Beleidsregels gemeentelijke bijdrage in de kosten eigen bijdrage kinderopvang gemeente Schiermonnikoog 2018

Het college van de gemeente Schiermonnikoog;

 

 

Besluit vast te stellen de navolgende “Beleidsregels gemeentelijke bijdrage in de kosten eigen bijdrage kinderopvang gemeente Schiermonnikoog 2018”

 

Artikel 1 Doelgroepen

Het college kan een bijdrage in de kosten van kinderopvang verstrekken, als bedoeld in de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, aan:

  • a.

    de alleenstaande ouder met een Participatiewet-, Ioaw-, Ioaz- of ANW-uitkering in traject naar werk of met parttime werk;

  • b.

    de alleenstaande ouder die inburgeringsplichtig is en een uitkering ontvangt als benoemd in sub a en een inburgeringscursus volgt bij een gecertificeerde instelling.

 

Artikel 2 Voorwaarden voor toekenning

  • 1.

    De bijdrage als bedoeld in artikel 1 (doelgroepen) wordt slechts toegekend nadat de ouder aantoonbaar heeft onderzocht of en in hoeverre er in de eigen omgeving opvang mogelijk is die de kosten in opvang beperkt, waarbij onder meer het eigen sociale netwerk en de mogelijkheid tot het gebruik van een peuterspeelzaal van belang zijn.

  • 2.

    De bijdrage als bedoeld in artikel 1 sub a, wordt slechts toegekend voor de uren die noodzakelijk worden geacht om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die zijn verbonden aan het traject of om de parttime betaalde arbeid te kunnen verrichten.

  • 3.

    De bijdrage als bedoeld in artikel 1 sub b, wordt slechts toegekend voor de uren die noodzakelijk worden geacht om te voldoen aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de inburgering.

 

Artikel 3 Periode waarvoor de vergoeding wordt verleend

  • 1.

    De vergoeding wordt in principe verleend voor een (resterende) periode van een kalenderjaar, voor zover de opvang noodzakelijk wordt geacht.

  • 2.

    In afwijking op het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen.

 

Artikel 4 Kosten kinderopvang

  • 1.

    De kosten voor kinderopvang worden bepaald door de volgende componenten:

    • a.

      het aantal uren kinderopvang per kind in het berekeningsjaar;

    • b.

      de voor die kinderopvang te betalen prijs, met inachtneming van de maximum uurprijs;

    • c.

      de soort kinderopvang. Per opvangvoorziening gelden gedifferentieerde maximum uurprijzen.

  • 2.

    In afwijking op het eerste lid komen de kosten boven de maximum uurprijs volledig voor de ouder. De hoogte van de maximum uurprijs wordt volgens de wetgever vastgesteld dat voor die prijs kwalitatief behoorlijke kinderopvang kan worden ingekocht.

 

Artikel 5 Maximale uurprijzen

De hoogte van de aanvulling bedraagt het werkelijk te betalen uurtarief met een maximum per uur, jaarlijks vastgesteld door de Rijksoverheid.

 

Artikel 6 Tegemoetkoming kosten eigen bijdrage kinderopvang

Aan de doelgroep als bedoeld in artikel 1 sub a en b kan een volledige compensatie worden verstrekt voor de eigen bijdrage. Dit is het verschil tussen kinderopvangtoeslag en de kinderopvang te betalen prijs, met in acht neming van de maximum uurprijs. De tegemoetkoming wordt gegeven over het werkelijk aantal uren per kind;

 

Artikel 7 Aanvraag

  • 1.

    Voor de doelgroep als bedoeld in artikel 1 sub a en b kan door het college de gemeentelijke tegemoetkoming “eigen bijdrage kosten kinderopvang” ambtshalve worden vastgesteld. De doelgroep als benoemd in artikel 1 sub a ontvangt van de gemeente een verklaring die de doelgroepouder nodig heeft voor de aanvraag van de kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst. De doelgroep als benoemd in artikel 1 sub b dient een verklaring aan te vragen bij DUO.

  • 2.

    Het college bepaalt, als dit noodzakelijk is, welke gegevens voor de vaststelling van het recht op een bijdrage moeten worden verstrekt.

 

Artikel 8 Inlichtingenplicht

  • 1.

    Belanghebbende doet aan het college uit eigen beweging of op verzoek direct mededelingen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een bijdrage.

  • 2.

    De belanghebbende is verplicht aan het college, indien daarnaar wordt gevraagd, medewerking te verlenen aan de uitvoering van deze beleidsregel.

 

Artikel 9 Besluit

Het college neemt binnen maximaal 8 weken een besluit op de aanvraag.

 

Artikel 10 Herziening en intrekking

  • 1.

    Het college kan het recht op vergoeding herzien of intrekken wanneer het niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 8 eerste lid heeft geleid tot een ten onrechte of te hoog verstrekte vergoeding.

  • 2.

    Tevens kan het recht op vergoeding worden herzien of ingetrokken wanneer anderszins een vergoeding ten onrechte of te hoog is verstrekt.

 

Artikel 11 Terugvordering

Als het college een besluit tot herziening of intrekking als bedoeld in artikel 10 heeft genomen, kan het een ten onrechte of te hoog verstrekte vergoeding terugvorderen.

 

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het college kan, indien de toepassing van bepalingen in deze beleidsregels in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt voor zover het de bevoegdheid betreft die voortvloeit uit deze beleidsregels, afwijken van deze beleidsregels.

 

Artikel 13 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels gemeentelijke bijdrage kosten kinderopvang gemeente Schiermonnikoog 2018”.

 

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de ‘Beleidsregel gemeentelijke bijdrage kosten kinderopvang 2013”.

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1

In dit artikel worden de doelgroepen genoemd die in aanmerking kunnen komen voor een gemeentelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang. De doelgroep is beperkt tot de alleenstaande ouder die een uitkering ontvangt en een traject richting arbeid volgt of een inburgeringstraject volgt en uitkeringsgerechtigd is of die reeds parttime werkt en een aanvullende uitkering ontvangt. Daarbij is het mogelijk om met toepassing van artikel 12 in uitzonderingsgevallen de doelgroep uit te breiden.

Bij gehuwden die een inburgeringstraject volgen wordt de verplichting opgelegd dat beiden op verschillende dagdelen dit traject volgen, zodat er ëén ouder beschikbaar is om op de kinderen te passen. De enige uitzondering hierop is deelname aan de alfabetiseringscursus, die voor iedereen op hetzelfde moment plaatsvindt zodat gehuwden wel kinderopvang moeten regelen. Dan bestaat de mogelijkheid om 93% van de kosten van kinderopvang terug te krijgen via de Belastingdienst. De overige 7% van de kosten kunnen bij de gemeente worden ingediend, die deze kosten vergoed vanuit het re-integratiebudget.

Gehuwden die een re-integratietraject richting arbeid volgen wordt eveneens de verplichting opgelegd dat beiden op verschillende dagdelen dit traject volgen, zodat er ëén ouder beschikbaar is om op de kinderen te passen. Is dit niet mogelijk en is kinderopvang noodzakelijk, dan vergoedt NEF deze kosten vanuit het Participatiebudget.

Artikel 2

In dit artikel is geregeld dat het alleen kan gaan om een bijdrage in de kosten voor kinderopvang die noodzakelijk zijn. Die noodzaak zit zowel in het ontbreken van andere goedkopere oplossingen (bijvoorbeeld zoeken in eigen omgeving) alsook op de relatie met het traject of de werktijden.

Artikel 4,5 en 6

In deze artikelen gaat het over de hoogte van de bijdrage van de gemeente. De bijdrage is gekoppeld aan de bedragen die in het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming in kosten kinderopvang als maximumprijs voor een bepaalde soort opvang zijn genoemd.

Artikel 7

Vanuit het oogpunt van een klantgerichte en efficiënte behandeling wordt het recht op een vergoeding zo mogelijk ambtshalve vastgesteld. Dit is mogelijk, als bij degene die een traject volgen of parttime inkomsten hebben alle noodzakelijke gegevens voor de vaststelling voorhanden zijn dan wel, bij ontbreken, alsnog op verzoek overgelegd (moeten) worden.

Het college bepaalt welke gegevens, voor zover dat (nog) noodzakelijk is, moeten worden verstrekt, alsmede de manier waarop en de termijn waarbinnen dat moet gebeuren.

Artikel 8

De belanghebbende dient aan het college alle informatie te verstrekken om te kunnen komen tot een juiste beoordeling. Daaronder wordt mede verstaan, dat alle relevante wijzigingen tijdig dienen te worden doorgegeven.

Artikel 10 en 11

Een onjuiste vaststelling moet kunnen worden gecorrigeerd, en wat te veel is verstrekt, moet teruggevorderd kunnen worden.

Artikel 12

Bij de beoordeling van een aanvraag moet de mogelijkheid open blijven om in specifieke gevallen af te wijken, als toepassing tot een ongewenste onrechtvaardige uitkomst zou leiden.

Tevens kan het zich voordoen dat een situatie niet in de Beleidsregels is uitgewerkt. Dan moet er toch, in de geest van de beleidsregel, een wenselijk resultaat kunnen worden bereikt. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de bijstandsgerechtigde gehuwden (en daarmee gelijkgestelden) voor wie het niet mogelijk is om hun re-integratietraject of inburgeringstraject op dusdanige tijden te volgen, dat een partner beschikbaar blijft om de kinderen op te vangen.

Naar boven