Gemeenteblad van Leek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leek | Gemeenteblad 2018, 47588 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leek | Gemeenteblad 2018, 47588 | Beleidsregels |
Protocol Huisbezoek Toezichthouder BRP
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop dit protocol is gebaseerd
De wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop het afleggen van een huisbezoek, waarbij in een woning wordt binnengetreden, is gebaseerd, bestaat uit de Wet BRP artikel 4.2 en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) artikel 5:15. De Algemene wet op het binnentreden (Awbi, artikel 1) is ook relevant en bevat voorwaarden voor het uitoefenen van de bevoegdheid tot binnentreden van een woning.
Het college van burgemeester en wethouders wijst ambtenaren aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de burger ingevolge hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 5.
Degene die bij of krachtens de wet belast is met de opsporing van strafbare feiten of enig ander onderzoek, met de uitvoering van een wettelijk voorschrift of met het toezicht op de naleving daarvan, dan wel een bevoegdheid tot vrijheidsbeneming uitoefent, en uit dien hoofde in een woning binnentreedt, is verplicht zich voorafgaand te legitimeren en mededeling te doen van het doel van het binnentreden. Indien twee of meer personen voor hetzelfde doel in een woning binnentreden, rusten deze verplichtingen slechts op degene die bij het binnentreden de leiding heeft.
Indien de naleving van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen naar redelijke verwachting ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen, feitelijk onmogelijk is dan wel naar redelijke verwachting de strafvordering schaadt ten aanzien van misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, gelden deze verplichtingen slechts voor zover de naleving daarvan in die omstandigheden kan worden gevergd.
Een persoon in dienst van een bestuursorgaan die zich ingevolge het eerste lid legitimeert, toont een legitimatiebewijs dat is uitgegeven door of in opdracht van dat bestuursorgaan. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de houder en vermeldt diens naam en hoedanigheid. Indien de veiligheid van de houder van het legitimatiebewijs vordert dat zijn identiteit verborgen blijft, kan in plaats van zijn naam zijn nummer worden vermeld.
Gemeenten voeren adresonderzoeken in het kader van de BRP uit. Een van de acties die dan uitgevoerd kunnen worden, is een huisbezoek. Dit protocol beperkt zich tot de werkwijze rond het huisbezoek BRP, als onderdeel van het totale adresonderzoek 1
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente (hierna: de gemeente) start een adresonderzoek als er een signaal wordt ontvangen:
Het onderzoek van de gemeente dat volgt is een onderzoek naar de verblijfplaats van de betrokken persoon.
Omdat de uitkomst van het adresonderzoek mogelijk aanleiding kan zijn tot een ambtshalve wijziging van gegevens in de BRP moet het onderzoek zorgvuldig worden uitgevoerd. De gemeente kan niet lichtvaardig overgaan tot het doorvoeren van een ambtshalve wijziging, omdat de gevolgen voor de betrokken persoon en overheid groot kunnen zijn. Bijvoorbeeld: het recht op persoonsgebonden toeslagen (huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek, kindgebondenbudget, etc.) kan verloren gaan en de overheid kan de persoon definitief uit het oog verliezen, waardoor vorderingen oninbaar worden of er geen zorg meer geboden kan worden aan een kwetsbaar persoon. Een adresonderzoek moet om deze reden altijd zorgvuldig worden uitgevoerd.
Een huisbezoek kan onderdeel uitmaken van een dergelijk onderzoek. Op 6 januari 2014 is de Wet BRP in werking getreden waarin het college van burgemeester en wethouders ambtenaren aanwijst die zijn belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de burger ingevolge hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 5 van de Wet BRP. Om de toezichthouder BRP van de gemeenten te ondersteunen bij een dergelijk huisbezoek, is dit protocol opgesteld in samenwerking tussen het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) van ICTU en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB).
De afweging die gemaakt moet worden of er een huisbezoek moet worden uitgevoerd, maakt geen deel uit van dit protocol. Deze afweging moet gemaakt worden in het totale proces van het adresonderzoek. Wordt er besloten een huisbezoek uit te voeren, dan wordt dit protocol Huisbezoek Toezichthouder BRP als richtlijn gehanteerd.
De in dit Protocol beschreven werkwijze is van toepassing op huisbezoeken die in het kader van toezicht op de naleving van de verplichtingen van de burger worden afgelegd door aangewezen toezichthouders BRP.
Dit protocol is geschreven ter aanvulling op en uitwerking van de circulaire Adresonderzoek en het bijbehorende protocol Adresonderzoek.
Het protocol is gepubliceerd op de websites van de NVVB en het project LAA. In deze vorm wordt het protocol Huisbezoek Toezichthouder BRP up-to-date gehouden.
In het eerste hoofdstuk worden de verplichtingen van de burger beschreven waarop de bevoegdheden van de toezichthouder BRP betrekking hebben. Het tweede hoofdstuk omvat het juridische kader waarbinnen huisbezoeken plaatsvinden. Het laatste inhoudelijke hoofdstuk geeft richtlijnen voor het huisbezoek.
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop dit protocol is gebaseerd
1. Verificatie van verplichtingen van de burger rondom het adres
2.2. Het subsidiariteitsbeginsel en proportionaliteitsbeginsel
2.2.1. Het subsidiariteitsbeginsel
2.2.2. Het proportionaliteitsbeginsel
2.3.1. Multidisciplinair onderzoek
2.4. Weigeren of intrekken toestemming huisbezoek
3.1.3. De uitvoering van het huisbezoek
3.3. Verslag van het huisbezoek
Bijlage 1: Verplichtingen van de burger
1. Verificatie van verplichtingen van de burger rondom het adres
In dit hoofdstuk worden de verplichtingen van de burger beschreven waarop de bevoegdheden van de toezichthouder BRP betrekking hebben.
In het kader van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) kan voor de controle op de naleving van de verplichtingen van de burger onder andere het huisbezoek als middel worden gebruikt. Om hiervan een succes te maken, is het van belang de juiste (wettelijke) kaders voor een huisbezoek te schetsen en een beschrijving te geven van de eisen waaraan een huisbezoek moet voldoen.
De toezichthouder BRP is belast met de controle op de naleving van de verplichtingen van de burger op grond van de Wet BRP, zoals deze vermeld zijn in hoofdstuk 2, afdeling 1, § 5.
De verplichtingen van de burger hebben betrekking op:
De tekst van de wetsartikelen, die op deze verplichtingen betrekking hebben, is opgenomen in bijlage 1 bij dit protocol.
In dit hoofdstuk worden de wettelijke bepalingen van het huisbezoek weergegeven. Er wordt onder andere ingegaan op de toestemming voor een huisbezoek, het zogenoemde informed consent, de aanleiding voor een huisbezoek en de consequenties als de burger toestemming tot binnentreden van het pand 2 weigert.
Het afleggen van een huisbezoek wordt aangemerkt als een ingrijpende inbreuk op de privacy van de burger. In verdragen en verschillende wetten zijn daarom diverse bepalingen opgenomen ter bescherming van die privacy van de burger. Dit betreft onder andere het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), de Grondwet, en de Algemene wet op het binnentreden (Awbi), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en Jurisprudentie over het middel “huisbezoek”.
Uit vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) blijkt dat een huisbezoek ter vaststelling of er recht op uitkering bestaat een inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 8 EVRM en artikel 10, lid 1 van de Grondwet. Indien de bijzondere omstandigheden van het geval dit noodzakelijk maken, kan deze inbreuk echter gerechtvaardigd zijn. Voorwaarde is onder meer wel dat er een legitiem doel (EVRM) gediend wordt met het huisbezoek.
Een juridisch kader is onderhevig aan voortdurende aanpassing op basis van veranderende wetgeving en maatschappelijke ontwikkelingen. Werd een huisbezoek tien jaar geleden door veel juridisch medewerkers gezien als een ‘te zwaar middel’, vandaag de dag is een huisbezoek vaker onderdeel van gemeentelijk beleid, om te controleren of de administratieve werkelijkheid en de realiteit overeenkomen.
De vraag of er een grondslag is voor een huisbezoek is mede afhankelijk van wat we onder een huisbezoek verstaan in het kader van de BRP. Op grond van artikel 4.2 Wet BRP 3 worden ambtenaren aangewezen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de burger.
Het is van belang om te beseffen dat aanbellen en vragen stellen altijd is toegestaan. Hiervoor is geen juridische toestemming nodig. Het binnentreden van een woning kent wettelijke verboden, bevoegdheden en verplichtingen, en kan onderdeel uitmaken van het toezicht. Dit blijkt uit artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit artikel bepaalt namelijk dat een toezichthouder, zij het alleen met toestemming van de bewoner een woning mag binnentreden.
Het begrip huisbezoek in de BRP is niet synoniem met betreden van het pand. Heeft u een vermoeden dat een pand wordt bewoond? Dan is het goed om te beseffen dat in dit kader altijd medewerking van de burger nodig is. Onder het begrip huisbezoek in het kader van dit protocol vallen de volgende aspecten:
NB: Ook het bezichtigen van de buitenkant van het pand, c.q. het feit dat er (bij herhaling) niet open gedaan wordt, kan deel uitmaken van het totale adresonderzoek en een vermelding krijgen in een verslag van een (poging tot) huisbezoek.
Naast de beschreven juridische grondslag en de toestemming voor een huisbezoek is geen verdere specifieke grondslag vereist.
Het belangrijkste van een huisbezoek in het kader van de BRP blijft echter het gesprek. Het contact waarbij je vraagt aan de bewoner om aan te tonen dat de situatie is zoals hij beweert, ongeacht of dat binnen of buiten het pand is.
Volledigheidshalve wordt vermeld dat de burger zelf bepaalt of deze medewerking verleent aan het huisbezoek en dus toestemming 4 geeft om het pand binnen te treden. De burger blijft het recht behouden om toegang tot het pand te weigeren. De weigering kan wel consequenties hebben voor de betreffende burger (informed consent).
De Algemene wet op het binnentreden (Awbi) schrijft voor dat voldaan moet worden aan de legitimatieplicht en dat het binnentreden van het pand toegestaan is in aanwezigheid en met toestemming van de bewoner op basis van volledige informatie.
2.2. Het subsidiariteitsbeginsel en proportionaliteitsbeginsel
De beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit spelen een belangrijke rol in de bescherming van de privacy van de burger. Deze beginselen hebben zowel betrekking op de keuze die de gemeente moet maken of een huisbezoek het juiste middel is als op de uitvoering van het huisbezoek.
2.2.1. Het subsidiariteitsbeginsel
Als het beoogde doel door inzet van een ander middel dat minder ingrijpend is, gerealiseerd kan worden dient voor dat middel gekozen te worden.
De toezichthouder BRP verifieert altijd eerst de verstrekte inlichtingen aan de hand van de voor hem beschikbare authentieke bronbestanden.
Zoals gezegd heeft de burger het recht een huisbezoek te weigeren en zijn woonsituatie op een andere wijze dan door huisbezoek aan te tonen.
2.2.2. Het proportionaliteitsbeginsel
Voor al het overheidshandelen geldt dat het evenredig moet zijn in relatie tot de gestelde doelen.
Het ingezette middel en met name de wijze waarop moet in verhouding staan tot het beoogde doel (= het verkrijgen van volledige en de juiste informatie om het juiste adres vast te stellen).
Informed consent wil zeggen dat de toestemming tot binnentreden van de burger berust op volledige en juiste informatie over reden en doel van het huisbezoek en de gevolgen in geval van weigering. Onder volledige informatie wordt verstaan:
Over de vraag of de burger al dan niet toestemming verleent, mag geen twijfel bestaan. De bewijslast van de toestemming tot het binnentreden van het pand nadat de burger volledig is geïnformeerd, ligt bij de gemeente.
Het huisbezoek wordt uitgevoerd door twee ambtenaren. In het verslag wordt over het informed consent duidelijk melding gemaakt van het feit dat beide ambtenaren overtuigd waren van de toestemming door de bewoner.
Verder is het een aanbeveling betrokkene een brief te geven met daarop vermeld wat de toezichthouders komen doen 5 en dat ze, als ze de woning betreden hebben dit altijd gedaan hebben met expliciete toestemming van de burger die de deur geopend heeft. Waar mogelijk kan aan de burger medeondertekening (voor akkoord of voor gezien) van de informed consent gevraagd worden 6 .
Eventueel kan de reden van het bezoek in algemene termen worden toegelicht. Hoe concreet dit gedaan kan worden, verschilt per situatie. Dit is afhankelijk van de vraag of het de waarheidsvinding helpt of juist kan belemmeren en van de vraag of anderen (tipgevers) daardoor in de problemen kunnen komen.
Voorbeeld van een algemene toelichting:
Het doel van het bezoek is de versterking van de leefbaarheid in onze gemeente:
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom uw pand/adres bezocht wordt. Wij doen zelf onderzoek in onze registraties. Ook krijgen wij signalen van andere overheidsorganisaties, ondernemingen of inwoners .
2.3.1 Multidisciplinair onderzoek
Om onderzoeken snel en doeltreffend te kunnen oplossen kan samengewerkt worden in multidisciplinaire teams 7 . Bij dat onderzoek zijn meerdere disciplines betrokken, ook bij een huisbezoek. In dat geval is het zaak dat deze toezichthouders telkens juridisch zuiver handelen. Voor de uitvoering van elk van deze taken is ‘informed consent’ van toepassing. De burger moet over elk van die onderzoeken volledige en juiste geïnformeerd te worden.
Dit geldt ook in het geval een toezichthouder bij een huisbezoek meerdere verschillende toezichthoudende taken uitvoert. Deze dient in staat te zijn de verschillende bepalingen toe te passen die op dat moment gevraagd worden.
2.4. Weigeren of intrekken toestemming huisbezoek
Het kan zich voordoen dat de burger te kennen geeft een dringende reden te hebben voor de weigering van het huisbezoek. Als dit in een situatie gebeurt dat het hem nú niet uitkomt, kan het huisbezoek in de loop van deze dag, of één van de komende dagen plaatsvinden. Als voorbeeld zou kunnen gelden een afspraak van betrokkene bij de dokter/met het ziekenhuis.
Ook kan de burger zijn eenmaal gegeven toestemming intrekken. Vanaf dat moment bevindt men zich zonder toestemming van betrokkene in het pand en zal men het pand dienen te verlaten. Wordt dit niet gedaan dan vertoeft men wederrechtelijk in het pand en pleegt men een ambtsmisdrijf (ambtelijke huisvredebreuk) in de zin van artikel 370 Wetboek van Strafrecht.
Aan de burger wordt kenbaar gemaakt dat de weigering gevolgen kan hebben. Geef daarbij een uitleg dat er mogelijk een beslissing wordt genomen op basis van informatie die tot op dat moment verzameld is en de bewoner een kans mist om hier verandering in aan te brengen.
Bij het weigeren van een huisbezoek hoeft géén hersteltermijn gegeven te worden omdat een hersteltermijn de burger in de gelegenheid zou stellen om op een oneigenlijke manier te handelen. Bij weigering en intrekking van de toestemming kan de burger uitgenodigd worden om te verschijnen op het stadhuis voor een gesprek. Uit de praktijk blijkt dat terugkomen op een onverwacht moment ook waardevol kan zijn.
De gezondheid en de veiligheid van de uitvoerders van het huisbezoek is een belangrijke voorwaarde bij het afleggen van een huisbezoek. Er moet zoveel als mogelijk voorkomen worden, dat er een onveilige situatie ontstaat voor de uitvoerder van het huisbezoek en voor de burger. Belangrijke aanbevelingen zijn:
Het huisbezoek is een belangrijk onderdeel van een zorgvuldig uitgevoerd adresonderzoek. De bevoegdheid om toe te zien op de naleving van de genoemde verplichtingen die de burger heeft op het terrein van de registratie in de BRP levert ook een verantwoordelijkheid op. Het college is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de BRP. Er wordt inzet gevraagd om de gegevens in de BRP zoveel als mogelijk in overeenstemming te laten zijn met de feitelijke werkelijkheid. Het college doet er goed aan om van de bepaling uit artikel 4.2 van de Wet BRP gebruik te maken en toezichthouders BRP te benoemen die de feitelijke werkelijkheid controleren, om toe te zien op de naleving van de verplichtingen van de burger.
Het Protocol Huisbezoek Toezichthouder BRP is een hulpmiddel om de toezichthouders BRP van dienst te zijn en om de zorgvuldigheid van de adresonderzoeken te bevorderen. De gemeente kan en mag hier vervolgens van afwijken, zoals dat ook kan bij het protocol adresonderzoek. De gemeente is ook niet verplicht om dit protocol vast te stellen, maar het vaststellen heeft absoluut meerwaarde vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid, bevoegdheden, vastgesteld beleid en rechtszekerheid. De NVVB en LAA adviseren dit protocol, met of zonder de optionele punten, vast te stellen.
Aldus besloten in de vergadering
van burgemeester en wethouders
van de gemeente Leek,
d.d. 5 december 2017.
B.C. Hoekstra, burgemeester M. Schomper, secretaris
Bijlage 1 Verplichtingen van de burger
Relevante wetsartikelen over verplichtingen van de burger in het kader van de Wet BRP.
Degene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden, meldt zich uiterlijk op de vijfde dag na de aanvang van zijn verblijf in persoon bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn woonadres heeft om daarbij schriftelijk aangifte van verblijf en adres te doen. Indien hij geen woonadres heeft, kiest hij een briefadres en meldt hij zich binnen de gestelde termijn, bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn briefadres heeft, om de bedoelde aangifte te doen.
Hij geeft bij de aangifte de inlichtingen en overlegt de geschriften ter zake van feiten betreffende zijn burgerlijke staat, zijn nationaliteit en zijn eerder verblijf in Nederland, die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over. Indien hij zich in Nederland vestigt, komende vanuit Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, overlegt hij een hem betreffend verhuisbericht, verstrekt door de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, waar hij laatstelijk als ingezetene was ingeschreven.
Degene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden, doet aangifte van verblijf en adres overeenkomstig het eerste tot en met het derde lid, op het moment dat hij ophoudt te behoren tot een categorie als bedoeld in artikel 2.6.
Voor zover het opnemen van een woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is, kan de betrokkene in afwijking van artikel 2.38, eerste lid, en 2.39, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte doen.
Als briefadresgever kan worden gekozen:
De ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste twee derde van de tijd buiten Nederland zal verblijven, doet bij het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente voor zijn vertrek uit Nederland schriftelijk aangifte van vertrek. De aangiftetermijn vangt aan op de vijfde dag voor de dag van vertrek.
De ingezetene brengt alle feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, zo spoedig mogelijk ter kennis aan het college van burgemeester en wethouders. Hij verstrekt aan het college, desgevraagd in persoon, de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Op verzoek van het college legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over.
Degene die aangifte heeft gedaan als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.40 en artikel 2.43, geeft op verzoek van het college van burgemeester en wethouders de inlichtingen ter zake van zijn aangifte die van belang zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Deze verplichting is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het overleggen van geschriften. De betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon.
De ingezetene verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders over feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit, desgevraagd in persoon, de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisregistratie. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over.
Degene ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.43, verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie.
De verplichtingen, vermeld in de artikelen 2.38, 2.39 en 2.43 tot en met 2.47, rusten op:
Het hoofd van een instelling voor gezondheidszorg voor een in die instelling verblijvende persoon die wegens de toestand van zijn gezondheid niet in staat kan worden geacht aan zijn verplichtingen te voldoen of een machtiging daartoe te geven, dan wel de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel of de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad van een zodanig persoon, onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van het hoofd van de desbetreffende instelling.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 2.38 vermelde verplichtingen voor zover het bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen betreft. De maatregel bepaalt tevens de gevallen waarin kan worden afgeweken van de in dat artikel vermelde verplichting om zich in persoon te melden bij het college van burgemeester en wethouders. De maatregel bepaalt slechts gevallen waarin er om zwaarwegende redenen van kan worden afgezien dat de betrokkene zelf de verplichtingen vervult en zich daartoe in persoon meldt bij het college.
Het eerste lid, onderdelen a, b en d, en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 2.43 vermelde verplichting, met dien verstande dat, behoudens bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, een ouder en zijn meerderjarige kind en echtgenoten dan wel geregistreerde partners voor elkaar slechts de aangifteplicht kunnen vervullen, indien:
Het hoofd van een instelling of bedrijf waar personen verblijf plegen te houden, de instellingen, bedoeld in artikel 2.40 daaronder begrepen, verstrekt, indien de instelling of het bedrijf ter zake door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen, op door het college te bepalen tijdstippen aan het college de door het college gevraagde inlichtingen over de personen die naar redelijke verwachting in de instelling of het bedrijf voor onbepaalde tijd verblijf zullen houden dan wel gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zullen overnachten.
De echtgenoot, de geregistreerde partner en andere nabestaanden tot en met de tweede graad van een ingezetene die in het buitenland is overleden, verstrekken op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene is ingeschreven, aan het college, voor zover mogelijk, de inlichtingen over dat overlijden en overleggen de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisregistratie.
Degene die ter uitvoering van ingevolge deze paragraaf op hem rustende verplichtingen in persoon bij het college van burgemeester en wethouders verschijnt, overlegt desgevraagd met het oog op de vaststelling van zijn identiteit een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
De in artikel 2.48 bedoelde ouders, voogden, verzorgers en curatoren van minderjarigen of onder curatele gestelden, laten desgevraagd de minderjarige of de onder curatele gestelde met het oog op de vaststelling van de identiteit verschijnen bij het college van burgemeester en wethouders en overleggen desgevraagd een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in het eerste lid.
Bijlage 2 Bevoegdheden toezichthouder
Uit de Algemene wet bestuursrecht:
Een toezichthouder is bevoegd inlichtingen te vorderen.
Een toezichthouder is bevoegd van personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Vandaag wordt uw pand/adres door een toezichthouder van de overheid bezocht. Tijdens dit bezoek wordt gekeken naar de bewoning in het pand. In deze brief leest u meer over de aanleiding en de bedoeling van dit bezoek.
Het doel van dit bezoek is om te controleren of de gegevens zoals deze vastgelegd zijn in de basisregistratie personen (BRP) overeenkomen met de werkelijkheid. Iedereen moet namelijk zijn ingeschreven op het adres waar hij of zij echt woont.
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom uw pand/adres bezocht wordt. Wij doen zelf onderzoek in onze registraties. Ook krijgen wij signalen van andere overheidsorganisaties, ondernemingen of inwoners.
De toezichthouder BRP komt uw pand/adres alleen binnen met toestemming van degene die de deur geopend heeft. Wij zien deze bezoeken vooral als ‘preventief’. Dat betekent dat wij eventuele problemen of onregelmatigheden juist willen voorkomen met ons bezoek. Als de toezichthouder BRP een overtreding constateert, dan komt er een vervolgactie. In de meeste gevallen krijgt diegene daarover dan schriftelijk bericht.
Vragen of opmerkingen over het huisbezoek kunt u stellen aan de […], afdeling […], telefoonnummer […].
(optioneel onderdeel van het protocol Huisbezoek Toezichthouder BRP)
Voorbeeld instemmingsverklaring voor huisbezoek voor onderzoek naar de verblijfplaats
Adres: …………………………………………………………………………………………………………………………………………..……
Postcode: ……………………. te ………………………………………………………………………………………………………………
Datum huisbezoek …….…. -….……. - ……….…… Tijdstip gesprek ….… : ….. uur tot ….… : ….… uur
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
Achternaam 8 : …………………………………………………………....…………………………………… man / vrouw
Voorletter(s): …………………………………………………………… Geboortedatum: …….. -….…. - …….…
-------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voorafgaand aan het huisbezoek heeft u zich gelegitimeerd met een geldig legitimatiebewijs.
Voorafgaand aan het huisbezoek heeft u het doel hiervan bekendgemaakt, namelijk onderzoek naar de verblijfplaats van:
Achternaam 9 : …………………………………………………………....…………………………………… man / vrouw
Voorletter(s): …………………………………………………………… Geboortedatum: …….. -….…. - …….…
Waarbij onderzoek wordt verricht naar:
Voorafgaand aan het huisbezoek ben ik geïnformeerd over het onderstaande:
U heeft mij meegedeeld dat ik het recht heb om u de toegang tot mijn woning te weigeren. In verband met het onderzoek naar de verblijfplaats, vraagt u mijn medewerking aan het huisbezoek. Om die reden verzoekt u mij dan ook toestemming te geven om mijn woning te betreden.
Na deze informatie verleen ik u wel/geen toestemming tot het huisbezoek.
Reden van de weigering om medewerking te verlenen aan dit huisbezoek:
…………………………………………………………………………………………………………..………………………………………………
………………………………………………………………………………………………………………………..…………………………………
Handtekening betrokkene: ………………………..………………………………………………
(optioneel onderdeel van het informed consent)
Naam medewerker ………………………..………………… Naam medewerker ………………………..………………………
Handtekening ………………………..………………………… Handtekening ………………………..………………………………
U heeft de volgende ruimten in mijn woning betreden terwijl ik daarbij aanwezig was.
Voor het betreden van iedere afzonderlijke ruimte heeft U aan mij hiervoor toestemming gevraagd.
…………………………………..………………………………………………….………… Ja/nee
…………………………………..………………………………………………….………… Ja/nee
…………………………………..………………………………………………….………… Ja/nee
…………………………………..………………………………………………….………… Ja/nee
Handtekening betrokkene: ………………………..………………………………………………
Naam medewerker ………………………..………………… Naam medewerker ………………………..………………………
Handtekening ………………………..………………………… Handtekening ………………………..………………………………
Bijlage 5 Verslag huisbezoek (kort model)
Reden : controle bewoning in het kader van de Wet BRP (basisregistratie personen).
Rapporteurs : <naam> en < naam> , beiden aangewezen toezichthouders BRP van de gemeente <naam> en belast met toezicht conform de wet BRP
Algemene en aanvullende informatie:
<naam> en < naam>, beiden toezichthouder van de gemeente <naam>
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-47588.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.