Gemeenteblad van Berkelland
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Berkelland | Gemeenteblad 2019, 101531 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Berkelland | Gemeenteblad 2019, 101531 | Verordeningen |
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Berkelland houdende regels omtrent bomen Bomenverordening 2019
De raad van de gemeente Berkelland;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 maart 2019;
gelet op artikel 108, eerste lid, jo. artikel 149 Gemeentewet en artikel 2.2, lid 1, sub g, en artikel 2.18 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming alsmede de artikelen 4 en 6 van het Europees Landschapsverdrag van de Raad van Europa;
overwegende dat de raad regels kan stellen ter bescherming van houtopstanden;
overwegende dat met het oog op de bescherming van biodiversiteit en landschappen - naast regels voor binnen de bebouwde kom - ook regels gesteld kunnen worden ten aanzien van houtopstanden in landelijk gebied;
In deze verordening wordt verstaan onder:
dunning: vellen dat geschiedt als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand. Geconcretiseerd houdt dit in: het kappen van bomen ter bevordering van de ontwikkeling van de bomen die blijven staan. Hierbij mogen de onderlinge kroonafstanden niet groter worden dan de ruimte die de bomen binnen 3 jaar weer kunnen dichtgroeien. Binnen de houtopstand mogen ook 1 of meer grotere ruimtes worden gekapt. Voorwaarde is dat het totaal hiervan niet meer bedraagt dan 10% van de oppervlakte van de gehele houtopstand. Bij dunning worden open plekken alleen geaccepteerd als het om bospercelen gaat die breder zijn dan 30 meter.
De onderlinge boomruimte mag hierbij niet groter zijn dan 1,5 keer de lengte van de overblijvende houtopstand (dus: 1,5 keer de hoogte van de houtopstand).De open ruimtes mogen niet direct aan de rand van het bos worden gemaakt. En de open ruimtes moeten worden gemaakt vanuit het oogpunt van bosbouwkundig beheer. Dat wil zeggen dat de handeling gericht moet zijn op natuurlijke verjonging en om meer structuur in het bos te krijgen. Er mogen geen handelingen worden verricht die deze natuurlijke processen tegengaan;
Artikel 3 Omgevingsvergunning voor het kappen van houtopstanden
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tevens niet voor:
uit populieren, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtig biomassa, indien zij tenminste eens per 10 jaar worden geoogst, bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter en zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Indien sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang kan de
burgemeester toestemming geven tot direct vellen. De aanvrager wordt er op gewezen de direct omwonenden hiervan, vóór het vellen, in kennis te stellen.
Artikel 7 Aanvullende bevoegdheden
Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstanden bevond, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt weggenomen.
Artikel 8 Bestrijding van iepeziekte
Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van de iepeziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
Artikelgewijze toelichting bij de Bomenverordening 2019
bebouwde kom. De Wet natuurbescherming is alleen van toepassing buiten de begrenzing van de ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’. De gemeenteraad stelt de begrenzing vast op grond van artikel 4.1, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming. Op grond van artikel 9.9, lid 1, van de Wet natuurbescherming gelden de raadsbesluiten op grond van de Boswet als kombesluiten op grond van de Wet natuurbescherming (overgangsrecht).
beeld- en sfeer bepalend. Er moet sprake zijn van een vanzelfsprekende relatie tussen de houtopstand en de omgeving. Dit type houtopstand is bepalend voor het straatbeeld. Voor de omwonenden is het een duidelijk vertrouwde omgeving waarin de opstand een oriëntatiepunt vormt, het gevoel van thuis. Verwijdering zal als een direct gemis in het stads- of dorpsbeeld worden ervaren.
bevoegd gezag. Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning (artikel 1.1 lid 1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wabo) Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de activiteit zal worden verricht. Het bevoegd gezag is integraal verantwoordelijk voor het te nemen besluit en is tevens belast met de bestuursrechtelijke handhaving. In het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt een aantal uitzonderingen op deze hoofdregel gemaakt.
bijzondere boom. Deze zijn te herkennen als één of meerdere afzonderlijk te beoordelen bomen welke als punt onderdeel uitmaken van een groter verband. Aan deze bomen is, door de relatie met hun standplaats, een bijzondere waarde toe te kennen. Hierbij moet gedacht worden aan, solitaire bomen, entreebeplanting en boomgroepen.
bijzondere groei- of snoeivorm. Hierbij moet worden gedacht aan houtopstanden waaraan extra zorg is besteed, bijvoorbeeld gekandelabeerde, geknotte en geleide bomen maar ook bomen met een spontaan afwijkende groeiwijze of hoogstam fruitbomen zijn hiertoe te rekenen. Dit soort bomen heeft door aangepast beheer een bepaalde functie kunnen vervullen welke verwijst naar de vroegere waarde. Deze bomen hebben tevens een actuele waarde.
boom. Afbakening van het begrip boom is van belang met het aangeven van de ondergrens van bescherming. De minimale diktemaat is de meest gangbare en meest heldere vorm van afbakening. De minimaal 10 cm doorsnede is gekozen, omdat deze maat ook vaker gebruikt wordt bij het bepalen van het al dan niet gemakkelijk verplaatsbaar zijn van bomen. De minimumgrootte geldt niet voor aanplant in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht.
boomwaarde. Dit is een financiële benadering van de waarde van een boom. Grondslag hiervoor zijn de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) voor de monetaire boomwaarde. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend.
cultuurhistorisch waardevol. Dit heeft te maken met de geschiedenis van de plek waar de boom staat. Er is vaak een relatie te leggen tussen bomen en hun standplaats. Voorbeelden hiervan zijn bomen op een marktplein, knotlinden bij een boerderij of bomen in een stadspark. Als de boom verdwijnt of de omgeving veranderd kan de plek veel van zijn cultuurhistorische waarde verliezen. Als alle bomen met een cultuurhistorische achtergrond uit de openbare ruimte verdwijnen, wat blijft er dan nog over. Cultuurhistorie wordt vaak als belangrijk ervaren en hieraan ontleend ons plangebied veel van haar identiteit.
dunning. Er is aangesloten bij de definitie uit artikel 1.1 lid 1, van de Wet natuurbescherming aangevuld met een concretisering. Dunnen is het om beheerstechnische redenen verwijderen van bomen, teneinde de resterende bomen meer groeiruimte te geven het is daarbij niet van belang of de te “dunnen” boom wordt afgezaagd of gerooid. De begripsomschrijving is flink uitgebreid ten opzichte van de ‘oude’ Bomenverordening 2009. Dit omdat ‘dunning’ in de praktijk vaak wordt gebruikt om een kaalslag door te voeren. Door middel van deze uitgebreide omschrijving wordt beoogd meer duidelijkheid te geven wat wel en wat niet onder ‘dunning’ wordt verstaan.
erf. Definitie is deels overgenomen uit de begripsbepaling van ‘erf’ in de Standaardvoorschriften Bestemmingsplan. Ruimten rondom separaat gesitueerde schuurtjes, stallen e.d. worden niet aangemerkt als erf. Ook bomen die – al dan niet solitair – aan de rand van een perceel staan worden niet tot het erf gerekend als de ondergrond feitelijk niet wordt gebruikt als erf ten dienste van het op dat erf staande gebouw. Een boom of bomen die aan de rand van een perceel staan en onderdeel zijn van een lijnvormig landschapselement worden ook niet tot het erf gerekend. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor groepen van vijf of meer bomen die op een perceel staan en het perceel tussen de bomen feitelijk niet is ingericht als erf. Met deze uitzonderingen wordt voorkomen dat belangrijke randbeplanting en landschapselementen vergunningvrij gekapt mogen worden.
groepen. Uit inventarisatie van de in 2004 behandelde kapaanvragen is gebleken dat er binnen de gemeente Berkelland vijf verschillende groepen houtopstanden zijn te onderscheiden, namelijk:
bomen op erven en in tuinen buiten de bebouwde kom: hiertoe worden alle houtopstanden gerekend die, buiten de bebouwde kom Wet natuurbeschermingt, op erven en tuinen behorend bij gebouwen staan. Discussiepunt hierbij kan zijn waar een erf- of tuinbeplanting stopt en het landschap begint. Hiervoor is als uitgangspunt genomen dat een erf- of tuinbeplanting in het veld ook als zodanig is aan te merken of te herkennen;
houtopstanden welke meldingsplichtig zijn op grond van de Wet natuurbescherming hiertoe worden die houtopstanden gerekend die een onderdeel zijn van een grotere houtopstand met een oppervlakte van meer van 10 are (1000 m²) of onderdeel zijn van een rijbeplanting van meer dan 20 bomen gerekend over het totale aantal rijen (buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming);
hakhout. Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stoof kunnen uitlopen. Opnieuw uitlopende boomstronken kunnen door hun aard of omvang evenzeer bescherming behoeven. De volgende intervallen worden hiervoor gebruikt: Voor eiken, essen en iepen; 10 tot 20 jaar. Zwarte els, wilg en berk; 5 tot 15 jaar. Knotbomen terug zetten op de knot: 1 maal 5 tot 10 jaar. Bij het afzetten wordt de doorsnede van de stam als laagste afzethoogte aangehouden.
vellen. Elke wijze van het ten gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien. Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20% van het kroonvolume of het wortelgestel, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen.
Artikel 2. Lijst bijzondere bomen en –groene structuren in Berkelland.
Op de lijst bijzondere bomen en –groene structuren staan de bomen en houtopstanden die dusdanig waardevol zijn dat deze moeten worden behouden. Op basis van de selectiecriteria beschreven in het “Bomenbeleidsplan. ‘Bijzondere’ bomen in Berkelland” wordt bepaald of een boom of houtopstand bijzonder is.
De ’bijzondere’ bomenlijst wordt door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Na vaststelling worden gewijzigde lijsten bekendgemaakt middels publicatie in “BerkelBericht” en plaatsing op de gemeentelijke website. De eigenaren van een ‘bijzondere’ boom krijgt hiervan een beschikking.
De ‘bijzondere’ bomenlijsten zijn daarom dynamische lijsten. Er kunnen in principe altijd houtopstanden aan worden toegevoegd of van af worden gehaald.
Artikel 3 Omgevingsvergunning voor het kappen van houtopstanden.
In deze bepaling is de essentie van de Bomenverordening 2019 opgenomen: het verbod om zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te (doen) vellen of te (laten) rooien. Dit verbod beperkt zich tot dein het eerste lid genoemde categorieën.
In artikel 2:18 van de Wabo is bepaald dat de vergunning alleen kan worden verleend of geweigerd op de gronden vermeld in deze verordening. De weigeringsgronden staan in het tweede lid van artikel 3 van de Bomenverordening 2019.
Het bevoegd gezag kunnen om verschillende redenen een omgevingsvergunning weigeren.
De in het tweede lid genoemde weigeringsgronden zijn in feite maatschappelijke waarden die aan bomen worden toegekend. Om deze meetbaar te maken, wordt gewerkt met selectiecriteria en meetbare waarden zoals opgenomen en uitgewerkt in het “Bomenbeleidsplan ‘bijzondere’ bomen in Berkelland”. Deze meetbare waarden zijn:
6.1 Plaats in de ruimtelijke structuur;
6.2 Boomvorm in relatie tot leeftijd en omvang;
6.8 Bijzondere groei- of snoeivorm.
Deze nummers corresponderen met de nummers van het Beoordelingsformulier kapaanvraag gemeente Berkelland.
Deze waarderingscriteria kunnen direct gekoppeld worden aan de onderscheiden weigeringsgronden:
natuurwaarden: In feite is elke boom, zij het in meer en mindere mate, natuurlijk/ecologisch interessant. Een boom is natuurlijk/ecologisch waardevol als deze wat extra’s toevoegt in het ecosysteem of een essentieel onderdeel vormt van een bepaalde biotoop. Als een dergelijke boom wegvalt zijn er direct gevolgen voor de omgeving. Voorbeelden zijn o.a. nestelplaats voor (zeldzame) dieren, slaapplaats voor vleermuizen, symbiose met andere flora, etc. De waarde hiervan wordt mede bepaald door de mate waarin de successie van het ecosysteem zich bevindt.
De voornaamste schade betreft in hoofdlijnen het verlies van oppervlak natuur, de aantasting van kwaliteit ervan en verlies of aantasting van biotopen van aandachtsoorten.
Flora en fauna worden verder beschermd in onder meer de Wet natuurbescherming en de Natuurschoonwet en zijn naast deze verordening onverminderd van kracht.
milieuwaarden: een boom met milieuwaarde zal bij het kappen effecten hebben op het milieu. Een voorbeeld: bij het verdwijnen van enkele bomen in een straat verdwijnt er een gedeelte van een filter. Uit jurisprudentie blijkt dat bomen een zuiverende werking hebben. Hierbij wordt niet eens zozeer de zuurstof voorziening bedoeld maar het daadwerkelijk filteren van de lucht. Het is aangetoond dat bomen stofdeeltjes uit de lucht halen. Deze slaan op bomen neer.
Met milieuwaarde wordt daarnaast bedoeld de effecten die de boom heeft op de natuurlijke omstandigheden eromheen zoals bodem, water en lucht. Geluidshinder en verdroging worden ook gezien als aantasting van de milieuwaarde/-kwaliteit.
landschappelijke waarden: Bomen hebben een belangrijke landschappelijke betekenis. Ze geven vaak letterlijk een extra dimensie aan het landschap. Hierbij valt te denken aan solitaire bomen, bomen in struwelen, bossen en houtwallen, etc. Deze uiterlijke dimensies zijn echter aan het achteruitgaan. Het landschap verarmt. Het wordt eenvoudiger en het eigen karakter en herkenbaarheid vervagen. Verschillende typerende landschapselementen zoals heggen en houtwallen verdwijnen. Van grote invloed hierop is de toenemende intensivering en schaalvergroting van het grondgebruik. Het tempo waarin de achteruitgang van de natuur en het landschap plaatsvindt en dus ook het verdwijnen van de bomen, moet middels deze weigeringsgrond minder sterk afnemen. Voor een omschrijving van de diverse landschapstypen kan het “Bomenbeleidsplan. ‘Bijzondere’ bomen in Berkelland” op na worden geslagen.
cultuurhistorische waarde: cultuurhistorische waarden zijn apart opgenomen, omdat een kleine of reguliere boom op een bepaalde plaats het behouden waard kan zijn vanwege de historische betekenis. De waarde kan voortvloeien uit de functie die het heeft in het landschap, de omstandigheden waarin een element is aangeplant zolang het maar door menselijke activiteiten is ontstaan. Een boom is cultuurhistorisch waardevol als deze een rol van betekenis speelt in de geschiedenis van zijn omgeving. Te denken valt hier aan bomen die herinneringen aan gebeurtenissen, of bomen die een bepaald punt, markeren.
waarden van stads- en dorpsschoon: deze weigeringsgrond heeft betrekking op de boom die als element onderdeel uitmaakt van de (architectonische) hoofd- of nevenstructuur in het groen. Hierbij moet worden bepaald of de boom te vervangen is. Kan een ander exemplaar op deze plaats of in zijn directe omgeving de functie overnemen, of vervalt bij het weghalen van de boom ook de groeiplaats voor een nieuwe boom. De (letterlijke) schoonheid van een boom of de esthetische waarde wordt bepaald door de criteria vorm, omvang en standplaats. Omdat dit een kwestie van smaak is, zal hier een zorgvuldig oordeel over gegeven moeten worden. In vergelijking met andere bomen zal deze boom meer dan gemiddeld moeten scoren om het predicaat waardevol te krijgen.
Het vierde lid is opgenomen in verband met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2017:2197) waarin een bomenverordening onverbindend werd verklaard vanwege het frustreren van het verwijderingsrecht op grond van artikel 5:42 BW. De uitzondering is opgenomen indien het evident is dat een aanvrager moet voldoen aan een verplichting tot het verwijderen van een boom of bomen binnen de zone ex artikel 5:42 BW (beplanting bij grenslijn).
In het zesde en zevende lid is een aantal uitzonderingen op de vergunningsplicht opgenomen. De uitzonderingen vloeien o.a. voort uit artikel 4.1, van de Wet natuurbescherming. Een gemeentelijke vergunningplicht voor de genoemde categorieën houtopstanden is niet verboden, maar uit het oogpunt van voorkoming van extra regeldruk, kosten en proceduretijd is er voor gekozen om aan te sluiten bij de Wet natuurbescherming, uitgezonderd de bomen op erven of in tuinen, fruitbomen en windschermen om boomgaarden.
De uitzondering voor fruitbomen en windschermen om boomgaarden is niet opgenomen omdat ook fruitbomen windschermen om boomgaarden landschappelijke waarde hebben en er in Berkelland geen commerciële fruittelers zijn.
De verwijzing In het zevende lid onder a naar de Plantenziektewet is zinvol voor de handhaving van het Besluit bestrijding bacterievuur en eventuele toekomstige plantenziekten.
Het verbod om te kappen geldt niet voor een houtopstand die als hakhout geveld wordt. Dit moet dan wel een beheersmaatregel (periodiek onderhoud) zijn. Dat zelfde geldt voor het uitvoeren van dunning voor zover het houtopstanden betreft waarop ook de Wet natuurbescherming van toepassing is. Helaas wordt hier In de praktijk nogal eens ruim mee om gegaan. Bomen die nooit zijn gekapt worden nogal eens bestempeld als hakhout en dunningen worden uitgevoerd die feitelijk niet als dunning zijn aan te merken.
Het verbod om te kappen geldt niet voor houtopstand die geknot of gekandelaberd worden. Dit moet dan wel een beheersmaatregel (periodiek onderhoud) zijn.
Indien sprake is van een spoedeisend belang (bijvoorbeeld: een boom dreigt elk moment om te vallen) kan de burgemeester onmiddellijk toestemming (vergunning) tot vellen geven. Van deze vergunning kan onmiddellijk gebruik gemaakt worden.
Gevaren die vrij simpel zijn weg te nemen moeten geen aanleiding zijn voor een noodkap. Gedacht kan worden aan uitgescheurde of los hangende takken.
Hoewel in dergelijk situaties meteen gehandeld moet kunnen worden, wordt de aanvrager er wél op gewezen de direct omwonenden hiervan – voor het vellen – in kennis te stellen.
Artikel 5 Vervaltermijn vergunningen
Dit artikel is nodig om misbruik van oude omgevingsvergunningen tegen te gaan. Bomen groeien immers verder.
Indien een vergunning na één jaar in het geheel niet gebruikt is, dan vervalt de vergunning. In het geval de vergunning na één jaar slechts ten dele is gebruikt, betekent dit artikel dat na de gestelde termijn van één jaar voor de resterende bomen een nieuwe kapaanvraag moet worden ingediend.
Artikel 6 Vergunningsvoorschriften herplantplicht -/instandhoudingsplicht
Artikel 2.22, vierde lid, van de Wabo geeft de mogelijkheid bij een verordening als bedoeld in artikel 2.2 voor de betrokken categorieën activiteiten regels te stellen met betrekking tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
Het bevoegd gezag kan in het geval dat een omgevingsvergunning wordt verleend een herplantplicht opleggen. Dat zal in de regel gebeuren, indien de te vellen houtopstand waardevol is op grond van een gemeentelijk bestemmingsplan, het Bomenbeleidsplan of een groen- of landschapsplan.
Behalve een termijn kan het bevoegd gezag aanwijzingen geven met betrekking tot de herplantplicht. Denkbaar is dat een andere boomsoort wordt voorgeschreven. Bij vervanging van een grote boom kan worden gedacht aan herplanting van een boom van vergelijkbare grootte of aanplant van meer dan één boom.
Bij het opleggen van een herplantplicht wordt tevens vermeld dat gemeld moet worden dat de herplant is uitgevoerd.
Artikel 7 Aanvullende bevoegdheden
Als een houtopstand, voor het vellen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, zonder vergunning is geveld, dan wel op andere wijze is teniet gegaan, kan het bevoegd gezag een herplantplicht opleggen.
In het eerste lid van artikel 7 is toegevoegd “dan wel op andere wijze is teniet gegaan”. Het bevoegd gezag kan dus ook een verplichting tot herplant opleggen, als een houtopstand teniet gegaan is door bijvoorbeeld verwaarlozing of door een calamiteit (overstroming, ziekte e.d.).
Het derde lid van dit artikel betreft houtopstand die nog wel in leven is, maar waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het binnen afzienbare tijd teniet zal gaan. Het bevoegd gezag zou in dat geval kunnen wachten totdat de houtopstand geheel is teniet gegaan om dan vervolgens op grond van het eerste lid van artikel 6 een herplantplicht op te leggen.
Het kan echter voorkomen dat de strekking van dit artikel beter gediend is met het behoud van bestaande bomen dan met vervanging daarvan. Met name valt daarbij te denken aan grote bomen.
Artikel 8 Bestrijding van de iepeziekte
Optreden is dringend gewenst om de iepen in ons land te behouden.
Het onderscheid tussen toezicht en opsporing is van belang, aangezien er een onderscheid bestaat, zowel naar inhoud als naar de voorwaarden waaronder zij op grond van de wet kunnen worden uitgeoefend. Het kenmerkende onderscheid tussen beide is dat bij toezicht op de naleving geen sprake hoeft te zijn van enig vermoeden van overtreding van een wettelijk voorschrift en bij opsporing wel. Ook zonder dat vermoeden heeft het bestuur de taak na te gaan of bijvoorbeeld de voorschriften van een vergunning in acht worden genomen. Indien mocht blijken dat in strijd met het voorschrift wordt gehandeld, hoeft dit ook niet automatisch te leiden tot een strafrechtelijke vervolging. Het hanteren van bestuursrechtelijke middelen zoals het intrekken van de vergunning of het toepassen van bestuursdwang vormen in veel gevallen een meer passende reactie.
De voornaamste verschillen tussen toezicht en opsporing zijn de volgende:
Artikel 10 Overgangsbepalingen
De Omgevingsverordening bijzondere bomen en – groene structuren 2010 is ingetrokken. Ten aanzien van onder de werking van deze verordening ingediende aanvragen om vergunning geldt er een eerbiedigende werking. Het bestaande beleid/bomenlijst blijft ook onder de nieuwe verordening van kracht.
Aanvragen om een omgevingsvergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de Bomenverordening 2019worden afgedaan volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-101531.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.