Handhavingsplan Werk en Inkomen 2018 - 2019 - Uitvoeringsplan voor handhavingsactiviteiten in de gemeenten Bedum, De Marne, Winsum en Eemsmond

1. Inleiding  

Voor u ligt het Handhavingsplan Werk en Inkomen 2018 - 2019. De gemeenten Bedum, De Marne, Winsum en Eemsmond zien de Participatiewet, IOAW en IOAZ als sociaal vangnet dat toegankelijk is voor iedereen. Om maatschappelijk draagvlak voor het sociaal vangnet te houden, is het noodzakelijk dat misbruik wordt voorkomen, uitkeringen rechtmatig worden uitgekeerd en misbruik wordt bestraft indien dit toch voorkomt. Om aan te geven hoe de BMWE gemeenten hier uitvoering aan geven is het Handhavingsplan Werk en Inkomen 2018 - 2019 opgesteld. Hierin staat op basis van welke visie de BMWE gemeenten handhaven en welke specifieke acties er in de komende twee jaar worden uitgezet.

 

In het sociaal domein wordt steeds meer samengewerkt tussen de terreinen participatie, wmo en jeugd. De ontwikkeling van integrale teams is hier een aansprekend voorbeeld van. Er is daarom de ambitie om een handhavingsplan op te stellen dat dienst doet voor het gehele sociaal domein. Participatie heeft echter een lange traditie als het gaat om handhaven. Om deze reden, en omdat het een verplichting is vanuit de huidige Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ is er voor gekozen om voor 2018 en 2019 eerst een handhavingsplan participatie op te stellen. Het idee is dat dit plan als vertrekpunt kan dienen voor het ontwikkelen van een handhavingsplan sociaal domein.

 

Het Handhavingsplan Werk en Inkomen 2018 - 2019 sluit aan bij de wijze van handhaving uit de voorgaande jaren. Ook dit jaar blijven we ons baseren op de vier pijlers van het principe Hoogwaardig handhaven. Hoogwaardig handhaven is het vinden van balans tussen preventieve en repressieve activiteiten. De preventieve activiteiten bestaan uit vroegtijdig informeren en het optimaliseren van dienstverlening en de repressieve activiteiten zijn controleren op maat en lik op stuk beleid.

In het volgende hoofdstuk wordt een terugblik gegeven op het Handhavingsplan 2016 - 2017. Omdat het plan aansluit op het handhavingsplan van vorig jaar, zijn de kaders en uitgangspunten (hoofdstuk 3) en de uitwerking van de vier visie-elementen (hoofdstuk 4) grotendeels hetzelfde gebleven. De concrete acties (hoofdstuk 5) en themacontroles (hoofdstuk 6) sluiten aan op wat er vorig jaar is gebeurd en zijn geactualiseerd voor 2018 en 2019.

  

2. Terugblik Handhavingsplan 2016 - 2017

 

Algemeen

In 2017 hebben we bijna het gehele jaar te maken gehad met uitval door ziekte van één van de handhavers. Hierdoor zijn sommige van de geplande activiteiten uit het jaarprogramma Handhaving slechts gedeeltelijk uitgevoerd. Er zijn weliswaar vervangende handhavers van SRNOG ingezet, alleen dienden er prioriteiten te worden gesteld aan het uitvoeren van de activiteiten.

Hieronder wordt er kort op de activiteiten van het vorige handhavingsplan teruggeblikt. Het is een beschrijvende terugblik, waarbij geen exacte resultaten en aantallen zijn vermeld. De cijfers en aantallen zullen worden vermeld in het jaarverslag 2017 van de SRNOG en in de managementrapportage van Sozawe.

 

 ► Actie Vroegtijdig informeren: Voorlichtingsfilm "In de bijstand. En nu?"

Twee keer in de week geven we klanten een collectieve voorlichting, waarin onder meer aandacht wordt geschonken aan de rechten en plichten van de klant. De voorlichting wordt door de klanten over het algemeen als zeer zinvol ervaren. In 2017 was het idee om de mondelinge voorlichting te vervangen door een film. Gedurende het jaar is hier van af gezien. In plaats daarvan is de presentatie die wordt gegeven vorig jaar geactualiseerd. In 2018 willen we overigens wel filmpjes ontwikkelen, maar dan ter ondersteuning van de presentatie i.p.v. ter vervanging. Zie ook de acties in 2018-2019 in hoofdstuk 5.

 

► Actie Vroegtijdig informeren: Publiceren van handhavingsresultaten De resultaten van handhaving zijn nog niet gepubliceerd. Publicatie zal plaatsvinden door beleid in samenwerking met communicatie. Hiervoor kan het jaarverslag SRNOG 2017 en de resultaten/aantallen van de handhavers worden gebruikt.

 

► Actie Optimaliseren dienstverlening: Voorlichtingscampagne "Weet hoe het zit" De landelijke campagne "Weet hoe het zit" van het ministerie van SZW is beëindigd. Dit voorlichtingsmateriaal is in het verleden ook in ons eigen voorlichtingsmateriaal gebruikt. Nu dat niet meer kan, hebben we in 2017 ons eigen voorlichtingsmateriaal geactualiseerd. Dit materiaal wordt aan elke nieuwe klant verstrekt tijdens de intake.

 

► Actie Optimaliseren dienstverlening: Training Gebruik internet en sociale media

Het was het voornemen om consulenten en handhavers te scholen in het gebruik van sociale media bij handhaving. Door drukke werkzaamheden is er voor gekozen om de training fraudealertheid (zie hieronder) voorrang te geven in 2017. Het onderdeel gebruik internet en sociale media wordt meegenomen bij de trainingsactiviteiten voor 2018-2019.

 

► Actie Optimaliseren dienstverlening: Aanstellen Toezichthouders voor BMWE

De gemeenten Bedum, Winsum, De Marne en Eemsmond hebben in 2016 besloten de gemeentelijke handhavers aan te stellen als toezichthouders.

 

► Actie Controle op maat: Training Fraudealertheid bij klantcontacten

In het afgelopen jaar is er een training Toezicht, Handhaving en Naleving geweest voor alle werkcoaches en inkomensconsulenten. Een belangrijke conclusie van de training was dat het kennisniveau van medewerkers verschillend was en dat het consequent werken volgens afgesproken werkprocessen niet altijd gebeurt. Het resultaat hiervan is dat niet iedere medewerker op een uniforme manier werkt aan het toezicht op, de handhaving van, en de naleving van de regels. Om het stoplichtenmodel (de samenwerking tussen consulent, handhaver en sociaal rechercheur) goed te kunnen uitvoeren is dit een belangrijke voorwaarde. Op basis van deze observaties zijn er voor 2018 en 2019 vervolgacties uitgezet, die in hoofdstuk 5 te lezen zijn.

 

In september 2017 is er daarnaast een handhavingsoverleg geweest waarbij de consulenten, werkcoaches, handhavers en teamleiders aanwezig waren. De bijeenkomst werd geleid door het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de VNG. Het doel van het overleg was het fraudebewustzijn aan te scherpen. Op deze middag is met elkaar over handhaving in het algemeen gediscussieerd, ons gemeentelijk beleid en er zijn diverse casussen vanuit de praktijk de revue gepasseerd. In 2018 wordt aan deze discussiemiddag een vervolg gegeven.

 

Naast deze trainingen stond het onderwerp handhaving als vast onderdeel op de agenda van de reguliere werkoverleggen van de consulenten.

 

► Actie Controle op maat: Heronderzoek klanten

In 2017 zijn we begonnen met het oproepen van klanten die al langere tijd niet zijn gesproken. In het gesprek wordt zowel de rechtmatigheid als de doelmatigheid aan de orde gesteld. Tot dusver zijn er op het gebied van de rechtmatigheid niet veel onjuistheden naar voren gekomen. Dit beperkt zich tot voornamelijk tot een (vergeten) bankrekening die door betrokkene niet is opgegeven.

Wel kwam regelmatig naar voren dat mensen mogelijkheden binnen de minimaregelingen ongebruikt lieten liggen. Op deze mogelijkheden zijn mensen alsnog gewezen.

 

► Actie: Deelname overleggen

Dit is een actie die niet als zodanig was opgenomen in het vorige plan, maar er zijn wel interessante ontwikkelingen uit voort gekomen. Voor de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit is er in 2017 een Landelijke Stuurgroep Interventieteams opgestart, verdeeld over negen Regionale Platforms Fraudebestrijding (RPF). Hierin werken gemeenten, ministeries, politie en justitie, UWV en SVB samen. Binnen het RPF Noord worden afspraken gemaakt voor fraudebestrijdingsprojecten van de georganiseerde criminaliteit in grotere geografische gebieden, zoals bestrijding van mensenhandel, drugshandel, adresfraude, milieucriminaliteit, deelname aan motorclubs, etc.

 

Het RPF verkeert momenteel in een opstartfase. Handhaving Werkplein Ability is eind 2017 aangesloten bij dit overleg, wat zal leiden tot verdere afspraken in 2018. .

 

3. Kaders en uitgangspunten

 

3.1. Begripsomschrijving

In dit Handhavingsplan Werk en Inkomen 2018 – 2019 (hierna: Handhavingsplan) worden begrippen gebruikt zoals die bedoeld worden in de wet of verordening. Daarnaast worden begrippen genoemd die een nadere omschrijving vragen. Dit zijn:

  • 1.

    Handhaving:

  • 2.

    Fraude:

  • 3.

    Oneigenlijk gebruik:

  • 4.

    Inlichtingenplicht:

  • 5.

    Aangiftegrens:

  • 6.

    Benadelingsbedrag

 

3.2. Wettelijk kader

Het wettelijk kader wordt gevormd door de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna: IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna: IOAZ). In artikel 8b van de Participatiewet en artikel 35 sub b van de IOAW en IOAZ staat beschreven dat de gemeenteraad kaders stelt ten aanzien van handhaving.

 

Fraudewet

Sinds 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (hierna: Fraudewet) van kracht. Deze wet regelt dat fraude met uitkeringen op het gebied van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zwaarder bestraft wordt en geeft gemeenten hierin bevoegdheden en verplichtingen. Het doel van deze wet is dat fraude niet mag lonen en teveel ontvangen bijstand wordt teruggevorderd. Op 1 januari 2017 is de aangepaste Fraudewet in werking getreden, waarin uitspraken van de Centrale Raad van Beroep een wettelijke basis hebben gekregen. Hierdoor wordt er bij het opleggen van een boete onder meer gekeken naar de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de draagkracht van betrokkenen en de omstandigheden per geval.

 

Aanwijzing sociale zekerheidsfraude

Naar aanleiding van de Fraudewet en het SZW-handhavingsprogramma heeft het Openbaar Ministerie een aangepaste aanwijzing sociale zekerheidsfraude gepubliceerd. Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) bepaalt het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en ziet erop toe dat er bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde sprake is van samenhang, consistentie en kwaliteit. De aanwijzing sociale zekerheidsfraude betreft het opsporings- en vervolgingsbeleid met betrekking tot fraude met uitkeringen. In 2016 is de aangiftegrens door het OM verhoogd en vastgesteld op € 50.000,-. Met deze wijziging vinden minder fraudeonderzoeken plaats waar strafrechtelijke vervolging wordt ingezet en is er een verschuiving naar bestuursrechtelijke afdoening. Er zijn in de aanwijzing van het OM uitzonderingen benoemd.

 

Verbetering informatiepositie gemeenten

Als gemeenten beschikken over betere informatie zijn zij beter in staat om fraude te ontdekken. Het

Ministerie wil de mogelijkheden op dit gebied vergroten. Het gaat dan om internationale informatie-uitwisseling, informatie-uitwisseling in het kader van de wet SUWI, bestandskoppelingen, risicoprofielen en internetonderzoek. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft in november 2014 een “Protocol Internetonderzoek door gemeenten” opgesteld en gepubliceerd. Het protocol beschrijft een werkwijze die houvast biedt om naspeuring te doen op internet in het kader van de controle op de naleving van wettelijke regels door uitkeringsgerechtigden.

 

Mogelijkheden huisbezoek

Als de gemeente twijfelt aan de woonsituatie van een klant, dan moet de gemeente die twijfels eerst proberen weg te nemen door administratief onderzoek of een gesprek met de klant. Als de twijfels daarna blijven bestaan kan de gemeente een huisbezoek verrichten. De Wet Huisbezoeken geeft gemeenten handhavingsmogelijkheden als de klant weigert aan huisbezoeken mee te werken. Zo kan het weigeren van een huisbezoek gevolgen hebben voor (de hoogte van) de uitkering als de gemeente aantoonbare reden heeft om te twijfelen aan de woonsituatie van de klant. Tevens biedt de wet de ruimte voor gemeenten om het huisbezoek in te zetten als verificatiemiddel.

 

3.3. Gemeentelijk kader

In de Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ hebben de gemeenteraden van Bedum, De Marne, Winsum en Eemsmond eind 2016 de beleidskaders voor handhaving vastgesteld. In deze verordening hebben de gemeenteraden de colleges opgedragen met een tweejaarlijks plan te komen en daarin de volgende kaders te gebruiken:

  • 1.

    het vroegtijdig informeren van klanten over, rechten, plichten en handhaving;

  • 2.

    het optimaliseren van de dienstverlening;

  • 3.

    vroegtijdige detectie en afhandeling van fraudesignalen;

  • 4.

    bij geconstateerde fraude daadwerkelijk sanctioneren. 

     

    Deze kaders vallen samen met het principe "Hoogwaardig Handhaven" waar de vier gemeenten al bekend mee zijn en die in het volgende worden uitgewerkt. Als invulling voor het komende jaar worden in hoofdstuk 4 concrete acties beschreven. Hierin wordt integraal beschreven:

  • 1.

    de wijze van controle bij de aanvraag, de voortzetting en bij beëindiging van de bijstand;

  • 2.

    het gebruik van signaal- en risicosturing bij de beoordeling van het recht op bijstand;

  • 3.

    de uitvoering van onderzoeken en bestandsvergelijkingen waarbij actuele gegevens worden gecontroleerd.  

 

4. Hoogwaardig handhaven

 

4.1. Visie-element 1: Voorlichting

 

Intern

Goede voorlichting aan (potentiële) klanten start met een goede interne voorlichting. De interne voorlichting bestaat feitelijk uit twee onderdelen

 

Interne communicatie in de uitvoeringsorganisatie

Voor een succesvolle uitvoering van dit handhavingsplan is eengoede interne communicatie onontbeerlijk. Hoogwaardig handhaven is geen taak van één medewerker of vanéén functiegroep. Alle medewerkers binnen de uitvoeringsorganisatie hebben in meer of mindere mate een rol in handhaving. Door handhaving al te integreren in het dienstverlenende proces vanaf de uitkeringsaanvraag, kan er alerter worden gereageerd op mogelijke fraude. De uitgangspunten, de werkwijzen en de instrumenten zullen intern dan ook breed bekend gemaakt en gedragen moeten worden.

 

Interne communicatie in de handhavingspraktijk

Hetis zaak om ook na de implementatiefase een goede interne communicatie te behouden, waardoor er intern draagvlak wordt gecreëerd en blijft bestaan voor de uitvoeringspraktijk van de handhaving. Korte lijnen tussen de consulent en de handhaver zijn hierin een must.

 

Een belangrijk onderdeel in de dagelijkse handhavingspraktijk is de fraudealertheid van de medewerkers. Uit landelijk onderzoek is gebleken dat de fraudesignalen geconstateerd door de eigen medewerkers het meest waardevol zijn. Voor het constateren en afhandelen van fraudesignalen is een grote mate van fraudealertheid noodzakelijk. Een effectief middel ter bevordering van de fraudealertheid is het intern communiceren van de resultaten van de handhaving. Medewerkers worden alerter op fraudesignalen als ze zien wat er gebeurt met deze signalen en wat de resultaten zijn.

 

Extern

Voorlichting  rechten en plichten

Communicatie richting de klant bestaat uit voorlichting waarin de rechten en de plichten van de klant aan bod komen. Veel misbruik of oneigenlijk gebruik komt voort uit onwetendheid. Het is daarom voor zowel de klant als voor de uitvoeringsorganisatie van belang dat instrumenten voor de externe communicatie worden geëvalueerd en doorontwikkeld. Bij gebruik van voorlichtingsmaterialen moet niet alleen gedacht worden aan de traditionele voorlichtingsfolders en -boekjes, maar ook aan middelen zoals social media, video's en de website. Ook de voorlichting in het gesprek van de medewerker richting de klant is een zeer belangrijk moment, waarin tevens een duidelijke link ligt met het visie-element dienstverlening. 

 

Voorlichting  als preventief handhavingsmiddel

Voorlichting en communicatie in eensituatie van hoogwaardig handhaven is niet alleen gericht op het informeren van de klant over de wederzijdse rechten en plichten. Voorlichting en communicatie zijn ook eenbelangrijk preventief middel om eventuele fraude te voorkomen. Hierbij zijn er twee doelgroepen te onderscheiden:

 

1.  De klant: Door regelmatig gegevens bekend te maken over de algemene resultaten van handhavingsactiviteiten laat de gemeente merken dat fraude niet wordt getolereerd en dat bij misbruik de pakkans aanzienlijk is. Tevens geeft het extern, op hoofdlijnen, breed aankondigen vanop korte termijn uit te voeren themacontroles een sterk preventief signaal richting de klant.

2.  De samenleving: Om het maatschappelijk draagvlak voor de Participatiewet te behouden is het van belang dat de samenleving merkt datde gemeente actief is in de handhaving van fraude. Het is van groot belang om te laten zien dat de financiële middelen bestemd voor de Participatiewet, daadwerkelijk terecht komen bij die doelgroep die er recht op heeft en het nodig heeft. Fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik mag niet lonen en met een actief handhavingsbeleid laat de gemeente dat ook zien.

 

4.2.  Visie-element 2: Dienstverlening

 

Klantvriendelijke  en effectieve controlemiddelen

Uitgangspunt is dat er in de reguliere werkprocessen klantvriendelijke controle-instrumenten worden gebruikt waarbij de klant niet periodiek opnieuw gegevens hoeft aan te leveren die al bekend zijn bij de gemeente. Dit sluit aan bij de uitgangspunten die in het Dienstverleningsconcept (voor gemeente Het Hogeland) zijn vastgesteld. Daartegenover staat dat de klant de verantwoordelijkheid heeft om gegevens aan de gemeente door te geven die van invloed zouden kunnen zijn op het recht op en de hoogte van de uitkering. De klant moet op een zo eenvoudig mogelijke wijze in staat gesteld worden om deze wijzigingen kenbaar te maken. Arbeidsintensieve instrumenten worden afgeschaft, omdat klantmanagers de tijd en de ruimte moeten hebben voor de toepassing van nieuwe handhavingsinstrumenten en –methoden in hun werkprocessen. Meer informatie hierover wordt beschreven in de paragraaf controle op maat.

 

Wet  eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen (WEU)

Het niet telkens opnieuw opvragen van al bekende gegevens heeft een duidelijke link metde Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen (WEU). Deze wet stelt dat degemeente de klant niet kan verplichten om gegevens door te geven aan de uitvoeringsorganisatie, wanneer deze gegevens al bekend zijn bij de organisatie of bij een van de ketenpartners.

 

Digitale bronnen en koppelingen

Een goed functionerend ICT-systeem is in de WEU dan ook onmisbaar. Systemen zoals het Suwinet en het inlichtingenbureau dienen intensief gebruikt te worden. Bovendien onderstreept de WEU het belang van goed functionerende koppelingen tussen gemeentelijke systemen zoals het BRP, het uitkeringssysteem en het inlichtingenbureau.

 

Intakegesprek

Het intakegesprek met de klant is eenvan de belangrijkste onderdelen van het hoogwaardig handhaven, omdat hier de kaders voorlichting en dienstverlening gecombineerd worden. Het gesprek met de klant bestaat uit twee onderdelen, namelijk het halen van informatie bij de klant en het verstrekken van informatie van de organisatie.

 

Administratieve  lastenverlichting

We streven door het aanvraagproces te vereenvoudigen en het aantal bewijsstukken bij een aanvraag terug te brengen blijvend naar het optimaliseren van de dienstverlening. Het vereenvoudigen van het aanvraagproces sluit goed aan bij een situatie van controle op maat met gebruik van risicoscreening. Bij een aanvraag wordt op basis van objectieve maatstaven een inschatting gemaakt van het risiconiveau. De sensitiviteit en signalerende functie van medewerkers is hierbij cruciaal. Bij risicovolle aanvragen zijn meer bewijsstukken nodig dan bij risicoloze aanvragen.

 

Hoogwaardig handhaven draait om evenwicht tussen de vier visie-elementen. Via het invoeren van het principe administratieve lastenverlichting doen de gemeenten een forse investering in hetverbeteren van de dienstverlening, één van de vier kaders. Het genoemde evenwicht houdt in dat het investeren op het verbeteren van dienstverlening niet het gewenste resultaat zal hebben, als ookde andere kaders (voorlichting, controle op maat, lik op stuk) niet geoptimaliseerd worden.

 

4.3.  Visie-element 3: Controle op maat

 

Algemeen

 

Voor de controle op maat maken we gebruik van het stoplichtmodel, zoals dat sinds lange tijd wordt toegepast in onze gemeenten. Met drie verschillende kleuren, worden drie verschillende fases in de controle aangegeven. De risico's worden daarin gefaseerd, zodat naarmate de fraudesignalen sterker worden de controle erop gaat toenemen. Het stoplichtenmodel houdt het volgende in:

Kleur

Wie

Taken

Groen

Inkomensconsulent / werkcoach

Alle rechtmatigheids- en controletaken waarbij er nog geen sprake is van een individueel en concreet fraudevermoeden.

Oranje

Handhaver i.s.m. inkomsensconsulent / werkcoach

Controletaken op basis van een individueel en concreet fraudevermoeden gebaseerd op feiten en omstandigheden.

Rood

Sociaal Rechercheur i.s.m. handhaver

Strafrechtelijke opsporingstaken waarvoor opsporingsbevoegdheid noodzakelijk is.

  

Niet elke geconstateerde fraude leidt tot een strafrechtelijk (rood) opsporingsonderzoek. In de meeste gevallen kan fraude door gemeenten via een bestuursrechtelijk (oranje) onderzoek worden afgedaan. Het moment wanneer er wel tot strafrechtelijke opsporing moet worden overgegaan is wettelijk bepaald.

 

Dehandhaver is degene die verantwoordelijk is voor het controleonderzoek. De handhaver kan een beroep doen op een Sociaal Rechercheur voor gespecialiseerde ondersteuning. Indien tijdens het controleonderzoek van de handhaver blijkt dat het een “rood” opsporingsonderzoek moet worden, dan wordt de zaak volledig overgedragen aan de Sociale Recherche. Zij dragen dan ook de verantwoording over het opsporingsonderzoek.

 

Risicosturing

De controle op maat aan de poort is gebaseerd op risicosturing. Uitgangspunt hierbij is om een selectie aan te brengen bij de poort. Wie geen recht heeft op een uitkering moet je ook niet binnenlaten. Dit filter bestaat uit de volgende onderdelen:

 

  • 1.

    Raadpleging van het Suwinet;

  • 2.

    Fraudealertheid van medewerkers door het optimaal filteren van signalen.

  • 3.

    Intensieve controle, onder andere via een onaangekondigd huisbezoek of confronterend gesprek

(na ingesteld onderzoek waaruit blijkt dat er een concreet fraudevermoeden is).

 

Een taak van de consulent is om het risicosignaal te vertalen in een concreet en individueel fraudevermoeden. Een belangrijk onderdeel hierbij is fraudealertheid, die in de acties van dit plan ook terugkomt. Op basis van de documenten bij de aanvraag en de digitaal beschikbare informatie moet de klantmanager op zoek naar signalen die het risicosignaal bevestigen (of juist ontkrachten) en het daarmee opplussen tot een concreet fraudesignaal gebaseerd op de individuele aanvrager. Een hulpmiddel bij dit zogenaamde opplussen is het vragen om specifieke expertise. Door deze professionele ondersteuning wordt de fraudealertheid van de consulent gestimuleerd.

 

Als er een concreet fraudevermoeden bestaat moet er een rechtmatigheidsonderzoek plaatsvinden door de handhaver in samenspraak met de consulent. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit het opvragen van bankafschriften/ overige stukken, een confronterend gesprek of een onaangekondigd huisbezoek. De handhaver/ consulent is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek. Van “rode” opsporingsonderzoeken kan bij een aanvraag geen sprake zijn. Bij een nieuwe aanvraag kan het vermoedelijke fraudebedrag immers nooit hoger zijn dan de aangiftegrens van € 50.000, -.

 

Signaalsturing

Decontrole op maat in het lopende proces is gebaseerd op signaalsturing. Aan de poort wordt via risicosturing een onderscheid gemaakt tussen de personen bij wie wel of nieteen intensieve controle moet plaatsvinden. Ook in het lopende proces wordt niet iedereen even veel en even intensief gecontroleerd. Alleen die klanten waar zich signalen voordoen worden gecontroleerd. Signalen kunnen bijvoorbeeld het volgende zijn:

 

•  Mutatie;

•  Een samenloopsignaal via het Inlichtingenbureau;

•  Een opgemerkt signaal tijdens een re-integratietraject;

•  Een (anonieme) tip;

•  Een signaal van een andere organisatie (politie, Inspectie SZW, ketenpartners etc.)

Een signaal kan dus zowel een externe als een interne bron hebben. Vanuit de regierol dienen alle interne en externe signalen bij de handhaver binnen te komen.

 

Net als een risicoscore is een signaal of een tip niet altijd bij voorbaat een “oranje” fraudesignaal. Het kan in sommige gevallen wel direct een duidelijk “oranje” fraudesignaal zijn. In andere gevallen moet de tip, net als een risicoscore bij de aanvraag, eerst worden onderzocht op een concreet en individueel fraudevermoeden. De mogelijkheden hierin zijn:

•  Er is geen aanleiding voor een nader onderzoek;

•  De klantmanager moet de tip eerst nog concreter maken d.m.v. administratief onderzoek;

•  Er is reden tot een controleonderzoek (concreet fraudevermoeden).

 

Indien tijdens het controleonderzoek blijkt dat het een “rood” opsporingsonderzoek moet worden, dan wordtde zaak volledig overgedragen aan de sociaal rechercheurs.

 

4.4. Visie-element 4: Lik op stuk

Zonder het daadwerkelijk sanctioneren wordt fraudebestrijding ongeloofwaardig. Een adequate maatregel is essentieel als sluitstuk van een fraudetraject. Niet alleen omdat we vinden dat alles wat ten onrechte verstrekt is teruggevorderd moet worden, maar ook vanwege de preventieve werking die het heeft op (potentiële) fraudeurs. Snel en correct terugvorderen is hierbij van belang.

 

Sanctioneren  beëindigde uitkeringen

Specifieke gevallen daargelaten kunnen geconstateerde fraudes beneden de aangiftegrens (lager dan € 50.000,-) door de gemeente bestuursrechtelijk worden afgehandeld. Het sanctioneren zal in zo’n geval bestaan uit het opleggen van een boete. De boeteprocedure is beschreven in de wet en het gemeentelijk beleid.

    

5. Acties in 2018 en 2019

 

Vanuit het hiervoor beschreven kader van Hoogwaardig Handhaven worden in 2018 en 2019 concrete acties ingezet om hier invulling aan te geven. Beleid en uitvoering werken binnen de BMWE gemeenten hierin nauw samen, om tot een resultaat met meerwaarde te komen. Veel acties bouwen voort op acties die in 2017 zijn ingezet.

 

► Actie Vroegtijdig informeren: Voorlichtingsfilm voorafgaande aan de intake

Het is de ambitie om bij binnenkomst aan de poort, klanten zo goed mogelijk voor te lichten. Het geven van voorlichting op een niet-traditionele manier is dan een methode, om aansluiting te vinden bij het taalniveau van de (potentiële) klanten. Samen met de afdeling communicatie worden er korte filmpjes ontwikkeld die gebruikt kunnen worden als illustratiemateriaal tijdens de intakegesprekken. Deze manier leent zich beter voor interactie met klanten. Onkosten worden geraamd op circa € 5.000,- en de realisatie wordt in samenwerking met afdeling Communicatie gedaan.

 

► Actie Vroegtijdig informeren: Publiceren van handhavingsresultatenHet college gaat in het kader van preventie minimaal eens per jaar de algemene resultaten van handhaving publiceren. Dit wordt ook aangeboden aan de lokale en regionale pers. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt wat er is gedaan aan de handhaving en welke resultaten dit heeft opgeleverd. Daarmee leggen we enerzijds verantwoording af aan de samenleving, anderzijds wordt hiermee getracht het gedrag van (mogelijke) fraudeurs op voorhand te beïnvloeden. De publicaties worden in samenwerking tussen de uitvoering, beleid en de afdeling Communicatie opgesteld.

 

► Actie Optimaliseren dienstverlening: Actualiseren voorlichtingsmateriaalGoede voorlichting is permanent in ontwikkeling. Om dat te realiseren gaan we net als in voorgaande jaren in 2018 en 2019 aan de slag met het updaten van ons bestaand voorlichtingsmateriaal, zoals nieuwsbrieven, handreikingen en aanvraagformulieren met bijbehorende toelichting. Door aanpassingen in wetgeving en normen zal dit materiaal voortaan halfjaarlijks worden geüpdatet. Doel daarbij is het verder vergroten van de bekendheid van wetten en regels die aan een bijstandsuitkering vastzitten.

 

Actie Optimaliseren dienstverlening: Training Gebruik internet en social media

Digitale bronnen zoals internet, en de laatste jaren ook social media, verschaffen in sommige gevallen veel inzicht in het leven van gebruikers. Als het om klanten gaat kan deze informatie van belang zijn bij het verkrijgen van die inzichten om te bepalen of er een vermoeden van fraude bestaat. Daarbij komen verschillende belangen kijken, zoals privacy, informatievoorziening en fraudebestrijding. In een training worden consulenten verder geschoold in het gebruik van internet en social media bij de handhaving.

 

Actie Controle op Maat: fraudebewustzijn

In het afgelopen jaar is er een training Toezicht, Handhaving en Naleving geweest voor alle werkcoaches en inkomensconsulenten. Een belangrijke conclusie van de training was dat het kennisniveau van medewerkers verschillend was en dat het consequent werken volgens afgesproken werkprocessen niet altijd gebeurt. Op basis van de uitkomsten van de training zijn dit de acties waar in 2018 en 2019 op wordt ingezet:

 

  • 1.

    Bevordering fraudealertheid. Dit onderwerp is op te splitsen in drie deelacties:

    • 1.

      Uit de training bleek dat bewustwording over het herkennen van signalen en vervolgens er wat mee doen verhoogd kan worden. Hiervoor zal begin 2018 een training worden georganiseerd.

    • 2.

      Vervolgens wordt voor de zomervakantie een nieuwe training georganiseerd hoe fraudesignalen bespreekbaar te maken met klanten.

    • 3.

      Om te borgen dat de kennis over handhaving daarnaast geborgd blijft, wordt het onderwerp handhaving een vast agendapunt op de overleggen van werkcoaches. Bij de werkoverleggen van inkomensconsulenten stond dit er al standaard op, en dat blijft ook staan.

  • 2.

    Actualiseren werkprocessen. Een gevolg van de voorgaande actie is dat er kritisch gekeken wordt naar bestaande werkprocessen. Afspraken tussen handhavers, administrateurs, inkomensconsulenten en werkcoaches worden waar nodig herbevestigd of geactualiseerd.

 

► Actie Controle op maat: Heronderzoek klanten

Het in beeld hebben van de eigen klanten die in aanmerking komen voor voortzetting van bijstand draagt bij aan het beperken van frauderisico's. In 2018 en 2019 zal er maandelijks steekproefsgewijs tien heronderzoeken plaatsvinden. Rekening houdend met vakanties komt dit neer op jaarlijks honderd heronderzoeken voor de komende twee jaar.

 

► Actie lik-op-stuk: handhaven beleidsregels

In het voorjaar 2018 worden de Beleidsregels Bestuurlijke Boete vastgesteld. Hierin zal omschreven staan welke stappen de gemeente neemt wanneer de inlichtingenplicht geschonden wordt. Na vaststelling zal er gehandhaafd worden conform deze beleidsregels.

 

6. Themacontroles en financiën

 

6.1 Themacontroles

Themacontroles vinden plaats op basis van een risicoprofiel of een bestandskoppeling. Een risicoprofiel ontstaat op basis van een risicoanalyse. Een risicoprofiel geeft inzicht in situaties met een verhoogd risico op basis van een gemaakte risicoanalyse. Aan het opstellen van een risicoprofiel worden strenge eisen gesteld: het profiel mag niet gebaseerd zijn op etniciteit, niet stigmatiserend zijn, administratief detecteerbaar zijn en het verwachte controlerendement moet hoger zijn dan bij het bestaande controlesysteem.

 

In de afgelopen jaren zijn er landelijk enkele grote onderzoeken verricht naar zwart en grijs werk, ook door onze gemeenten. Deze onderzoeken wezen landelijk uit dat bedrijven in bepaalde branches op georganiseerde wijze klanten met een uitkering in dienst hadden. Deze klanten gaven vaak slechts een fractie van de werkelijke genoten inkomsten op bij de gemeente. Mede doordat we al intensief werkten aan hoogwaardig handhaven en veel informatie van elders ophaalden, leverde dit voor onze gemeenten weinig nieuwe inzichten op. In 2017 zijn we echter steekproefsgewijs blijven controleren bij onder andere reguliere fraudeonderzoeken en dit zullen we ook het komend jaar doen. We maken melding van bedrijven die zich (mogelijk) niet aan de regels houden bij onze ketenpartners. De controles worden uitgevoerd door handhavingsmedewerkers. Deze activiteiten zijn niet meer een project, maar deze methode is opgenomen in onze reguliere processen.

 

Vanwege de gespecialiseerde kennis is de handhaver samen met de beleidsmedewerkers verantwoordelijk en initiatiefnemer van themacontroles. Jaarlijks wordt minstens één themacontrole uitgevoerd. Eens per vier jaar wordt een themacontrole uitgevoerd waarbij een risicoanalyse van het gehele bestand onder de loep wordt genomen. Vanuit deze vierjaarlijkse grotere opzet komt mogelijk ook de input voor gerichte themacontroles op bepaalde groepen in de volgende jaren. Gedurende de looptijd van dit plan wordt een themacontrole uitgevoerd op het onderwerp Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA).

 

Landelijke Aanpak Adreskwaliteit 

Deze aanpak is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het heeft enerzijds als doel om de adreskwaliteit in de Basis Registratie Personen (BRP) te bevorderen en anderzijds adres gerelateerde fraude te voorkomen en bestrijden. Steeds meer gemeenten doen mee met deze aanpak: van 164 gemeenten in 2016 naar 225 gemeenten in 2017.

 

De aanpak van LAA bestaat in essentie uit het verzamelen van signalen van bepaalde rijksdiensten die afnemer zijn van de BRP, die te ordenen, te controleren, te combineren en vervolgens te selecteren, zodat ze als ‘risicoadres’ aan de gemeente worden aangeboden voor een adresonderzoek, dat kan leiden tot een bezoek en vraaggesprek aan huis.

 

De aanleiding om dit onderwerp als themacontrole te kiezen is niet zozeer dat er binnen BMWE veel signalen zijn binnenkomen over mogelijke adresfraude, maar meer dat er vanuit de VNG en het ministerie gewezen wordt op de goede resultaten die deze aanpak oplevert. Bij de ontwikkeling en implementatie van deze aanpak in onze gemeenten worden de afdelingen burgerzaken nauw betrokken.

 

6.2 Financiën

In het vorige hoofdstuk en in de vorige paragraaf staan de voorgenomen acties en de themacontrole beschreven. De kosten voor het uitvoeren van deze activiteiten zijn met name personele kosten. Deze kosten zijn opgenomen in de begroting. Ook kosten voor trainingen en de kosten voor het actualiseren van voorlichtingsmateriaal is meegenomen in de begroting van Werkplein Ability. Dit Handhavingsplan kan derhalve binnen de bestaande budgetten worden uitgevoerd.

 

Burgemeester en wethouders van De Marne

20 maart 2018

Naar boven