Gemeenteblad van Laren

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LarenGemeenteblad 2018, 76455Verordeningen



Financiële verordening BEL Combinatie

 

 

Het Algemeen Bestuur van de Werkorganisatie BEL-Gemeenten,

overwegende dat een gemeenschappelijke regeling is aangegaan: de Gemeenschappelijke Regeling Blaricum Eemnes Laren, waarbij een openbaar lichaam is ingesteld, genaamd Werkorganisatie BEL-Gemeenten;

overwegende dat voor genoemd openbaar lichaam regels voor het financiële beleid, het financiële beheer en de financiële organisatie dienen te worden vastgesteld;

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en artikel 23, tweede lid, van de Gemeenschappelijke Regeling Blaricum Eemnes Laren,

b e s l u i t:

vast te stellen de Financiële verordening BEL Combinatie 2016.

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.BEL Combinatie:

de Werkorganisatie BEL-Gemeenten, zoals bedoeld in artikel 2 van de Gemeenschappelijke Regeling Blaricum Eemnes Laren, welke thans wordt genoemd de BEL Combinatie;

a.afdeling:

iedere organisatorische eenheid binnen de BEL Combinatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan de directie.

a.administratie:

het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de BEL Combinatie en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

a.Het Algemeen Bestuur:

het Algemeen Bestuur als bedoeld in artikel 8 van de Gemeenschappelijke Regeling Blaricum Eemnes Laren.

a.Het Dagelijks Bestuur:

het Dagelijks Bestuur als bedoeld in artikel 12 van de Gemeenschappelijke Regeling Blaricum Eemnes Laren.

TITEL 1: begroting en verantwoording

Artikel 2. Inrichting begroting

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar vóór 15 april een meerjarenbegroting en een ontwerp-begroting van inkomsten en uitgaven voor het komend dienstjaar op, voorzien van de nodige toelichting en specificaties. De ontwerpbegroting bevat in ieder geval:

    • a.

      een overzicht van de met de gemeenten afgesloten overeenkomsten tot het leveren van producten en diensten;

    • b.

      een overzicht van de te leveren goederen en diensten.

  • 1.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.

  • 2.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen.

  • 3.

    In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de

geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.

Artikel 3. Kaders begroting

Het Algemeen Bestuur stelt uiterlijk in februari de financiële kaders vast voor het daaropvolgende begrotingsjaar

Artikel 4. Uitvoering begroting

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur waarborgt dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de lasten en baten door middel van kostentoerekening eenduidig zijn toegewezen aan de producten die met de gemeenten zijn overeengekomen.

  • 2.

    Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het Dagelijks Bestuur vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan het Algemeen Bestuur voor.

Artikel 5. Tussentijdse rapportage

1.Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur door middel van tussentijdse

rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeenschappelijke regeling.

1.De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:

  • a.

    het aantal te leveren producten en diensten plus de financiële gevolgen hiervan;

  • b.

    het resultaat voor bestemming.

Artikel 6. De Jaarrekening

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur maakt elk jaar vóór 1 april de jaarrekening van het voorafgaande jaar op. De jaarrekening bevat in ieder geval:

    • a.

      een overzicht van de baten en lasten, inclusief de balans van het voorafgaande jaar;

    • b.

      een verslag van de bedrijfsvoering, waarin speciale aandacht voor de doelmatigheid en de doeltreffendheid, de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven en de bedrijfsvoering.;

    • c.

      een vermelding van de geleverde diensten.

  • 1.

    In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.

TITEL 2: financieel beleid

Artikel 7. Waardering en afschrijving vaste activa

  • 1.

    Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

  • 2.

    Geactiveerde immateriële vaste activa worden, voor zover niet aan het actief toe te rekenen, lineair in vijf jaar afgeschreven.

  • 3.

    De materiële vaste activa worden afgeschreven volgend de methodiek en termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.

  • 4.

    De activa worden gewaardeerd tegen de verkrijging- of de vervaardiging-prijs minus de afschrijvingen.

  • 5.

    De afschrijving van activa start bij de ingebruikname van het desbetreffende goed, waarbij als uitgangspunt 1 januari van het jaar na ingebruikname wordt genomen.

  • 6.

    De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari.

  • 7.

    De termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening zijn richtinggevend / indicatief. Op deze termijnen kan, voorzien van een degelijke onderbouwing, bij besluit van het Dagelijks bestuur worden afgeweken.

  • 8.

    Bij de vaste activa BEL Kantoor en Gemeentewerf worden restwaarden van 20% van de WOZ waarde per peiljaar 2014 gehanteerd.

Artikel 8. Kostprijsberekening

Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd.

Artikel 9. Financieringsfunctie

Het Dagelijks Bestuur handelt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie volgens de bepalingen van het Treasurystatuut.

TITEL 3: paragrafen

Artikel 10. Weerstandsvermogen en risicomanagement

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het Dagelijks Bestuur de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Artikel 11. Financiering

In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het Dagelijuks Bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

  • a.

    De financiele risico’s;

  • b.

    financiele ontwikkelingen en rentevisie voor de komende 4 jaar.

Artikel 12. Bedrijfsvoering

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het Dagelijks Bestuur in de paragraaf bedrijfsvoering naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

  • a.

    De personele bezetting en inhuur externen;

  • b.

    informatievoorziening en automatisering;

  • c.

    huisvesting;

  • d.

    kwaliteit van processen.

TITEL 4: financieel organisatie en administratie

Artikel 13. Administratie

1.De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is voor:

  • a.

    het sturen en het beheersen van activiteiten en processen;

  • b.

    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten etc.;

  • c.

    het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en

investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

    • a.

      het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de productie van goederen en diensten;

    • a.

      het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;

    • b.

      de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

    • 1.

      Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

Artikel 14. Financiële organisatie

1.Het Dagelijks Bestuur zorgt voor en legt vast:

  • a.

    een eenduidige indeling van de werkorganisatie en een eenduidig toewijzing van taken aan de afdelingen;

  • a.

    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;

  • b.

    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • c.

    de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

  • d.

    de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen, conform de afdelingsplannen;

  • e.

    Het beleid en de interne regels voor de inkoop en aanbesteding van goederen, werken en diensten;

  • f.

    Het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen.

Artikel 15. Interne controle

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel en verbetering.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente. Bij afwijkingen in de registratie neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

TITEL 6: slotbepalingen

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2017 met dien verstande dat deze tevens van toepassing is op de jaarstukken 2016.

Artikel 17. Citeertitel

Deze verordening wordt aangeduid als de “Financiële verordening BEL Combinatie 2016”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Werkorganisatie BEL-Gemeenten op 11 april 2017.

de secretaris, de voorzitter,

Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 7

Afschrijvingsbeleid materiele vaste activa

Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd. Het activeren en afschrijven van vastgoed vindt plaats op basis van de componentenbenadering.

De volgende materiële vaste activa worden afgeschreven op basis van annuïteiten in maximaal::

  • a.

    50 jaar: Kantoor BEL Combinatie;

  • a.

    40 jaar: kantoren en bedrijfsgebouwen;

  • b.

    25 jaar: renovatie kantoren en bedrijfsgebouwen;

  • c.

    15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; sneeuwploegen; aanhangwagens; trekkers.

  • d.

    10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen en kantoren;

  • e.

    10 jaar: zware transportmiddelen\voertuigen; opzetstrooiers;

  • f.

    8 jaar: lichtere transportmiddelen\voertuigen;

  • g.

    7 jaar: veegmachines.

  • h.

    6 jaar: grasmaaiers.

  • i.

    5 jaar: motorvaartuigen, personenauto’s; automatisering; software; schuiten

  • j.

    Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.