Gemeenteblad van Amersfoort

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
AmersfoortGemeenteblad 2019, 20878Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidie Subsidieregeling Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt Amersfoort

Burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort,

 

gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de vigerende Algemene Subsidieverordening van gemeente Amersfoort;

 

besluit vast te stellen de volgende regeling:

 

SUBSIDIEREGELING TOEKOMSTFONDS ONDERWIJS – ARBEIDSMARKT AMERSFOORT

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling en de daarop rustende bepalingen wordt (mede) verstaan onder:

 

  • aanvraag: ingediend verzoek op grond van deze regeling tot cofinanciering van samenwerkingsinitiatieven van onderwijsinstellingen, niet zijnde primair onderwijs, afkomstig uit de regio en bedrijven afkomstig uit de regio gericht op één of meer van de vijf speerpunten te bewerkstelligen met een of meer activiteiten in de regio;

  • aanvrager: een samenwerkingsinitiatief van tenminste één onderwijsinstelling, niet zijnde primair onderwijs, en tenminste één bedrijf, allen rechtspersoon en in de regio gevestigd, dat een aanvraag indient voor een of meer activiteiten in de regio;

  • activiteitenplan: het document waarin omschreven is hoe, wanneer, met welke partners, welke activiteiten en welke middelen wordt bijgedragen aan een of meer speerpunten;

  • adviescommissie: Adviescommissie Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt, een door het college ingestelde externe en onafhankelijke adviesgroep ter advisering van het college;

  • ASV: de vigerende Algemene Subsidieverordening van gemeente Amersfoort;

  • college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort;

  • mbo: middelbaar beroepsonderwijs;

  • mkb: midden- en kleinbedrijf;

  • pitch: een beknopte presentatie van maximaal vijf minuten over de subsidieaanvraag, waarna er aansluitend gelegenheid is tot het stellen van vragen over en weer;

  • reglement: reglement van de Adviescommissie Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt;

  • regio: de regio Amersfoort bestaande uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg;

  • vo: voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Doel van de regeling

Het verstrekken van de subsidie heeft primair tot doel om het onderwijs beter te laten aansluiten op de vraag van werkgevers en daarmee een betere match van vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt te bewerkstelligen.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten, periode en hoogte

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op één of meer van de volgende speerpunten:

    • a.

      Verhogen van perspectieven op de arbeidsmarkt voor minder kansrijke jongeren op vo en mbo;

    • b.

      Snellere en betere match van stages en leerbanen bij mkb-bedrijven;

    • c.

      Vergroten van enthousiasme en instroom van jongeren voor sectoren waar personeelstekorten zijn of dreigen;

    • d.

      Meer inbreng van kennis uit de praktijk in opleidingen.

  • 2.

    De activiteiten hebben:

    • a.

      een looptijd van één schooljaar en duren uiterlijk tot en met de maand juni in het kalenderjaar na de verlening, of

    • b.

      een looptijd van twee schooljaren en duren uiterlijk tot en met de maand juni in het tweede kalenderjaar na de verlening.

  • 3.

    De subsidie bedraagt maximaal:

    • a.

      € 30.000 bij activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a;

    • b.

      € 40.000 bij activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

Artikel 4. Overige vereisten

  • 1.

    Voor de activiteiten dient minimaal 50% te worden gefinancierd uit eigen middelen. De cofinanciering op grond van deze regeling is maximaal 50% van de benodigde middelen voor de activiteiten.

  • 2.

    De aanvraag wordt ingediend namens tenminste één onderwijsinstelling, niet zijnde primair onderwijs, en tenminste één bedrijf, allen rechtspersoon en afkomstig uit de regio.

  • 3.

    Het activiteitenplan beslaat maximaal 10 enkelzijdige A4-pagina’s en hierin is omschreven hoe, wanneer, met welke partners, welke activiteiten en welke middelen wordt bijgedragen aan een of meer speerpunten, zoals genoemd in artikel 3.

  • 4.

    De activiteiten moeten plaatsvinden binnen de regio.

Artikel 5. Subsidieplafond

Het college stelt jaarlijks binnen de kaders van de begroting van de gemeenteraad een subsidieplafond en een openstellingsbesluit vast voor deze regeling.

Artikel 6. Verdeelregels

  • 1.

    Het college stelt vast welke subsidieaanvragen aan de vereisten zoals genoemd in artikel 3, artikel 4 en artikel 9 voldoen.

  • 2.

    Op grond van de beoordelingscriteria zoals genoemd in artikel 7 maakt de adviescommissie een voorlopige rangorde. De subsidieaanvragers die minimaal 50 punten hebben, worden uitgenodigd voor een pitch voor de adviescommissie.

  • 3.

    Om te mogen pitchen moeten er voor het beoordelingscriterium zoals genoemd in artikel 7 lid 1 sub a minimaal 25 punten zijn behaald en dient zich niet één van de weigeringsgronden als genoemd in artikel 14 voor te doen.

  • 4.

    Aan de hand van de subsidieaanvraag en de pitch adviseert de adviescommissie het college over de definitieve rangorde op grond van beoordelingscriteria zoals genoemd in artikel 7. Het college beoordeelt de afweging en het advies, stelt de definitieve rangorde vast en kan gemotiveerd van het advies afwijken.

  • 5.

    De verdeling van de punten is als volgt:

    • a.

      Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn maximaal 50 punten te behalen;

    • b.

      Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel b, zijn 5 punten te behalen wanneer het samenwerkingsverband bestaat uit meer dan één onderwijsinstelling, niet zijnde primair onderwijs, uit de regio en 5 punten wanneer het samenwerkingsverband bestaat uit meer dan één bedrijf uit de regio;

    • c.

      Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel c, zijn maximaal 10 punten te behalen;

    • d.

      Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel d, zijn maximaal 10 punten te behalen;

    • e.

      Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel e, zijn maximaal 10 punten te behalen;

    • f.

      Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel f, zijn maximaal 10 punten te behalen.

  • 6.

    Nadat de definitieve rangorde is vastgesteld, verdeelt het college de beschikbare subsidie volgens de rangorde.

  • 7.

    Indien in de definitieve rangorde het subsidieplafond wordt bereikt, ontvangt de laatste aanvrager in de definitieve rangorde die nog aanspraak kan maken op de subsidie het bedrag toegekend dat nog beschikbaar is. Mocht er alsdan sprake zijn van meerdere aanvragers met een gelijke score, dan stelt het college de subsidiebedragen van deze aanvragen naar rato vast, dat wil zeggen dat ieder een gelijk percentage van de oorspronkelijk gevraagde subsidiebedragen ontvangt.

  • 8.

    Het college wijst de resterende aanvragen, de aanvragen die overblijven na het bereiken van het subsidieplafond, af.

Artikel 7. Beoordelingscriteria

  • 1.

    De vaststelling van de voorlopige en de definitieve rangorde vinden plaats aan de hand van de onderstaande beoordelingscriteria. Bij de subsidieaanvraag, meer specifiek in het activiteitenplan, dienen de aanvragers aan te geven in hoeverre het initiatief voldoet aan de volgende punten:

    • a.

      De activiteiten leveren een aantoonbare positieve bijdrage aan één of meer speerpunten zoals genoemd in artikel 3;

    • b.

      Naast het basisvereiste van één onderwijsinstelling, niet zijnde primair onderwijs, uit de regio en één bedrijf uit de regio, zijn binnen het samenwerkingsverband ook één of meer andere onderwijsinstellingen, niet zijnde primair onderwijs, uit de regio en/of één of meer andere bedrijven uit de regio vertegenwoordigd;

    • c.

      De activiteiten bevorderen de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven;

    • d.

      De activiteiten bieden de gelegenheid aan scholieren en/of studenten om actief mee te denken over de opzet en/of uitvoering van de activiteiten;

    • e.

      De activiteiten zijn innovatief;

    • f.

      De activiteiten bieden goede kansen voor voortzetting en/of opschaling.

Artikel 8. Adviescommissie

  • 1.

    De adviescommissie bestaat uit drie externe leden, met elk een expertise in het onderwijsveld, het bedrijfsleven en/of een overheidsorganisatie.

  • 2.

    De in de adviescommissie zittende leden hebben geen persoonlijk belang bij de beoordeling en de vaststelling van de rangorde en zij en/of hun organisatie komen niet in aanmerking voor een subsidie op grond van deze regeling.

  • 3.

    De adviescommissie beoordeelt het activiteitenplan en de pitches aan de hand van de verdeelregels en de beoordelingscriteria, zoals genoemd in artikel 6 en 7.

  • 4.

    De adviescommissie komt per aanvraag tot een unaniem aantal punten per beoordelingscriterium en brengt een unaniem advies uit over de voorlopige en definitieve rangorde.

  • 5.

    De aanvragen worden gerangschikt overeenkomstig het totale aantal punten per aanvraag. De aanvraag met de hoogste score wordt als hoogste in de rangorde geplaatst. De rangschikking resulteert in een advies aan het college.

Artikel 9. Indieningstermijn en gegevens aanvraag

  • 1.

    De subsidieaanvraag voor de eerste ronde dient binnen de indieningstermijn genoemd in het openstellingsbesluit te worden ingediend met gebruikmaking van het formulier “Aanvraag subsidie Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt”. De indieningstermijn voor een eventuele tweede ronde wordt te zijner tijd op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt.

  • 2.

    Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende stukken:

    • a.

      Het volledig ingevulde aanvraagformulier zoals genoemd in lid 1;

    • b.

      Een activiteitenplan dat voldoet aan deze regeling;

    • c.

      Een bijbehorende begroting met een duidelijk overzicht van inkomsten en uitgaven en gespecificeerd naar financieringsbron, waarin duidelijk zichtbaar is op welke wijze wordt voldaan aan het vereiste van minimaal 50% aantoonbare eigen financiering.

    • d.

      Een bijbehorend tijdpad met een duidelijk en concreet overzicht van de activiteiten in de tijd en een vermelding van wanneer welke (deel)resultaten worden verwacht;

    • e.

      Een kopie van de meest recente oprichtingsakte of statuten en een actueel uittreksel uit het handelsregister (niet ouder dan 12 maanden);

    • f.

      Een ingevulde en ondertekende “Eigen Verklaring Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt”.

  • 3.

    Het college kan, indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft, de aanvrager om nadere informatie verzoeken.

  • 4.

    De aanvrager is verantwoordelijk voor een juiste en volledige informatieverstrekking op grond waarvan het college redelijkerwijs tot een besluit kan komen. Een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen, met inachtneming van de hersteltermijn om de aanvraag aan te vullen als bedoeld in artikel 4:5 van de wet.

Artikel 10. Procedure aanvraag

  • 1.

    De adviescommissie adviseert op basis van het Reglement Adviescommisie Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt met inachtneming van het bepaalde in deze subsidieregeling.

  • 2.

    Het college besluit over de aanvragen en over de aanvragen in combinatie met de pitches met kennisneming van de adviezen van de adviescommissie.

  • 3.

    Uiterlijk binnen drie maanden na de aanvraag stelt het college de aanvrager schriftelijk van zijn besluit in kennis. Het advies wordt met de subsidiebeschikking meegezonden. Wanneer het college afwijkt van het advies van de adviescommissie, wordt dit in het besluit gemotiveerd.

  • 4.

    Indien de beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening niet uiterlijk binnen drie maanden na de aanvraag kan worden gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij de termijn waarbinnen de beschikking tegemoet gezien kan worden.

  • 5.

    Tijdens de behandeling van een aanvraag wordt over de voortgang daarvan geen inhoudelijke informatie verschaft.

Artikel 11. Subsidieverlening

  • 1.

    Subsidie wordt voor de duur van de activiteiten verleend. De activiteiten dienen aan te vangen in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    De betaling vindt grotendeels plaats bij wijze van voorschot. De verdeling van de aangevraagde gelden is als volgt:

    • a.

      80% bij aanvang van de activiteiten, bij wijze van voorschot;

    • b.

      20% aan het einde van de looptijd van de activiteiten, bij vaststelling van de subsidie.

Artikel 12. Communicatie en informatiedeling

De subsidieontvanger verzorgt een actieve communicatie over de betreffende activiteiten en maakt daarbij gebruik van het logo van de gemeente Amersfoort. De opgedane kennis met de activiteiten zal worden gedeeld en beschikbaar gesteld.

Artikel 13. Verantwoording en subsidievaststelling

  • 1.

    Halverwege de looptijd van de activiteiten levert de subsidieontvanger een tussenrapportage aan. Naar aanleiding hiervan kan het college de subsidieontvanger uitnodigen voor een gesprek. Aan het einde van de looptijd van de activiteiten levert de subsidieontvanger een evaluatie aan.

  • 2.

    Deze evaluatie bevat in ieder geval een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt met een duidelijk beeld van de resultaten of leeropbrengst en een financieel verslag.

  • 3.

    Het college kan ten behoeve van de subsidievaststelling een door hem aan te wijzen accountant een onderzoek laten instellen naar de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie.

Artikel 14. Weigeringsgronden

De subsidie wordt in ieder geval – naast het bepaalde in artikelen 4:25 en 4:35 van de wet en artikel 10 en artikel 13 van de ASV – geweigerd indien:

  • 1.

    niet voldaan wordt aan de in artikel 3 vermelde subsidiabele activiteiten;

  • 2.

    niet voldaan wordt aan de in artikel 4 genoemde overige vereisten;

  • 3.

    er voor de aangevraagde activiteiten sprake is van een winstoogmerk;

  • 4.

    blijkt dat de aangevraagde activiteiten onderdeel uitmaken van een groter geheel waarvoor een regiogemeente al een subsidie of budget in welke vorm dan ook verleent of heeft verleend dan wel er voor de activiteiten al een budget beschikbaar is gesteld vanuit een regiogemeente;

  • 5.

    de aanvrager subsidie aanvraagt voor activiteiten waarvoor het college de aanvrager al eerder subsidie heeft verleend via deze subsidieregeling;

  • 6.

    de aanvrager een onderneming is die over een periode van drie belastingjaren meer dan €200.000,- aan overheidssteun heeft ontvangen

  • 7.

    de aanvrager voorafgaand aan de aanvraag al met de uitvoering van de activiteiten is gestart.

Artikel 15. Hardheidsclausule

Het college kan van de bepalingen in deze subsidieregeling afwijken indien toepassing van de bepalingen zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard en in alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet of onduidelijk is beslissen.

Artikel 16. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking de dag na bekendmaking.

  • 2.

    De Subsidieregeling Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt wordt ingetrokken.

Artikel 17. Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt Amersfoort.

Artikel 18. Overgangsrecht

De Subsidieregeling Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt, zoals die luidde op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van deze regeling, blijft van kracht voor subsidies die voor die datum zijn verleend.

 

Vastgesteld in de vergadering van 22 januari 2019

De secretaris, De burgemeester,