteropvang alleen subsidie ontvangen voor de deelname van peuters van niet-toeslagouders.

  • 2.

    Subsidie richt zich op het aanbod van peuteropvang voor kinderen uit de gemeente Borger-Odoorn, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:

    • a.

      reguliere peuterplaatsen: wekelijks deelname gedurende twee dagdelen van 3 uur, voor 40 weken in het jaar, en;

    • b.

      peuterplaatsen voor doelgroepkinderen: wekelijks deelname van 10 uur per week in drie of vier dagdelen, voor 40 weken in het jaar.

 

Artikel 3 Subsidie aanvrager

 

  • 1.

    Voor subsidie komt in aanmerking de ouder/verzorger van een peuter tussen 2 en 4 jaar woonachtig in de gemeente Borger-Odoorn, die gebruik maakt van een peuteropvang, gevestigd in de gemeente Borger-Odoorn. In principe gaat het hierbij om ouders die niet in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag, tenzij het om een doelgroepkind gaat. In dat geval worden 4 uur van de totale 10 uur peuterarrangement ook volledig gesubsidieerd.

  • 2.

    De subsidie voor de ouders wordt aangevraagd door de houder van de gecertificeerde voorschoolse voorziening.

 

Artikel 4 Aanvraag- en beslistermijn

  • 1.

    De aanvraag voor de subsidie voor 2018 dient uiterlijk voor 1 maart 2018, voor het subsidiejaar 2018, ingediend te worden.

  • 2.

    De aanvraag voor de subsidie voor 2019 en de daarop volgende jaren dient uiterlijk vóór 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het subsidiejaar ingediend te worden.

  • 3.

    De beslistermijn op de aanvraag voor de subsidie voor 2018 is uiterlijk 1 mei 2018.

  • 4.

    De beslistermijn op de aanvraag voor de subsidie voor 2019 en de daarop volgende jaren is uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

 

Artikel 5 Hoogte van de subsidie

 

  • 1.

    De subsidie wordt betaald aan het bevoegd gezag zijnde de houder van de van de gecertificeerde voorschoolse voorziening.

  • 2.

    Deze verrekent de subsidie met de door ouders te betalen ouderbijdrage, gebaseerd op de landelijke richtlijnen voor kinderopvangtoeslag het zogeheten normtarief kinderopvang.

  • 3.

    Het college bepaalt jaarlijks het maximale subsidiebedrag per peuter per uur (peutertoeslag). Per geplaatste peuter mag alleen het aantal uren worden gedeclareerd van maximaal 10 uur per week voor een doelgroepkind en 6 uur per week voor een niet doelgroepkind voor een maximum van 40 weken per jaar.

    • a.

      Het maximale subsidiebedrag (peutertoeslag) bedraagt per 1-1-2019 € 8,02 per geplaatste peuter per uur voor (de eerste) twee dagdelen in de week.

    • b.

      Het maximale subsidiebedrag (peutertoeslag) voor een doelgroepkind bedraagt per 1-1-2019 € 8,97 per geplaatste peuter per uur voor het derde en vierde dagdeel per week.

 

Artikel 6 Subsidieduur

 

  • 1.

    De subsidie wordt verstrekt aan de houder van de gecertificeerde voorschoolse voorziening op basis van maximaal 40 schoolweken per kalenderjaar.

  • 2.

    De subsidie gaat in op de dag dat de peuteropvang start.

  • 3.

    De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter om welke reden dan ook de peuteropvang verlaat.

 

Artikel 7 Bij aanvraag in te dienen gegevens

 

  • 1.

    De aanvraag bevat informatie over:

    • a.

      de aantallen geplaatste en in het nieuwe jaar te plaatsen reguliere peuters en informatie over de door het consultatiebureau geïndiceerde peuters (doelgroepkinderen) waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de locaties waar de betreffende peuters zijn geplaatst;

    • c.

      de met de betreffende samenwerkende basisscho(o)l(en);

    • d.

      een onderbouwde berekening van de aan te vragen subsidie.

  • 2.

    Voor het aanvragen van de subsidie wordt gebruik gemaakt van het ‘aanvraagformulier kindgebonden financiering peuteropvang gemeente Borger-Odoorn’ (bijlage 1).

 

Artikel 8 Verplichtingen

 

  • 1.

    De houder van de gecertificeerde voorschoolse voorziening bepaalt aan de hand van de door ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens, welke ouders in aanmerking komen voor de subsidi;.

  • 2.

    De ouderbijdrage is inkomensafhankelijk. Voor de berekening wordt de rijksnorm gehanteerd (het maximum uurtarief dat door de belastingdienst wordt vergoed als ouders wel in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag);

  • 3.

    Voor alle ouders van doelgroepkinderen wordt 4 uur (derde dagdeel VVE in de week) niet in rekening gebracht door de gecertificeerde voorschoolse voorziening. De gemeente betaalt voor maximaal 4 uur per week het jaarlijks vastgestelde subsidiebedrag per uur aan de houder van de gecertificeerde voorschoolse voorziening;

  • 4.

    De houder van de gecertificeerde voorschoolse voorziening rapporteert per kwartaal cumulatief per geplaatste peuter: - niet-WKO; - Geïndiceerd; - Inkomenstoets; - BSN nummer; - Geboortedatum; - Startdatum; - Einddatum (indien relevant); - IKC partner of IKC partner in wording; - Naam organisatie kinderopvang; - Bij VVE peuters: toeleidingsbewijs door consultatiebureau (ja/nee) en op basis van welk criterium.

 

Artikel 9 Verantwoording en vaststelling subsidie

 

  • 1.

    Uiterlijk 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarin de subsidie is besteed rapporteert de houder van de gecertificeerde voorschoolse voorziening over het totaal van de hiervoor vermelde per kwartaal verkregen gegevens;

  • 2.

    Conform de mogelijkheid van de ASV (artikel 11, lid 2) wordt voor subsidies tot € 5.000 ook een inhoudelijke verantwoording gevraagd;

  • 3.

    De subsidie wordt uiteindelijk vastgesteld en afgerekend op de daadwerkelijk bestede uren per peuter.

 

Artikel 10 Gemeentelijke kwaliteitseisen peuteropvang

 

  • 1.

    Voor alle peuters van 2 tot 4 jaar is er een aanbod voor tenminste 2 dagdelen van in totaal 5 uur per week, gedurende 40 weken per jaar;

  • 2.

    de gecertificeerde voorschoolse voorzieningen maken inhoudelijke afspraken over de doorgaande leerlijn met de basisscholen (binnen de gemeente Borger-Odoorn) waar de kinderen naartoe gaan;

  • 3.

    De bezettingsgraad van de peuteropvang bedraagt minimaal 8 per peutergroep. Het meetmoment is jaarlijks op 1 oktober. Wanneer een peuteropvanggroep onder de bezetting van 8 deelnemers komt, kan het college besluiten voor deze groep toch subsidie te verlenen indien continuering van de peuteropvang noodzakelijk wordt geacht. Dit ter beoordeling van het college.

  • 4.

    de houder dient na toestemming van de ouders/verzorgers te zorgen voor overdracht van gegevens over de ontwikkeling van het kind bij de doorstroom naar het basisonderwijs;

  • 5.

    de gecertificeerde voorschoolse voorziening wisselt ervaringen uit met ouders over hun kinderen en biedt ouders ondersteuning bij opvoed- en ontwikkelingsvragen.

  • 6.

    de gecertificeerde voorschoolse voorziening heeft samenwerkingsafspraken met de jeugdgezondheidszorg, de preventief logopediste en VroegErbij over het signaleren van (taal)ontwikkelingsproblematiek van peuters.

 

Artikel 11 Kwaliteitseisen VVE

 

  • 1.

    op de aangewezen VVE locaties is er een voorschools educatie aanbod, dat voldoet aan de door de inspectie van het onderwijs vastgestelde 'Toezichtskader voor- en vroegschoolse educatie’;

  • 2.

    de houder heeft een samenwerkingsrelatie met de jeugdgezondheidszorg over gerichte doorverwijzing van doelgroepkinderen naar VVE. Over de (reden van de) toeleiding van het aantal doelgroepkinderen naar VVE wordt jaarlijks (april) gerapporteerd aan de gemeente;

  • 3.

    de aanvrager voor subsidie VVE dient uitsluitend te werken met pedagogisch medewerkers, die mondelinge en leesvaardigheden beheersen op taalniveau 3F. (Het niveau 3F maakt onderdeel uit van het referentiekader dat is vastgesteld in de wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.) Op een groep van maximaal 16 peuters is het toegestaan om te werken met één VVE-gecertificeerde leidster met taalniveau 3F en een leidster in opleiding voor VVE-certificering met taalniveau 3F onder de navolgende voorwaarden:

    • 1.

      Toegestaan vanaf 6 maanden na aanvang van een nieuwe peuteropvanggroep.

    • 2.

      Een deelnamebewijs voor deze opleiding dient op de locatie aanwezig te zijn.

    • 3.

      Deze opleidingsperiode mag maximaal 12 maanden duren.

 

Artikel 12 Slotbepalingen

 

  • 1.

    De Nadere regels subsidie voor Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) 2018 gemeente Borger-Odoorn wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2019.

  • 3.

    De regeling wordt aangehaald als: Nadere regels subsidie voor Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) 2019 gemeente Borger-Odoorn.