Wijziging voorschriften voor medegebruik van de lijnbusbaan door taxi’s – 1e herziening, gemeente Amsterdam

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

 

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 12 december 2017 hebben besloten:

 

In te stemmen met de 1e herziening voorschriften ontheffing medegebruik tram/busbaan

voor taxi’s, met als belangrijkste punten:

  • a.

    Uitbreiding van het aantal verkeersborden waarop ontheffing van toepassing of beëindigd is;

  • b.

    Wat onder een taxivoertuig verstaan wordt;

  • c.

    Tijdens de opleiding gebruik gemaakt wordt van de ontheffing van de instructeur;

  • d.

    Uitbreiding van het aantal lijnbusbanen/-stroken waar de ontheffing medegebruik niet van toepassing is;

  • e.

    Bijgaande conceptbeschikkingsbrief voor de houders van een taxxxivergunning of zelfstandige lijnbusbaanontheffing.

Het huidige lijnbusbaanbeleid voor medegebruik door taxi’s is vastgesteld op 12 februari 2012 (bijlage 1). Als bijlage bij het beleid zijn de ‘voorschriften bij het gebruik van de ontheffing voor lijnbusbaaan/-strook door taxi’s’ vastgesteld.

 

Er zijn in de tussenliggende jaren enkele wijzigingen geweest op straat waarvoor steeds een verkeersbesluit door de desbetreffende wegbeheerder is genomen. Deze zijn in de nieuwe conceptvoorschriften verwerkt. Het beleid zelf blijft ongewijzigd.

 

Ook zijn enkele ontbrekende wegvakken die niet toegankelijk zijn voor taxi, met name de tram- en busstations, toegevoegd aan de lijst waar de ontheffing niet geldig is en hierin enkele verduidelijkingen aangebracht.

 

Per 1 juli 2017 zijn er nieuwe verkeersborden geïntroduceerd die in plaats van de aanduiding “lijnbus” op het wegdek kunnen worden gebruikt. Onduidelijk is nog, of deze borden de aanduiding op het wegdek zullen vervangen of dat er vrijheid voor de wegbeheerder is een keuze te maken, afhankelijk van de situatie ter plaatse.

 

Voorschriften voor taxi’s bij het gebruik van de verharde vrijliggende lijnbusbaan/lijnbusstrook met ingang van 1 januari 2018

ALGEMEEN

  • 1.

    Onder busbaan wordt verstaan een rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht.

    Onder busstrook wordt verstaan een door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht. Onder busbaan en busstrook worden voor de toepassing van dit beleid ook tram- en busbanen begrepen die zijn voorzien van een van de volgende borden:

    • F13 Rijbaan of rijstrook, uitsluitend ten behoeve van lijnbussen;

    • F15 Rijbaan of rijstrook uitsluiten ten behoeve van trams;

    • F17 Rijbaan of rijstrook uitsluitend ten behoeve van lijnbussen en trams;

    • F19 Rijbaan of rijstrook, uitsluitend ten behoeve van vrachtauto’s en lijnbussen.

  • Deze tram- en busbanen worden beëindigd met

    • F14 einde busbaan of busstrook;

    • F16 einde trambaan of tramstrook;

    • F18 Einde busbaan of trambaan of busstrook of tramstrook;

    • F20 Einde rijbaan of rijstrook voor vrachtauto’s en lijnbussen.

  • Onder taxivoertuig wordt in deze voorschriften verstaan:

    • a.

      Een auto die wordt gebruikt voor het aanbieden van personenvervoer conform de Wet Personenvervoer 2000;

    • b.

      Een auto, die op dat moment feitelijk wordt gebruikt voor de opleiding van personen in het kader van het behalen van het Taxi Amsterdam Praktijk (TAP) Examen.

    • c.

      Een auto, die op dat moment feitelijk wordt gebruikt voor het afleggen van een examen Taxi Amsterdam Praktijk.

  • Onder werktijd en/of diensttijd wordt verstaan alle vervoer die met het taxivoertuig wordt uitgevoerd behalve privéritten.

    De bestuurder van een taxivoertuig met een geldige lijnbusbaanontheffing mag slechts gebruik maken van de tram- en busbanen en tram- en busstroken, die zijn gemarkeerd met LIJNBUS op het wegdek of die worden ingeleid met de F-bebording zoals genoemd in onder 1.

  • 2.

    De ontheffing is persoonsgebonden en alleen geldig in combinatie met een geldige chauffeurskaart en tijdens werk- en/of diensttijd

    Tijdens een TAP-opleiding of een TAP-examen wordt door de kandidaat gebruik gemaakt van de ontheffing van de instructeur / examinator.

  • 3.

    Bij het gebruik van de lijnbusbaanontheffing op de lijnbusbaan/ -strook gelden de volgende voorwaarden:

    • -

      De ontheffing (raamkaart) moet vanaf het begin van de werktijd en/of diensttijd in het motorvoertuig aanwezig zijn;

    • -

      De ontheffing (raamkaart) moet altijd goed zichtbaar zijn aangebracht in de linkerbenedenhoek achter de voorruit;

    • -

      De voorzijde van de ontheffing (raamkaart) moet altijd duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn voor toezichthouders;

    • -

      De ontheffing (raamkaart) moet op eerste vordering van een toezichthouder ter inzage worden afgegeven.

  • 4.

    De oude ontheffing wordt altijd bij het afhalen van een nieuwe ontheffing ingeleverd.

  • 5.

    Het is verboden een ontheffing waarvan de geldigheid is verlopen in de taxi mee te voeren.

LOCATIES

  • 6.

    De bestuurder van een taxivoertuig mag in geval van de volgende verkeerstekens gebruik maken van de lijnbusbaan of -strook. Daarvoor gelden de voorschriften bij deze ontheffing.

    Deze uitzondering geldt als genoemde verkeerstekens ter plaatse het gebruik van de lijnbusbaan/-strook verbieden:

    • -

      C1 (gesloten in beide richtingen voor bestuurders),

    • -

      C2 (eenrichtingsweg),

    • -

      D2 (gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft),

    • -

      D4 t/m D7 (gebod te volgen rijrichting),

    • -

      Artikel 76 RVV 1990 (doorgetrokken streep) en

    • -

      Artikel 77 van het RVV 1990 (gebruik verdrijvingsvlakken).

  • Hierbij mag niet van de voor de tram en/of bus geldende rijrichting worden afgeweken.

  • 7.

    De ontheffing voor de verkeerstekens D4 tot en met D7 (gebod volgen rijrichting) geldt niet als:

    • -

      deze zijn geplaatst op een met verkeerslichten geregelde kruising, of

    • -

      bij doorgetrokken strepen, of

    • -

      als er sprake is van pijlmarkering op het wegdek.

  • 8.

    De ontheffing voor verkeersteken G7 (voetpad) geldt alleen op het voetpad aan de noord- en oostzijde van het Rembrandtplein, op de tijden vermeld onder punt 10.

  • 9.

    De bestuurder van een taxivoertuig mag de Amstelstraat, het voetpad van het Rembrandtplein (noord- en oostzijde) en de Reguliersbreestraat slechts stapvoets berijden op dinsdag tot en met donderdag van 01:00 – 06:00 uur.

  • 10.

    De volgende lijnbusbanen/-stroken mogen permanent niet medegebruikt worden door taxi’s:

    Stadsdeel Centrum:

    • -

      busstation aan de IJzijde van het Centraal Station inclusief de oostelijk en westelijk gelegen op- en afritten van en naar dit busstation;

    • -

      het gehele voetgangersgedeelte inclusief de daarin gelegen trambanen aan de voorzijde van het Centraal Station;

    • -

      busstation inclusief de daarin gelegen trambanen in de Prins Hendrikkade tussen Damrak en Martelaarsgracht

    • -

      busstation Elandsgracht/Marnixstraat;

    • -

      Damrak in beide rijrichtingen;

    • -

      Rokin in beide rijrichtingen;

    • -

      Utrechtsestraat in beide rijrichtingen over de hele lengte;

    • -

      Czaar Peterstraat in beide rijrichtingen;

    • -

      Marnixstraat vanaf brug 175 over de Leidsegracht tot en met het Leidseplein in beide rijrichtingen

    • -

      Weteringschans tussen T-kruising met de Spiegelgracht en kruising met Kleine-Gartmanplantsoen in beide rijrichtingen van 21.00 tot 07.00 uur

    • -

      Het Leidseplein vanaf de noordkant van de keerlus van de taxistandplaats tot aan de Leidsestraat;

    • -

      Kleine-Gartmanplantsoen in beide rijrichtingen

    • -

      Muiderstraat en Hortusbrug gelegen over het water van de Nieuwe Herengracht, voor zover verhard, in beide rijrichtingen;

    • -

      Raadhuisstraat vanaf de Westermarkt in de richting naar de Nieuwezijds Voorburgwal tot aan de even zijde van het Singel;

    • -

      Raadhuisstraat vanaf de Nieuwezijds Voorburgwal tot aan de Westermarkt, over de hele lengte, inclusief alle bruggen;

    • -

      Westermarkt, met inbegrip van brug nummer 63 over het water van de Prinsengracht;

    • -

      Waterlooplein in de rijrichting van Amstel naar Mr. Visserplein, vanaf de toegang tot de taxistandplaats/parkeergarage Stadhuis/Muziektheater tot en met het Mr. Visserplein;

    • -

      Singel tussen Spui en Koningsplein in beide rijrichtingen;

    • -

      De Vijzelstraat in noordelijke richting tussen de Reguliersdwarsstraat en de Reguliersbreestraat

  • Stadsdeel Zuid:

    • -

      busstation Haarlemmermeerstation;

    • -

      tram- en busstation bij station RAI;

    • -

      Johannes Vermeerstraat en Ruysdaelstraat, vanaf de Hobbemakade tot aan de Van Baerlestraat (voor zover het het verharde gedeelte betreft);

    • -

      Ferdinand Bolstraat tussen de Stadhouderskade en de Ceintuurbaan in beide rijrichtingen;

    • -

      Albert Cuypstraat tussen de Frans Halsstraat en de Ferdinand Bolstraat alleen in de richting van de F. Bolstraat;

    • -

      Ceintuurbaan vanaf de Van Woustraat in de richting van en tot aan de Amstelbrug;

    • -

      J.M. Coenenstraat tussen Roelof Hartplein en Apollolaan in beide rijrichtingen;

  • Stadsdeel Nieuw-West:

    • -

      busstation bij station Lelylaan;

    • -

      tram- en busstation bij station Sloterdijk op het Carrascoplein gelegen tussen de Zaventemweg en de Changiweg;

  • Stadsdeel Oost:

    • -

      busstation bij station Muiderpoort;

    • -

      bus- en tramstation bij station Amstel;

    • -

      Nieuwe Amstelbrug;

  • Stadsdeel Zuidoost:

    • -

      busstation bij station Holendrecht;

  • Stadsdeel Noord:

    • -

      busstation Noord (in gebruik medio 2018)

    • -

      busstation Noorderpark (in gebruik medio 2018)

    • -

      busbaan Twiske, in beide rijrichtingen, gelegen langs:

      • o

        Lange Vonder;

      • o

        de brug over het Twiske;

      • o

        de Pieter A. van Heijningestraat;

      • o

        Gerardus Groeplaan;

      • o

        Johannes J. Glasweg;

  • Stadsdeel West:

    • -

      Molenwerf over de gehele lengte;

    • -

      Frederik Hendrikstraat voor wat betreft de doorsteek op het Hugo de Grootplein, in beide rijrichtingen;

    • -

      trambaan tussen de Admiraal Helfrichstraat en de ingang van het GVB-garage aan de Jan Tooropstraat (voor zover het het vrijliggende verharde gedeelte betreft).

    • -

      De busbaan tussen de parallelweg Spaarndammerdijk en de Haparandaweg in beide rijrichtingen;

    • -

      Stadhouderskade tussen Overtoom en Leidsebrug in de richting van de Leidsebrug;

    • -

      Op de Leidsebrug tussen Stadhouderskade en Marnixstraat in beide rijrichtingen.

  • Overige lijnbusbanen of lijnbusstroken:

    mogen niet worden medegebruikt als deze, op welke wijze dan ook, tijdelijk of permanent gesloten zijn voor taxi’s en/of ontheffinghouders.

GEDRAG

  • 11.

    De bestuurder van een taxivoertuig is bij het gebruik van een lijnbusbaan of lijnbusstrook bij een verkeerslicht op een kruising of wegvak verplicht zich te houden aan de verkeerslichtenregeling voor het openbaar vervoer, het ‘negenoog’. Het is verboden om andere rijrichtingen te volgen dan die, die in de verkeerslichtenregeling voor het openbaar vervoer met wit licht worden geregeld.

  • 12.

    De bestuurder van een taxivoertuig dient zich bij het passeren van haltes voor het openbaar vervoer (inclusief calamiteitenhaltes) te houden aan de maximumsnelheid van 20 kilometer per uur.

  • 13.

    De bestuurder van een taxivoertuig mag een lijnbusbaan/-strook niet tussentijds op- en afrijden.

  • 14.

    De bestuurder van een taxivoertuig mag op de lijnbusbaan/-strook geen voertuigen inhalen en voorbijgaan.

  • 15.

    De bestuurder van een taxivoertuig mag niet stilstaan op de lijnbusbaan/-strook -inclusief halteplaats, ook niet om passagiers in- of uit te laten stappen.

     

Burgemeester en wethouders voornoemd,

J.J. van Aartsen waarnemend burgemeester

A.H.P. van Gils, gemeentesecretaris

Toelichting van de gewijzigde voorschriften

Titel

In de titel van de voorschriften is toegevoegd, dat de voorschriften uitsluitend “verharde, vrijliggende” lijnbusbanen/-stroken betreft. Op straat geeft het ontbreken van beide bijvoeglijk naamwoorden bij chauffeurs soms verwarring op wat voor lijnbusbaan deze voorschriften nu van toepassing zijn (bijvoorbeeld: op de verharde vrijliggende lijnbusbaan gebruik je het verkeerslicht voor het openbaar vervoer (‘negenoog’), op de rijbaan voor autoverkeer of bij gemengd gebruik (bijvoorbeeld Rozengracht) gebruik je het verkeerslicht voor het autoverkeer).

 

Voorschrift 1

In dit voorschrift worden een aantal begripsbepalingen gedefinieerd

De definities van ‘busbaan’ en ‘busstrook’ zijn overgenomen uit artikel 1 Reglement Verkeersregels Verkeerstekens 1990 (hierna RVV 1990).

Toegevoegd zijn de nieuwe verkeersborden F13 tot en met F20. De verwachting is dat deze in werking treden per 1 juli 2017. Deze verkeersborden kunnen worden gebruikt in plaats van of in combinatie met de aanduiding ‘LIJNBUS’ op het wegdek.

 

Onder taxivoertuig wordt ook verstaan het voertuig van taxi examinatoren en taxirijles instructeurs, omdat kandidaten die nog geen ontheffing bezitten gebruik moeten kunnen maken van de lijnbusbaan. Een tekortkoming in de oude regeling is hiermee gerepareerd.

 

De bepaling werk- en diensttijd is toegevoegd.

 

Voorschrift 10

De leesbaarheid is vergroot door de locaties met aandachtstreepjes onder elkaar te zetten en te sorteren naar stadsdeel.

Alle bus- en tramstations zijn toegevoegd.

Van een aantal straten is de aanduiding meer SMART gemaakt door te zeggen: in beide rijrichtingen.

Het Rokin in beide rijrichtingen is toegevoegd conform het project Rode Loper;

De Ferdinand Bolstraat en de Albert Cuijpstraat (beiden gedeeltelijk) zijn toegevoegd conform het project Rode Loper.

De Stadhouderskade tussen Overtoom en Leidsebrug is toegevoegd, omdat rijden op deze lijnbusbaan uitsluitend leidt naar het voor medegebruikmakende taxi’s leidt tot doodlopen op het voetgangersgebied Leidseplein. Taxi’s die een passagier moeten afzetten aan de binnenstad-kant van de Leidseburg kunnen gebruik maken van de reguliere rijbaan.

De Utrechtsestraat was nooit sprake van medegebruik. Na de herinrichting is per abuis de aanduiding ‘lijnbus’ op het wegdek aangebracht bij de haltes op de bruggen.

In de voorschriften wordt de Utrechtsestraat opgenomen als uitzondering waar geen medegebruik mogelijk is.

 

Overige relevante informatie

 

Wet Lokaal Spoor

Sinds enige tijd is de Wet Lokaal Spoor van kracht. In de Wet Lokaal Spoor staat dat het:

‘verboden is om zich zodanig te gedragen dat het beheer van of het verkeer over de lokale spoorweg wordt of kan worden gehinderd of belemmerd’.

‘er aan bijvoorbeeld taxichauffeurs soms een vergunning verleend wordt voor het gebruik van tram- en busbanen en dat er dan geen sprake is van hinderen of belemmeren in de zin van dit artikel’.

 

De bevoegdheid van de gemeenten om beleid t.a.v. het medegebruik door taxi’s vast te stellen of te wijzigen verandert niet. Datzelfde geldt voor de voorschriften die uit het beleid voortvloeien.

Naar boven