Gemeenteblad van Peel en Maas

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Peel en MaasGemeenteblad 2019, 135722Beleidsregels



Beleidsregel handhaven op verzoek Peel en Maas

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PEEL EN MAAS;

 

Gelet op het bepaalde in artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

 

Overwegende dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor de werkwijze bij verzoeken om handhaving in Peel en Maas

 

BESLUITEN:

 

Vast te stellen de volgende beleidsregel:

 

Beleidsregel handhaven op verzoek Peel en Maas

Beleidsregel handhaven op verzoek Peel en Maas

Hoofdstuk 1: Algemene uitgangspunten

1.1 Aanleiding

Op 10 oktober 2018 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak waar onze gemeente als partij in betrokken was (kenmerk 201707640/1/A1). In deze uitspraak heeft de Raad van State uitgesproken dat ons huidige handhavingsbeleid onvoldoende toeziet op een adequate handhavingsaanpak als hier door derden om wordt verzocht. De huidige methodiek van ons 3 stappenplan (waarschuwing, voornemen, definitief besluit) beschouwt de Raad van State als het tijdelijk gedogen van de overtreding en vindt zij daarom niet redelijk. Naar aanleiding van deze uitspraak van de Raad van State wordt nieuw uitvoeringsbeleid handhaving opgesteld. In afwachting daarop is er voor gekozen ons huidige handhavingsbeleid tijdelijk te repareren met deze beleidsregel.

1.2 Uitgangspunten van deze beleidsregel

De overheid heeft de taak om de gestelde voorwaarden in wet- en regelgeving te handhaven. Deze taak ligt vast in diverse wettelijke regelingen. Daarnaast gaat de bestuursrechter uit van een beginselplicht tot handhaving. Ons college van burgemeester en wethouders, of in sommige situaties de burgemeester individueel, ziet daarom toe op de naleving van voor een ieder geldende regels.

Dit toezien gebeurt op basis van vooraf systematisch vastgestelde prioriteiten, kengetallen en risicoanalyses. Met andere woorden: niets wordt aan het toeval overgelaten. Hoe wij handhaven en welke uitgangspunten wij hanteren leggen wij vast in het Vergunningen-, Toezichts- en Handhavingsprogramma (VTH-programma). Dat VTH-programma bevat op hoofdlijnen onze doelstellingen voor toezicht en handhaving.

Deze beleidsregel behandelt een specifieke vorm van handhaving, namelijk handhaving op verzoek van burgers of bedrijven/instellingen. Doel van deze beleidsregel is om vast te leggen hoe de gemeente Peel en Maas omgaat met verzoeken om handhaving tegen overtredingen. Het geeft burgers en bedrijven een duidelijk beeld van wat zij kunnen verwachten als zij bij ons een verzoek om handhaving indienen.

1.3 Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op alle schriftelijke verzoeken waarin ons college van burgemeester en wethouders of de burgemeester als bevoegd gezag expliciet gevraagd wordt om handhavend op te treden tegen het vermeend niet naleven van wet- en regelgeving.

Deze beleidsregel is niet van toepassing op de behandeling van de reguliere klachten over een (mogelijke) overtreding.

1.4 Afwijkingsbevoegdheid

Deze beleidsregel is bedoeld om de meest voorkomende situaties bij verzoeken om handhaving op hoofdlijnen te ondervangen. Niet alle feiten en omstandigheden zijn echter vooraf te duiden. Om die reden is afwijking van de in deze beleidsregel vastgestelde uitgangspunten altijd mogelijk, bijvoorbeeld wanneer een afweging van alle individuele betrokken belangen dit vereist. Afwijkingen worden altijd gemotiveerd.

1.5 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 gaan wij nader in op de formele aspecten van een verzoek om handhaving. Wij leggen uit wat een verzoek om handhaving is, hoe een verzoek om handhaving kan worden ingediend en wat de spelregels hiervoor zijn.

In hoofdstuk 3 gaan wij in op buurtbemiddeling en mediation. Een verzoek om handhaving kan tenslotte een symptoom zijn van een verminderde verstandhouding of onderlinge geschillen tussen verzoeker en vermeende overtreder. De oplossing is dan niet altijd gelegen in het zwart/wit handelen dat juridisch gezien het gevolg van een verzoek om handhaving is.

In hoofdstuk 4 volgt de formele vaststelling, citeertitel, bekendmaking en inwerkingtreding van deze beleidsregel.

Hoofdstuk 2: Procedurele aspecten

2.1 Een verzoek om handhaving, wat is dat eigenlijk?

De gemeente Peel en Maas handhaaft waar mogelijk, altijd uit eigen beweging op basis van wettelijk toegekende bevoegdheden. Dit noemt men ook wel de zelfstandige handhavingsbevoegdheid. Zowel het college van burgemeester en wethouders gezamenlijk als de burgemeester individueel heeft, afhankelijk van de vraag om welke wet- en regelgeving het gaat, die handhavende bevoegdheid. Daarnaast is het mogelijk om handhavend op te treden op basis van een verzoek daartoe. Hierna gaan wij verder in op de spelregels voor het indienen en behandelen van een handhavingsverzoek.

Een verzoek om handhaving is formeel wettelijk gezien een aanvraag. Een aanvraag is een verzoek van een belanghebbende aan het bevoegd gezag om een besluit te nemen (artikel 1.3, lid 3 Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Dit besluit dient een “publiekrechtelijke rechtshandeling” te bevatten. Van een publiekrechtelijke rechtshandeling is sprake als het bestuursorgaan de bevoegdheid tot het handelen ontleent aan een speciaal voor het bestuur bij of krachtens de wet geschapen bevoegdheid en de handeling dient gericht te zijn op rechtsgevolg(en). Men verzoekt het bevoegd gezag dus eigenlijk om te bekijken of er sprake is van een overtreding van wet- en regelgeving en zo ja, om daar iets aan te doen door te handhaven tegen de overtreder via een besluit dat op rechtsgevolg is gericht.

2.2. Kenbaarheid partijen verzoek om handhaving

Bij een verzoek om handhaving zijn altijd 3 partijen betrokken.

  • 1.

    De verzoeker om handhaving (hierna: de verzoeker).

  • 2.

    Diegene tegen wie het handhavingsverzoek is gericht (hierna: de - vermeende - overtreder).

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester als bevoegd gezag (hierna: de gemeente).

Om er voor te zorgen dat de procedure voor elke partij op een gelijkwaardige manier verloopt, informeren wij alle andere partijen over en weer over de lopende zaak. Zo ontstaat een transparant “speelveld” met gelijke kansen voor alle betrokken partijen.

Het betekent ook per definitie dat een overtreder direct bekend wordt met de inhoud van het verzoek om handhaving en de identiteit van de aanvrager. Die overtreder moet zich bijvoorbeeld kunnen verdedigen tegen de inhoud en strekking van het verzoek om handhaving. Daarnaast kan een verzoek een zeer grote impact op het dagelijks leven van een overtreder hebben, zeker als blijkt dat het verzoek onterecht wordt ingediend. Het is dan wel zo netjes dat men weet uit welke hoek het verzoek komt.

Dit betekent bovendien dat wij anonieme verzoeken om handhaving nooit in behandeling nemen.

2.3 Voorwaarden aan de inhoud van een verzoek om handhaving

Voor het indienen van een formele aanvraag in de vorm van een verzoek om handhaving gelden specifieke wettelijke eisen. Niet iedereen kan namelijk zomaar een verzoek om handhaving indienen en niet elk verzoek nemen wij in behandeling.

De volgende eisen zijn van toepassing:

  • 1.

    Het verzoek dienst schriftelijk te zijn.

  • 2.

    Het verzoek dient te bevatten: naam- en adresgegevens van de verzoeker, een dagtekening, een duidelijke omschrijving van de vermeend illegale activiteit(en) en een aanduiding van het adres of locatie waar die activiteiten plaatsvinden.

  • 3.

    De verzoeker dient een belang te hebben.

     

Een aanvraag kan alleen door een belanghebbende gedaan worden.

 

Een belanghebbende is diegene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is (artikel 1:2, lid 1 Awb).Of iemand belanghebbend is, verschilt per situatie. Dit beoordelen we bij het in behandeling nemen van het verzoek. De verzoeker dient specifiek aan te geven welk belang geschaad wordt of welke hinder/(over)last hij ondervindt.

 

Is de verzoeker niet belanghebbend, dan nemen wij het verzoek niet verder in behandeling. Het verzoek is dan niet ontvankelijk. Dit delen wij dan schriftelijk mee in een brief aan de verzoeker en de overtreder/belanghebbende. Dit laat onverlet dat wij, als sprake is van een overtreding, gehouden zijn ambtshalve een handhavingstraject op te starten.

Mondelinge of telefonische verzoeken nemen we niet formeel als handhavingsverzoek in behandeling maar worden verder als klacht afgehandeld (wat overigens wel tot ambtshalve handhaving kan leiden).

2.4 Beginselplicht tot handhaving

Indien sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift, bestaat voor het bevoegd gezag volgens vaste jurisprudentie een beginselplicht tot handhaving. Alleen in bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afzien van handhavend optreden tegen een illegale situatie.

Van een bijzonder geval is sprake indien concreet zicht op legalisatie van de overtreding bestaat.

Bij milieuzaken is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavings-besluit een ontvankelijke vergunningaanvraag is ingediend, die strekt tot legalisatie van de niet vergunde activiteiten of situatie. Daarnaast moet aannemelijk zijn dat de vergunning wordt verleend.

Bij bouwzaken is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavings-besluit kan worden beoordeeld dat het bouwwerk in overeenstemming met het bestemmingsplan kan worden gerealiseerd en hiervoor een vergunning kan worden verleend.

Bij een kleine afwijking (binnenplans of kruimelgevallenregeling) van het bestemmingsplan is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavingsbesluit kan worden beoordeeld dat de illegale situatie vergund kan worden en dat overtreder bereid is om een aanvraag hiervoor in te dienen.

Bij een wijziging van het bestemmingsplan is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavingsbesluit een ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage is gelegd.

Bij onlosmakelijk verbonden activiteiten zoals milieu in combinatie met bouwen of bouwen in combinatie met bestemmingsplan is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavingsbesluit een ontvankelijke vergunningaanvraag is ingediend, die strekt tot legalisatie van de niet vergunde activiteiten of situatie.

2.5 De controle op overtreding

Voldoet het handhavingsverzoek aan de onder 2.3 genoemde voorwaarden, dan nemen wij de aanvraag verder in behandeling. Om dit te verduidelijken hebben we dit proces weergegeven in bijlage behorende bij deze beleidsregel. De toezichthouder/handhaver zal zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 14 werkdagen een ontvangstbevestiging versturen aan de klager/verzoeker en op betreffende locatie een (onaangekondigde) controle uitvoeren. Doel is om vast te stellen of er inderdaad sprake is van een overtreding. De toezichthouder/handhaver geeft tijdens dit bezoek altijd de reden van zijn bezoek door aan degene tegen wie het verzoek om handhaving is ingediend. Na zijn bezoek legt de toezichthouder/handhaver zijn bevindingen vast in een controlerapport.

Als de toezichthouder/handhaver tijdens de controle een overtreding heeft vastgesteld, zal hij een legalisatietoets verrichten om te beoordelen of de overtreding (met bijvoorbeeld een vergunning/ontheffing/toestemming) gelegaliseerd (alsnog vergund/toegestaan) kan worden. Bij complexere situaties kan hij advies inwinnen bij deskundigen/specialisten. De conclusie van de legalisatietoets wordt opgenomen in het controlerapport.

2.6 De controle is geweest, wat dan?

Als tijdens de controle(s) geen overtreding is/zijn geconstateerd, zal binnen de gestelde termijn van 8 weken een beslissing op het handhavingsverzoek worden genomen door dit ongegrond te verklaren.

Is er sprake van een overtreding, dan volgt eerst een waarschuwingsbrief aan de overtreder. In die brief geven wij aan:

  • Welke overtreding er is.

  • Welke legaliseringsmogelijkheden er eventueel aanwezig zijn.

  • Binnen welke termijn de overtreder zelf de overtreding kan opheffen. We bieden elke overtreder in beginsel een standaard termijn van 4 weken om zelf de overtreding op te lossen of om in die periode een verzoek om legalisering in te dienen.

Een afschrift van de waarschuwingsbrief sturen wij ook naar de verzoeker om handhaving ter kennisname. Deze waarschuwingsbrief zit als bijlage gevoegd aan de verdagingsbrief (zie paragraaf 2.7).

Na afloop van de hiervoor genoemde termijn controleert (hercontrole) een toezichthouder/handhaver of de overtredingen zijn opgeheven, of dat er sprake is van concreet zicht op legalisatie.

  • 1.

    Als de overtreding is beëindigd, dan wordt het handhavingsverzoek ongegrond verklaard.

  • 2.

    Als er sprake is van concreet zicht op legalisatie, dan wordt het handhavingsverzoek ongegrond verklaard.

  • 3.

    Als de overtreding niet is beëindigd en er is geen sprake van concreet zicht op legalisatie, dan wordt het handhavingsverzoek gegrond verklaard en volgt het bestuursrechtelijke handhavingstraject.

2.7 Beslissing op het handhavingsverzoek

Wij nemen altijd een besluit op het verzoek om handhaving, tenzij de verzoeker het verzoek alsnog in wil trekken. De momenten van besluitvorming zien er als volgt uit:

  • 1.

    Inventariserende controle => geen overtreding => besluit handhavingsverzoek ongegrond.

  • 2.

    Inventariserende controle => concreet zicht op legalisatie => besluit handhavingsverzoek ongegrond.

  • 3.

    Hercontrole => geen overtreding => besluit handhavingsverzoek ongegrond.

  • 4.

    Hercontrole => concreet zicht op legalisatie => besluit handhavingsverzoek ongegrond.

  • 5.

    Hercontrole => overtreding => handhavingsverzoek gegrond => vervolg bestuursrechtelijk handhavingstraject met een voornemen last onder dwangsom of bestuursdwang.

Wij sturen zowel de verzoeker, als de overtreder/belanghebbende altijd een beslissing op het handhavingsverzoek. Ook bij een eventuele vervolgprocedure bestuursrechtelijke handhaving ontvangen zowel verzoeker als overtreder/belanghebbende een voornemen van ons besluit om een last onder dwangsom of bestuursdwang op te leggen. Op dit voornemen kunnen alle betrokken partijen binnen een redelijke termijn na verzending schriftelijk (of mondeling) hun kant van het verhaal aan ons kenbaar maken. Dit noemt men het indienen van een zienswijze. Doorgaans wordt hier een termijn van 2 weken voor gehanteerd. Afhankelijk van de urgentie voor het beëindigen van de overtreding kan hier van afgeweken worden.

Doel van het voornemen met zienswijzemogelijkheid is een zorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming. Alle ingediende zienswijzen nemen wij mee in de definitieve besluitvorming. Na afloop van de zienswijzetermijn nemen wij een definitief besluit, waarbij we alle nieuwe feiten sinds de verzending van het voornemen (zoals een ingebrachte zienswijze of een eventuele nieuwe hercontrole) meewegen.

2.8 Bijzonderheden: uitstel beslistermijn op het handhavingsverzoek

Soms is het door omstandigheden niet mogelijk om direct een standpunt in te nemen op het verzoek. Denk hierbij aan het uitvoeren van complexe onderzoeken zoals akoestische onderzoeken, emissiemetingen, accountantsonderzoeken etc. Dan is het noodzakelijk dat wij de beslistermijn op het handhavingsverzoek uitstellen. Daarom gelden binnen de gemeente Peel en Maas de volgende uitgangspunten voor uitstel van de beslistermijn op het handhavingsverzoek.

  • Handhavingsverzoek niet ontvankelijk => opschorting 4 weken.

  • Overtreding geconstateerd (geen spoed) => 1e aanschrijving => verdaging 12 weken.

  • Geen overtreding geconstateerd => bijzondere omstandigheid => verdaging nader te bepalen.

Bij een vastgestelde overtreding stellen wij standaard de beslistermijn op het handhavingsverzoek uit tot 12 weken na verzending van de 1e aanschrijving (waarschuwingsbrief). Zo heeft de overtreder de genoemde 4 weken de tijd om de overtreding zelf op te lossen en hebben wij aanvullend 8 weken de tijd om, indien nodig, te beslissen op het handhavingsverzoek.

Bij bepaalde overtredingen is het noodzakelijk om direct in te grijpen. Voorbeelden hiervan zijn het opleggen van een bouwstop of het beëindigen van een diesellekkage. In die gevallen wordt er meteen een handhavingsbesluit genomen dat op rechtsgevolg is gericht waarbij verdaging van de beslissing op het handhavingsverzoek niet meer aan de orde is.

Is er geen sprake van een overtreding, dan kan in principe altijd zonder uitstel worden beslist op het verzoek om handhaving binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek. Echter, ook hier zijn bepaalde situaties denkbaar, waarbij uitstel van beslistermijn toch nodig is, zoals bijvoorbeeld vakantie van/bij één van de betrokken partijen en de mogelijke poging om tot een informele oplossing te komen.

De genoemde uitgangspunten gelden niet in spoedeisende/acute situaties of in situaties die vanwege de omstandigheden van de situatie geen uitstel dulden. Daar waar de (volks)gezondheid in het geding is, treden wij direct handhavend op, zo nodig door het toepassen van spoedbestuursdwang.

De reden voor uitstel op de beslistermijn is dat geen van de betrokken partijen gebaat is bij onnodige tussentijdse juridische procedures, verspilde tijd, kosten en energie. Immers, bij direct handhaven bestaat het risico dat later blijkt dat een overtreding alsnog vergund kan worden. Dit laatste willen wij uitsluiten. Dit is onze doelmatigheidsoverweging.

2.9 Bijzonderheden: Uitstel beslistermijn vanwege burengeschillen

Helaas komt het in de praktijk steeds vaker voor dat gemeenten bij een burengeschil worden betrokken.

Wat onder een burengeschil verstaan moet worden is niet precies te definiëren. Het komt er in elk geval op neer dat twee of meer partijen een geschil met elkaar hebben en de gemeente bij het geschil betrekken door het neerleggen van klachten en/of handhavingsverzoeken tegen de ander of over en weer. Het gaat daarbij om gedragingen die weliswaar formeel gezien mogelijk een overtreding vormen maar die alleen spelen tussen betrokken partijen, waar verder ook geen andere (rechts)personen last van hebben en waar bij een goede verstandhouding normaal gezien niet tegen geageerd zou worden.

Het hoeft overigens niet per se om buren te gaan maar omdat dit in de overgrote meerderheid van de gevallen wel zo is, vatten we dergelijke verzoeken hier samen onder de noemer burengeschil. Verder hoeft het geschil er niet al expliciet te zijn. Vaak sluimert er al iets dat door het indienen van een handhavingsverzoek pas echt aan de orde komt of dreigt te komen. Dit kost onevenredig veel handhavingscapaciteit waardoor andere taken moeten blijven liggen. Inkomende handhavingsverzoeken die volgen uit of naar verwachting leiden tot een burengeschil kennen we als gemeente Peel en Maas een lagere prioriteit toe. Bij dergelijke handhavingsverzoeken proberen we eerst via buurtbemiddeling en/of mediation het onderliggende probleem op te pakken, met als doel dat probleem bespreekbaar te maken en naar tevredenheid van partijen op te lossen. Hiervoor verwijzen we naar hoofdstuk 3 uit deze beleidsregel.

Als buurtbemiddeling en/of mediation niet leidt tot overeenstemming en dus intrekking van het handhavingsverzoek, zal alsnog overgegaan worden tot verdere afhandeling van het handhavingsverzoek. Om buurtbemiddeling en/of mediation een reële kans van slagen te bieden, worden de beslissingen op de handhavingsverzoeken als gevolg van een burengeschil in beginsel standaard met 12 weken verdaagd.

Hoofdstuk 3: Buurtbemiddeling / mediation

3.1 In gesprek met elkaar

Vooropgesteld, wij hebben in principe een verplichting om tegen alle overtredingen van wet- en regelgeving waarvoor wij bevoegd gezag zijn op te treden. Als we naar aanleiding van een verzoek overgaan tot handhaving betekent dat niet per definitie dat de verzoeker volledig tevreden is. Die kans op ontevredenheid is zeker aanwezig als het handhavingsverzoek voortkomt uit een burengeschil, waarbij bovendien de kans bestaat en de ervaring helaas leert dat de wederpartij weer een handhavingsverzoek tegen de eerste verzoeker indient.

Verder kan het zijn dat de verzoeker iets anders van ons verwachtte. Zo kan het zijn dat wij bij een klacht over geluidhinder handhaven op een concrete geluidsnorm terwijl de verzoeker verwacht dat wij de handelingen die het geluid produceren gaan verbieden. Een juridische oplossing waarin een handhavingsprocedure en –besluit in voorzien is dus niet altijd de gewenste oplossing. Bovendien zijn er, zoals bij elke juridische procedure, winnaars en verliezers.

Uit ervaring blijkt dat mensen er vaak voor kiezen om de gemeente bij hun conflict te betrekken. Dit kan aantrekkelijk lijken: wellicht kan de gemeente wel een oplossing bieden? Soms lijkt het ook handiger of veiliger om de pijlen te richten op deze derde dan op degene met wie je daadwerkelijk een meningsverschil hebt. Als gemeente kun je heel vaak geen oplossing bieden die voor alle betrokkenen acceptabel is. Sterker nog: vaak gaat de situatie er juist op achteruit, omdat een formele juridische procedure de tegenstellingen tussen partijen onnodig vergroot. Dit heeft negatieve gevolgen voor de manier waarop onze inwoners met elkaar samenleven. Zeker als partijen ervoor kiezen hun handhavingsverzoeken tegen elkaar in te zetten.

Naast het feit dat het betrekken van de gemeente de situatie vaak niet verbetert, past deze rol van de gemeente als beslisser ook niet bij onze kernwaarden als Peel en Maas. Bij duurzaam goed met elkaar samenleven, hoort dat je verantwoordelijkheid moet nemen voor je eigen woon- en werksituatie. En daar hoort ook het zelf in gesprek gaan met je buren bij.

Wij willen bovendien waar mogelijk procedures waar dus eigenlijk niemand iets mee opschiet voorkomen. Immers niemand, ook de gemeente niet (gelet op het beslag op de toezichts- en handhavingscapaciteit), is gebaat bij juridische procedures die ten koste gaan van publieke middelen.

Als wij een kans zien voor een oplossing buiten een procedure om zullen wij daarom een voorstel doen om via buurtbemiddeling of mediation een oplossing te zoeken. Als de gemeente ook betrokken is in het conflict, is inzet van een mediator van de Regionale Mediatorpool Noord-Limburg mogelijk. In die pool werkt de mediator van de gemeente Peel en Maas samen met mediators werkzaam bij buurgemeenten. Het is dus altijd mogelijk om een onafhankelijke mediator in te schakelen. Ook als er geen sprake is van een overtreding.

Als dit niet leidt tot een oplossing, zullen wij alsnog een besluit nemen op het verzoek om handhaving. Het eventuele onderliggende conflict is daarmee echter niet weggenomen.

3.2 Wat is buurtbemiddeling?

  • Buurtbemiddelaars zijn onafhankelijke en getrainde vrijwilligers. Zij luisteren eerst goed naar de verhalen van betrokken partijen.

  • Buurtbemiddeling helpt partijen zo weer in gesprek met elkaar te komen en samen en zelf verschillende oplossingen te bedenken.

  • Buurtbemiddeling is bedoeld voor alle inwoners (burgers en bedrijven) van de gemeente Peel en Maas, die een conflictsituatie met een andere inwoner hebben of daarin dreigen te komen.

  • Het is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Partijen moeten zelf meedenken over een mogelijke oplossing.

  • De betrokken partijen kiezen gezamenlijk zelf voor een bepaalde oplossing met heldere en concrete afspraken. Alle partijen dienen zich aan de gemaakte afspraken te houden.

  • Doordat partijen zelf oplossingen aandragen en verzinnen, is de kans groter dat het onderliggende probleem echt is opgelost.

  • Buurtbemiddeling is gratis.

Al met al kan buurtbemiddeling en het opstarten van een dialoog tussen beide partijen tot een gedragen oplossing van het eigenlijke conflict leiden. Wij sturen er in dat geval actief op de verzoeker het verzoek om handhaving te laten intrekken. Wij merken op dat buurtbemiddeling bedoeld is om het onderliggende conflict tussen verzoeker en wederpartij weg te nemen. Als er een overtreding is zijn wij nog steeds bevoegd en verplicht om handhavend op te treden, ongeacht het resultaat van de buurtbemiddeling. We proberen dan wel te bewerkstelligen dat de overtreding in de toezichtssfeer wordt weggenomen, dus dat het handhavingsverzoek wordt ingetrokken en er in eerste aanleg geen formele besluiten hoeven te worden genomen (met andere woorden een ambtshalve handhavingstraject in plaats van een handhavingstraject op verzoek).

3.3 Wat is mediation?

  • Mediators zijn onafhankelijke en beroepsmatig opgeleide bemiddelaars. Zij luisteren eerst goed naar de verhalen van betrokken partijen en gaan met partijen op zoek naar de kern van het probleem.

  • Mediators ondersteunen partijen om weer met elkaar in gesprek te komen, zodat zij zelf weer in staat zijn oplossingen te bedenken die voor iedereen acceptabel zijn. Mediators zijn daarbij onpartijdig.

  • Mediation is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Partijen moeten gemotiveerd zijn om met elkaar in gesprek te gaan.

  • Mediators en partijen leggen deze uitkomsten en de manier waarop met elkaar wordt gewerkt vast in een mediationovereenkomst. Deze vormt de start van het gezamenlijke mediationproces.

  • Mediation kan worden ingezet door alle inwoners (burgers en bedrijven) van de gemeente Peel en Maas, die een conflictsituatie met een andere inwoner hebben of daarin dreigen te komen. Als de gemeente betrokken is bij het conflict is inzet van een mediator van de Regionale Mediatorpool Noord-Limburg mogelijk. In die pool werkt de mediator van de gemeente Peel en Maas samen met mediators werkzaam bij buurgemeentes.

  • De betrokken partijen kiezen gezamenlijk zelf voor een bepaalde oplossing met heldere en concrete afspraken. Alle partijen dienen zich aan de gemaakte afspraken te houden. Afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst;

  • Doordat partijen zelf oplossingen aandragen en verzinnen, is de kans groter dat het onderliggende probleem echt wordt opgelost.

  • Bij mediation worden de kosten gedeeld door de deelnemende partijen. Inzet van een mediator van de Regionale Mediatorpool Noord-Limburg is meestal gratis.

Mediation is naast buurtbemiddeling ook een vorm van bemiddeling, voorzien van meer waarborgen en minder vrijblijvend dan buurtbemiddeling door de formele overeenkomst die gesloten wordt en dus intensiever voor alle partijen is.

Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel handhaven op verzoek Peel en Maas

  • 2.

    De beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Panningen, 13 mei 2019

Burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas,

de gemeentesecretaris/directeur, de burgemeester,

L.P.H. Breukers W.J.G. Delissen-van Tongerlo