Beleid ligplaatsvergunningen Ouder-Amstel

 

Datum: 13-03-2018 

Inhoud

1. Inleiding 2

1.1 Aanwijzingsbesluit “openbaar water ten behoeve van ligplaatsvergunningen (5.25 APV 2017)” 2

1.2 Het ligplaatsenbeleid 2

1.3 Toepassingsgebied 2

1.4 Leeswijzer 2

2. Het Ligplaatsenbeleid 3

2.1 Het innemen van een ligplaats 3

2.1.1 Artikel 5.25 APV 3

2.1.2 Het aanwijzingsbesluit 3

2.2 Beleidsuitgangspunten 4

2.3 Bestemmingsplan 4

2.4 (Persoonsgebonden) overgangsrecht 4

2.5 Ligplaatsvergunning 4

2.6 Kadegebruik en bebouwing 4

3. Ligplaatsvergunning 5

3.1 Het karakter van de vergunning 5

3.2 De algemene weigeringsgronden 5

3.2.1 Strijd met het bestemmingsplan (artikel 5.25 derde lid APV) 5

3.2.2 Weigeringsgronden artikel 1:8 APV 5

3.3 Specifieke weigeringsgronden 6

3.4 De vergunningaanvraag 6

3.5 Beslistermijn 6

3.6 Aan de vergunning te verbinden voorschriften 6

3.6.1 Maatvoering 6

3.6.2 Milieu 7

3.6.3 Afmeervoorzieningen en loopplanken 7

3.6.4 Drijvende elementen naast het woonschip 7

3.6.5 Aansluiting op riolering 7

3.6.6 Veiligheidseisen 7

3.6.7 Onderhoud 7

3.7 Besluit op de aanvraag en bezwaar/beroep 7

3.8 Intrekking of wijziging van de vergunning / geldigheid 7

3.9 Overige 8

4. Toezicht en handhaving 8

5. Tot slot 8

1. Inleiding

1.1 Aanwijzingsbesluit “openbaar water ten behoeve van ligplaatsvergunningen (5.25 APV 2017)”

Het ligplaatsbeleid is geregeld via de Algemeen Plaatselijke verordening Ouder-Amstel 2017 (hierna: “APV”). Op basis van de APV is het mogelijk om ligplaatsen voor vaartuigen in de gemeente Ouder-Amstel te reguleren. Daarvoor dient het college van burgemeester & wethouders (hierna: college) een aanwijzingsbesluit “openbaar water ten behoeve van ligplaatsvergunningen (5.25 APV 2017)” te nemen.

1.2 Het ligplaatsenbeleid

Bij het nemen van het aanwijzingsbesluit kan het college aanvullend op de APV nadere beleidsregels stellen met betrekking tot ligplaatsvergunningen. Deze beleidsregels werken uit wanneer een ligplaatsvergunning verkregen wordt. Tot op heden was dergelijk beleid niet in de gemeente Ouder-Amstel aanwezig. Dit beleid voorziet hierin en komt ter aanvulling op de APV.

1.3 Toepassingsgebied

Deze beleidsregels zijn van toepassing op woonschepen zoals bedoel in artikel 1.1. APV: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd. Het begrip woonschepen moet ruim worden opgevat in die zin dat ook woonarken, woonboten, waterwoningen, watervilla, etc. daaronder vallen. Deze beleidsregels zien specifiek op ligplaatsen van woonschepen in de door het college aangewezen openbaar water middels een aanwijzingsbesluit. Deze beleidsregels zien niet op kadegebruik of -bebouwing.

1.4 Leeswijzer

Het beleid is nader uitgewerkt in hoofdstuk 2. De vergunningsvoorschriften en de weigeringsgronden worden toegelicht in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op toezicht en handhaving. Tot slot wordt met hoofdstuk 5 de afwijkingsbevoegdheid behandeld.

2. Het Ligplaatsenbeleid

In dit hoofdstuk zal de van toepasbaar zijnde wet- en regelgeving worden besproken, het aanwijzingsbesluit en de beleidsuitgangspunten.

 

2.1 Het innemen van een ligplaats

Het college neemt aanwijzingsbesluiten op grond van de APV en kan nadere regels stellen. Voor het innemen van een ligplaats gaat het om:

1. artikel 5.25 van de APV;

2. het aanwijzingsbesluit “openbaar water ten behoeve van ligplaatsvergunningen (5.25 APV 2017)

 

2.1.1 Artikel 5.25 APV

1. Het is verboden zonder vergunning met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:

a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;

b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen;

3. onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 de vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten zijn opgetreden zoals het opstellen van een nieuw bestemmingsplan;

4. onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien sprake is van strijd met een geldend bestemmingsplan;

5. het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

 

2.1.2 Het aanwijzingsbesluit

Via een aanwijzingsbesluit kan het college openbaar water aanwijzen waar voor het innemen van een ligplaats een ligplaatsvergunning nodig is. Op basis van een aanwijzingsbesluit van het college is het verboden om zonder vergunning met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen. Vaartuigen die in dat water liggen moeten dus over een ligplaatsvergunning beschikken. Dit heeft tot direct gevolg dat alle vaartuigen die zich in het aangewezen openbaar water bevinden een ligplaatsvergunning moeten aanvragen.

2.2 Beleidsuitgangspunten

Per ligplaats beoordeelt het college of het daar gelegen woonschip is toegestaan of niet. Als algemene beleidsregel geldt dat het gebruik van een ligplaats met een woonschip is toegestaan als:

1. het woonschip past binnen het vigerende bestemmingsplan en/of;

2. het woonschip valt onder het (persoonsgebonden) overgangsrecht;

3. de woonschipeigenaar in het bezit is van een ligplaatsvergunning.

 

2.3 Bestemmingsplan

Het woonschip c.q. het gebruik van het water door een woonschip dient te passen in het voor het door het college aangewezen openbaar water vigerende bestemmingsplan.

 

2.4 (Persoonsgebonden) overgangsrecht

Ook voor woonschepen die niet passen in het vigerende bestemmingsplan maar wel vallen onder een (persoonsgebonden) overgangsrecht op grond van het bestemmingsplan, geldt dat het gebruik van een ligplaats is toegestaan.

 

2.5 Ligplaatsvergunning

Naast dat het woonschip moet zijn toegestaan conform het geldende bestemmingsplan en/of het (persoonsgebonden) overgangsrecht is voor het innemen van een ligplaats, als sprake is van een aanwijzingsbesluit “openbaar water ten behoeve van ligplaatsvergunningen (5.25 APV 2017)”, een ligplaatsvergunning nodig. In hoofdstuk 3 wordt besproken welke regels er aan een ligplaatsvergunning / dan wel aanvraag zijn gebonden.

 

2.6 Kadegebruik en bebouwing

Deze beleidsregels zien alleen op ligplaatsen voor woonschepen en niet op kadegebruik of -bebouwing. Door middel van de ligplaatsvergunning kan dan ook geen aanspraak worden gemaakt op het kadegebruik en daarmee de bebouwing erop.

3. Ligplaatsvergunning

Voor het innemen van een ligplaats met een woonschip of ander vaartuig op plaatsen die door het college zijn aangewezen als ‘openbaar water’ is een ligplaatsvergunning nodig (artikel 5.25 APV 2017). In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de het karakter van de vergunning, de algemene weigeringsgronden, de specifieke weigeringsgronden, de vergunningsaanvraag, bezwaar- en beroep en het intrekken en/of wijzigen van de vergunning.

3.1 Het karakter van de vergunning

Een ligplaatsvergunning is gebonden aan:1) de persoon, 2) de ligplaats en 3) het woonschip. Bij verkoop, overdracht, verplaatsen of wijzigen of vervangen van het woonschip zal de ligplaatsvergunning opnieuw aangevraagd moet worden. Een extra woonschip toevoegen/koppelen aan een vergunde ligplaats is niet toegestaan.

 

3.2 De algemene weigeringsgronden

In deze paragraaf worden de weigeringsgronden van artikel 5.25 APV, artikel 1.8 APV met daarbij de nadere regels besproken.

 

3.2.1 Strijd met het bestemmingsplan (artikel 5.25 derde lid APV)

Een vergunning kan worden geweigerd indien sprake is van strijd met een geldend bestemmingsplan.

 

3.2.2 Weigeringsgronden artikel 1:8 APV

Een vergunningaanvraag wordt getoetst aan de algemene weigeringsgronden van artikel 1.8 APV. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

1. de openbare orde;

2. de openbare veiligheid;

3. de volksgezondheid;

4. de bescherming van het milieu;

5. het voorkomen of beperken van overlast;

6. de verkeersveiligheid;

7. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

8. een goede ruimtelijke ordening.

Op basis van bovengenoemde weigeringsgronden kunnen aan de vergunningen de volgende voorschriften worden verbonden:

- het woonschip mag de doorvaart van de watergang niet belemmeren;

- het is niet toegestaan om hinderlijk lawaai te maken;

- het is niet toegestaan om motoren te laten draaien anders dan om het woonschip te verplaatsen;

- Bij het afmeren van het woonschip moet schade aan de kademuren of walkanten worden voorkomen door gebruik te maken van voldoende beveiliging door middel van stootwillen aan het woonschip. Het is niet toegestaan om stootwillen, autobanden e.d. aan de (openbare) kademuren of walkanten te bevestigen;

- het is verboden een woonschip af te meren dat geheel of gedeeltelijk tot magazijn, opslag of bewaring van zaken of tot enige andere beroepsmatige bezigheid wordt gebruikt;

- Indien ter plaatse in het water of aan de kademuren van het bevoegd gezag werkzaamheden moeten worden verricht, moet het woonschip op eerste aanzegging door of namens het bevoegd gezag worden verwijderd;

- het woonschip dient aan de buitenzijde in een goede staat van onderhoud te zijn.

 

3.3 Specifieke weigeringsgronden

Een vergunning zal worden geweigerd indien het woonschip onder het vigerende bestemmingsplan niet is toegestaan en/of het woonschip niet valt onder het persoonsgebonden overgangsrecht op grond van het bestemmingsplan.

 

3.4 De vergunningaanvraag

De aanvraag ligplaatsvergunning dient schriftelijk te worden ingediend door toezending van de aanvraag aan de gemeente: per e-mail naar gemeente@ouder-amstel.nl of per post naar Postbus 35, 1190 AA Ouderkerk aan de Amstel. Voor vragen over de bij de aanvraag aan te leveren gegevens en documenten wordt verzocht telefonisch contact op te nemen met de gemeente via (020) 496 21 21.

In ieder geval dient bij de aanvraag te worden aangeleverd:

• Gegevens aanvrager ligplaatsvergunning / eigenaar woonschip;

• Kopie koopakte of eigendomsbewijs woonschip;

• Het adres van de ligplaats;

• Afmetingen van het woonschip: lengte, breedte, hoogte boven waterlijn, diepgang;

• De afstand tot eventuele naastgelegen woonschepen;

• Of het schip is ingeschreven in het Scheepskadaster;

• Actuele foto’s woonschip (met een duidelijk en herkenbaar beeld van het woonschip, in voor- en zijaanzicht).

Beslistermijn

De gemeente hanteert de volgende termijnen voor de beslissing op een (volledige) aanvraag (artikel 1.2 APV 2017):

1. De gemeente beslist binnen acht weken op een aanvraag;

2. De gemeente kan deze termijn met acht weken verlengen.

 

3.5 Aan de vergunning te verbinden voorschriften

Aan de ligplaatsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden (artikel 1:4 APV 2017). De voorschriften kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten zoals veiligheid, uiterlijk en afmetingen van het woonschip en aansluiting op riolering en nutsvoorzieningen. De gestelde voorschriften worden per vergunningaanvraag vastgesteld. Hieronder staan de voorschriften die vrijwel altijd worden opgenomen. Deze voorschriften zijn niet limitatief.

 

3.5.1 Maatvoering

Per vergunningaanvraag wordt bepaald of de maatvoering van het woonschip akkoord is gelet op de specifieke situatie. Is eenmaal een vergunning verleend voor een woonschip met een bepaalde maat, dan mag bij verbouwing het woonschip in beginsel niet groter gemaakt worden dan de vergunde maat.

3.5.2 Milieu

Het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, koper en zink voor onderhoud, vervanging of verbouwing is niet toegestaan als deze materialen door inwerking van water kunnen uitlogen.

 

3.5.3 Afmeervoorzieningen en loopplanken

Het plaatsen van objecten die noodzakelijk zijn om het woonschip te kunnen gebruiken, zoals afmeer- en toegangsvoorzieningen, is toegestaan, mits in overeenstemming met het bestemmingsplan en met dien verstande dat het college bevoegd is in de ligplaatsvergunning nadere eisen te stellen ten aanzien van deze voorzieningen met het oog op de in het artikel 1.8 APV genoemde belangen.

 

3.5.4 Drijvende elementen naast het woonschip

Het plaatsen van een drijvend element naast het woonschip, zoals een drijvende tuin of een onderhoudsvlot, is niet toegestaan, tenzij het college een (tijdelijke) uitzondering wil toestaan.

 

3.5.5 Aansluiting op riolering

Op grond van het “Besluit lozing afvalwater huishoudens (2008)”, is het niet toegestaan om huishoudelijk afvalwater te lozen in het oppervlaktewater. Woonschepen dienen aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering.

 

3.5.6 Veiligheidseisen

Woonschepen dienen:

• deugdelijk afgemeerd te zijn ter voorkoming van het op drift raken van het schip;

• lekvrij en waterdicht zijn;

• constructief voldoende sterk, stijf en stabiel te zijn. Dit moet worden onderbouwd met een berekening die vergelijkbaar is met de constructieberekening zoals in het Bouwbesluit 2012 geldig is voor bouwwerken;

• wat betreft brandveiligheid te voldoen aan de veiligheidsvoorschriften zoals opgenomen in de “Handreiking Brandveiligheid van woonschepen en woonschepenhavens”.

 

3.5.7 Onderhoud

Het woonschip moet dusdanig worden onderhouden dat het schip, ook na de vergunningverlening, blijft voldoen aan de (brand)veiligheidsvoorschriften zoals hierboven genoemd.

 

3.6 Besluit op de aanvraag en bezwaar/beroep

Het college kan besluiten de vergunning toe te kennen of te weigeren. De aanvrager wordt daar schriftelijk van op de hoogte gesteld. Toegekende vergunningen worden bovendien bekend gemaakt via de gemeentepagina van het Weekblad voor Ouder-Amstel.

In het besluit over de vergunning staat informatie over het indienen van bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking van het besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het college.

 

3.7 Intrekking of wijziging van de vergunning / geldigheid

De gemeente kan de verleende vergunning intrekken of wijzigen (artikel 1.6 APV). Onder andere als de aanvrager onjuiste gegevens heeft verstrekt of zich niet heeft gehouden aan de vergunningvoorschriften.

Een ligplaatsvergunning kan voorts worden ingetrokken indien dat naar het oordeel van het college noodzakelijk is met het oog op de in artikel 1.8 APV genoemde belangen. Het is mogelijk dat de ligplaatsvergunning tijdelijk wordt verleend.

 

3.8 Overige

De legesverordening en daarbij behorende tarieventabel 2018 voorziet niet in het verlenen van ligplaatsvergunningen. Omdat het veelal gaat om ‘bestaande situaties’ die vergund worden en het de wens is van de gemeente om deze ‘bestaande situaties’ te reguleren, worden de kosten daarvoor niet doorbelast naar de bewoners en/of eigenaren van woonschepen. Voor het aanvragen en in behandeling nemen van ligplaatsvergunningen worden in 2018 geen leges geheven.

Het verlenen van een ligplaatsvergunning wordt opgenomen in de tarieventabel voor 2019. Vanaf 2019 worden wel leges geheven voor het aanvragen en in behandeling nemen van een ligplaatsvergunning.

Een gemeentelijke ligplaatsvergunning is overigens niet altijd de enige vergunning die aangevraagd moet worden. Vaak dient ook een vergunning aangevraagd te worden bij de waterbeheerder (Rijkswaterstaat of het Hoogheemraadschap) op grond van de Waterwet. Deze beleidsregels zien alleen op de ligplaatsvergunning. Verder moet voor het innemen van een ligplaats toestemming gevraagd worden aan de eigenaar van het water en van de kade.

4. Toezicht en handhaving

Als blijkt dat het innemen van een ligplaats met een woonschip niet is toegestaan, en het woonschip dus illegaal is, zal de gemeente in de meeste gevallen handhavend moeten optreden conform hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (beginselplicht tot handhaving). Het college is in dat geval onder meer bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom. De overtreder wordt per brief over het handhavingstraject op de hoogte gebracht.

5. Tot slot

Het college kan, mits gemotiveerd, van dit beleid afwijken (artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht).

De beleidsregels worden aangehaald als “Beleid ligplaatsvergunningen Ouder-Amstel”.

 

Naar boven