Gemeenteblad van Hattem

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HattemGemeenteblad 2019, 131993Beleidsregels



UITVOERINGSBESLUIT VOOR DE GRAFBEDEKKINGEN

 

Het college van Hattem,

 

gelet op artikel 18, eerste lid van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats gemeente Hattem 2019);

 

besluiten vast te stellen de volgende nadere regels voor grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaats.

 

Artikel 1. Inleiding

Het besluit verstaat onder:

a. grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of afsluitplaat van een

urnennis;

b. staand gedenkteken: verticaal geplaatst voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;

c. liggend gedenkteken: een horizontaal geplaatst voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren;

d. grafbeplanting: winterharde beplanting welke door de rechthebbende op een graf wordt aangebracht.

Artikel 2. Vereisten keldergraven

1. Het stichten van een grafkelder geschiedt door de zorg van de rechthebbende.

 

2. De afmetingen van de ruimte waarbinnen een enkele grafkelder mag worden aangebracht, zijn: 2,40 m lang, 1,00 m breed, 0,60 m hoog +maaiveld.

 

3. De afmetingen van de ruimte waarbinnen een dubbele grafkelder mag worden aangebracht, zijn: 2,40 m lang, 2,00 m breed, 0,60 m hoog +maaiveld.

 

4. De rechthebbende die in een grafkelder wil doen begraven, is verplicht op zijn kosten deze kelder voor de begrafenis te laten openen en na het begraven terstond te laten sluiten.

 

5. Het openen van een grafkelder, anders dan tot het daarin opnemen van overledenen en in dat geval eerder dan twee uren tevoren, is verboden, tenzij de beheerder van de begraafplaats hiervoor toestemming heeft verleend.

 

6. Indien de rechthebbende zijn verplichtingen ten aanzien van het sluiten niet nakomt, geschiedt sluiting op zijn kosten van gemeentewege.

Artikel 3. Gedenkteken op het particuliere graf

1. Voor de gedenktekens op particuliere graven mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort.

 

2. De lengte en de breedte van een liggend gedenkteken op het particuliere graf mogen die van het graf niet overschrijden. Het liggende gedenkteken op het particuliere graf mag een maximale hoogte hebben van 0,40 m gerekend vanaf het maaiveld.

 

3. Het staande gedenkteken op het particuliere graf mag een maximale hoogte hebben van 1,50 meter gerekend vanaf het maaiveld. De lengte en breedte van het gedenkteken mogen de afmetingen van het graf (1,90 m x 0,90 m) niet overschrijden.

 

4. De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

Artikel 4. Gedenkteken op twee naast elkaar gelegen particuliere graven

1. Het is toegestaan op twee naast elkaar gelegen graven met dezelfde rechthebbende één grafmonument te plaatsen.

 

2. De lengte en de breedte van een liggend gedenkteken op het particuliere graf mogen die van het graf niet overschrijden. Het liggende gedenkteken op het particuliere graf mag een maximale hoogte hebben van 0,40 m gerekend vanaf het maaiveld.

 

3. Het staande gedenkteken op het particuliere graf mag een maximale hoogte hebben van 1,50 meter gerekend vanaf het maaiveld. De lengte en breedte van het gedenkteken mogen de afmetingen van 1,90 m (lengte) x 1,80 m (breedte) niet overschrijden.

 

4. De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

 

5. Bij het aflopen van het grafrecht van één van de graven dient tenminste dat deel van het grafmonument, dat het betreffende graf bedekt, verwijderd te worden door of namens de (voormalige) rechthebbende van het graf.

Artikel 5. Gedenkteken op het particuliere kindergraf

1. Voor de gedenktekens op particuliere kindergraven mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort.

 

2. De lengte en de breedte van een liggend gedenkteken op het particuliere kindergraf mogen die van het graf niet overschrijden. Het liggende gedenkteken op het particuliere graf mag een maximale hoogte hebben van 0,40 m gerekend vanaf het maaiveld.

 

3. Het staande gedenkteken op het particuliere graf mag een maximale hoogte hebben van 1,00 meter gerekend vanaf het maaiveld. De lengte en breedte van het gedenkteken mogen de afmetingen van het graf (1,20 m x 0,70 m) niet overschrijden gerekend vanaf de hoofdzijde van het particuliere kindergraf.

 

4. De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

Artikel 6. Gedenkteken op het particuliere urnengraf

1. De maximale hoogte-, breedte- en lengtemaat van een gedenkteken op het particuliere urnengraf, waarbij de hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld, bedraagt:

a. 0,45 m x 0,50 m x 0,50 m (hoogte x breedte x lengte) op de urnengraven, aangeduid met A;

b. 0,45 m x 0,60 m x 1,00 m (hoogte x breedte x lengte) op de urnengraven, aangeduid met B.

 

2. Op de urnengraven aangeduid met C mogen geen gedenktekens worden geplaatst.

 

3. Op een particuliere urnengraf aangeduid met D mag uitsluitend een afdekplaat in lessenaarsvorm met een maximale breedte van 0,48 m en een lengte van maximaal 0,48 m worden geplaatst. De hoogte van de voorzijde bedraagt vanaf het maaiveld maximaal 5 cm en aan de achterzijde maximaal 12 cm.

 

4. Voor het overige is artikel 5, lid 1 en 4 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7. Omranding van het urnengraf

1. Het is verboden rond het particuliere urnengraf een hekwerk of palen met kettingen te plaatsen.

 

2. Rond het gedenkteken van het particuliere urnengraf aangeduid met A en B mogen stenen met een maximale hoogte van 0,10 m worden geplaatst ter afbakening, mits deze stenen binnen de maatvoering van het particuliere urnengraf worden neergelegd.

Artikel 8. Afdekplaat urnennis

1. Urnennissen worden afgesloten met een reeds aanwezige afdekplaat. Deze wordt door de gemeente verstrekt. Afmetingen en materiaalkeuze van de afdekplaat zijn daarbij vastgesteld.

 

2. De afsluitplaat kan voorzien worden van tekst en/of gravure. De aangebrachte tekst en/of gravure mag niet beledigend of kwetsend van aard zijn.

 

3. Het (laten) aanbrengen van de tekst en/of gravure en het herplaatsen van de afdekplaat geschiedt door of namens en voor rekening van de rechthebbende.

Artikel 9. Losse bloemen en planten

Op een graf, niet zijnde een urnengraf aangeduid met D, kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen eenjarige gewassen worden geplant.

Artikel 10. Winterharde gewassen

De winterharde gewassen die op de graven worden geplant mogen bij volle wasdom de voor het graf beschikbare oppervlakte en de maximale hoogte van het gedenkteken niet overschrijden of moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte en de hoogte kunnen worden gehouden. De beheerder van de begraafplaats is gerechtigd om winterharde gewassen terug te snoeien tot de maximaal toegestane afmetingen.

Artikel 11. Overgangsrecht

1. Vergunningen, die zijn verleend onder de werking van de Regels grafbedekkingen 2015,vastgesteld door het college d.d. 24 februari 2015 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van de Regels grafbedekkingen 2019, worden aangemerkt als vergunningen krachtens de Regels grafbedekkingen 2019.

 

2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Regels grafbedekkingen 2019 een aanvraag om vergunning op grond van de Regels grafbedekkingen 2015 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop de Regels grafbedekkingen 2019 toegepast.

Artikel 12. Slotbepalingen

1. Deze nadere regels vervangen de nadere regels, zoals gesteld in de Regels grafbedekkingen 2015 d.d. 24 februari 2015.

 

2. Deze nadere regels treden in werking de dag na bekendmaking.

 

3. Zij kunnen worden aangehaald als: Regels grafbedekkingen 2019.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 19 maart 2019,

De secretaris,

De voorzitter,