Gemeenteblad van Hoeksche Waard

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Hoeksche WaardGemeenteblad 2019, 150629Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent het erfgoedbeleid

ERFGOEDBELEID GEMEENTE HOEKSCHE WAARD  

2019 – 2023

Coproductie met Erfgoedhuis Zuid-Holland

 

Lichtopstand in Strijensas (gemeentelijk monument)

 

 

INLEIDING

 

De basis voor een eigen erfgoedbeleid is de kennis van de lokale geschiedenis en het respecteren van de eigen identiteit. Het ruimtelijke erfgoed vormt samen met het immateriële en het onroerende erfgoed inzicht in wie we zijn.

 

Het erfgoed voor de Hoeksche Waard is al meerdere malen in de afgelopen jaren benoemd en wordt door vele inwoners, bestuurders en ondernemers geprezen. Het ‘Nationaal Landschap Hoeksche Waard’ wordt gevormd door haar polders, dijken, dorpen met herkenbare zichtlijnen, monumentale bomen, kreken en de ‘Binnenbedijkte Maas’. Deze kwaliteiten verdienen onze bescherming en respectvolle omgang met deze waarden. De uniciteit van de Hoeksche Waard wordt niet alleen door de hiervoor benoemde elementen gevormd, maar ook door het doen en laten van haar inwoners. De Hoeksche mentaliteit, de dorpsevenementen en het boerenbedrijfsleven dragen hier aan bij en vormen ons immaterieel erfgoed. Immaterieel erfgoed is de schakel tussen heden, verleden en toekomst. Het is een cultuur waarin een gevoel van verbondenheid met vorige generaties is opgenomen. Tegelijkertijd is deze cultuur ook toekomstgericht omdat mensen die verbondenheid willen doorgeven aan volgende generaties. Anders dan materieel erfgoed (gebouwen, objecten, documenten en monumenten) is immaterieel erfgoed een levende en dynamische vorm van erfgoed, die zich aanpast aan en mee verandert met de tijd. Het verbindt de gemeenschap die zich er mee identificeert.

 

Deze Nota Integraal Erfgoedbeleid Hoeksche Waard 2019-2023 is een eerste stap naar een nieuw erfgoedbeleid voor de gehele Hoeksche Waard. De vijf gemeenten in de Hoeksche Waard - Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen – werkten in de afgelopen jaren op verschillende beleidsterreinen al meerdere jaren samen. Ook ten aanzien van het (ruimtelijke) erfgoed werd al op enkele onderdelen samengewerkt. Zo is in 2008-2009 een regionale archeologische verwachtingen- en beleidsadvieskaart vervaardigd, is in 2015 een regionaal archeologiebeleid vastgesteld en delen de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen en Korendijk sinds 2010 samen één erfgoedcommissie.

 

De actualisatie van het erfgoedbeleid is gewenst, omdat het beleidsveld de afgelopen 10 -15 jaar aanzienlijk is veranderd: van een sectoraal, objectgericht beschermingsbeleid, naar een integraal, ontwikkelingsgericht beleid, waarbij de historisch gegroeide ruimtelijke context een belangrijke plek heeft gekregen. Niet alleen het conserveren van het erfgoed is van belang, maar ook de (her)ontwikkeling van het erfgoed is een bepalende factor geworden, onder het motto ‘behoud door ontwikkeling’. De tijd is aangekomen om eenduidige keuzes te maken als het gaat om beleidsinvulling voor erfgoed. Deze nota heeft als doel om een analyse weer te geven van de ontwikkelingen in het erfgoedveld en geeft een inventarisatie weer van de huidige stand van zaken in de Hoeksche Waard per voormalige gemeente. Daarnaast geeft deze nota een visie en beleidsacties weer die nodig zijn om in te spelen op de geanalyseerde ontwikkelingen en de harmonisatie van beleidskeuzes. Tot slot zal in deze nota een concreet werkplan voor de periode 2019 – 2023 worden weergegeven. Daarom is de nota opgebouwd in drie onderdelen:

 

  • 1.

    Analyse en inventarisatie

  • 2.

    Visie en beleid

  • 3.

    Werkplan 2019 – 2023

Voor het opstellen van deze nota is dankbaar gebruik gemaakt van de kennis en ervaring van de (voormalige) beleidsmedewerkers erfgoed in de Hoeksche Waard. Met behulp van een Erfgoedmonitor hebben we inzicht gekregen in het bestaande Erfgoedbeleid van de afzonderlijke gemeenten. De oogst van de monitor gaf aan wat er goed gaat, maar ook wat beter of anders moet. In persoonlijke gesprekken hebben de beleidsmedewerkers aangegeven welke mogelijkheden, ideeën en wensen er op ambtelijk en bestuurlijk niveau bestaan.

 

Ook zijn vertegenwoordigers van het Hoeksche Waards Landschap, het museum Hoeksche Waard, de Stichting Landelijk Erfgoed Hoeksche Waard, de Stichting Archeologie Hoeksche Waard, de Stichting Molens Binnenmaas en de Erfgoedcommissie Binnenmaas-Cromstrijen-Korendijk schriftelijk benaderd met de vraag welke accenten/prioriteiten zij in het toekomstige Erfgoedbeleid van de Hoeksche Waard van belang vinden. Vervolgens zijn met vertegenwoordigers van deze organisaties oriënterende gesprekken gevoerd om hun ideeën over een gezamenlijk erfgoedbeleid Hoeksche Waard verder mondeling toe te lichten. Tot slot is het concept van deze nota kritisch gelezen door de hierboven genoemde organisaties, aangevuld met de Commissie voor Welstand en Monumenten van de gemeente Oud-Beijerland en de Monumentencommissie van de gemeente Strijen. 

DEEL I: ANALYSE EN INVENTARISATIE

 

Het 'Hoge Huys' aan de Schuringsdijk 2 in Numansdorp (rijks monument)  

 

 

1. WAT VERSTAAN WE ONDER ERFGOED?

 

Erfgoed is een breed begrip en wordt onderverdeeld in materieel erfgoed (roerend en onroerend) en immaterieel erfgoed.

Het erfgoed is geen statische verzameling van historische overblijfselen. De ‘collectie’ wordt constant aangevuld en dat geldt ook voor ruimtelijk erfgoed (cultuurlandschap, archeologie en monumenten) een component van materieel erfgoed. Monumentale gebouwen kunnen beschermd worden, een andere functie krijgen, of zelfs worden afgebroken en door nieuwbouw vervangen. Landbouwgronden worden bebouwd of getransformeerd tot natuurgebieden, wegen worden aangelegd. Hiermee worden steeds nieuwe episoden aan de geschiedenis van de omgeving toegevoegd. Boerderijen, kerken, dijken en landschappelijke verkaveling; het zijn ruimtelijke afspiegelingen van de geschiedenis van de Hoeksche Waard. Deze worden vastgelegd op foto’s en in geschriften en via publicaties en tentoonstellingen in musea verder inzichtelijk en toegankelijk gemaakt. Het zijn de inwoners maar ook de toeristen en recreanten die deze geschiedenis moeten kunnen begrijpen, waarderen en doorvertellen. Door een integraal erfgoedbeleid kunnen het materiële en immateriële erfgoed elkaar aanvullen en kan de identiteit van het gebied worden versterkt. Ook kunnen zij als inspiratiebron fungeren voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en zijn ze een leerbron voor toekomstige generaties.

 

Erfgoed mag zich verheugen in een toenemende publieke en bestuurlijke belangstelling. Rijk, provincies en gemeenten hebben hun eigen activiteiten en verantwoordelijkheden op het terrein van het beschermen en ontwikkelen van het erfgoed. Het behouden, beleven en benutten van erfgoed wordt steeds meer gezien als een wenselijke ontwikkeling in relatie met het behoud van de diversiteit en de identiteit van plaatsen, streken en regio’s. Bewoners hechten grote waarde aan eigenheid en daarmee herkenbaarheid. Het in stand houden van het erfgoed en het uitdragen (het verhaal (door)vertellen) geeft het streekeigen erfgoed een economische waarde die zich als toeristisch-recreatief product terugbetaalt en een positieve invloed heeft op het vestigingsklimaat.

 

Een belangrijke actuele opgave is een goede communicatie tussen het lokale erfgoedveld, burgers en ondernemers/ontwikkelaars, omdat hiermee het draagvlak aanzienlijk kan worden vergroot en versterkt. Daarmee wordt een succesvol beleid aanmerkelijk kansrijker.

 

Grote- of St. Lambertuskerk en links het voormalige Raadhuis van Strijen (beiden Rijksmonument)

 

2. VERANDERINGEN EN ONTWIKKELINGEN IN HET ERFGOEDSPEELVELD

 

Met de Modernisering Monumentenzorg is 15 jaar geleden een proces ingezet, om de toen op het conserveren van gebouwen gerichte monumentenzorg te veranderen in een ruimtelijk en integraal georiënteerd beleidsveld.

Met de invoering van de 'nieuwe' Wet Ruimtelijke Ordening (2008) is een aanzienlijk deel van de bevoegdheden in de ruimtelijke ordening gedecentraliseerd. Het Rijk richt zich op de hoofdlijnen van beleid en de grote ingrepen in Nederland. Al het overige moet door gemeenten en provincies worden afgehandeld.

 

De toekomst van het Erfgoed op de Hoeksche Waard ligt dan ook voor het grootste deel in handen van de Hoeksche Waard zelf. Daarbij ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij het bestuur, maar ook bij de inwoners . De Erfgoedwet 1 van 1 juli 2016 voorziet in een bredere benadering van het Erfgoed, waar ook het roerende erfgoed onderdeel van uitmaakt. Verder zijn in de wet nieuwe bepalingen opgenomen betreffende de instandhouding van het erfgoed en de vaststelling van een gemeentelijke erfgoedverordening alsmede het bijhouden van een erfgoedregister. Daarnaast moet het college van burgemeester en wethouders het voornemen om cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend maken. Het college moet de kans bieden om zienswijzen in te dienen en bij het vermoeden van landelijke betekenis een adviescommissie van deskundigen inschakelen.

 

Landelijke ontwikkelingen en veranderingen in Erfgoedbeleid

Na de afwikkeling van het Monumenten Selectie Project (MSP) 2 dat in de tweede helft van de jaren negentig is uitgevoerd, werd duidelijk dat het bestaande beleid, toen nog op Rijksniveau opererend vanuit de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RdmZ) en de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), niet meer toereikend was om op de sneller wordende dynamiek van de ruimtelijke ontwikkelingen te anticiperen. Daarnaast maakte de monumentenzorg toen in beleidstechnische zin geen deel uit van de ruimtelijke ordening, terwijl zij daar in de beleidsuitvoering wel onderdeel van was. Immers de monumenten staan in de (openbare) ruimte.

 

In gevallen dat er advisering vanuit monumentenzorg nodig was, gebeurde dat altijd aan het eind van de planvorming. Daardoor werd het advies vanuit monumentenzorg doorgaans als een belemmering ervaren die de ontwikkeling alleen maar frustreerde. Bovendien richtte het advies zich bijna alleen op het gebouw/het monument zelf, met als hoofddoel het behouden of (terug) restaureren van een historische toestand.

Het moderniseringsproces Monumentenzorg heeft zich tussen 2000 en 2010 voltrokken en heeft de volgende belangrijke uitgangspunten opgeleverd:

 

  • cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening (verankering in bestemmingsplannen);

  • krachtiger en eenvoudiger regelgeving;

  • bevorderen van herbestemmingen.

Het uiteindelijk doel van het meewegen van cultuurhistorische waarden is niet om nieuwe ontwikkelingen te stoppen of frustreren, maar om deels ‘in te kleuren’. Hiermee worden de lokale identiteit en diversiteit recht gedaan. Deze ‘inkleuring’ wordt door steeds meer stedenbouwkundigen en (landschaps)architecten erkend en toegepast in hun ontwerpen.

Met de Omgevingswet (2021) blijft het mogelijk om de cultuurhistorische waarden mee te nemen vanaf het begin in de planvorming. Belangrijk hierbij is dat dit gebeurt op een integrale manier met andere beleidsvelden. Gemeenten geven in de Omgevingsvisie aan welke cultuurhistorische waarden zij van belang achten, die vervolgens in één gemeentelijk omgevingsplan (vervanger van de verschillende bestemmingsplannen) verder in beeld (in kaart en in woord) komen.

 

Minder regels, kortere en eenvoudige procedures en een duurzame instandhouding van het gebouwde, archeologische en landschappelijke erfgoed. De overgang naar een geïntegreerd ruimtelijk erfgoedbeleid is de afgelopen 10 jaar mede vormgegeven door veranderde wetgeving.

 

Een overzicht:

 

jaartal

wet

verandering

2007

Wet op archeologische monumentenzorg (Wamz)

archeologie verankerd in ruimtelijk beleid.

2008

Wet Ruimtelijke Ordening (Wro)

voorziet in de verplichting voor overheden tot het opstellen van een structuurvisie voor hun gebied. Hierin kan onder andere worden opgenomen welke cultuurhistorische waarden binnen een gebied aanwezig zijn. De visie kan door middel van het bestaande vergunningenstelsel en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening in praktijk worden gebracht: Het bestemmingsplan met cultuurhistorie mag niet ouder dan 10 jaar zijn.

2010

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

verschillende wetten op het terrein van bouwen, ruimte, monumenten of milieu geïntegreerd en vereenvoudigd tot één omgevingsvergunning.

2012

Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO)

is de nadere uitwerking van de Wro. In het Bro is onder meer vastgelegd dat gemeenten rekening moeten houden met cultuurhistorie bij het opstellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten onderzoek  moeten doen naar de cultuurhistorische waarden van een bestemmingsplangebied. Het gaat om een integrale beschouwing van cultuurhistorie: een combinatie van gebouwd erfgoed, archeologie en cultuurlandschap.

2012

Besluit Omgevingsrecht (Bor)

voor een aantal werkzaamheden hoeft geen vergunning meer te worden aangevraagd, geldt ook voor beschermde monumenten.

2016

Erfgoedwet

De wetten voor de archeologie-, monumenten- en museumsector 3 zijn samengevoegd, geharmoniseerd én verbeterd. Vergunningverlening voor monumenten loopt via de Omgevingswet (zie schema volgende pagina).

3. ANALYSE BESTAAND ERFGOEDBELEID IN DE HOEKSCHE WAARD

 

In deze nota wordt voortgebouwd op bestaand beleid van de voormalige Hoeksche Waardse gemeenten om te komen tot één integraal en modern (ruimtelijk) erfgoedbeleid. In een aantal opzichten is het beleid al naar elkaar toegegroeid. Dit gaat vooral op voor het onderdeel archeologie, maar geldt ook voor de brede waardering van het landschap van de Hoeksche Waard en het ruimtelijk beleid dat al door de afzonderlijke voormalige gemeenten is ontwikkeld. Deze waardering voor het landschap is onder andere gebaseerd op de talrijke rapporten, visies en inventarisaties die de afgelopen 15 jaar het licht hebben gezien. Het etiket ‘Nationaal Landschap’ dat de Hoeksche Waard heeft gekregen, geeft aan dat de uniciteit van dit landschap niet ter discussie staat.

 

Er bestaan echter ook opmerkelijke verschillen in de ontwikkeling en uitvoering van het erfgoedbeleid, die zijn ontstaan door afwijkende inzichten van de gemeenten. Zo zijn in de voormalige gemeenten Korendijk en Cromstrijen geen gemeentelijke monumenten aangewezen.

 

Het komt het Erfgoedbeleid van de Hoeksche Waard ten goede als meer allianties worden aangegaan met andere beleidssectoren. Bijvoorbeeld Erfgoed als ‘aanjager’ voor duurzaamheid (via herbestemmen en/of isoleren van monumentale gebouwen (i.h.k.v. energietransitie)), of voor recreatie en toerisme door nieuwe (en bestaande) fiets- en wandelmogelijkheden met cultuurhistorische wetenswaardigheden aan te vullen, te verdiepen en te actualiseren. Maar erfgoed vergroot ook de kennis van de lokale geschiedenis bij een breed en vooral ook jonger publiek, bijvoorbeeld via tentoonstellingen in het Museum Hoeksche Waard, via educatieve projecten voor de jeugd (bijvoorbeeld Cultuureducatie met Kwaliteit) en publicaties en lezingen. Daarbij moeten ook Facebook, Twitter of Instagram (sociale media) worden ingezet.

 

Het erfgoedbeleid van de Hoeksche Waard is gebaat bij een breed draagvlak onder de bevolking/inwoners . Om die reden zijn een brede, op elkaar afgestemde samenwerking en het inzetten van een structurele communicatievorm (voorlichting) met het erfgoedveld en de individuele burger heel belangrijk. Het lokale erfgoedveld is zonder twijfel een belangrijke speler in het geheel. Verschillende organisaties hebben de afgelopen jaren veel werk verricht om het ruimtelijke erfgoed op de (bestuurlijke) agenda te houden.

 

Voor de gehele Hoeksche Waard is in 2013-2014 een Beleidsnota Archeologie Hoeksche Waard opgesteld. Hiermee hebben de gemeenten een gezamenlijk gedragen beleid ontwikkeld en is de omgang met het archeologisch bodemarchief grensoverschrijdend geregeld. Voor de andere aspecten van het bovengrondse erfgoed (monumentenzorg, cultuurlandschap, museale objecten en immaterieel erfgoed) moet deze uniforme aanpak nog (verder) worden vormgegeven.

 

Via een uitgebreide vragenlijst en persoonlijke gesprekken heeft Erfgoedhuis Zuid-Holland inzicht gekregen in het Erfgoedbeleid zoals dat door de vijf gemeenten thans werd gevoerd. Deze vragenlijst is in een overzichtsschema gecomprimeerd naar de noodzakelijke beleidsinvulling, beleidstaken en actuele erfgoedthema’s die voor een modern erfgoedbeleid nodig zijn (zie volgende pagina).

 

In dit overzichtsschema geven de groen gekleurde rijen aan op welke onderdelen de vijf gemeenten vrijwel hetzelfde beleid voeren. Hiervoor hoeven geen majeure aanpassingen te worden gedaan.

 

De blauw gekleurde rijen geven aan welke werkwijze en instrumenten van het vigerende Erfgoedbeleid moeten worden geactualiseerd, geharmoniseerd of toegevoegd. De werkwijze en instrumenten zijn gegroepeerd onder ‘gebouwd erfgoed’, ‘cultuurlandschappelijk erfgoed (historische geografie)’, ‘archeologisch erfgoed’, ‘roerend erfgoed’, ‘immaterieel erfgoed’ en ‘burgerparticipatie’. Ten aanzien van Toezicht en Handhaving, is een aparte rij aan het schema toegevoegd. In de praktijk richt toezicht en handhaving zich op het ruimtelijk, onroerend erfgoed, met in de huidige praktijk een gebiedsgerichte focus op het archeologische erfgoed.

 

De dik gedrukte oranje rijen zijn onderdelen die geen van de vijf gemeenten nog heeft ontwikkeld, maar die wel nodig zijn voor een modern, integraal en goed functionerend erfgoedbeleid.

 

Als laatste is in het overzicht het kopje ‘integraal ruimtelijk erfgoedbeleid’ opgenomen, dat laat zien of in het bestaande gemeentelijke erfgoedbeleid al wordt samengewerkt met de beleidssectoren ruimtelijke ordening, recreatie, toerisme, educatie en voorlichting. Hiermee wordt duidelijk in hoeverre er een integrale werkwijze bestaat om het Erfgoed via andere beleidsvelden krachtiger in beeld te brengen bij bestuurder, ambtenaar en burger.

 

Voormalige gemeente:

Binnenmaas

Cromstrijen

Korendijk

Oud-Beijerland

Strijen

Conclusie

Cultuurlandschappelijk Erfgoed en Historische Geografie

 

Beleid beschermde gezichten

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ontwikkelen

Cultuurhistorie in BP (Algemene toelichting, plankaart, planregels & -voorschriften, dubbelbestemming)

Ja, maar betere afstemming nodig

Ja, maar betere afstemming nodig

In ontwikkeling 

Ja, maar betere afstemming nodig

Ja, maar betere afstemming nodig

Harmoniseren

Waardenkaart (digitaal & dynamisch)

Nee

Nee

Ja

Nee

Nee

Ontwikkelen

Cultuurhistorie & ruimtelijke ontwikkeling

Structuurvisies gebiedsvisies herziening bestemmingsplan

Altijd onderzoek

Alleen sturing

Structuurvisie + aandacht in bestemmingsplan

Structuurvisies gebiedsvisies herziening bestemmingsplan

Harmoniseren

Archeologisch Erfgoed

 

Archeologiebeleid

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Gereed

Archeologische verwachtingenkaart vastgesteld

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Harmoniseren

Eigen onderzoeks-agenda

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ontwikkelen

Gebouwd Erfgoed

 

Rijksmonumenten (RM)

54

13

37

28

12

Gereed

Gemeentelijke monumenten (GM)

68

0

0

92

64

Harmoniseren

Leegstand monumenten

RM: 1; GM: 2

RM: 1

0

RM: 1

0

Actualiseren

Beleid Monumentenzorg/ gebouwd Erfgoed

Ja

via erfgoedbeleid en welstand

Ja, maar nog niet geïntegreerd

Ja

Ja

Harmoniseren

Beleid Herbestemmen

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ontwikkelen

Erfgoedcommissie

Gezamenlijke Commissie Cultureel Erfgoed (CCE)

Cie. Welstand en Monumenten

Monumentencie.

Harmoniseren

Wederopbouw 1945-1970

Nee

Nee

Nee

Geïnventariseerd 2013

Nee

Ontwikkelen

Bouwhistorisch onderzoek standaard?

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ontwikkelen

Roerend Erfgoed (Collecties en Musea)

 

Eigen beleid

Nee

Wel aandeel in subsidie museum HW

Nee

Wel aandeel in subsidie museum HW

Nee

Wel aandeel in subsidie museum HW

Nee

Wel aandeel in subsidie museum HW

Nee

Wel aandeel in subsidie museum HW

Ontwikkelen

Immaterieel Erfgoed

 

Eigen beleid

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ontwikkelen

Samenwerking erfgoedpartners, maatschappelijk middenveld en inwoners

 

Draagvlak voor gemeentelijk beleid

Ja

Ja

Nee

Ja

Nee

Actualiseren

Structureel contact met veld?

Ja

Via CCE

Soms

Ja, via hist. Ver.

Ja informeel via bestuurlijke overleggen

Actualiseren

Afstemming andere beleidsvelden recreatie en educatie

 

Toerisme en recreatie

(kennis delen 1)

Cultuur, recreatie en toerisme bij 1 medewerker

Waar nodig is

Ja, maar bezuinigingen aangekondigd

Geen opgave

Geen opgave

Ontwikkelen in nieuwe organisatie

Educatie & voorlichting (kennis delen 2)

Ja, via project CmK

Nee

Nee

Nee

Nee

Harmoniseren

DEEL II: VISIE EN BELEIDSDOELSTELLINGEN

 

Oostmolen in Mijnsheereland. In de Hoeksche Waard staan 13 molens. Zij hebben een grote culturhistorische waarde.

 

1. HOEKSCHE WAARDS ERFGOED: WAARD OM TE BESCHERMEN

 

Het is al meerdere malen via diverse wijzen uitgesproken; de Hoeksche Waard is een bijzonder gebied. Het Nationale Landschap wordt gevormd door landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Al in 2008 werden deze kernkwaliteiten beschreven in de Structuurvisie Hoeksche Waard. De drie kernkwaliteiten die reeds benoemd zijn, zijn het polderpatroon, het reliëf van kreken en dijken en de openheid van het gebied. Door de vruchtbare zeekleigronden wordt het landschap door de landbouw gedragen. Verder zijn de rivieren belangrijke landschappelijke elementen. Het vergt aandacht om de kernkwaliteiten te behouden of waar mogelijk te versterken. Het is een kans nieuwe ontwikkelingen toe te staan door deze te verbinden aan bestaande ruimtelijke structuren en deze te behouden, te versterken en te verbinden. Een goede overgang tussen de bebouwing en het landschap is belangrijk. Het landschap zorgt voor de beleving van rust en ruimte en heeft daarmee een eigen identiteit ontwikkeld. Gezien de ligging van de Hoeksche Waard ten opzichte van de verstedelijkte gebieden ten noorden en ten oosten zijn deze rust en ruimte bijzondere onderscheidende ruimtelijke kwaliteiten. De afwisseling van de kreken, dijken en het agrarische aspect zorgt voor een boeiend landschap.

 

De hoge belevingswaarde van erfgoedkwaliteiten hebben een positieve gevolg voor aanverwante beleidsterreinen zoals recreatie, toerisme en economie. De ruimtelijke kwaliteit, de herkenbaarheid en identiteit van de afzonderlijke dorpen wordt versterkt door het benadrukken van de kwaliteiten van het aanwezige historische waarden. Op deze wijze draagt erfgoed bij aan de aantrekkingskracht van de gemeente voor zowel inwoners als bezoekers.

 

Een voorbeeld zijn de historische dorpskernen met winkels. Winkelgebieden met een diversiteit aan bijzondere winkels met een eigen karakter hebben een grotere aantrekkingskracht op het winkelend publiek. Een rustig en bescheiden reclamebeeld, historische puien of binnen het historische kader passende puien, die door de ouderdom of architectonische rijkdom sfeer en karakter uitstralen, nodigen uit om te ontdekken. Een combinatie van een karakteristieke winkelstraat en een goed winkelaanbod (beleidsgebied economie) maakt de dorpen zowel voor de inwoners als recreanten een interessante plek om te verblijven.

 

Het ‘vermarkten’ van de historie van de Hoeksche Waard met haar landschap, historische dorpen en iconen zoals molens en bijzondere boerderijen door het aantrekken van toeristen en dagjesmensen zorgt voor een economisch gezond gebied, waarin mensen willen (blijven) investeren. Het helpt daarnaast om de waardering van de eigen inwoners voor het gebied te behouden. Het is daarom van belang dat er bij ontwikkelingen wordt nagedacht over hoe de nieuwe ontwikkelingen zich het beste voegen binnen de aanwezige ruimtelijke kenmerken van het gebied. Het is daarbij niet de bedoeling gebieden op slot te zetten.

 

Het cultuurhistorische landschap van de Hoeksche Waard

De bewonings- en inpolderingsgeschiedenis van de Hoeksche Waard heeft een schat aan archeologische en cultuurhistorische waarden opgeleverd. Al ver vóór de Sint-Elisabethsvloed van 1421, zeker al vanaf 2000 voor Christus, waren de hogere oeverwallen langs de rivie¬ren en kreken bewoond. De Binnenbedijkte Maas is nu nog het enige zichtbare restant van het oorspronkelijke rivierensysteem, maar in de ondergrond zijn hiervan nog veel meer sporen terug te vinden. De oude oeverwallen hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde. Zo is het bekend dat er in Strijen al vanaf 1250 continu bewoning was. Alle historische dorpskernen in de Hoeksche Waard zijn archeologisch waardevol.

 

De huidige Hoeksche Waard is een mozaïek van polders die vanaf de Middeleeuwen zijn bedijkt. Daarvoor was het oostelijk deel van de Hoeksche Waard al bedijkt (onderdeel van de Groote Waard), maar dit deel is door de Sint-Elisabethsvloed van 1421 verloren gegaan. De Keizersdijk tussen Strijen en Maasdam was de westelijke grens van de Groote Waard. Dit is dus een restant van de oude dijk. Belangrijk is dat de bijzondere ontstaansgeschiedenis afleesbaar blijft in het landschap. Het versterken van de landschappelijke verschillen tussen de poldertypen kan daaraan bijdragen. In de loop van de tijd zijn de polders door ruilverkaveling en egalisaties immers meer op elkaar gaan lijken. Uit cultuurhistorisch oogpunt meest waardevol zijn de oudste opwaspolders, met hun typische ronde vorm. Het Oude Land heeft een bijzondere kleinschalige veenverkaveling. De zuidelijke aanwaspolders worden gekenmerkt door hun schilvormige structuur met doorzichten van dijk tot dijk.

 

Bijzonder is dat het patroon van de latere dijken nog vrijwel geheel intact is. De veelal beplante binnendijken zijn beelddragers van het landschap. De vorm van de polder en het profiel van de dijken zeggen iets over de periode van inpoldering. De vroegste polders dateren uit de 15e eeuw. Vanaf de 17e eeuw tot in de 20e eeuw zijn in de randzone van de Hoeksche Waard kleinere aanwaspolders ingedijkt, soms als herbedijking na een overstroming. Omdat naar de randen toe de waterdynamiek toeneemt, was het moeilijker om nog land te winnen en worden de polders steeds kleiner. Buiten de onbeplante hoofdwaterkering liggen nog enkele buitendijkse landen, die nooit zijn ingepolderd of zelfs actief zijn ontpolderd, zoals het eiland Tiengemeten. Het dijken- en krekenpatroon is in zijn geheel waardevol. Daarbinnen zijn er verschillende typen dijken en kreken te onderscheiden en zijn er gave en minder gave delen, maar juist de samenhang is kenmerkend voor de Hoeksche Waard. Datzelfde geldt voor de verschillende dorpstypen, die gekoppeld zijn aan het dijken- en krekenpatroon.

Kaart met de landschappelijke karakteristieken in de Hoeksche Waard

 

Het polderland van de Hoeksche Waard lijkt vlak, maar kent subtiele hoogteverschillen die verbonden zijn met de oudste geschiedenis van vóór de inpoldering. De krekenstructuur is goed terug te zien op hoogtekaarten. De hogere dijken voegen een extra dimensie toe: vanaf de dijkwegen heeft de toeschouwer een heel andere beleving dan in de polder.

Behoud en versterking van de kwaliteit van de open ruimten is een uitgangspunt voor het Nationaal Landschap. Dit betekent enerzijds het behoud van grote ruimtematen en lange zichtlijnen en anderzijds de vormgeving van fraaie groene randen om de open ruimten.

 

De cultuurhistorie van de dorpen

In cultuurhistorisch opzicht is het gave dijkenpatroon met de verschillende dorpstypen bijzonder waardevol. Dit vertelt veel over de geschiedenis van het landschap. Daarbinnen liggen monumentale boerderijen en andere waardevolle bebouwingsstructuren en bijzondere landschapselementen, zoals de windmolens met de bijbehorende molenbeschermingszones en de oude haven kanalen. Ook de waterstructuren en de historische waterwerken zijn cultuurhistorisch waardevol, omdat zij getuigen van de eeuwenlange strijd tegen het water. De dorpen in de Hoeksche Waard zijn nauw verbonden met de inpolderingsgeschiedenis. Veel nederzettingen zijn gekoppeld aan de dijken of aan het water. Dit heeft tot verschillende typen dorpen geleid, met een eigen stedenbouwkundige structuur. Belangrijkste hoofdgroepen zijn de voorstraatdorpen en de dijkdorpen, daarnaast zijn er nog rivierrug- en kreekrugdorpen. Er zijn ook combinatietypen zoals voorstraatdorpen.

 

In de loop van de inpoldering zijn sommige dorpen van het buitenwater afgesneden. Havenkanalen werden gegraven om toch een vaarverbinding te houden. Voorbeelden zijn de havenkanalen van Strijen, Numansdorp, Goudswaard en Piershil. Andere dorpen, zoals Nieuw-Beijerland, Oud-Beijerland, Puttershoek, Strijensas en Nieuwendijk hebben nog steeds een eigen haventje aan het buitenwater. In ’s-Gravendeel is de oude haven gedempt.

 

De Hoeksche Waard buiten haar gemeentegrens op de kaart brengen

Wij streven ernaar om de Hoeksche Waard en haar verhaal ook verder dan onze gemeentegrenzen te brengen. Door samenwerking te verstevigen met buurgemeenten (en provincies), Erfgoedhuis Zuid-Holland, Provincie Zuid-Holland en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) beogen wij om de bijzondere betekenis die de Hoeksche Waard heeft voor provincie en land te versterken.

 

De samenwerking met Erfgoedhuis Zuid-Holland en de RCE krijgen vorm door een regelmatig contactmoment om zo goed op de hoogte te blijven van ontwikkelingen en het inspringen op kansen die ontstaan.

 

Provincie Zuid-Holland heeft een beleidsvisie die loopt van 2017- 2020. Wij zien kansen om de Hoeksche Waard in de aanloop naar nieuw beleid onder de aandacht te brengen. Provincie Zuid-Holland heeft in haar huidige beleid 7 ‘erfgoedlijnen’ bestempeld. Een erfgoedlijn is als volgt gedefinieerd: “Een geografische structuur (kust, trekvaart, oude duinenrij, eiland, etc.), die meerdere monumentale stippen met één gemeenschappelijk historisch verhaal verbindt tot één streep of lijn op de kaart. De erfgoedlijnen zijn ensembles van erfgoed, landschap en water, die kwaliteit verschaffen aan de ruimte en beschikken over groot recreatief en toeristisch potentieel”. Let wel: de bij de erfgoedlijnen behorende netwerken van monumenten en daarbij behorende belanghebbende partijen zijn hiermee dus op twee manieren afgegrensd: via de geografie én het verhaal van de erfgoedlijn.

 

De erfgoedlijnen maken belangrijke hoofdstukken uit de geschiedenis van Zuid-Holland weer beleefbaar. De huidige erfgoedlijnen zijn:

  • 1.

    De Limes (leven in Romeinse tijd),

  • 2.

    De Waterdriehoek (St. Elisabethsvloed, watermanagement, baggerindustrie),

  • 3.

    Goeree Overflakkee (leven met het water als vriend en vijand)

  • 4.

    De Landgoederenzone (de landelijke tegenhanger van de Hollandse grachtengordels uit de Gouden Eeuw en Pruikentijd)

  • 5.

    De Oude Hollandse Waterlinie (het Rampjaar 1672)

  • 6.

    De Historische Trekvaarten (massavervoer over water vóór de komst van de trein)

  • 7.

    De Atlantikwall (vijf jaar bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog)

In het huidige Hoofdlijnenakkoord worden géén nieuwe erfgoedlijnen benoemd, die voor provinciale subsidie in aanmerking komen. Na de verkiezingen van Provinciale Staten is er ruimte om hierover in gesprek te gaan met de provincie. Wij zullen, optrekkend met de Commissie Cultureel Erfgoed, een trefzekere analyse van de Hoeksche Waard en haar onderdelen te maken en een scherpe kwalitatieve duiding aan de huidige situatie te geven. Zo voldoen we aan het ‘Kwaliteitsadvies Erfgoedlijnen’ van de Provinciale Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK).

 

Bijzonder om nog te benoemen is de aansluiting van Fort Buitensluis in Numansdorp op de Zuiderwaterlinie. Wij trekken samen op met de buurgemeenten die hierop ook aansluiting hebben en onderzoeken mogelijkheden om de Zuiderwaterlinie te versterken, inclusief de positie van Fort Buitensluis.

 

Woonhuis West-Voorstraat 1 Oud-Beijerland, gebouwd in de 18de eeuw thans kantoor (gemeentelijk monument)

 

 

2. BELEIDSDOELEN

 

Het wettelijke kader van de Erfgoedwet en Omgevingswet geven de houvast voor het lokaal in te richten beleid voor de Hoeksche Waard.

 

De basis voor het ruimtelijk Erfgoedbeleid vormt de door de gemeenteraad vastgestelde gemeentelijke Omgevingsvisie. Het is niet de bedoeling om alle details van het aanwezige ruimtelijke erfgoed in de visie op te nemen. Die zijn al door meerdere rapporten en onderzoeken in beeld gebracht 4 . Het benoemen van de kernkwaliteiten van het landschap, stedenbouw en andere (gebouwde) erfgoed, in de Omgevingsvisie is voldoende om de waarden geborgd te krijgen en om ontwikkelaars te attenderen, te informeren en te inspireren. Uiteraard wordt in de visie wel aangesloten op het Rijks en provinciaal beleid zoals Rijks beschermde stads- en dorpsgezichten en door de provincie ingestelde regeling betreffende archeologie, biotopen, e.d.

 

De verdieping van de kernkwaliteiten vindt plaats in het Omgevingsplan (opvolger van het bestemmingsplan) waarin ook ruimte is om de diversiteit en eigenheid van de verschillende locaties verder aan te geven. De dynamische en digitale cultuurhistorische waardenkaart, waarop de cultuurhistorische waarden op een integrale wijze zijn aangegeven, is hierbij een belangrijk instrument in de uitvoering.

 

Hieronder wordt per onderdeel aangegeven op welke wijze invulling gegeven wordt aan de invulling van het Hoeksche Waardse erfgoedbeleid. Hierbij starten we bij het landschap Hoeksche Waard en zoomen we steeds verder in naar een kleinere schaal (monumenten).

 

Het beschermen van het Hoeksche erfgoed is van groot belang. Het zichtbaar en beleefbaar maken of houden van onze geschiedenis is aandacht voor de eigen identiteit noodzakelijk. Om deze identiteit en het verhaal van de Hoeksche Waard te kunnen vertellen zijn beleidsdoelen opgesteld.

 

Doel 1: Erfgoed in ruimtelijk beleid verankeren

Om een goede invulling te geven aan de komende Omgevingswet is het belangrijk om het karakteristieke cultuurlandschappelijk erfgoed in kaart te brengen en te waarderen. Het uiteindelijke product ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Hoeksche Waard’ zal alle waarden van het cultuurlandschap (geografie, archeologie en gebouwd erfgoed) bij elkaar brengen in één overzicht. Deze digitale waardenkaart zal worden toegepast in omgevingsplannen maar ook toegankelijk zijn via b.v. de gemeentelijke website.

 

Het succes van de opname van cultuurhistorische waarden bij ruimtelijke plannen wordt aanzienlijk vergroot als er een dynamische cultuurhistorische waardenkaart voorhanden is. Vooral bij kleinschalige ontwikkelingen dreigt de inbreng van de cultuurhistorische waarden onder te sneeuwen. Op grond van dergelijke ervaringen kan vastgesteld worden dat in de uitvoer op ambtelijk niveau naast het ontbreken van voldoende capaciteit ook een dynamische digitale cultuurhistorische waardenkaart (gekoppeld aan GIS) wordt gemist. Met de komst van de Omgevingswet wordt een dergelijke kaart alleen maar urgenter en het is nodig dat deze voor de hele Hoeksche Waard op korte termijn wordt ontwikkeld. Deze kaart is noodzakelijk om een goede implementatie van de cultuurhistorische waarden in de arena van de ruimtelijke ordening mogelijk te maken. Die realisatie van de kaart is de crux van een succesvol modern erfgoedbeleid.

 

In deze waardenkaart worden de volgende thema’s opgenomen:

  • 1.

    Beschermde gezichten

  • 2.

    Cultuurlandschappelijk erfgoed

  • 3.

    Historische Geografie

  • 4.

    Archeologie

  • 5.

    Gebouwd erfgoed

Deze waardenkaart zal een grote rol vervullen bij het inwerking treden van de Omgevingswet. Tot die tijd blijft het bestemmingsplan een van de meest geëigende ruimtelijke instrumenten om het erfgoed te beschermen.

 

Door het evalueren van de huidige gang van zaken als het om ruimtelijke plannen gaat, ontstaat het beeld dat er op het punt van integrale afweging winst te behalen valt. Ter toelichting; In de huidige werkwijze wordt bij de meeste bestemmingsplanherzieningen cultuurhistorie standaard meegenomen. Ook bij het opstellen van structuurvisies en gebiedsvisies gebeurt dit. Volgens opgave van de verschillende erfgoedambtenaren in de Hoeksche Waard is er bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling altijd aandacht voor de cultuurhistorische waarden. De sturing verschilde voorheen echter nog per gemeente en is in de meeste gevallen afhankelijk van de inzet van de monumentenambtenaar en onderkenning van het belang van de waarden door de RO-ambtenaar en bestuurder. In de uitvoering wordt dan zichtbaar dat er ongewenste aanpassingen zijn doorgevoerd. Sturing bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt één van de belangrijkste taken van een erfgoed-/monumentenambtenaar om de cultuurhistorische waarden op een inspirerende wijze in de planvorming op te nemen.

 

De opname van cultuurhistorie in bestemmingsplannen werd op dit moment nog niet overal uniform toegepast bij de voormalige gemeenten in Hoeksche Waard 5 . Bij een gezamenlijk erfgoedbeleid is het van belang dat de waarden overal een gelijke manier worden behandeld en ook eenduidig in de planregels en voorschriften worden benoemd en begrensd.

 

Dit sluit ook aan bij de doelstelling zoals die in het Uitvoeringsprogramma van het voormalige SOHW ‘Vitale Dorpen in een dynamisch landschap’ omschreven is: ‘Met de omgevingsvisie wordt de vaststelling van een integraal kader beoogd, waarin ambities voor de toekomst, ten aanzien van het beleid voor de fysieke leefomgeving van de gemeente is weergegeven. Om één integraal kader vast te stellen wordt het beleid op alle relevante aspecten van de ruimtelijke omgeving samengebracht en verbonden’.

 

Ten aanzien van de thema’s (zie hierboven) die opgenomen worden in de cultuurhistorische waardenkaart zijn ook andere beleidsdoelen ook te benoemen. Deze zijn opgenomen onder doel 2, 3 en 4.

 

Doel 2: Beschermde gezichten inventariseren en waarderen

In de Hoeksche Waard zijn geen van Rijkswege beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig. Op gemeentelijk niveau is tot op heden geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om gemeentelijke beschermde gezichten aan te wijzen. Het is op zijn minst opmerkelijk dat in een gebied dat als Nationaal Landschap is aangewezen, er geen gebieden zijn die een gemeentelijke bescherming verdienen. In de voormalige gemeente Korendijk is een inventarisatie uitgevoerd van gebieden en locaties die mogelijk een gemeentelijke bescherming kunnen krijgen. Hierover zijn nog geen besluiten genomen. Geadviseerd wordt om in navolging van de voormalige gemeente Korendijk voor de hele Hoeksche Waard een inventarisatie te laten maken van gebieden en locaties die voor een gemeentelijke bescherming in aanmerking kunnen komen.

 

Doel 3: Archeologie verder professionaliseren en verankeren

Het onderdeel archeologie heeft ten aanzien van het bovengrondse erfgoed een voorsprong gehad als het gaat om de verankering in ruimtelijke ordening 6 . In 2010 is een archeologische waarden- en verwachtingenkaart opgesteld voor de Hoeksche Waard. Voor de integratie van ondergronds erfgoed in de waardenkaart is het van belang dat ook de archeologische waarden en verwachtingen geactualiseerd worden aan de hand van de uitgevoerde onderzoeken sinds 2010.

Naast de verankering van archeologie in de cultuurhistorische waardenkaart zijn er nog andere aandachtspunten met betrekking tot archeologie:

 

  • 1.

    Structurele aandacht

    Archeologie is gebaat bij meer structurele aandacht dan het in de huidige uitvoering krijgt. Door het creëren van meer aandacht zal het draagvlak en de interesse toenemen. Door archeologie meer zichtbaar en tastbaar te maken streven wij dit na.

 

  • 2.

    Inhuur archeoloog

    De regionale werkgroep erfgoed is sinds 2017 met elkaar in gesprek over het aanstellen van één archeoloog voor de gehele Hoeksche Waard. Zij hebben inmiddels een voorstel in behandeling om Terra Archeologie aan te stellen als vaste adviseur (senior archeoloog) archeologie. Hierdoor blijft de kennis en kunde op archeologisch gebied gewaarborgd.

 

  • 3.

    Onderzoeksagenda Hoeksche Waard

    Een archeologische onderzoeksagenda (of -vragen) is één van de middelen om sturing te geven aan het archeologisch onderzoek in een gemeente. In de ‘agenda’ staan, opgedeeld naar tijdvak of thema, vragen die het archeologisch onderzoek bepalen. Dit zorgt voor een hogere kwaliteit en meer efficiëntie. De gemeente geeft in de onderzoeksagenda ook prioriteiten aan binnen het archeologische bodemarchief. Op basis van de ‘agenda’ kunnen zo verantwoorde keuzes gemaakt worden over wat wel en wat niet moet worden onderzocht.

     

    Voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen is een dergelijke onderzoeksagenda van grote waarde en kan voor een snellere afhandeling van vergunningen zorgen. Onderzoeksresultaten kunnen leiden tot aanpassingen van de archeologische waarden en verwachtingen in het bestemmingsplan (straks omgevingsplan). Ook kunnen aanpassingen worden verwacht naar aanleiding van veranderingen in de Nationale Onderzoeksagenda en Provinciale Onderzoeksagenda.

     

    Wij adviseren om de gemeentelijke Onderzoeksagenda voor archeologie op te stellen en deze regelmatig te actualiseren en te delen met het publiek. Het archeologiebeleid van de gemeente en de lasten die daar soms uit voort kunnen vloeien, krijgen meer steun en waardering als deze door het grote publiek, met name de bewoners, worden gekend en geaccepteerd. Door de archeologische waarden beter te ontsluiten, de burgers er bij te betrekken (o.a. kennis delen), kan dat leiden tot een groter maatschappelijk draagvlak.

 

Doel 4: Gebouwd Erfgoed beschermen

Ook het al beschermde erfgoed wordt opgenomen in de waardenkaart, zowel rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Naast het opnemen van deze al beschermde panden zullen de Wederopbouwperiode, leegstand en herbestemmingsmogelijkheden en de aanwezige molens (- en biotopen) meer aandacht vragen. Hieronder lichten wij dit toe.

 

Rijksmonumenten

In totaal staan er in de Hoeksche Waard 144 rijksmonumenten. De rijksmonumenten zijn opgenomen in het rijksmonumentenregister (Erfgoedwet 2016, Artikel 3.3). De gemeente heeft en behoud haar loketfunctie met betrekking tot rijksmonumenten. Zij adviseren eigenaren bij restauraties en instandhoudingswerkzaamheden en geven vergunningen af (bevoegd gezag). De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) adviseert alleen bij sloop van het monument of een deel daarvan, bij een ingrijpende wijziging van het monument, of bij reconstructie van het rijksmonument, waarbij het monument wordt teruggebracht in een (veronderstelde) eerdere staat. Ook bij een functiewijziging en/of herbestemmen van het rijksmonument adviseert de RCE. Provincies kunnen een advies afgeven bij rijksmonumenten buiten de bebouwde kom.

 

Gemeentelijke monumenten

Er staan 224 gemeentelijke monumenten in de Hoeksche Waard 7 . De gemeentelijke monumenten staan op een gemeentelijke monumentenlijst, die sinds de invoering van de Erfgoedwet onderdeel is van een zogeheten gemeentelijk erfgoedregister (Erfgoedwet 2016, Artikel 3.16). Aangezien er op de grondgebieden van Korendijk en Cromstrijen geen gemeentelijke monumenten zijn aangewezen, zal alsnog een harmoniseringsprocedure gestart moeten worden om in deze twee gemeenten een selectie aan te wijzen. Naar verwachting kan dat rond de 50 nieuwe gemeentelijke monumenten opleveren 8 .

 

Het opnemen van beeldondersteunende, karakteristieke gebouwen en objecten in het gemeentelijke omgevingsplan (nu bestemmingsplan) biedt voor deze categorie voldoende bescherming (afhankelijk van de voorwaarden in het omgevingsplan) en behoeven daarom geen gemeentelijke status. Het is aan te raden om deze categorie gebouwd erfgoed ook op de cultuurhistorische waardenkaart zichtbaar te maken.

 

Wederopbouwperiode

De 50-jarengrens is bij het aanwijzen van rijksmonumenten al enige tijd verlaten. Het in beeld brengen van de cultuurhistorische waarden van relatief jonge bouwwerken ligt in de rede, te beginnen met de Wederopbouwperiode (1940-1965). Van de voormalige vijf gemeenten in de Hoeksche Waard hadden de gemeenten Korendijk, Binnenmaas en Oud-Beijerland deze periode al onderzocht.

 

In de Hoeksche Waard bevinden zich wel enkele Wederopbouwmonumenten op een gemeentelijke monumentenlijst, namelijk: de Luchtwachttoren in Strijensas, Noorse woningen op het Osloplein in Puttershoek en het Koni kantoorpand in Oud-Beijerland. Een voorzichtige schatting van nieuwe cultuurhistorisch waardevolle gebouwen uit deze periode ligt rond de 30. Daarmee komt het totale aantal gemeentelijke monumenten in de Hoeksche Waard op 224 + 50 + 30 = 304 (indicatief). Een alternatief voor deze Wederopbouwgebouwen is via een borging binnen het bestemmingsplan of Omgevingsplan. In het bestemmingsplan kunnen regels worden geformuleerd ter bescherming van bouwhistorische waarden, mits ruimtelijk relevant.

 

Zoals eerder al is aangegeven worden de nieuw aan te wijzen monumenten niet louter beoordeeld op hun uiterlijk (bouwtype, bouwstijl en gaafheid), maar speelt de ruimtelijke context een belangrijke en in sommige gevallen ook een doorslaggevende rol voor het al dan niet toekennen van een monumentstatus.

 

De cultuurhistorische waarde van een boerderij neemt toe als hij in een gaaf agrarisch landschap staat en een karakteristieke erfinrichting heeft met bijgebouwen en erfbeplanting. Vanuit deze gedachte is het wenselijk om straks in gezamenlijkheid ook in de welstandsnota cultuurhistorie een meer prominente rol te laten spelen en zo voor te sorteren op de integrale benadering van de omgeving, die in de nieuwe wetgeving vereist wordt.

 

Het advies om de nieuwe gemeentelijke monumenten in tranches van 10 aan te wijzen is bedoeld om iedere aanwijzing voldoende ambtelijke aandacht te kunnen geven, waaronder een goede communicatie met eigenaren. Iedere eigenaar van een (toekomstig) monument is gebaat bij een goede begeleiding. Dat kan ook met behulp van de deskundigen uit de Erfgoedcommissie. Wijzigingen, aanbouwen en herbestemmen van monumenten zijn vaak wel mogelijk mits ze professioneel worden ontworpen in overleg met de gezamenlijke Erfgoedcommissie zoals nu al in de praktijk gebeurt.

 

In vervolg hierop wordt geadviseerd om, naast de ambtelijke begeleiding en het advies van de gezamenlijke Erfgoedcommissie, gebruik te maken van de mogelijkheden om eigenaren van gemeentelijke monumenten extra te ondersteunen. Denk hierbij aan een subsidieregeling voor instandhoudingswerkzaamheden, of een gedeeltelijke vergoeding voor het laten opstellen van een bouwhistorisch onderzoek. Er kan ook ondersteuning worden gegeven via een verlaging van de leges bij de afgifte van een omgevingsvergunning, of een vergoeding van de abonnementskosten op de monumentenwacht of organisaties die een overeenkomstige dienst aanbieden.

 

Herbestemmen

Een duurzamer omgang met de wereld heeft ook voor het gebouwde erfgoed gevolgen. Herbestemming is een belangrijk actueel thema en kan een bijdrage leveren aan de duurzaamheidsdoelen. Via een herbestemmingsopgave kan de gemeente voor de komende jaren aangeven welke doelen zij wil bereiken. In het gezamenlijke gemeentelijke Erfgoedbeleid is daarom voldoende aandacht nodig voor de mogelijkheden om monumentale panden goed te kunnen blijven gebruiken, ook in de toekomst. De gedachte dat monumentenzorg en nieuwe ontwikkelingen niet samengaan is achterhaald. Monumenten blijken bij herbestemming zelfs vaak een waardevolle aanjager van nieuwe (duurzame) economische activiteiten te zijn.

 

De gemeente kan bij een herbestemmingsopgave een proactieve rol spelen waarbij de geschiedenis van het monument voor toekomstige generaties na de herbestemming afleesbaar blijft. Hiervoor moet voor de hele Hoeksche Waard een inventarisatie worden gemaakt van leegstand onder cultuurhistorisch waardevolle gebouwen (beschermd en niet beschermd). Op basis van de uitkomst van deze inventarisatie kan de gemeente een stimuleringsbeleid ontwikkelen door bijvoorbeeld een loket voor Herbestemming in te richten (dat kan ook digitaal) en door de herbestemmingsmogelijkheden te verruimen (bijvoorbeeld nieuwe functies voor Vrijgekomen Agrarische Bebouwing die nu nog door regelgeving niet mogelijk zijn). De gemeente ontwikkelt richting monumenteneigenaren een coöperatieve houding en denkt vanaf het begin van de planvorming mee over vraagstukken die bijvoorbeeld gaan over het gebruik van het gebouw, herbestemmingsmogelijkheden, verduurzaming en financieringsmogelijkheden.

 

Bouwhistorisch onderzoek

Monumenten kunnen met respect voor bouwhistorische onderdelen ontwikkeld worden. Deze waardevolle onderdelen kunnen worden onderzocht en vastgelegd in een bouwhistorisch onderzoek. Hiermee krijgen alle betrokken partijen dezelfde kennis en informatie waarmee de planontwikkeling in de juiste richting kan worden ontwikkeld. De gemeente kan van een ontwikkelaar een bouwhistorisch onderzoek verlangen als men niet beschikt over een goede en complete beschrijving van de monumentale onderdelen van een monument en/of er onvoldoende bouwhistorische gegevens bekend zijn. De gemeente kan dat in de Erfgoedverordening bepalen.

Het advies is om een bouwhistorisch onderzoek voor de ontwikkelaar verplicht te stellen in gevallen dat er onvoldoende inzicht/kennis is over de waarden van een gebouw. Voor de uitvoering van het bouwhistorisch onderzoek kan de gemeente een vergoeding beschikbaar stellen.

 

Molens en molenbiotopen

In de Hoeksche Waard zijn nog dertien molens aanwezig (zie lijst hieronder). Deze bijzondere groep rijksmonumenten verdient extra aandacht omdat niet alleen de monumenten zelf bescherming krijgen maar ook de zogeheten molenbiotoop.

Het begrip molenbiotoop is in 1973 geïntroduceerd naar analogie van de biotoop die de vogelbescherming hanteerde voor een gunstig milieu voor een vogelsoort. Met molenbiotoop wordt de ruimte bedoeld die wordt vrijgehouden om een goede windvang te garanderen. De molenbiotoop reikt tot een cirkel van 400 meter rondom de molen. In de eerste 100 meter mag er geen beplanting of bebouwing staan die hoger komt dan de onderkant van de verticaal staande wiek. Tussen de 100 en 400 meter loopt de toegestane hoogte geleidelijk op, afhankelijk van de plaats (buiten gebied of stedelijk gebied). Daarnaast wordt met een goed onderhouden biotoop ook de zichtbaarheid en de landschappelijke waarde van de molen in de omgeving aangegeven. Een molen is voor het polderlandschap of voor het silhouet van een dorp zeer bepalend.

De regelgeving rondom molenbiotopen is op landelijk niveau georganiseerd. Echter zal de vertaalslag bij de gemeentelijke overheid liggen. Bij stedelijke ontwikkelingen dient de regelgeving te worden nageleefd. Bij het opstellen van groenbeheersplannen en uitvoeringsplannen zal ook de molenbiotoop moeten worden meegewogen in beleid.

 

Onlangs is er door het ambtelijk apparaat een molenbiotoop-tool ontwikkeld die voor groenbeheerders, vergunningverleners en particulieren te gebruiken is om informatie in te winnen over maximaal toegestane (boom)hoogtes rondom een molen. Wij gaan met Erfgoedhuis Zuid-Holland in gesprek om deze tool verder te professionaliseren en mogelijk landelijk uit te rollen.

 

Voor de volledigheid hiernaast een overzicht van alle molens in de Hoeksche Waard.

 

Dorp

Type

Naam

Goudswaard

Korenmolen

Windlust

Gravendeel, ‘s-

Korenmolen

’t Vliegend Hert

Heinenoord

Korenmolen

Goidschalxoort

Maasdam

Poldermolen

St. Anthonymolen

Maasdam

Korenmolen

De Hoop

Mijnsheerenland

Korenmolen

De Goede Hoop

Mijnsheerenland

Poldermolen

Oostmolen

Nieuw-Beijerland

Korenmolen

De Swaen*

Numansdorp

Korenmolenromp

Landzicht*

Piershil

Korenmolen

Simonia

Puttershoek

Korenmolen

De Lelie

Westmaas

Korenmolen

Windlust

Zuid-Beijerland

Korenmolen

Landzigt*

(* molens in particulier eigendom, zonder gemeentelijke subsidiering)

 

 

Raadhuis Oud-Beijerland, gebouwd in 1622 op een brug over het water van de Voorstraat (Rijksmonument)

 

Doel 5: Samenwerking met culturele organisaties in de Hoeksche Waard verdiepen

De belangrijkste hoeders van het roerend erfgoed zijn de musea, waarvan Nederland er 685 rijk is. Het grootste deel krijgt subsidie van gemeenten, een kleiner aantal van het Rijk of provincies. Daarnaast zijn er musea die uitsluitend privaat gefinancierd worden. Samen zorgen de overheden en particulieren voor een rijkgeschakeerd museumlandschap (bron: Erfgoedbalans 2017).

 

De geschiedenis van de Hoeksche Waard vormt de drager van de lokale identiteit, waarbij erfgoed in de samenleving een belangrijke, bindende rol speelt. Ook roerende zaken zijn fysieke dragers van die identiteit, denk aan historische landbouwwerktuigen, (historische)foto’s, verhalen, schilderijen en prenten. Alle onderdelen van het erfgoed dragen bij aan het verhaal van de Hoeksche Waard en zijn het om die reden waard om ze voor het nageslacht te koesteren en toegankelijk te maken.

 

Landelijk vertoont het gemeentelijk museumbeleid een gedifferentieerd beeld, omdat iedere gemeente geheel vrij is om een eigen museumbeleid te voeren. Grotere gemeenten hebben van oudsher een groter aanbod, vooral op het gebied van de moderne beeldende kunst. Kleinere gemeenten beperken zich meestal tot het in stand houden van een oudheidkamer of museum met als onderwerp de lokale geschiedenis. De culturele identiteit van een stad, streek of dorp wordt sterk bepaald door aanwezigheid van culturele voorzieningen, waaronder musea. Het Museum Hoeksche Waard speelt hierin een voortrekkende en bindende rol, aangezien bij het museum al veel kennis en expertise aanwezig is en zij beschikken over een groep enthousiaste vrijwilligers. Hierin ligt een direct verband met de invulling van cultuurbeleid in de Hoeksche Waard.

 

In een uitgave van het Ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap ‘Cultuur in beeld’ wordt nogmaals benadrukt dat cultuur ervoor zorgt dat mensen zich aangetrokken voelen tot een stad of streek. Als leidraad voor het indelen in categorieën cultuurbeleid werkt de VNG met een ringenmodel, dat het culturele aanbod relateert aan het aantal inwoners.

 

Met een aantal inwoners tussen de 30.000 en 90.000 inwoners past een voorziening als een oudheidskamer en een natuur-of cultuurhistorisch centrum. Binnen de Hoeksche Waard neemt cultuur en geschiedenis een belangrijke plaats in. Een kwalitatief cultuurhistorisch centrum kan een aanzienlijke bijdrage leveren aan de identiteit van de regio Hoeksche Waard en derhalve aan de stimulering van toerisme en recreatie.

 

Het Museum HW heeft betekenis voor de hele Hoeksche Waard en is daarmee eigenlijk eigendom van de hele Hoeksche Waardse gemeenschap.

 

Het Museum Hoeksche Waard onderscheidt zich inmiddels van de andere musea en erfgoedinstellingen (historische verenigingen) in de Hoeksche Waard in grootte van collectie, gebouwen, vrijwilligersgroep, expositieruimte en bezoekersaantallen. De status van Erkend Museum is inmiddels verkregen. Het Museum HW heeft inmiddels bewezen als cultuurhistorisch centrum een waardevolle voorziening te zijn in de Hoeksche Waard.

 

Echter is Museum Hoeksche Waard niet de énige speler in het culturele erfgoedveld van de Hoeksche Waard. Historische verenigingen, andere musea en verschillende stichtingen zetten zich in de Hoeksche Waard in om het verhaal van de Hoeksche Waard voor haar bewoners en bezoekers te vertellen. Deze organisaties hebben zich inmiddels verenigt en delen dezelfde visie als het gaat om hun rol de Hoeksche Waard. Bij doel 9: Het promoten van Erfgoed wordt verder ingegaan op deze rol en de samenwerking met de gemeente.

 

Om een beeld te krijgen bij het erfgoedveld staat hieronder een overzicht van alle erfgoedinstanties:

  • Stichting Fort Buitensluis in Numansdorp

  • Historische Vereniging ’s-Gravendeel

  • Museum Hoeksche Waard

  • Landbouwmuseum Tiengemeten

  • Stichting Oud-Puttershoek

  • Historische Vereniging Oud-Beijerland

  • Museum Het Land van Strijen

  • Stichting Archeologie Hoeksche Waard

  • Filopopers dorpsvereniging Nieuw-Beijerland

  • Erfgoedkoepel Hoeksche Waard

  • Stichting Molens Hoeksche Waard

  • Bakkersmuseum Maasdam

In de bijlage hebben wij van alle instanties een infoblad toegevoegd met meer achtergrond informatie zoals aantal bezoekers, aantal leden en een korte omschrijving van de organisatie.

 

Doel 6: Roerende zaken en collecties opnemen in gemeentelijke Erfgoedregister

Met de invoering van de Erfgoedwet is het voor gemeenten mogelijk om op de erfgoedlijst ook roerende zaken en collecties op te nemen 9 . Dat gaat dan om roerende zaken en kunstwerken die in bezit zijn van de gemeenten en die een zekere cultuurhistorische waarde hebben en onderdeel uitmaken van de regionale of lokale geschiedenis (denk aan historische landbouwwerktuigen, autobussen en lokale beeldende kunst).

 

Ambtelijk worden voorbereidingen getroffen om de eigendommen van de gemeente in beeld te brengen om hier vervolgens een voorstel in te formuleren voor het opnemen van roerende zaken en/of kunstwerken in het erfgoedregister.

 

Doel 7: Immaterieel erfgoed opnemen op de gemeentelijk Erfgoedregister

Immaterieel erfgoed omvat sociale gewoonten, gebruiken, rituelen, tradities, uitdrukkingen, bijzondere kennis en/of vaardigheden die wij erkennen als een vorm van cultureel erfgoed. Immaterieel erfgoed verbindt ons; het verleent ons identiteit en draagt bij aan een gevoel van continuïteit. In een wereld die globaliseert, bieden nationale, regionale en lokale gebruiken, tradities en ambachten houvast. Immaterieel erfgoed kan alleen eigentijds, levend en dynamisch zijn als het aan de volgende generaties wordt doorgeven. Om typische Hoeksche Waards immaterieel erfgoed op te nemen in het erfgoedregister zal de Erfgoedcommissie opdracht krijgen om dit te inventariseren en waarderen.

 

Doel 8: Erfgoededucatie vorm geven binnen het project Cultuureducatie met Kwaliteit en daarna

Het stimuleringsbeleid van het Rijk krijgt voornamelijk vorm via het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP). Daarbij werkt het fonds samen met provincies en gemeenten. Het programma richt zich op het primair onderwijs en zet in de vorm van doorlopende leerlijnen in op goed cultuuronderwijs (vanaf het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs).

 

Het fonds heeft als doel de actieve deelname aan het culturele leven van burgers in Nederland te stimuleren, ongeacht leeftijd, herkomst, opleiding of woonplaats. Daartoe kent het fonds onder meer de regeling Versterking Actieve Cultuurparticipatie, die ook gericht is op erfgoedparticipatie, en ondersteunt het fonds diverse erfgoedmanifestaties.

 

Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) is een initiatief van de overheid en de gemeenten om cultuureducatie in de scholen te stimuleren en te verankeren. In de Hoeksche Waard wordt CmK ondersteund door de gemeenten. De Bibliotheek Hoeksche Waard is coördinator en het Kunstgebouw is penvoerder.

 

Ter verbreding hierop kan de gemeente zich samen met het Erfgoedveld inzetten de kennis van het lokale erfgoed via een educatieprogramma bij de jonge doelgroep over te brengen. Het is van belang dat volgende generaties de geschiedenis van hun eigen omgeving leren kennen. Het creëert op de lange termijn meer bewustwording, begrip en draagvlak over het behoud en ontwikkeling van het unieke landschap van de Hoeksche Waard. Het is een belangrijke uitdaging voor de gemeente om een zo breed mogelijke doelgroep te bereiken. Dit wordt o.a. bereikt door de uitvoer van het projectplan CmK 2017 – 2020. De verbinding met cultuuronderwijs en culturele individuele ontwikkeling is hierbij essentieel. Het nog op te stellen cultuurbeleid van de gemeente zal hierop verder worden uitgewerkt.

 

Doel 9: Erfgoed promoten

Communicatie is een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk erfgoedbeleid. Via effectieve externe communicatie kan bewustzijn onder bewoners worden vergroot en krijgen bezoekers meer oog voor het verhaal van de Hoeksche Waard. De gemeente kan informatie delen via internet, bibliotheken en het onderwijs. Eventuele informatieborden in de openbare ruimte zijn eveneens denkbaar, al is het plaatsen van informatieborden in de openbare ruimte niet altijd wenselijk. Het gebruik van sociale media (o.a. Facebook, Instagram, Pinterest, Snapchat en YouTube) en apps is inmiddels een volwassen alternatief. Op dit vlak zijn er veel nieuwe kansen voor de samenwerking tussen de gemeentelijke organisatie, de culturele instellingen en erfgoedorganisaties. Ook participeren in publieksactiviteiten zoals Open Monumentendag (in samenwerking met erfgoedorganisaties), Nationale Archeologiedagen en Nationale Molendag. Het bijhouden van een gemeentelijke website waarop naast informatie over beleid (vergunningen, subsidiemogelijkheden e.d.) ook actueel nieuws over het Erfgoed op de Hoeksche Waard wordt gedeeld, draagt bij aan de kennis en beleving.

 

De erfgoedinstellingen in de Hoeksche Waard zijn in 2018 en 2019 een aantal malen bijeen geweest om met elkaar een aanzet te geven om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een gezamenlijke visie op ons erfgoed. De instellngen zien kansen in het behouden en versterken van erfgoed en dat vervolgens inzetten voor promotie van de Hoeksche Waard. Het meer uitdiepen van het aspect erfgoed en de rijke historie van de verschillende dorpen en wat zij te bieden hebben, kan een positieve bijdrage leveren aan het verder ontwikkelen van toerisme in de Hoeksche Waard en daarmee ook een economische bijdrage leveren.

 

De verschillende historische dorpen in de Hoeksche Waard, samen met het historische landschap en haar iconische monumenten zoals de molens, de oude boerderijen zoals ‘De Mariënhof’ en ‘Oost-Leeuwenstein’ en oude kerken maken de Hoeksche Waar bijzonder. Recreanten die bijvoorbeeld het Rien Poortvlietmuseum of museum ‘Het Land van Strijen’ bezoeken trekken nu nog niet verder de Hoeksche Waard in.

 

De erfgoedinstellingen willen vanuit samenwerking dit verder uitbouwen. Wij zien hierin kans om samen met hen, VVV, horeca en detailhandel in een totaal-belevings-pakket de Hoeksche Waard te presenteren.

 

Heel concreet denken de erfgoedinstanties aan:

  • Door moderne communicatiemiddelen de rijke historie de mogelijkheden van het gebied onder de aandacht te brengen op daarvoor bestemde beurzen via goede en moderne middelen. Waarbij er ook ruimte moet zijn voor de diverse erfgoedinstellingen.

  • De Hoeksche Waard heeft enkele namen voortgebracht van mensen die een rol hebben gespeeld in de historie van ons land. Voorbeelden zijn Suze Groeneweg, schilder Philip van Dijk en Lamoraal van Egmont. Aan deze historische figuren zal meer bekendheid gegeven kunnen worden.

  • Verder liggen er kansen voor de detailhandel om met producten op de markt te komen die refereren aan de rijke geschiedenis van de Hoeksche Waard.

  • Verder uitwerken van Open Monumentendag voor de hele Hoeksche Waard.

  • Verder uitwerken van de educatieve waarde van de cultuur historie in de Hoeksche Waard voor de jeugd, zowel door museumbezoek als een bezoek aan archieven van historische verenigingen voor spreekbeurten over de eigen geschiedenis van het gebied waar ze wonen enz.

De erfgoedinstelling vragen van gemeente Hoeksche Waard een coördinerende en faciliterende rol. Wij streven ernaar om in gezamenlijkheid met de partners uit het lokale erfgoedveld op te trekken om erfgoed verder te promoten voor inwoners en bezoekers/ recreanten.

 

RTM Bus uit de jaren zestig van de vorige eeuw 

 

DEEL III: WERKPLAN ERFGOED 2019-2023

 

Cultuurlandschap van de Hoeksche Waard

 

1. Gemeentelijke organisatie

 

Integratie ruimtelijke ordening en erfgoed

De erfgoed-/monumentenambtenaar is bij het team Omgeving gestationeerd. Sinds de fusie van gemeente Hoeksche Waard heeft het beleidsveld Erfgoed ‘gezicht’ op de RO-afdeling. Hierdoor kunnen ruimtelijke erfgoedvraagstukken direct afgestemd worden met de RO-collega’s.

 

Het Erfgoedhuis stelde in 2018 om bij de samenvoeging een fulltime (36 uur) Erfgoedambtenaar absoluut nodig is om de hierboven opgestelde beleidstaken naar behoren te kunnen uitvoeren. Daarnaast adviseert het Erfgoedhuis een aparte aanstelling van een senior archeoloog, die naar onze inschatting met 0,25 fte voldoende ruimte heeft om archeologische zaken te kunnen afhandelen. Deze kan zich met zijn/haar kennis over archeologie ook richten op de al aanwezige kennis uit de afzonderlijke gemeenten en deze aanvullen en integreren tot een samenhangend verhaal en dat ook uitdragen richting inwoners en bestuurders.

 

Vergunning, toezicht en handhaving

In de meeste gevallen berust de verantwoordelijkheid voor het toezicht op (archeologische) monumenten bij de gemeente. Zij moet toezien op het naleven van de Wabo en de Wro. Het is aan de gemeente om ervoor te kiezen deze taken zelf uit te voeren of om deze onder te brengen bij de een extern bedrijf/organisatie. Volgens de Erfgoedwet 2016 moeten gemeenten dit instrument inzetten.

 

Naast de gemeente zijn er nog twee toezichthouders: de Erfgoedinspectie en de provincie. Het toezicht van de Erfgoedinspectie heeft uitsluitend betrekking op archeologische rijksmonumenten en het opgravingsverbod. De Erfgoedinspectie houdt toezicht op het archeologiebestel, de omgang met vondsten en archeologische rijksmonumenten. Zij ziet ook toe op het stelsel van certificering in de archeologie. De toezichthoudende taak van de provincie is interbestuurlijk van aard.

 

Volgens opgave komt in de Hoeksche Waard handhaving in de praktijk nauwelijks voor. Dat komt omdat men het lastig vindt om te bepalen wanneer er ingegrepen moet worden. Deze afwachtende houding komt voort uit het ontbreken van ervaring op dit gebied, zowel binnen VTH als bij de Erfgoedambtenaar. Belangrijk is dat de gemeente binnen het ambtelijk apparaat blijft investeren om kennis, kunde en mankracht op niveau te houden. Verder is het belangrijk dat de gemeente pro actief eigenaren informeert over vergunningplichtige werkzaamheden, restauratietechnieken e.d. waardoor latere ontsporingen vermeden kunnen worden.

 

Omvang formatie Erfgoed

De Erfgoedambtenaar Hoeksche Waard krijgt te maken met verschillende taken en aandachtsvelden zoals uit het bovenstaande is gebleken, maar beperkt zich wel tot het bovengrondse erfgoed, zowel materieel als immaterieel.

 

De uitvoering van het bovengrondse gemeentelijke erfgoedbeleid Hoeksche Waard vereist door de samenwerking een volwaardige ambtelijke invulling. Hij/zij zal naast het klassieke ‘zorgen voor monumenten’ veel meer ruimtelijke gerelateerde zaken moeten afhandelen, meer integraal moeten handelen met beleidsvelden cultuur, educatie, natuur en recreatie en toerisme en tot slot met het lokale erfgoedveld en individuele belanghebbenden meer de dialoog moeten aangaan. Hier is veel kennis en passie aanwezig. Bovendien kan een reguliere erfgoeddialoog een positieve invloed hebben op het draagvlak en kennis van de inwoners in de Hoeksche Waard. Met een integraal en proactief ingestelde houding van de erfgoedambtenaar en de harmonisatie en verdere optuiging van het juridische raamwerk, levert dit voor de gehele Hoeksche Waard een eenduidig en effectief erfgoedbeleid op.

 

2. Samenwerken met erfgoedpartners en inwoners

De zorg voor het (ruimtelijke) erfgoed (behoud, onderhoud, ontwikkeling) is niet een verantwoordelijkheid voor de overheid alleen, maar van de gemeenschap; erfgoedverenigingen, overheid en burger.

 

Het thema erfgoed heeft in de Hoeksche Waard een aantoonbare brede belangstelling. In de afgelopen jaren is door alle partijen veel werk verricht. Het lokale erfgoedveld heeft daarin een niet te onderschatten rol gespeeld en deze wordt in het algemeen ook onderschreven. De gemeente waardeert de inbreng van de actieve en bekwame verenigingen. Bij een integraal erfgoedbeleid is het daarom aan te bevelen om het contact met de verschillende organisaties meer een structureel karakter te geven. Zij kunnen een waardevol klankbord vormen bij de opstelling van de gemeentelijke Erfgoedvisie/ Omgevingsvisie. Om een nog breder draagvlak te krijgen kunnen bewonersavonden worden georganiseerd om ideeën en meningen te verzamelen die als extra input kunnen worden gebruikt om het gemeentelijk erfgoedbeleid inhoudelijk vorm te geven.

 

 

3. Financiën

Hieronder een overzicht van de incidentele kosten en structurele kosten. Binnen de huidige begroting is een structureel budget aanwezig van €174.000. Wij adviseren echter dit budget structureel te verhogen. Dit is nodig om invulling te geven aan de geformuleerde visie en de daaraan gekoppelde beleidsdoelen. Een drietal componenten vragen om deze verhoging:

 

  • 1.

    Het financieel ondersteunen van eigenaren van ‘ons’ erfgoed

    Het harmoniseren van het erfgoedbeleid heeft gevolgen voor onderhoudssubsidies voor gemeentelijke monumenten. Wanneer er meer monumenten worden aangewezen is een evenredige verhoging van subsidiemogelijkheden te verdedigen. Daarnaast adviseren wij om budget vrij te maken voor gemeentelijke bijdrage voor restauratie van iconische erfgoedmonumenten zoals Fort Buitensluis, molens en historische boerderijen.

  • 2.

    Publieksbereik

    De beleidsdoelen geven een invulling aan het vergroten van het publieksbereik van erfgoed en het erfgoed in te zetten voor de profilering van de Hoeksche Waard als recreatief, toeristisch en economisch gebied. Om dit te realiseren is het noodzakelijk om hier budget voor vrij te maken. Voorbeelden zijn het professioneel organiseren van Open Monumentendag, het faciliteren van arrangementvorming door het VVV-kantoor en het toegankelijk maken van archeologische opgravingen.

  • 3.

    Educatie

    Het verhaal van de Hoeksche Waard, de identiteit en vorming van het eiland willen wij breed uitdragen. Daarom adviseren wij om structureel budget op te nemen voor educatie.

Hieronder hebben wij geschetst wat de financiële gevolgen zijn van de uitvoer van deze nota. Voor de structurele lasten is een deel gedekt binnen de huidige begroting. De extra investering die nodig is op structureel en incidenteel gebied zullen bij de behandeling van de perspectiefnota worden ingebracht.   

 

Structureel

 

Activiteit

Kosten

Bijhouden waardenkaart

€5.000

Advisering Commissie Cultureel Erfgoed

€10.000

Advisering archeoloog

€20.000

Subsidies molens

€60.000

Subsidies gemeentelijke monumenten

€125.000

Educatie

€30.000

Publiekbereik

€50.000

Totaal

€300.000

Dekking in huidige begroting geborgd

€174.000

Verschil

€126.000

 

Incidenteel

 

Activiteit

Kosten

Waardenkaart opstellen

€148.000

Archeologische onderzoeksagenda

€17.500

Harmonisatie

aanwijzingen

gemeentelijke

monumenten

€10.000

Totaal

€175.500

 

Herbestemmen van (agrarisch) erfgoed is een grote uitdaging ook in de Hoeksche Waard. Op de foto: zorgboerderij Linde Hoeve in Strijen

 

 

Bijlagen  

Relevante Rapporten en literatuur (selectie):

 

  • Coalitieakkoord 2014-2018, Strijen

  • Collegeprogramma 2014-2018, Binnenmaas

  • Collegeprogramma 2014-2018, Korendijk

  • Cultuurhistorische objecten Hoeksche Waard, Landschapsbeheer Zuid-Holland, Waterschap Hollandse Delta

  • Cultuurhistorische Waardenkaart Korendijk (analoog)

  • Factsheet Omgevingsvisie, RCE

  • Gebiedsprofiel Hoeksche Waard, provincie Zuid-Holland 2013

  • Regioprofiel Cultuurhistorie Hoeksche Waard, provincie Zuid-Holland 2010

  • Museum Hoeksche Waard, jaarverslag 2015

  • Omgevingsvisie Korendijk, bouwstenenboek, maart 2016

  • Onderzoek gemeenteambtenaren 2013, Nationaal Restauratiefonds

  • Structuurvisie Hoeksche Waard, juli 2009

  • Structuurvisie 2020 Binnenmaas

  • Structuurvisie Korendijk

  • Structuurvisie 2025 Oud-Beijerland

  • Structuurvisie Strijen, Compleet Strijen! (aanvulling op Structuurvisie Hoeksche Waard, juli 2009)

  • Toekomstverkenning Regionale Samenwerking Hoeksche Waard, Partners + Pröpper, 2013

  • Uitvoeringsprogramma 2014-2017 Oud-Beijerland

  • Vitale dorpen in een dynamisch landschap 2015-2018, uitvoeringsprogramma ISHW

 

Gesprekken met vertegenwoordigers Erfgoedveld en/of een schriftelijke reactie

 

De heer R. Baan  

Museum Hoeksche Waard

Mevrouw W. Spaan

Museum Hoeksche Waard

De heer J. Booden

Stichting Molens Binnenmaas

De heer A.H. Meerburg

Commissie Cultureel Erfgoed gemeenten BCK

De heer J. Ras

Stichting Archeologie Hoeksche Waard

Mevrouw W. Spaan

Erfgoedkoepel Hoeksche waard

(Stichting Landelijk Erfgoed Hoeksche Waard)

De heer R.H. Wiggers

Hoekschewaards Landschap

 

 

Colofon  

Oude Delft 116

2611 CG Delft

Postbus 3092

2601 DB Delft

 

T 015 215 43 50

E info@erfgoedhuis-zh.nl 

W www.erfgoedhuis-zh.nl

 

Eerste oplevering (coproductie Erfgoedhuis en regionaal medewerker erfgoed):

Delft, februari 2018

Aangepaste versie (gemeente Hoeksche Waard):

Numansdorp, februari 2019

 

 

Over Erfgoedhuis Zuid-Holland

 

wij helpen erfgoed behouden, benutten en beleven

 

Zuid-Holland is erfgoedrijk. De monumenten (ook de mobiele), gebouwen, landschappen, collecties en geschiedenis vertellen het Verhaal van Zuid-Holland en de regio’s. Erfgoedhuis ZH behoudt dat verhaal, zet het in, en geeft het door, ook aan de jongste generatie. Doel van het Erfgoedhuis is om door het bundelen van kennis en krachten op provinciale schaal het rijk gevarieerde erfgoed van Zuid-Holland mooi te houden en voor zoveel mogelijk bewoners attractief en toegankelijk te maken, nu en in de toekomst.

 

Het Erfgoedhuis ZH werkt daarbij als uitvoerder van provinciaal cultuurbeleid en ondersteuner van het (historische) erfgoedveld: wij faciliteren onze achterban en het publiek op vele wijzen.

 

 

Foto achterzijde: Een raatbouwtoren van 4,80 m. hoog op een VIS-kazemat uit 1937 aan de Oude Dijk te Strijensas. De kazemat en de toren zijn gemeentelijk monument.