Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,
daartoe bevoegd op grond van:
- -
artikel 18, lid 1, sub d, van de Wegenverkeerswet 1994,
- -
het mandaatbesluit van burgemeester en wethouders waarbij die bevoegdheid is gemandateerd aan de directeur Stad en diens besluit tot het verlenen van ondermandaat,
manager van de afdeling Stadsbeheer,
gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is bepaald, alsmede op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet vervolgens op het gegeven dat de in dit besluit aan de orde komende wegen, straten of parkeervoorzieningen openbaar in de zin van de Wegenwet zijn en binnen de bebouwde kom van Zoetermeer als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 liggen;
BESLUIT:
a. in te trekken het besluit d.d. 13 maart 2018, kenmerk 0637211232, waarbij is besloten om:
- 1.
door plaatsing borden G7 en G8 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 het Buitenom vanaf de entree van perceel Buitenom 9 t/m 26 tot de Nederlandlaan tussen de bebouwing en het fietspad, hierna te noemen ‘betreffende weggedeelte’, aan te duiden als voetpad, een en ander conform bijlage;
- 2.
door plaatsing van een bord E7 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het aanbrengen van een gemarkeerd vak, hierna te noemen ‘betreffende vak’ ter hoogte van de entree van perceel Buitenom 9 t/m 26, het betreffende vak de status te geven van laad- en losvak voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, een en ander conform bijlage;
- 3.
bij sub 2 aan te tekenen en met een onderbord aan te geven dat met gebruikmaking van een parkeerschijf voor de laad-en lostijd een maximum tijdsduur geldt van 1 uur (1 h);
b. vast te leggen dat aan dit besluit de volgende overwegingen ten grondslag liggen:
de aanleiding en de verkeerskundige en juridische aspecten:
- -
de communicatie over het beschreven besluit d.d. 13 maart 2018, kenmerk 0637211232 (verder het beschreven verkeersbesluit genoemd), waaronder de openbare bekendmaking van dat besluit heeft geleid tot veel commotie onder de bewoners voor wie dat besluit gevolgen zou hebben gehad (verder de betreffende bewoners genoemd);
- -
naar aanleiding daarvan is verdergaand in gesprek gegaan met de betreffende bewoners;
- -
dat heeft geleid tot een overleg met vertegenwoordigers van de betreffende bewoners op 20 april 2018;
- -
tijdens dat overleg en het daarop volgend onderzoek is gebleken, dat effectuering van het beschreven besluit onvoorziene en onbedoelde nadelige gevolgen voor de betreffende bewoners zou hebben;
- -
voorts is inmiddels uit het naar aanleiding van het onderzoek dat naar aanleiding van het overleg op 20 april 2018 is ingesteld onderzoek gebleken, dat het gewenst en mogelijk is om voor de beoogde oplossing voor het vraagstuk een andere verkeersbesluit vast te stellen;
- -
dat andere verkeersbesluit wordt separaat vastgesteld;
- -
gezien het vorenstaande kan het beschreven verkeersbesluit worden ingetrokken;
- -
dat gebeurt met dit besluit;
de zorgvuldigheid:
- -
over dit onderwerp is, zoals vermeld, tijdens het overleg op 20 april 2018 uitvoerig met de betreffende bewoners gecommuniceerd;
- -
ook nadien is hierover met de betreffende bewoners gecommuniceerd;
- -
de betreffende bewoners hebben tijdens die communicatie hun visie kenbaar kunnen maken;
- -
uit die communicatie is gebleken, dat de betreffende bewoners zich geheel kunnen vinden in het besluit om het beschreven verkeersbesluit in te trekken;
- -
gelet daarop kan gevoeglijk worden gesteld, dat bij de besluitvorming ter zake de gewenste zorgvuldigheid zoals opgenomen in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht genoegzaam in acht is genomen;
de afweging van belangen:
- -
met de intrekking van het beschreven verkeersbesluit en het voornemen om met een separaat verkeersbesluit een betere oplossing voor de betreffende bewoners te verkrijgen is geheel tegemoet gekomen aan de belangen van de betreffende bewoners;
- -
er zijn dan ook geen aanwijzingen dat met dit besluit sprake is van een verkeersbesluit met onevenredig nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht.
Zoetermeer, 15 januari 2019.
Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,
de manager van de afdeling Stadsbeheer.
N.B.
Belanghebbenden die zich niet met dit besluit kunnen verenigen, kunnen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen zes weken na publicatie van dit besluit een gemotiveerd bezwaar indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (postbus 15, 2700 AA Zoetermeer). Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Hiertoe kan op grond van het bepaalde in artikel 8:81 Awb een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s Gravenhage (sector bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag). In dit geval is het wel vereist dat een bezwaarschrift tegen het besluit is ingediend en dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van die voorziening.