Dienstreizenregeling 2018 gemeente Harlingen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harlingen maakt bekend:

dat het in zijn vergadering van 30 januari 2018 definitief heeft vastgesteld:

  • 1.

    Dienstreizenregeling 2018 

Op grond van artikel 125 Ambtenarenwet en artikel 160 Gemeentewet is het college verplicht, respectievelijk bevoegd, voor gemeenteambtenaren een lokale arbeidsvoorwaarden- en rechtspositieregeling vast te stellen in de vorm van een algemeen verbindend voorschrift.  

De gemeentelijke rechtspositieregeling is een algemeen verbindend voorschrift. Artikel 139 Gemeentewet bepaalt dat besluiten, die algemeen verbindende voorschriften inhouden, pas verbinden wanneer zij op de juiste manier zijn bekendgemaakt. 

Inwerkingtreding

Deze besluiten treden in werking op de dag na die van bekendmaking en voor zover nodig met terugwerkende kracht per 1 februari 2018.  

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van de gemeente Harlingen d.d. 30 januari 2018.  

Harlingen, 2018  

Burgemeester en wethouders voornoemd,    

W. R. Sluiter S. van den Broek

burgemeester gemeentesecretaris

                

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN HARLINGEN: 

HEEFT BESLOTEN: 

tot het vaststellen van de ‘Dienstreizenregeling 2018‘: 

Artikel 1

Standplaats: Harlingen

Plaats van tewerkstelling: Het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar of van waaruit de ambtenaar naar oordeel van zijn leidinggevende gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht.

Dienstreis: Een naar het oordeel van de leidinggevende gewenste verplaatsing van een ambtenaar tot het verrichten van werkzaamheden buiten de plaats van tewerkstelling, alsmede het hiermee verband houdende bedrijf. 

Wijze van vervoer  

Artikel 2

  • 1.

    Alle dienstreizen worden in het kader van duurzaam beleid in principe met het openbaar vervoer gemaakt. Indien de leidinggevende vindt dat de dienstreis niet op doelmatige wijze met het openbaar vervoer kan worden ondernomen kan hij de ambtenaar toestaan de dienstreis met het gebruik van een eigen vervoermiddel te maken.

  • 2.

    Bij gebruik van het openbaar vervoer is de vergoeding op basis van het 2e klas tarief.

  • 3.

    Voor dienstreizen binnen de gemeente stelt de gemeente dienstfietsen beschikbaar.  

Vergoeding dienstreizen buiten de gemeente  

Artikel 3

  • 1.

    Voor de vergoeding van de reis- en verblijfskosten geldt in principe dat de plaats van tewerkstelling het begin- en eindpunt is van de dienstreis.

  • 2.

    Als de dienstreis wordt gemaakt met openbaar vervoer worden de kosten daarvan onder overlegging van de bewijsstukken vergoed.

  • 3.

    Als de dienstreis wordt gemaakt met een eigen vervoermiddel worden de kosten daarvan vergoed op de volgende wijze:

- auto/motorfiets € 0,28 per km (netto)

- bromfiets € 0,10 per km

- fiets € 0,05 per km

  • 4.

    De genoemde vergoedingsbedragen zijn afgeleid van de Reisregeling Binnenland en worden dienovereenkomstig aangepast.

  • 5.

    Als de leidinggevende het doelmatig en/of wenselijk acht dat tijdens de dienstreis gebruik wordt gemaakt van een taxi of dat een fiets moet worden gestald, worden de hieraan verbonden kosten vergoed.

  • 6.

    Kosten verbonden aan betaald parkeren zijn verdisconteerd in de kilometervergoeding en worden dan ook niet apart vergoed.

  • 7.

    Woon/werk kilometers kunnen bij een dienstreis niet ingediend worden. Via fiscale uitruil (regeling belastingdienst) kan er € 0,19 reiskostenvergoeding per afgelegde kilometer voor woon/werkverkeer worden uitgeruild. Derhalve moeten woon/werk kilometers van de dienstreis worden afgetrokken. 

Bezoek bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werk, UWV.   

Artikel 4

  • 1.

    Reiskosten in verband met een bezoek aan de bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werkster en/of het UWV kunnen gedeclareerd worden conform de richtlijnen van artikel 2 & artikel 3 van deze regeling.  

Declaraties  

Artikel 5

  • 1.

    Declaraties kunnen digitaal worden ingediend via YouForce. Bewijsstukken dienen aan de declaratieformulieren te worden toegevoegd.

  • 2.

    Met inachtneming van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek worden declaraties niet uitgekeerd wanneer de reis- en verblijfskosten langer dan 6 maanden geleden zijn gemaakt.

  • 3.

    Voor het berekenen van de gemaakte kilometers wordt er gebruik gemaakt van Google Maps: https://www.google.nl/maps.  

Verblijfskosten  

Artikel 6

  • 1.

    De in verband met een dienstreis buiten de standplaats gemaakte kosten voor maaltijden en kleine uitgaven (overdag) worden vergoed.

  • 2.

    Geen aanspraak op een vergoeding als bedoeld in het vorige lid bestaat voor een dienstreis korter dan 4 uur.

  • 3.

    De maximale vergoedingen wegens verblijfskosten zijn ontleend aan de Reisregeling Binnenland.

  • 4.

    De uit te keren bedragen voor lunch en diner worden slechts toegekend indien de tijd tussen respectievelijk 12:00 en 14:00 uur en 18:00 en 19:00 uur geheel in de dienstreis valt.        

Dienstreizen in het buitenland  

Artikel 7

  • 1.

    Voor dienstreizen in het buitenland geldt de ‘reisregeling buitenland’.

  • 2.

    Voor de berekening van de vergoeding voor verblijfskosten in het buitenland wordt uitgegaan van bijlage I die is opgenomen in de reisregeling buitenland. In deze bijlage is een tarieflijst opgenomen voor de verschillende gebieden waarin wordt gereisd.  

Slotbepaling  

Artikel 8

Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende, afwijkende of nadere regels stellen ten aanzien van dienstreizen. 

Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling wordt aangehaald als “Dienstreizenregeling 2018”

  • 2.

    Bekendmaking van de regeling vindt plaats op intranet.

  • 3.

    De regeling treedt in werking op 1 februari 2018 onder gelijktijdige intrekking van de regeling van 1 september 2009.

 

Harlingen 21-03-2018

Naar boven