Gemeenteblad van Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
UtrechtGemeenteblad 2018, 54632Verordeningen



Horecaverordening gemeente Utrecht 2018

De raad der gemeente Utrecht, gelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 december 2017 met kenmerk 4795680/a

 

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 4 van de Drank- en Horecawet

 

Besluit vast te stellen de volgende

Horecaverordening gemeente Utrecht 2018

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze verordening verstaat onder:

a. horecabedrijf: - de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, logies wordt verstrekt, of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan, een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.

- een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.

b. terras: - het buiten de besloten ruimte van het horecabedrijf liggende deel, waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden verstrekt.

- Een gevelbankje bij een (horeca)bedrijf/winkel wordt niet gezien als terras.

c. houder: - de natuurlijke persoon of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt geëxploiteerd.

d. leidinggevende(n): - a. rechtspersoon voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt geëxploiteerd.

- b. de natuurlijke persoon, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan een horecabedrijf.

e. bezoeker: een ieder die zich in een horecabedrijf bevindt, met uitzondering van:

- leidinggevenden als bedoeld in het sub d;

- personen wier aanwezigheid in het horecabedrijf wegens dringende redenen noodzakelijk is.

f. paracommerciële instelling: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.

 

 

Hoofdstuk 2 Bepalingen voor horecabedrijven

Paragraaf 1 De exploitatievergunning

Artikel 2 Vergunningplicht

1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester (exploitatievergunning).

2. Het is verboden de aard van het horecabedrijf te wijzigen zonder een daartoe strekkende vergunning.

3. De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in het eerste lid niet geldt voor één of meer in dat besluit aangeduide soorten horecabedrijven in de gehele gemeente dan wel in één of meer daarin aangewezen delen van de gemeente.

4. De exploitatie van een horecabedrijf waarop een besluit als bedoeld in het derde lid van toepassing is, dient zodanig te geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

5. Horecabedrijven waarvoor op grond van het derde lid het gestelde in het eerste lid niet geldt, blijven, voor zover van toepassing, aan de bepalingen van de Horecaverordening gebonden.

 

Artikel 3 Voorschriften en beperkingen

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid, zedelijkheid of de woon- en leefsituatie, voorschriften en beperkingen opleggen in een zelfstandig besluit of verbinden aan een exploitatievergunning.

2. Voor zover een exploitatievergunning ook betrekking heeft op één of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen op de openbare weg, kan de burgemeester daaraan tevens voorschriften en beperkingen verbinden met het oog op het doelmatig gebruik van de openbare ruimte, het uiterlijk aanzien van de gemeente, de veiligheid, en het onderhoud van de openbare weg en de zich daarop, daarin, daaronder of daarboven bevindende voorzieningen.

3. De burgemeester kan de aan een exploitatievergunning verbonden voorschriften en beperkingen wijzigen, dan wel nieuwe voorschriften en beperkingen aan een exploitatievergunning verbinden.

4. Het is verboden te handelen in strijd met enig in een zelfstandig besluit opgelegde of aan de exploitatievergunning verbonden voorschrift of beperking.

 

Artikel 4 Tenaamstelling

1. De exploitatievergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet van de houder.

2. De exploitatievergunning is niet overdraagbaar.

3. In geval van beëindiging of overdracht van het horecabedrijf, is de houder verplicht dit direct schriftelijk aan de burgemeester mee te delen.

4. Het adres, de aard, locatie en omvang van het horecabedrijf worden op de exploitatievergunning vermeld.

5. De namen van de leidinggevenden zijn vermeld in het aanhangsel bij de exploitatievergunning.

 

Artikel 5 Vervallen exploitatievergunning

De exploitatievergunning vervalt wanneer:

a. de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk is beëindigd of gedeeltelijk is overgedragen;

b. zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning, zonder dat van deze exploitatievergunning gebruik is gemaakt;

c. gedurende één jaar anders dan wegens overmacht geen gebruik is gemaakt van de exploitatievergunning.

 

Artikel 6 Aanvraag

1. De aanvraag om een exploitatievergunning geschiedt door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

2. In de aanvraag wordt in ieder geval vermeld:

a. het adres van het horecabedrijf;

b. de aard van het horecabedrijf;

c. de houder van het horecabedrijf;

d. de persoonsgegevens van de leidinggevenden.

3. Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd:

a. een burgerservicenummer van iedere leidinggevende;

b. een nauwkeurige beschrijving en plattegrond met duidelijke maatvoering van de indeling van het horecabedrijf. Als het ook om een terras gaat: een nauwkeurige beschrijving en plattegrond met duidelijke maatvoering van de ligging en omvang van dat terras.

4. Indien de burgemeester het voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht kan hij om aanvullende documenten en gegevens verzoeken.

5. De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde in de geldende Legesverordening.

6. Het bepaalde in het derde lid geldt niet ten aanzien van horecabedrijven waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Drank- en Horecawet.

 

Artikel 7 Eisen

1. Voor het verkrijgen van een exploitatievergunning moeten leidinggevenden aan de volgende eisen voldoen:

a. zij mogen niet onder curatele staan dan wel uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet zijn;

b. zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;

c. zij moeten de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, dan wel de leeftijd van 21 jaar wanneer zij alcoholhoudende dranken wensen te schenken.

 

2. De exploitant of leidinggevende is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of leidinggevende geweest van een horecabedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 2 is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat de betreffende persoon ter zake geen verwijt treft.

 

Artikel 8 Beslistermijn

1. De burgemeester beslist op de aanvraag om vergunning binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

2. De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.

3. Indien voor het horecabedrijf tevens een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet is vereist, houdt de burgemeester, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, zijn beslissing aan totdat op de aanvraag om vergunning als bedoeld in de Drank- en Horecawet is beslist.

4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

 

Artikel 9 Weigeringsgronden

1. De burgemeester weigert de exploitatievergunning:

a. indien de exploitatie of vestiging van een horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een ter inzage gelegd bestemmingsplan, een voorbereidingsbesluit, een beheersverordening, een exploitatieplan of daarmee gelijk te stellen regelingen.

b. Indien niet is voldaan aan de eisen zoals gesteld in artikel 7.

c. Indien voor het horecabedrijf een vergunning op grond van de Drank - en Horecawet is vereist en deze is geweigerd.

d. Indien naar zijn oordeel de openbare orde, veiligheid of de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf.

e. Indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

 

2. Bij toepassing van het bepaalde onder het eerste lid, sub d, houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en van de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal komen te liggen, de aard van het horecabedrijf, de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse al blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf en de wijze van bedrijfsvoering van de houder in deze of in andere horecabedrijven;

3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid weigert de burgemeester de exploitatievergunning voor een bij het horecabedrijf behorend terras dat op de openbare weg is gelegen, indien dat terras niet voldoet aan het bepaalde in het bij deze verordening behorende Terrassenreglement.

4. Voor horecabedrijven waarvan de exploitatievergunning op grond van artikel 10, eerste lid, onder e of f is ingetrokken, kan worden bepaald dat een exploitatievergunning voor dat horecabedrijf gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar wordt geweigerd.

 

Artikel 10 Intrekkingsgronden

1. De burgemeester trekt de exploitatievergunning in, indien:

a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, waardoor op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.

b. Niet langer wordt voldaan aan de in artikel 7 gestelde eisen.

c. Voor het horecabedrijf een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet is vereist en deze is ingetrokken.

d. Er een persoon leidinggevende is geworden en deze niet op grond van artikel 12a is gemeld.

e. Zich in of vanuit het betrokken horecabedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de exploitatievergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.

f. De openbare orde, veiligheid of de woon - en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze wordt verstoord door de aanwezigheid van dat bedrijf.

g. Het horecabedrijf is gewijzigd zonder daartoe strekkende vergunning als bedoeld in artikel 2, tweede lid.

 

2. De burgemeester kan een exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:

a. gehandeld wordt in strijd met enig bij of krachtens deze verordening of de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur gegeven voorschrift of beperking.

b. Gehandeld wordt in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

c. Na het verlenen van de exploitatievergunning zich een zodanige verandering van de omstandigheden of inzichten voordoet waardoor de bescherming van de belangen in de Horecaverordening en/of het Terrassenreglement noodzaakt tot intrekking van de exploitatievergunning.

d. De houder daarom verzoekt.

e. Een vergunninghouder in een periode van twee jaar tenminste driemaal op grond van artikel 12a om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 12a, zesde lid.

Paragraaf 2 Overige bepalingen voor horecabedrijven

 

Artikel 11 Openings- en sluitingstijden

1. Een horecabedrijf mag, met uitzondering van een bijbehorend terras, dagelijks voor bezoekers geopend zijn van 00.00 uur tot 24.00 uur.

2. Een bij het horecabedrijf behorend terras mag dagelijks voor het publiek geopend zijn van 09.00 uur tot uiterlijk 01.00 uur.

3. De burgemeester kan ruimere openingstijden vaststellen voor een bij één of meer soorten horecabedrijven behorend terras in een door hem aan te wijzen gebied en gedurende een bepaalde periode.

4. Het is verboden een horecabedrijf, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een sport- of jeugdorganisatie of -instelling voor bezoekers geopend te houden van 01.00 uur tot 07.00 uur in alle nachten van de week.

5. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of ter bescherming van de woon- en leefsituatie of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden, voor één of meer horecabedrijven of voor horecabedrijven in een bepaald gebied de openingstijden, als bedoeld in het eerste en tweede lid, al dan niet tijdelijk beperken.

6. De bepalingen van dit artikel gelden slechts voor een horecabedrijf voor zover daarvoor bij of krachtens de Winkeltijdenwet geen andere openingstijden zijn bepaald.

 

Artikel 12 Aanwezigheid leidinggevende

1. Het is verboden een horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben indien niet in het horecabedrijf aanwezig is:

a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, of,

b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 12a, eerste lid, is gemeld, mits de ontvangst van die melding is bevestigd, zolang nog niet op die melding is beslist.

 

2. In afwijking van het eerste lid is het een paracommerciële instelling verboden een horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daar alcoholhoudende drank wordt verstrekt, geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is:

a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, of

b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 12a, eerste lid, is gemeld, mits de ontvangst van die melding is bevestigd, zolang nog niet op die melding is beslist, of

c. een barvrijwilliger die een voorlichtingsinstructie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Drank- en Horecawet heeft gekregen.

 

Artikel 12a Melden leidinggevenden

1. De vergunninghouder meldt aan de burgemeester welke persoon hij verzoekt als leidinggevende bij of af te schrijven.

2. De melding op grond van het eerste lid geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.

3. De aanvraag tot wijziging moet geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier of elektronische informatiedrager en moet van de benodigde bijlagen zijn voorzien.

4. De burgemeester bevestigt schriftelijk of elektronisch onverwijld de ontvangst van de aanvraag.

5. Direct na bevestiging van ontvangst van de melding mag de leidinggevende als zodanig werkzaam zijn.

6. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien niet voldaan wordt aan het gestelde in artikel 7.

7. De burgemeester verwijdert de leidinggevende uit het aanhangsel indien:

a. de leidinggevende hier zelf om verzoekt;

b. de vergunninghouder hier om verzoekt;

c. de vergunninghouder ter verkrijging van het gewijzigde aanhangsel onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt;

d. niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 7.

8. De vergunninghouder ontvangt een gewijzigd aanhangsel.

9. In het aanhangsel worden de persoonsgegevens van de leidinggevenden opgenomen.

Artikel 13 Handel

1. Het is verboden toe te laten dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in het horecabedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare verkopingen en veilingen.

 

Artikel 14 Zichtbaarheid

De houder is, indien hij daartoe door de burgemeester is aangeschreven, verplicht ervoor zorg te dragen dat steeds wanneer bezoekers in het horecabedrijf aanwezig zijn, van buiten af kan worden waargenomen, hetgeen daarbinnen voorvalt.

 

Artikel 15 Aanwezigheid in een gesloten horecabedrijf

1. Het is bezoekers verboden in een horecabedrijf aanwezig te zijn gedurende de tijd dat dit bedrijf bij of krachtens deze verordening gesloten dient te zijn.

2. Het is verboden een horecabedrijf geopend te hebben, daarin bezoekers te ontvangen, toe te laten of aanwezig te hebben, gedurende de tijd dat dit bedrijf bij of krachtens deze verordening gesloten dient te zijn.

 

Artikel 16 Ordeverstoring

Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.

 

Hoofdstuk 3 Aanvullende bepalingen voor paracommerciële inrichtingen

Artikel 17 Indeling paracommerciële instellingen

Paracommerciële instellingen worden onderverdeeld naar aard, te weten:

a. paracommerciële instellingen die zich richten op activiteiten van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.

b. Paracommerciële instellingen die zich richten op activiteiten van sociaal - educatieve aard.

c. Paracommerciële instellingen die zich richten op activiteiten van sociaal - culturele aard, onder te verdelen in:

1° instellingen die zich richten op een specifieke buurt, wijk, of stadsdeel (buurt- en wijkhuizen);

2° overige instellingen van sociaal-culturele aard.

d. Paracommerciële instellingen die zich richten op activiteiten van sportieve of recreatieve aard.

 

Artikel 18 Schenktijden voor paracommerciële instellingen

1. Voor paracommerciële instellingen als bedoeld in artikel 17 sub a, b en c2°gelden geen schenktijden.

2. Het is paracommerciële instellingen, als bedoeld in artikel 17 sub c1° en d, verboden alcoholhoudende drank te verstrekken tussen 01.00 uur en 07.00 uur op alle dagen van de week.

 

Artikel 19 Alcoholverstrekking tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard

Het is alle paracommerciële instellingen verboden alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen.

 

Artikel 20 Alcoholverstrekking tijdens bijeenkomsten van derden

Het is alle paracommerciële instellingen verboden alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende instelling betrokken zijn.

 

 

Artikel 21 Ontheffingsbevoegdheid burgemeester

1. De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, op aanvraag ontheffing verlenen van de verboden, zoals benoemd in de artikelen 18, 19 en 20.

2. De paracommerciële instelling dient de ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, zes weken van tevoren aan te vragen.

3. De burgemeester kan aan deze ontheffing voorschriften of beperkingen verbinden.

4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om ontheffingen als bedoeld in dit artikel.

Hoofdstuk 4 Sanctie- en strafbepalingen

Artikel 22 Sluiting

1. De burgemeester kan een horecabedrijf sluiten, indien:

a. dat bedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige exploitatievergunning;

b. dat bedrijf wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de exploitatievergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

2. De burgemeester kan één of meer horecabedrijven in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of woon- en leefsituatie, of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden, al dan niet voor een bepaalde duur, sluiten.

3. De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van het horecabedrijf is aangebracht.

4. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, plaatsvinden.

5. Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het tweede lid wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.

 

Artikel 23 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 24 Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van de burgemeester aangewezen ambtenaren.

Artikel 25 Bevoegd bestuursorgaan

Indien een horecabedrijf als bedoeld in deze verordening geen op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven is in de zin van artikel 174 Gemeentewet treedt niet de burgemeester, maar het college van burgemeester en wethouders op als bevoegd orgaan.

 

Artikel 26 Overgangsrecht

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de verordening als bedoeld in artikel 27, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag is beslist, worden daarop de bepalingen van de onderhavige verordening toegepast.

Artikel 27 Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

2. Per die datum wordt de Horecaverordening Utrecht 2015 (Gemeenteblad van Utrecht 2015, nr.5) ingetrokken.

Artikel 28 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Horecaverordening gemeente Utrecht 2018’.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 8 maart 2018,

De griffier, De burgemeester,

mr. M. van Hall mr. J.H.C. van Zanen