Wijzigingsverordening Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Ede 2014

De raad van de gemeente Ede;

gelezen het voorstel van het presidium van 22 januari 2018, zaaknummer 84312;

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de Gemeentewet en de artikelen 13, tweede lid, en 15, onder a, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;

besluit:

Artikel I  

De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Ede 2014 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 2 komt als volgt te luiden:

Artikel 2 Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen

  • 1.

    Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van zijn functie (raadslid) dan wel als rechtstreeks als uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid ontvangen leden van de raadscommissie Ede, niet zijnde raadsleden, alleen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen tijdens de Politieke Dag Ede op donderdag. Vergaderingen op andere dagen komen niet voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding wordt toegekend voor maximaal één vergadering tussen 14.00 en 18.00 en maximaal één vergadering tussen 19.00 en 24.00 uur.

  • 4.

    Voor de toepassing van het derde lid worden informatieve, beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen van de Raadscommissie Ede en vergaderingen van raadswerkgroepen aangemerkt als vergaderingen. De vergaderingen waarin de Perspectiefnota, de Programmarekening en de Programmabegroting worden behandeld gelijkgesteld met een oordeelsvormende vergadering.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid ontvangen de leden respectievelijk de voorzitter van de commissie voor de bezwaarschriften een vergoeding van €175,- c.q. €225,- per vergadering.

 

B. 

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

Het vierde lid komt als volgt te luiden: 

  • 4.

    Commissieleden komen in aanmerking voor een vergoeding van reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen als zij buiten de gemeente Ede wonen. De vergoeding voor reiskosten is gelijk aan het in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde.

 

C. 

Artikel 4 komt als volgt te luiden:

Artikel 4 Buitenlandse excursie of reis

  • 1.

    De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of de Raadscommissie Ede toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Wanneer toestemming is verleend voor de excursie of reis komen de in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten voor rekening van de gemeente.

  • 2.

    De gemeenteraad kan voorwaarden verbinden aan de toestemming.

  • 3.

    De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd.

 

D. 

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

In het zesde lid worden de woorden ‘de vergadering van fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen (het Presidium)’ vervangen door: de gemeenteraad.

 

E. 

Onder vernummering van de bestaande tekst tot het eerste lid wordt aan artikel 7 een tweede lid toegevoegd, luidende:

2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 2 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

 

F. 

Artikel 14 komt als volgt te luiden:

Artikel 14. Verhuis-, dubbele woonlasten, reis-en pensionkosten bij benoeming

  • 1.

    Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van:

    • 1.

      reis- en pensionkosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 1 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders, en

    • 2.

      dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders.

 

 

G. 

Onder vernummering van de bestaande tekst tot het eerste lid wordt aan artikel 15 een tweede lid toegevoegd, luidende:

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 3 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

 

H. 

Hoofdstuk V van de verordening komt als volgt te luiden:

Hoofdstuk V Maatregelen bij schending geheimhouding

Artikel 19 Maatregelen bij schending geheimhouding

  • 1.

    De raad kan op voorstel van het presidium of haar voorzitter besluiten om een lid van de raad of de Raadscommissie Ede dat de geheimhouding omtrent stukken of het verhandelde heeft geschonden uit te sluiten van verstrekking van geheim te houden stukken die een directe relatie hebben met het onderwerp waarover de geheimhouding is geschonden. Dit besluit ziet - voor zover het raadsleden betreft - zowel op de verstrekking in zowel de hoedanigheid van raadslid als van raadscommissielid.

  • 2.

    De raad kan op voorstel van het presidium of haar voorzitter tevens besluiten om het een lid van de Raadscommissie Ede de toegang tot besloten vergaderingen te ontzeggen indien daarin zaken worden besproken die een directe relatie hebben met het onderwerp waarover de geheimhouding is geschonden.

  • 3.

    De genoemde maatregelen kunnen worden opgelegd tot het tijdstip van opheffing van de geheimhouding van het desbetreffende onderwerp.

Artikel II  

Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de achtste dag na die van bekendmaking.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 22 februari 2018, zaaknummer 84312;

De raad voornoemd,

de griffier,

dr. G.H. Hagelstein

de voorzitter, 

mr. L.J. Verhulst

Toelichting  

In opdracht van de gemeenteraad is de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Ede 2014 geactualiseerd. Daarbij zijn tevens de wijzigingen uit het laatste model van de Verenging van Nederlandse gemeenten verwerkt.

 

Artikel I, onderdeel B (artikel 2 Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Ede 2014)

Op 1 februari 2017 is de verordening gewijzigd ten aanzien van de vergoeding die leden van de Raadscommissie Ede, niet zijnde raadsleden, ontvangen. Deze groep personen wordt in de gemeentelijke praktijk aangeduid als ‘fractievolgers’. Voor die tijd werd slechts één vergadering per Politieke Dag Ede vergoed. Omdat de Politieke Dag Ede (anders dan de oude commissievergaderingen) meerdere onderdelen omvat die zowel in de middag als avond plaatsvinden, stond dit niet meer in verhouding tot de inspanning die werd geleverd door raadscommissieleden. De raad heeft daarom - op voorstel van het presidium - de verordening gewijzigd. Beoogd is de verordening in die zin te wijzigen dat zowel in de middag als in de avond één vergadering voor vergoeding in aanmerking zou komen (vergelijk het verslag van de vergadering van het presidium van 18 april 2017).

Inmiddels is geconstateerd dat de tekst van de verordening op dit punt onvoldoende aansluit bij de oorspronkelijke bedoeling. De tekst wordt daarom gewijzigd, in die zin dat enkel vergaderingen tijdens de Politieke Dag Ede op donderdag voor vergoeding in aanmerking komen. Daarbij geldt een maximum van één vergadering in de middag en één vergadering in de avond. Vergaderingen die plaatsvinden op een andere dag of op een dag waarop er geen Politieke Dag Ede plaatsvindt, komen dus niet voor vergoeding in aanmerking. In het nieuwe derde lid wordt omschreven welke vergadertypen worden aangemerkt als vergaderingen in de zin van deze verordening. Werkbezoeken zijn daarin niet genoemd. Werkbezoeken komen alleen voor vergoeding in aanmerking, indien zij de vorm hebben van een informatieve, beeldvormende of oordeelsvormende vergadering.

De gedachte achter de keuze voor de beperking van deze vergoeding ligt in het beheersbaar houden van de kosten en het bevorderen dat vergaderingen zoveel mogelijk plaatsvinden tijdens de Politieke Dag Ede. De raad is bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding gebonden aan het maximum dat is vastgesteld in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Er is geen minimumvergoeding vastgesteld. In de bestuursrechtelijke literatuur wordt aangenomen dat de raad op dat punt dan ook vrij is naar eigen inzicht te handelen (zie T.D. Cammelbeeck, T&C Gemeentewet Provinciewet, art. 96 Gemeentewet, aantekening 2).

Het is al lange tijd gebruikelijk dat de leden en voorzitter van de commissie voor de bezwaarschriften een afwijkende (hogere) vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden. Dit is ook verklaarbaar vanwege de bijzondere beroepsmatige deskundigheid die voor deze functies wordt vereist. Gebruikelijk is om minimaal een WO-rechten opleiding of daarmee vergelijkbare opleiding te vragen. Voor Kamer II geldt dat minimaal één lid moet beschikken over een opleiding tot kinder- en jeugdpsycholoog of orthopedagoog. Voorgesteld wordt daarom om de leden en voorzitters een afwijkende vergoeding toe te kennen, op basis van artikel 15, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Er is een vergelijkend onderzoek gehouden bij andere gemeenten. Op basis daarvan wordt een vergoeding voorgesteld van €225,- voor de voorzitter en €175,- voor de leden.

 

Artikel I, onderdeel C (artikel 3 Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Ede 2014)

In de praktijk is het gebruikelijk dat commissieleden die buiten de gemeente woonachtig zijn een reiskostenvergoeding ontvangen. Dit wordt daarom bij deze actualisatieronde vastgelegd in de verordening.

 

Artikel I, onderdeel D en E (artikel 4 en 5 Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Ede 2014)

In de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Ede 2014 is opgenomen dat het presidium toestemming kan verlenen voor een reis of excursie naar het buitenland (artikel 4) of vergoeding van scholingskosten (artikel 5). Voor een rechtstreekse toekenning van deze bevoegdheid aan een commissie biedt de Gemeentewet geen grondslag. In plaats daarvan is nu voorzien in toekenning aan de gemeenteraad en delegatie aan de commissie Financiële Controle.

In artikel 156 van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad (slechts) zijn bevoegdheden kan overgedragen aan het college van burgemeesters en wethouders of aan bestuurscommissie. Het presidium is geen bestuurscommissie en kan dat ook niet zijn, gelet op het voorzitterschap van de burgemeester. Om die reden is gekozen voor delegatie aan de commissie Financiële Controle.

 

Artikel I, onderdeel G (artikel 14 Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Ede 2014)

Per 1 februari 2016 kunnen wethouders ook in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de dubbele woonlasten. Artikel 14 voorziet hier nu in. Tevens is in lid 1 en lid 2 voorzien in een koppeling met de Regeling Rechtspositie wethouders voor de reis- en pensionkosten.

 

Artikel I, onderdeel H (artikel 19 Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Ede 2014)

In het reglement van orde van de gemeenteraad was opgenomen dat raadsleden die geheime informatie ‘lekten’ uitgesloten konden worden van kennisname van informatie over het betreffende onderwerp. Voorgesteld wordt om deze regeling te schrappen uit het reglement van orde en in plaats daarvan op te nemen in deze verordening. Een ingrijpende maatregel als het uitsluiten van een raadslid van de kennisname van geheime informatie kan namelijk niet genomen worden zonder wettelijke grondslag. De regeling wordt verder in die zin aangepast dat zij ook gaat gelden voor leden van de Raadscommissie Ede.

Voor leden van de Raadscommissie Ede wordt daarnaast de mogelijkheid opgenomen om hen toegang tot de besloten vergadering te ontzeggen indien daarin zaken worden besproken waarvoor zij eerder een geheimhoudingsplicht hebben geschonden. Voor raadsleden is deze materie uitputtend geregeld in artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet.

Opgemerkt wordt de besluiten uit dit artikel bedoeld zijn als herstelsancties, gericht op het voorkomen van schending van een geheimhoudingsplicht. Dat laat onverlet dat een raadslid of raadscommissielid die een geheimhoudingsplicht schendt daarvoor ook strafrechtelijk of civielrechtelijk aansprakelijk kan zijn. Dat valt verder buiten het bestek van deze verordening.

 

Naar boven