Gemeenteblad van Geldrop-Mierlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geldrop-Mierlo | Gemeenteblad 2018, 37483 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geldrop-Mierlo | Gemeenteblad 2018, 37483 | Beleidsregels |
Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 Geldrop-Mierlo
De riolering is aangelegd om onze leefomgeving gezond en onze voeten droog te houden. Wij als gemeente hebben de taak om voor de riolering te zorgen met een zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor overtollig grondwater. Dit GRP 2018-2022 geeft aan hoe wij met deze drie zorgplichten omgaan.
We hebben de rioleringszorg goed onder controle. De geplande onderzoeken en maatregelen zijn grotendeels uitgevoerd, tenzij ze bij nader inzien en door voortschrijdend inzicht toch niet nodig bleken en daardoor later kunnen worden uitgevoerd. Uit de afgelopen jaren trekken we de lessen dat hemelwater een aandachtspunt blijft, en dat de samenwerking met onze inwoners steeds belangrijker wordt. De extreme neerslag en wateroverlast toonde aan dat het rioolstelsel niet altijd al het water kan verwerken. En het laat zien dat water in de openbare ruimte terechtkomt, waarmee het belangrijker is dat onze inwoners er over meepraten en meedenken.
Gewenste situatie en ontwikkelingen
Belangrijke ontwikkelingen die invloed hebben op onze rioleringszorg zijn de klimaatverandering, integraal werken en samenwerking in de afvalwaterketen. Deze ontwikkelingen volgen we nauwlettend en we passen onze rioleringszorg waar mogelijk en zinvol er op aan. We werken samen binnen het Waterportaal om kosten te besparen, kwetsbaarheid te verminderen en de kwaliteit te verhogen.
De doelen voor de rioleringszorg zijn:
We kunnen als gemeente niet alles alleen. Ook inwoners en bedrijven hebben een belangrijke invloed op het functioneren van de riolering. Als gemeente verwachten we:
In onze gemeente ligt 223 kilometer vrijvervalriolering en 36 kilometer pers-, en drukleiding. Er zijn 196 drukrioolgemalen en 32 grote gemalen. Hiernaast zijn er nog een groot aantal andere voorzieningen in het rioolstelsel aanwezig. Al deze voorzieningen worden onderhouden en vervangen als dat nodig is. De riolering functioneert naar behoren. Er zijn meerdere locaties gevoelig voor wateroverlast, omdat deze laag gelegen zijn. Hier wordt met maatwerk getracht de overlast zo veel mogelijk te beperken. Met een grondwatermeetnet worden grondwaterstanden geregistreerd. Bij meldingen van grondwateroverlast heeft de gemeente regie over de afhandeling ervan.
De opgave voor de komende planperiode
De komende planperiode is gericht op het in stand houden van de huidige riolering en aanbrengen van verbeteringen. Het gegevensbeheer krijgt aandacht en het functioneren van delen van het rioolstelsel wordt met berekeningen getoetst. Hierbij wordt de invloed van klimaatverandering meegenomen. We voeren onderzoek uit om investeringsbeslissingen goed te kunnen onderbouwen.
Rioleringsvoorzieningen worden regelmatig gereinigd en geïnspecteerd en als het nodig is worden reparaties uitgevoerd.
Bij nieuwbouwprojecten wordt gescheiden riolering aangelegd dat voldoet aan de gangbare eisen. Als bestaande riolering in slechte staat is, dan wordt het vervangen. Voor de planperiode 2018-2022 gaan we uit van het meerjareninvesteringsprogramma (MIP), dat is gebaseerd op de daadwerkelijke toestand van de riolering en afstemming met andere werken in de openbare ruimte. Deze planperiode wordt circa 1,6 miljoen Euro per jaar geïnvesteerd in reparatie en vervanging. Dat is op lange termijn weinig, na deze planperiode zal het vervangingsniveau en bijbehorende investeringen omhoog gaan.
Om de geplande werkzaamheden en het onderhoud uit te voeren zijn er vanuit de gemeente minimaal 3,2 (bij maximale uitbesteding) en maximaal 9,3 (bij minimale uitbesteding) fte nodig. Momenteel is onze personele capaciteit voor de rioleringszorg 3 fte. Dat past bij het beeld dat de personele capaciteit te gering is om alle taken, inclusief beleidsontwikkeling, goed uit te voeren. We voeren namelijk een deel van de rioleringstaken zelf uit en kiezen daarmee niet voor maximale uitbesteding. Op langere termijn is dat ongewenst, omdat dan niet goed kan worden ingespeeld op ontwikkelingen in het kader van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Samenwerking met andere partners kan hiervoor slechts gedeeltelijk oplossing bieden. We ondervangen dit door inhuur van externe deskundigheid.
Ook zijn er inkomsten nodig om daarmee de uitgaven te kunnen dekken. Er is anno 2017 een ‘spaarpot’ (voorzieningen) aanwezig voor toekomstige uitgaven. Daar wordt de voorgestelde tariefontwikkeling ook op afgestemd.
Voorgesteld wordt om het tarief aan te laten sluiten op de stijgende uitgaven, daarom is een tariefstijging van 1,75% per jaar nodig. In de planperiode is dan de volgende heffing nodig (prijspeil 2017):
De ontwikkeling van het kostendekkend tarief is berekend exclusief inflatie. Dit betekent dat het tarief jaarlijks moet worden aangepast op basis van de dan optredende inflatie.
Met dit Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) hebben we een actueel plan voor de rioleringszorg in de gemeente Geldrop-Mierlo. Het geeft aan hoe wij omgaan met onze zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Onze inwoners kunnen in het GRP lezen wat we van plan zijn en wat zij van ons mogen verwachten. Het GRP geeft onze gemeenteraad een basis om te kunnen oordelen over de rioleringszorg. En onze ambtenaren gebruiken het GRP als leidraad voor de uitvoering van hun werkzaamheden.
Er bestaat een wettelijke verplichting om altijd een actueel GRP te hebben. Wij voldoen hieraan. Met het aannemen van de Omgevingswet vervalt vanaf 2020 deze verplichting, maar wordt het nog steeds aangeraden om periodiek een GRP op te stellen.
Oorspronkelijk is riolering aangelegd om afvalwater in te zamelen en weg te voeren uit de bebouwde omgeving. Daarnaast is riolering belangrijk voor de ontwatering van het stedelijk gebied. Regen die valt op wegen, daken en andere oppervlakken stroomt de riolering in en wordt afgevoerd naar een zuiveringsinstallatie, oppervlaktewater of bergingsvoorzieningen. Er worden steeds vaker hemelwaterriolen aangelegd om wateroverlast te reduceren. Daarbij wordt ook steeds vaker de bovengrond anders ingericht, bijvoorbeeld via verdiepte grasvelden en greppels. Daarnaast is de aandacht voor grondwater groter geworden.
Riolering bestaat dus uit meer dan de ondergrondse rioolbuizen. Het gaat om het gehele stelsel aan voorzieningen om stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater te verzamelen, af te voeren en soms ook al te verwerken. Dit GRP gaat in op dit gehele stelsel aan voorzieningen.
Dit GRP is in de periode van januari tot en met juli 2017 opgesteld. Er is gebruik gemaakt van de op dat moment actuele gegevens. Tijdens het opstellen is regelmatig overleg geweest binnen de eigen ambtelijke organisatie en met het waterschap de Dommel en Aa en Maas.
Zoals de wet van ons vraagt, is aan de beheerders van de oppervlaktewateren waar onze riolering op loost en aan de beheerder van de rioolwaterzuivering waar onze riolering op uitkomt, een officiële reactie op dit GRP gevraagd.
Hoe verliep de rioleringszorg?
Het vorige GRP had een looptijd van 2013 tot en met 2017 en is de leidraad geweest voor de rioleringszorg in de afgelopen periode. De rioleringszorg verliep goed. Al het onderhoud is volgens plan uitgevoerd, versleten riolen, gemalen en drukrioolunits zijn vervangen en op verschillende locaties is hemelwater afgekoppeld. Uit inspecties blijkt dat de kwaliteit van onze riolering op orde is.
De hevige regenbuien van 2016 hebben op verschillende plaatsen tot wateroverlast geleid. Dit waren extreme buien en onze riolering is niet ontworpen en aangelegd om dergelijke hoeveelheden water te verwerken. Bij de buien die de riolering zou moeten verwerken is er geen overlast, waardoor we kunnen stellen dat de riolering naar behoren functioneert.
Tabel - A geeft weer welke maatregelen we uit het GRP 2013-2017 wel en niet hebben uitgevoerd.
Tabel - A Evaluatie uitvoering maatregelen GRP 2013-2017
De meeste projecten zijn uitgevoerd. Verschillende projecten zijn uitgesteld naar 2017, omdat deze projecten dan beter afgestemd konden worden met andere disciplines. Ook zijn maatregelen uitgesteld, omdat bleek dat deze nog niet nodig waren.
De meeste voorgenomen onderzoeken zijn uitgevoerd. In plaats van het aangekondigde Blauwe Aderplan is een Hemelwatervisie opgesteld. De keuze hiervoor werd ingegeven door de hevige regenval die we in de afgelopen jaren hebben ervaren. De Hemelwatervisie geeft inzicht in de kwetsbaarheid van de gemeente voor regenwateroverlast. Voor de meest risicovolle gebieden zijn oplossingen uitgewerkt. Op een groot aantal locaties in het stelsel vinden niveau- en debietmetingen plaats, in samenwerking met het waterschap de Dommel en een grote groep gemeenten. De meetwaarden worden gebruikt om meer inzicht te krijgen in het functioneren van het stelsel.
De regionale samenwerking in de waterketen heeft verder vorm gekregen. Een van de activiteiten hieromtrent is een gezamenlijk bestek voor reiniging van kolken en de reiniging en inspectie van de riolering. Daarnaast hebben we gezamenlijk het ’branchestandaard’-onderzoek van Rioned uitgevoerd. Hieruit bleek dat ons kennisniveau goed op orde is.
In 2016 deden we mee aan de benchmark rioleringszorg van Rioned. Hieruit bleek dat we op verschillende vlakken positief scoren.
We kunnen concluderen dat we de rioleringszorg goed onder controle hebben. De geplande onderzoeken en maatregelen zijn grotendeels uitgevoerd, tenzij ze bij nader inzien en door voortschrijdend inzicht toch niet nodig bleken. Het areaal is bekend en de geplande taken worden uitgevoerd.
Uit de afgelopen jaren trekken we de lessen dat hemelwater een aandachtspunt blijft, en dat de samenwerking met onze inwoners steeds belangrijker wordt. De extreme neerslag en wateroverlast toonde aan dat het rioolstelsel niet altijd al het water kan verwerken. En het laat zien dat water in de openbare ruimte terechtkomt, waarmee het belangrijker is dat onze inwoners er over meepraten en meedenken.
Er zijn veel ontwikkelingen gaande binnen de rioleringszorg. Deze ontwikkelingen worden gevolgd en beoordeeld op hun invloed op de rioleringszorg. We participeren daar waar nodig en mogelijk.
Het klimaat verandert. Van de tien warmste jaren sinds 1850 liggen er negen na het jaar 2000. De waargenomen jaarlijkse neerslaghoeveelheid is de laatste 100 jaar met ruim 20% toegenomen, van 700 mm rond 1910 tot 850 mm nu. Volgens het KNMI zet de opwarming door, waardoor de winters natter worden, de buien in de zomer heviger, en ook periodes van langdurige droogte kunnen voorkomen.
De capaciteit van riolering is beperkt. Tijdelijke opvang van extreme neerslag vraagt om oplossingen in de openbare ruimte en in het watersysteem. Dit proces wordt adaptatie aan klimaatverandering genoemd. Ook het waterschap speelt hierin een belangrijke rol, als verantwoordelijke voor het beheer van het watersysteem. Samen met ons zorgen zij ervoor dat regenwater op verantwoorde wijze wordt afgevoerd. Ook particulieren moeten hier steeds meer een rol in gaan spelen, bijvoorbeeld door tuinen minder te verharden.
SEQ Figuur \* ARABIC \s 1 1 Aantal dagen in een jaar met zware neerslag (50 mm of meer) in heel Nederland (Bron: KNMI)
3.1.2 Samenwerken in en integrale kijk op de afvalwaterketen
In het Bestuursakkoord Water (BAW) hebben gemeenten en waterschappen landelijk afspraken gemaakt over de afvalwaterketen. Naast vermindering van de kwetsbaarheid van organisaties en verbetering van de kwaliteit is de besparing van 380 miljoen euro in 2020 een belangrijk onderdeel van deze afspraken. Deze besparing kan zowel door autonome organisaties als door ‘slimmer’ samenwerken in de regio worden behaald. Iedere gemeente en ieder waterschap moet dan ook inzichtelijk maken hoe zij haar bedrage levert om in 2020 gezamenlijk die 380 miljoen euro te bereiken. In het Waterportaal wordt hier een belangrijke inspanning aan geleverd.
De afvalwaterketen is de laatste jaren complexer geworden: grondwater en hemelwater zijn nadrukkelijker een rol gaan spelen en het aantal afvoersystemen is uitgebreid met bijvoorbeeld watergangen en wadi’s. Werkzaamheden worden integraal uitgevoerd, in samenhang met weg- en wijkvernieuwing. Er moet dus regelmatig worden overlegd met andere disciplines binnen de eigen organisatie en binnen de afvalwaterketen. Bovendien blijft goede communicatie met onze inwoners een belangrijk aandachtspunt. Bij rioolvervangingsprojecten vinden we het belangrijk om helder te informeren over de werkzaamheden.
Naar verwachting treedt in 2019 de Omgevingswet in werking. De verplichting tot het opstellen van een GRP komt hiermee te vervallen. Ondanks dat de GRP verplichting vervalt, blijft het GRP een waardevol beheerinstrument. We verwachten daarom ook in de toekomst een GRP of een vergelijkbaar plan op te stellen. De financiele paragraaf is de basis voor de rioolheffing en zal dus altijd noodzakelijk blijven.
Om een schone, prettige leefomgeving te behouden zorgen we ervoor dat het stedelijk afvalwater wordt ingezameld en naar een RioolWaterZuiveringsInrichting (RWZI) wordt gebracht om daar het water te zuiveren. Dit is grotendeels een verplichting die per wet is opgelegd aan onze gemeente, wel hebben we enige vrijheid in hoe we dit doen.
|
Op grond van de Wet milieubeheer artikel 10.33 is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt van de in de gemeente gelegen percelen. |
Alle gebouwen binnen de bebouwde kom zijn aangesloten op vrijvervalriolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle gebouwen aangesloten op vrijvervalriolering of drukriolering. We houden de huidige riolering in stand en op orde. Het onderhouden, verbeteren en vervangen van het huidige stelsel vraagt veel tijd en geld. Om kosten te besparen kijken we kritisch of het onderhoud nodig is. Waar mogelijk worden maatregelen dus eerder of juist later uitgevoerd dan gepland.
Het afvalwater van Geldrop voert af op de ‘afvalwaterverzamelleiding Zuid’ van waterschap De Dommel. Het afvalwater van Mierlo wordt via een persleiding ook op deze afvalwaterverzamelleiding geloosd. Om de RWZI goed te laten functioneren heeft het waterschap een redelijk stabiele stroom afvalwater nodig, waar geen moeilijk afbreekbare stoffen in voorkomen. Wij informeren het waterschap daarom over verwachte veranderingen in de afvalwaterstroom, bijvoorbeeld bij grootschalige nieuwbouw. Als er moeilijk afbreekbare stoffen in het afvalwater voorkomen zoeken we samen met het waterschap naar een oplossing. Op de RWZI Eindhoven wordt met real time control op de zuivering en aangesloten stelsels getracht een beter zuiveringsrendement te bereken en hiermee de oppervlaktewaterkwaliteit in De Dommel te verbeteren (Kallisto).
Bij nieuwbouw leggen we een goed riool aan
Om zekerheid te hebben dat op de lange termijn het stedelijk afvalwater wordt afgevoerd willen we dat nieuwe gebouwen in stedelijk gebied worden aangesloten op vrijvervalriolering. Buiten de bebouwde kom wordt nieuwbouwen aangesloten op drukriolering, als het niet doelmatig is om deze gebouwen op vrijvervalriolering aan te sluiten. Alleen huishoudelijk afvalwater mag worden geloosd op de drukriolering, omdat het systeem niet toegerust is op het afvoeren van ander afvalwater. Als buiten de bebouwde kom een alternatieve vorm van zuiveren een goed milieurendement biedt, dan gaan we in overleg met de eigenaren om te bepalen hoe dit praktisch kan worden gerealiseerd. De kosten van een rioolaansluiting zijn altijd voor de aanvrager.
Voldoende regen is belangrijk voor een prettige leefomgeving door bomen, groenvoorzieningen en open water, maar bij een teveel aan hemelwater kunnen problemen ontstaan. Doordat buien naar verwachting steeds zwaarder worden kunnen er vaker problemen ontstaan. Er is echter ook de verwachting dat er meer droge periodes komen. We hebben een wettelijke verplichting om overtollig hemelwater af te voeren, maar we hebben enige vrijheid in hoe we dit invullen.
Voorbereiden op zwaardere buien
In de afgelopen jaren is gebleken dat onze gemeente kwetsbaar is voor overstromingen als gevolg van zware regenval.De inrichting van de bovengrondse ruimte heeft een grote invloed op de risico’s op wateroverlast in panden en andere kwetsbare voorzieningen zoals transformatorhuisjes en tunnels. Bij een ongewijzigd beleid zal de gevoeligheid voor wateroverlast toenemen: de neerslagintensiteit neemt toe, de verhardingsgraad neemt toe en drempels verdwijnen. Daarom hebben we in de Hemelwatervisie criteria vastgelegd om situaties te kunnen toetsen.
We bereiden ons voor op klimaatverandering en hevigere buien. Om deze zwaardere buien te kunnen verwerken zorgen we ervoor dat de riolering voldoende afvoercapaciteit heeft om de theoretische bui 08 uit de Leidraad Riolering te kunnen verwerken zonder dat dit leidt tot water op straat. Het water dat dan nog valt moet bovengronds worden verwerkt.
Bij de inrichting van de openbare ruimte zorgen we er daarom voor dat ruimte wordt gemaakt voor bovengrondse berging van overtollig hemelwater (bijvoorbeeld op straat). De inrichting van de bovengrondse ruimte heeft een grote invloed op de risico’s van wateroverlast. Bij alle ontwikkelingen en aanpassingen van de bovengrondse inrichting, weegt de gemeente de risico’s op wateroverlast mee. Alle partijen en vakdisciplines die betrokken zijn bij de ruimtelijke inrichting, werken samen om de risico’s op wateroverlast te beperken. Het toetsingscriterium voor het voorkomen van wateroverlast is dat de openbare ruimte 60 mm moet kunnen bergen (de Keur van het waterschap legt dit op voor grootschalige ontwikkelingen). De ontwikkelende partij tonen aan dat de risico’s op wateroverlast in panden en bij essentiële nutsvoorzieningen het toetsingscriterium niet overschrijden We vinden dit een goede richting om op termijn een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte te krijgen. In bestaande situaties is dit toetsingscriterium niet altijd waar te maken, omdat de beschikbare ruimte om waterberging te creëren via open water of berging op straat soms te klein is. Bij grootschalige nieuwbouw is die ruimte nog wel beschikbaar en daarom is 60 mm berging een uitgangspunt in het ontwerp van de bovengrond. Daar waar water niet over maaiveld kan afstromen naar een plek waar het geen overlast geeft, wordt een ondergrondse oplossing gezocht die de kans op wateroverlast verkleint (bijvoorbeeld het vergroten van diameters en afkoppelen van hemelwater). Per locatie kijken we wat mogelijk is, waarbij het streven is om tegen beperkte kosten zoveel mogelijk hemelwater te verwerken.
Wat doen we bij wateroverlast?
We passen het rioolstelsel en/of de omgeving aan bij wateroverlast. Helaas kunnen we hinder, overlast en schade door hevige buien niet te allen tijde voorkomen. Soms regent het nu eenmaal harder dan waar onze riolering, openbare ruimte en watersystemen voor ontworpen zijn. Dit betekent dat inwoners moeten accepteren dat zij hinder, overlast en schade kunnen ervaren door neerslag. Gebieden waar wateroverlast optreedt zijn bij ons bekend en er wordt gezocht naar maatregelen om de overlastrisico’s te reduceren. Uitgangspunt is dat hinder door water moet worden geaccepteerd (een kortdurende beperkte hoeveelheid water op straat) en we bij ernstige hinder (ontoegankelijke wegen door de grote hoeveelheid water op straat) en schade (herstelkosten) zoeken naar een oplossing. Deze oplossingen zijn altijd maatwerk.
Wateroverlast kan ook voorkomen rondom de oppervlaktewateren. Deze zijn vaak in beheer van het waterschap. Ook wij hebben een rol in het voorkomen van deze overlast, omdat wij de beheerder van de openbare ruimte zijn. Samen met het waterschap zoeken we naar effectieve oplossingen. Het grootste risico zien wij rondom De Kleine Dommel. Bij nieuwbouw langs De Kleine Dommel gaan we daarom in overleg met de betrokken partijen om de noodzakelijke maatregelen te treffen.
Het grootste deel van de jaarlijkse neerslag wordt afgevoerd via de riolering, daarom helpt het als verhard oppervlak wordt afgekoppeld. Bij herinrichtingsplannen wordt de openbare ruimte afgekoppeld. Particulier verhard oppervlak wordt door de eigenaren afgekoppeld, soms kunnen we in goed overleg met de eigenaren regenpijpen meenemen bij het reconstrueren van een straat. Waar afkoppelen moeilijk of niet mogelijk is, wordt het regenwater via het bestaande stelsel afgevoerd. Bij nieuwbouw wordt hemelwater en afvalwater gescheiden aangeboden en afgevoerd.
We leggen perceeleigenaren van bestaande bebouwing geen plicht op tot verwerking van hemelwater op eigen terrein. Bij verbouwing binnen de bebouwde kom, die valt onder het Bouwbesluit, eisen we wel dat er gescheiden wordt aangeboden. Percelen die aangesloten zijn op drukriolering mogen hun hemelwater hier niet op afvoeren. Via een hemelwaterverordening gaan we dit vastleggen.
Zo weinig mogelijk water overstorten
We proberen zo min mogelijk rioolwater over te laten storten op oppervlaktewater. Overstorten zijn de nooduitlaten van de riolering. Ze zorgen ervoor dat er geen huishoudelijk afvalwater op straat komt te staan bij hevige neerslag. Een overstorting heeft echter als keerzijde dat huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewater terechtkomt. Vanwege de negatieve effecten willen we het aantal overstortingen zoveel als mogelijk terugbrengen, indien dit tegen redelijke kosten mogelijk is en geen risico’s geeft voor huishoudelijk afvalwater op straat.
Grondwater is nodig voor een goed watersysteem en voor aantrekkelijke bomen en planten. Een te lage of te hoge grondwaterstand kan echter leiden tot problemen. Wij willen dat er zo min mogelijk problemen met grondwater zijn binnen onze gemeente. De benodigde ontwateringdiepte is afhankelijk van het type stedelijk gebied. Afhankelijk van de situatie is een drooglegging van 0,5 tot 1 meter gewenst. Hierbij mag geen overlast ontstaan. Overlast is: wanneer de gewenste minimale ontwateringsdiepte regelmatig langer dan vier weken achtereen wordt overschreden.
Indien het vermoeden bestaat dat er grondwateroverlast is in gebieden waar de gewenste minimale ontwateringsdiepte niet behaald wordt, zal de gemeente hier onderzoek naar verrichten. Wanneer blijkt dat een te hoge grondwaterstand structureel nadelige gevolgen geeft voor de functie van dit gebied zullen er doelmatige maatregelen door de verantwoordelijke partij uitgevoerd worden.
Er is sprake van structurele overlast als aan de volgende criteria wordt voldaan:
het gaat niet om een klimatologisch incident (overlast als gevolg van een extreem natte periode), maar om een regelmatig terugkerend of blijvend probleem;
er is sprake van een significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals die is vastgelegd in het bestemmingsplan.
Op locaties waar structurele grondwateroverlast optreedt, veelal lager gelegen terreinen langs De Kleine Dommel, worden maatregelen getroffen zoals de aanleg van drainage.
We richten geen apart grondwaterloket in, maar sluiten aan bij het bestaande meldpunt. Bij melding van grondwaterklachten kiezen we voor een persoonlijke benadering van inwoners, onderzoeken de oorzaak en adviseren over te nemen maatregelen. Hier nemen we een regierol aan. Pas als er (hoge) kosten zijn (bijvoorbeeld voor onderzoek of maatregelen) kijken we naar wettelijke verplichtingen om een redelijke kostenverdeling te bepalen. We hebben een grondwatermeetnet om inzicht te hebben, en te houden, in de grondwaterstanden. Dit meetnet houden we in stand.
We zijn, bij gebleken overlast, wettelijk alleen verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op het openbaar terrein. De particulier is verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op zijn eigen terrein
Rekening houden bij nieuwbouw en vervanging
We houden rekening met grondwater bij nieuwbouw en rioolvervanging. Bij nieuwbouw bestaat de kans om grondwater mee te nemen in de keuzes die worden gemaakt bij de bouw. Uitgangspunt voor ons is om grondwater zoveel mogelijk ‘natuurlijk’ te behandelen. Dit betekent dat als er in gebieden met hoge grondwaterstanden wordt gebouwd, zoveel mogelijk het gebouw wordt aangepast om bruikbaar te zijn bij hoge grondwaterstanden. Dit kan bijvoorbeeld door een perceel op te hogen voordat het wordt bebouwd, een passende fundering aan te leggen en alle leefruimtes waterdicht te maken (dus ook de kelder). De gemeente kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor grondwateroverlast wanneer bebouwing niet voldoende waterdicht is.
Bij ingrepen in het openbare gebied (bijvoorbeeld rioolvervanging) informeren we omwonenden voorafgaand aan de werkzaamheden over de mogelijke wijzigingen in de grondwaterstand, maatregelen die de gemeente treft en maatregelen die de bewoners of bedrijven zelf kunnen treffen om grondwateroverlast en / of –onderlast te bestrijden.
Met behulp van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden (DoFeMaMe) worden de beleidskeuzes vertaald naar de praktijk. De doelen zijn in heel Nederland geldende doelen voor rioleringsbeheer: afvalwater moet worden ingezameld en getransporteerd naar de RWZI, hemelwater moet waar nodig worden ingezameld en goed worden verwerkt, grondwater mag geen belemmering geven voor het gewenste grondgebruik. Dit is uitgewerkt in functionele eisen aan het rioolstelsel. Ook zijn maatstaven vastgelegd, waarmee de functionele eisen meetbaar worden. Met behulp van de meetmethoden kan dit worden gecontroleerd. De DoFeMaMe zijn uitgewerkt in bijlage 1.
3.6 Wat verwachten we van onze inwoners en bedrijven
We kunnen veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Inwoners en bedrijven hebben ook een belangrijke invloed op het functioneren. We willen wel dat inwoners en bedrijven bijdragen aan het goed laten functioneren van de riolering. We verwachten dat:
inwoners en bedrijven het riool verstandig en volgens de regels gebruiken;
rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd;
inwoners en bedrijven hemelwater zelf opvangen en (tijdelijk) bergen als dat redelijkerwijs mogelijk is;
water-op-straat vaker binnen marges wordt geaccepteerd;
inwoners en bedrijven bij grondwateroverlast ervoor zorgen dat hun woning of bedrijf voldoende waterdicht is.
Bij optredende problemen streven we altijd naar maatwerkoplossingen.
Onze riolering bevat ongeveer 280 km leidingen, bestaande uit vrijvervalriolen, drukriolering en persleidingen. Samen hebben deze leidingen een gemiddelde leeftijd van ongeveer 30 jaar. Inmiddels is veel informatie over onze riolering in het beheersysteem systeem vastgelegd toont de leeftijdsopbouw van het vrijvervalstelsel per rioleringstype. geeft de verdeling weer van het type riolering. In wordt een overzicht gegeven van de hoeveelheden aan leidingen en andere objecten. DWA staat voor ‘DroogWeerAfvoer’ en RWA staat voor ‘RegenWaterAfvoer’ (zie bijlage 5).
SEQ Figuur \* ARABIC \s 1 2 Leeftijdsopbouw vrijvervalriolering per type
Figuur SEQ Figuur \* ARABIC \s 1 3 Verdeling riolering naar type (in km)
Tabel SEQ Tabel \* ALPHABETIC \s 1 B Overzicht aanwezige voorzieningen
Op dit moment zijn alle panden in onze gemeente aangesloten op de riolering. De inzameling en transport van het afvalwater binnen de bebouwde kom vindt grotendeels plaats door middel van vrijvervalriolering. Het afvalwater van Geldrop wordt via een grote regionale afvoerleiding naar de RWZI Eindhoven getransporteerd. Het afvalwater van Mierlo wordt met een persleiding naar Geldrop gepompt, waarna het via dezelfde regionale leiding naar RWZI Eindhoven stroomt.
In bijlage 4 staan een overzicht met alle externe overstorten en kaarten met daarop de aanwezige voorzieningen.
Inzicht in de technische staat van de riolering krijgen we door inspecties. De inspectieresultaten gebruiken we om te bepalen waar maatregelen nodig zijn.
Jaarlijks inspecteren we ongeveer 10% van de vrijvervalriolering. Voorafgaand aan de inspectie reinigen we het riool. De beoordelingen van deze inspecties gebruiken we om werkplanningen te maken, hierin geven we aan welke maatregelen we uitvoeren. Uit de inspecties blijkt dat ons rioolstelsel in goede staat is: de kwaliteit van de riolen komt overeen met wat je mag verwachten op basis van de leeftijd. Elk jaar worden alle schades hersteld waarvan wij vinden dat daar aanleiding voor is. De cyclus inspecteren-beoordelen-repareren doorlopen we in één jaar.
In de bebouwde kom worden nog sporadisch verkeerde aansluitingen aangetroffen en deze worden dan direct hersteld.
De gemalen functioneren goed. Het dagelijks onderhoud van de rioolgemalen vindt plaats door de eigen onderhoudsdienst. De pompkelders worden twee keer per jaar gereinigd.
Daarnaast vindt ook twee keer per jaar regulier onderhoud plaats. Beide worden uitbesteed. Bij storingen wordt eerst de eigen buitendienst ingelicht en daarna eventueel externen.
De drukriolering functioneert goed. Het dagelijks onderhoud aan het elektromechanische deel van de drukriolering vindt plaats door de eigen onderhoudsdienst. De pompputten worden eenmaal per jaar gereinigd. De inspectie en reiniging word uitbesteed. De eerstelijnsstoringen handelen we zelf af.
In het buitengebied worden soms aansluitingen van regenwaterafvoeren op de drukriolering geconstateerd. Naast dat dit extra draaitijd geeft, zorgt het ook voor meer storingen. Door wijziging in de pompbesturing is het aantal storingen sterk verminderd.
Persleidingen en drukleidingen
De persleidingen en drukleidingen functioneren goed. We voeren geen inspecties uit, maar gaan af op meldingen en eigen waarnemingen bij gemalen en pompen. Als we merken dat de pompen moeite hebben om het vuile water door de leiding te krijgen, dan reinigen we de leiding.
De randvoorzieningen worden twee keer per jaar gecontroleerd en onderhouden. Ze functioneren goed.
In twee lager gelegen wijken in Geldrop (Coevering West en delen van de wijk Skandia) is een drainagenetwerk aangelegd om grondwateroverlast te reduceren.
4.3 Functioneren van de riolering
Het functioneren van de riolering bepalen we enerzijds door modelberekeningen uit te voeren, waardoor we inzicht krijgen in het hydraulisch functioneren (in hoeverre houden we droge voeten?) en het milieutechnisch functioneren (hoeveel vuil komt er in het oppervlaktewater terecht via de overstorten?). Daarnaast bekijken we klachten en meldingen van inwoners (bijvoorbeeld stank of water op straat) die ons kunnen helpen het functioneren te verbeteren.
4.3.1 Hydraulisch functioneren
Het huidige BRP dateert van 2013. In dit BRP is het hydraulisch functioneren berekend en zijn potentiele overlastlocaties in kaart gebracht. In 2016 hebben we een Hemelwatervisie op laten stellen. Hierin is de huidige situatie getoetst aan de theoretische buien 6, 8, 9 en 10 en zijn opnieuw overlastgebieden in kaart gebracht met een veel nauwkeurigere rekentechniek dan die in het BRP is gebruikt. Op basis van deze analyses zijn overlastlocaties en risicogebieden in kaart gebracht. De belangrijkste theoretische overlastlocaties zijn:
In de Hemelwatervisie zijn eveneens maatregelen voorgesteld om het wateroverlastrisico op deze locaties te verkleinen.
4.3.2 Milieutechnisch functioneren
In het BRP uit 2013 is bepaald in hoeverre onze riolering voldoet aan de normen voor vuiluitworp via de overstorten. De conclusie hiervan is dat er met de gerealiseerde randvoorzieningen en retenties ruimschoots wordt voldaan aan de basisinspanning (eisen ten aanzien van vuiluitworp via de overstorten, zie bijlage 5).
Onze afdeling Publiekszaken ontvangt en registreert alle meldingen die gaan over het functioneren van de riolering. De meldingen komen over het algemeen telefonisch binnen. De schriftelijke klachten betreffen in het algemeen de complexere problemen. De registratie van de meldingen vindt plaats in ‘Inproces’.
In Tabel C is een overzicht gegeven van de meldingen over riolering, waarbij onderscheid is gemaakt in verschillende categorieën. De gegevens van 2017 waren op het moment van schrijven van dit stuk nog niet bekend.
Tabel SEQ Tabel \* ALPHABETIC \s 1 C Overzicht aantal meldingen riolering uit 2013-2016
De verschillen in aantal klachten kunnen verklaard worden doordat in het ene jaar meer neerslag valt dan in het andere jaar. Zo zijn in het voorjaar van 2016 enkele hevige buien gevallen. Opvallend is het grote aantal klachten met betrekking tot kolken. Dit wordt veroorzaakt door meldingen over water-op-straat situaties. Langdurig water-op-straat wordt namelijk vaak veroorzaakt door verstopte kolken. Dit wordt echter in twee aparte categorieën meldingen geregistreerd.
Na registratie worden de meldingen doorgezet naar de wijkopzichter. Deze zorgt voor afhandeling, eventueel met ondersteuning door de afdeling riolering. Afhankelijk van de aard van de klacht wordt contact opgenomen met de melder. Als er wateroverlast is in bebouwing als gevolg van disfunctioneren van riolering wordt er altijd persoonlijk contact gelegd. Waar nodig onderzoeken we de oorzaak van de overlast.
We hebben binnen het Waterportaal meegewerkt in de begeleidingscommissie van de Branchestandaard van Rioned. Met deze Branchestandaard wordt het mogelijk om inzicht te krijgen in de aanwezige kennis en competenties om de rioleringstaken uit te kunnen voeren. Voor onze gemeente bleek de benodigde kennis goed aanwezig te zijn. Vanwege de geringe capaciteit zijn we echter wel kwetsbaar.
Vanuit deze primaire doelen van de riolering zijn de doelen voor de rioleringszorg opgezet, deze haken aan de wettelijke zorgplichten:
Door aan deze doelen functionele eisen en maatstaven te koppelen, is de rioleringszorg toetsbaar gemaakt. In bijlage 1 is het volledige overzicht van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden opgenomen.
De huidige situatie voldoet grotendeels aan de in hoofdstuk 3 genoemde doelen. Ondanks het afkoppelen van grote oppervlakken wordt nog steeds veel schoon hemelwater afgevoerd naar de RWZI.
5.1 Nieuwbouw en vervanging riolering
Alle nieuwbouw (in- en uitbreidingen) dient aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering. Binnen de bebouwde kom betreft dit vrijvervalriolering en buiten de bebouwde kom drukriolering. Eigenaren moeten hun afvalwater altijd gescheiden aanleveren aan de perceelgrens, zodat ze voorbereid zijn op gescheiden riolen die later kunnen worden aangelegd. Bij grootschalige uitbreidingen wordt altijd gescheiden riolering aangelegd volgens de laatste stand der techniek. Lozing van huishoudelijk afvalwater op oppervlaktewater en in de bodem is niet toegestaan. Bij de bouwaanvraag wordt melding gemaakt van de verplichting om aan te sluiten op de riolering. Hierbij worden de regels in de aansluitverordening van de gemeente gevolgd.
Bij alle ontwikkelingen en aanpassingen ten aanzien van de bovengrondse inrichting, weegt de gemeente de risico’s op wateroverlast mee. Bij nieuwbouw, ongeacht de toename van het verhard oppervlak, volgen we het principe van waterschap De Dommel van ‘Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen’. Dit houdt in dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. 60 mm berging in openbaar gebied is hierbij onze richtlijn. Bij grootschalige nieuwbouw (toename verhard oppervlak met meer dan 2.000 m2) is deze 60 mm een uitgangspunt in het ontwerp van de bovengrond. Bij herinrichtingsplannen is deze 60 mm wel het streven, maar door de soms beperkt beschikbare ruimte en gebrek aan open water kan dit niet gegarandeerd worden.
Aanpassingen aan de bovengrondse inrichting in de huidige situatie mogen niet leiden tot een verhoging van de risico’s op wateroverlast. Voor locaties waar bij de toetsbui sprake is van wateroverlast, vindt onderzoek plaats naar de mogelijkheden om de risico’s op wateroverlast te verminderen. Zowel riolerings- als inrichtingsmaatregelen komen in aanmerking. De doelmatigheid speelt bij het beoordelen van maatregelen een belangrijke rol. Door de randvoorwaarden die de bestaande situatie oplegt, is het verhogen van het veiligheidsniveau tot het niveau van de toetsbui niet altijd doelmatig. Aanpassingen in de inrichting en herstructurering van wijken zijn belangrijke kansen om de veiligheid voor wateroverlast te verhogen (zie kop Inbreidingen).
In onze ‘Meerjarenprogrammabegroting 2017-2020 Gemeente Geldrop-Mierlo’ (versie 7 november 2016) wordt een woningbouwopgave beschreven van 1.504 woningen in de periode 2012-2022. Dit komt neer op een gemiddelde jaarlijkse woningtoename van 75 stuks.
Bij rioolvervangingen proberen we zoveel mogelijk de openbare terreinen af te koppelen van het gemengde stelsel. Bij verbouw of reconstructie wordt per situatie bekeken of er schoon verhard oppervlak van het gemengde stelsel kan worden afgekoppeld en op andere wijze kan worden verwerkt (zoals infiltratie of afvoer naar oppervlaktewater).
In Tabel D is een overzicht weergegeven van de in deze planperiode uit te voeren onderzoeken. De kosten per onderzoek zijn opgenomen in de kostendekkingsberekening.
Tabel D Overzicht uit te voeren onderzoeken
Goede en actuele gegevens vormen een basis voor veel keuzes in het rioleringsbeheer. We besteden veel aandacht aan het bijhouden van onze gegevens en dat willen we blijven doen. In 2013 hebben we nieuwe software in gebruik genomen voor het dagelijks beheer, het verwerken van storingen en het registreren van meetwaarden van sensoren en regenmeters. Voor het vastleggen van de basisgegevens van het stelsel gebruiken we sinds 2016 een nieuw beheersysteem. Voordeel hiervan is dat we gemakkelijker integrale planningen kunnen maken.
O2) Inspectie en reiniging vrijvervalriolering
Jaarlijks reinigen en inspecteren we ongeveer 10% van de vrijvervalriolering. Via de inspecties krijgen we een beeld van de actuele toestand van de riolering.
We hebben een grondwatermeetnet voor actuele gegevens over de grondwaterstanden. We analyseren de grondwatermeetdata om inzicht te krijgen in grondwaterfluctuaties. Hierbij werken wij nauw samen met het waterschap de Dommel en Brabant Water. De grondwatermeetgegevens zijn openbaar toegankelijk via het DINOloket.
O4) Opstellen onderhoudsplan drainage
Om het drainagenetwerk in de wijken Coevering West en Skandia goed te laten functioneren, stellen we hiervoor een onderhoudsplan op.
O5) Strategie vervanging drukriolering
Vanwege de grootschalige vervanging die nodig is voor de ouder wordende drukrioolunits, onderzoeken we hoe we dit zo kosteneffectief mogelijk kunnen aanpakken.
Het huidige BRP is opgemaakt in 2013 en wordt in 2019 geactualiseerd. Dat houdt in dat het hydraulisch en milieutechnisch functioneren opnieuw wordt bepaald.
Naar verwachting treedt in 2019 de Omgevingswet in werking. In het huidige wetsontwerp is de verplichting voor het vaststellen van een GRP vervallen. Desondanks vinden we het nuttig om een dergelijk document te gebruiken. Om die reden stellen we in 2021 weer een nieuw GRP op.
O 8 ) Haalbaarheid hemelwaterverordening
We gaan de haalbaarheid van een hemelwaterverordening onderzoeken. In een hemelwaterverordening worden regels gesteld aan het lozen van hemel- en grondwater. Hierin staan bijvoorbeeld voorwaarden voor nieuwbouw en grondige verbouwingen in relatie tot het aanbieden van hemelwater.
O9) Duurzaamheid en bewonersparticipatie
We proberen de rioleringszorg duurzamer te maken. Zo kijken we bij het vervangen van onze pompen en gemalen hoe we het energieverbruik hiervan kunnen reduceren. Ook via het Kallisto meetproject dragen we bij aan een duurzamere waterketen.
Bij het vervangen van onze riolering informeren en betrekken we onze inwoners. Communicatie met inwoners is belangrijk voor draagvlak voor deze werkzaamheden. Ook is communicatie belangrijk om uitleg te geven over goed lozingsgedrag en de kans dat water op straat blijft staan na hevige neerslag. De komende jaren willen we hier via het Waterportaal extra invulling aan geven.
Alle objecten van de riolering worden onderhouden om ervoor te zorgen dat ze goed blijven functioneren. Qua onderhoudsfrequenties wijken we niet af van het voorgaande GRP. In Tabel E zijn de onderhoudsfrequenties per rioleringsobject weergegeven.
Vervanging van rioolbuizen is noodzakelijk om het functioneren van de riolering in stand te houden. Na verloop van tijd gaat de sterkte van rioolbuizen achteruit, bijvoorbeeld door scheuren of aantasting van de binnenwand. De riolen worden dan vervangen of gerelined.
Tabel F geeft een overzicht van de projecten die we hebben gepland voor de periode 2018-2022. Deze planning is ons vertrekpunt voor de komende jaren. Waar mogelijk pakken we deze projecten integraal op met andere vakgebieden binnen de gemeente. Samen zorgen we voor een goede planning van projecten en werkzaamheden, waarbij onderstaand projectenoverzicht het startpunt is voor de inbreng vanuit riolering.
Tabel SEQ Tabel \* ALPHABETIC \s 1 F Projectenoverzicht vrijvervalriolering 2018-2022
Naast de genoemde projecten en investeringen in bovenstaande Tabel F, gaan we ook projecten uitvoeren om wateroverlast aan te pakken. Daar is voor deze planperiode € 1.000.000 voor gereserveerd, verdeeld over 5 jaren.Voor de jaren 2018 en 2019 is hiervoor een bedrag van € 350.000 opgenomen. Voor de jaren 2020 tot en met 2022 is daar jaarlijks een bedrag van € 100.000 voor opgenomen.
5.4.2. Langetermijnvervangingsplanning vrijvervalriolen
Om een beeld te krijgen van de in de toekomst te vervangen riolen hebben we een lange termijn vervangingsplanning gemaakt. We zijn hierbij uitgegaan van een planningshorizon van 60 jaar, waarbij we per jaar de verwachte kosten hebben geraamd. Om de kosten per jaar in te schatten maken we gebruik van eenheidsprijzen uit de Leidraad Riolering en technische levensduren per object.
Voordat we daadwerkelijk overgaan tot vervanging wordt altijd de werkelijke toestand van het rioleringsonderdeel bekeken. Op basis van de werkelijke toestand wordt besloten om tot vervanging over te gaan.
Bij het opstellen van de langetermijnplanning zijn we uitgegaan van:
Inspectiegegevens, waaruit blijkt of de toestand van het riool op dit moment onvoldoende is. Als de inspectiegegevens aangeven dat vervangen nodig is en het riool van voor 1980 is, dan kiezen we ervoor om het te vervangen. Als de inspectiegegevens aangeven dat vervangen nodig is en het riool vanaf 1980 is, dan kiezen we ervoor om het te repareren. Als de inspectiegegevens aangeven dat repareren nodig is, dan gaan we er vanuit dat het riool na reparatie nog 25 jaar mee kan.
In Figuur 4 is de langetermijnplanning weergegeven. De planning voor de jaren 2018-2022 is weergegeven in Tabel F.
Figuur SEQ Figuur \* ARABIC \s 1 4 Langetermijnplanning uitgaven vervanging vrijvervalriolering
In de afgelopen jaren is de gemeente geregeld geconfronteerd met overlast als gevolg van hevige regenval. Daarom hebben wij een onderzoek uitgevoerd naar de kwetsbaarheid van de gemeente voor dergelijke overlast en een visie ontwikkeld voor de aanpak daarvan. Deze “Hemelwatervisie Geldrop-Mierlo” is in maart 2016 door het college vastgesteld.
In de visie zijn voor de meest risicovolle locaties oplossingen op hoofdlijnen aangegeven. Naar verwachting zijn dit haalbare oplossingen, al moet er nog wel wat meet– en rekenwerk worden verzet.
Klimaatadaptatiemaatregelen worden zoveel mogelijk mee genomen in andere werken, zoals herinrichtings-, inbreidings- en rioolvervangingsprojecten. Dit hoeft helemaal niet moeilijk of kostbaar te zijn. Door in een vroeg stadium al aandacht te geven aan hoogteligging, afschot van wegen en terreinen en verhardingsgraad kan heel veel worden bereikt
Bij de aanpak van wateroverlast is de inbreng van bewoners uiteraard onmisbaar en deze zullen wij actief opzoeken.
5.4.4 Langetermijnvervangingsplanning drukriolering
Bij het opstellen van de langetermijnplanning zijn we uitgegaan van technische levensduren, zoals opgenomen in bijlage 2. We maken onderscheid tussen pomp, pompput, kast en besturing.
In Figuur 5 is de langetermijnplanning voor de vervanging van drukriolering weergegeven.
Figuur SEQ Figuur \* ARABIC \s 1 5 Langetermijnplanning uitgaven vervanging drukriolering
Voor de druk- en persleidingen hanteren we een technische levensduur van 40 jaar. In Figuur 6 is de langetermijnplanning voor de vervanging van druk- en persleidingen weergegeven.
Figuur SEQ Figuur \* ARABIC \s 1 6 Langetermijnplanning uitgaven vervanging druk- en persleidingen
Bij het opstellen van de langetermijnplanning zijn we uitgegaan van technische levensduren, zoals opgenomen in bijlage 2. We maken onderscheid tussen pomp, pompput, kast en besturing.
In Figuur 7 is de langetermijnplanning voor de vervanging van gemalen weergegeven.
Figuur SEQ Figuur \* ARABIC \s 1 7 Langetermijnplanning uitgaven vervanging gemalen
Bij het opstellen van de langetermijnplanning zijn we uitgegaan van technische levensduren, zoals opgenomen in bijlage 2. We maken onderscheid tussen pomp, pompput, kast en besturing. In Figuur 8 is de langetermijnplanning voor de vervanging van de randvoorzieningen weergegeven.
Figuur SEQ Figuur \* ARABIC \s 1 8 Langetermijnplanning uitgaven vervanging randvoorzieningen
Bij melding van grondwateroverlast kiezen we voor een persoonlijke benadering van inwoners: we onderzoeken de oorzaak en adviseren over te nemen maatregelen. Pas als er (hoge) kosten zijn (bijvoorbeeld voor onderzoek of maatregelen) kijken we naar wettelijke verplichtingen om een redelijke kostenverdeling te bepalen. We hebben een grondwatermeetnet om inzicht te hebben, en te houden, in de grondwaterstanden. Dit meetnet houden we in stand.
5.6 Samenwerken in de waterketen
We zijn tevreden over de samenwerking in het Waterportaal en we willen onze actieve bijdrage voort blijven zetten. Tijdens regelmatige overleggen bespreken we de onderwerpen die belangrijk zijn voor de waterketen. Zo leren we van elkaars kennis en ervaring. Er lopen projecten die gericht zijn op het vergroten van het inzicht in de waterketen, door onderzoeken te doen en werkmethodes te vergelijken. De bij ons beschikbare tijd voor het Waterportaal is beperkt, maar we dragen bij waar we kunnen.
Verder voeren we werkzaamheden zoveel mogelijk uit samen met het waterschap, in het kader van ‘sponswerking’ van de stad. Dit is erop gericht om het waterbergend vermogen van het stedelijk gebied te vergroten.
5.7 Betrekken van burgers en bedrijven
Samen met onze inwoners proberen we hemelwateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. Bij hemelwateroverlast gaan we persoonlijk langs om te kijken wat er is gebeurd.
We houden onze inwoners en bedrijven op de hoogte over de werking van de riolering. Over actuele rioleringszaken zoals afkoppelen, klimaatadaptatie en reconstructies informeren we onze inwoners via de website en inloopavonden. Hiervoor is een jaarlijks budget beschikbaar.
5.8 Verordeningen, vergunningen, toezicht en handhaving
We beschikken over een aansluitverordening, welke in werking is getreden op 17 september 2015 (Raadsbesluit GM2015.0342). In deze verordening zijn de voorwaarden voor aansluiting op de openbare riolering opgenomen. In de verordening zijn onder meer regels opgenomen voor:
In de verordening rioolheffing 2017 (Raadsbesluit GM2016-023740) van 15 november 2016 zijn de belastingtarieven voor 2017 vastgelegd. We hebben één rioolheffing voor de bekostiging van de zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. Het belastingtarief bedraagt:
Jaarlijks wordt de belastingverordening aangepast.
Belangrijke vergunning, in relatie tot riolering, gaan over lozingen, bouwactiviteiten en oppervlaktewater. Gemeenten, waterschap of provincie verlenen deze vergunningen.
Om de beschreven rioleringstaken goed te kunnen uitvoeren, hebben we personeel nodig. Met behulp van de Leidraad Riolering hebben we een inschatting gemaakt hoeveel fte nodig is. Hierbij hebben we gekeken naar twee situaties: zoveel mogelijk werkzaamheden zelf uitvoeren of zoveel mogelijk uitbesteden.
In Tabel 6.A is een overzicht gegeven van de benodigde personele capaciteit, bepaald op basis van de Leidraad Riolering. Bij het zoveel mogelijk uitbesteden van werkzaamheden is er 3,2 fte nodig. Als er zoveel mogelijk werkzaamheden door eigen medewerkers worden uitgevoerd, dan is er 9,3 fte nodig.
Tabel SEQ Tabel \* ALPHABETIC \s 1 G Overzicht benodigde personele capaciteit
In de afgelopen jaren bedroeg de personele inzet op de rioleringszorg 2,95 fte. Dit is bijgehouden middels het urenregistratiesysteem van de gemeente. In de planperiode vóór 2012 bedroeg de personele inzet nog 3,94 fte. De personele bezetting voor de rioleringstaken ligt bovendien lager dan de landelijke richtlijnen.
De lage bezetting heeft tot gevolg dat sommige zaken minder aandacht krijgen, zoals de afhandeling van meldingen/klachten, analyses van risico’s, en het uitwerken van oplossingen voor bijvoorbeeld overlastsituaties. Omdat we deze werkzaamheden wel uit willen voeren willen we in de komende planperiode extra capaciteit inzetten. Dit doen we in de vorm van externe inhuur zodat het niet leidt tot een uitbreiding van de ambtelijke formatie. Dit vereist wel extra ondersteuning door het eigen personeel, omdat hun kennis van de lokale situatie tot een beter resultaat bij de afhandeling van klachten en meldingen leidt.
De financiën, uitgaven en bepaling van de rioolheffing, zijn bepaald met een eigen rekenmodel door financiële medewerkers van onze gemeente. Ook hoofdstuk 6.2 en 6.3 zijn door hen opgesteld. We hebben hiervoor de financiën bekeken over een periode van 64 jaar (2018 tot 2082). In deze periode worden alle rioleringsobjecten minstens één keer vervangen. Hiermee zijn alle kosten voor de rioleringszorg meegenomen in de berekeningen. In dit GRP zijn alle genoemde bedragen exclusief btw, tenzij anders vermeld. In de kostentoerekening wordt de BTW op grond van artikel 229b van de gemeentewet meegenomen als last.
De bedragen zijn op prijspeil 2017 en moeten jaarlijks worden geïndexeerd met de dan optredende inflatie.
In Bijlage 3 zijn overzichten opgenomen van de belangrijkste uitgaven in de komende planperiode.
In Bijlage 2 zijn de uitgangspunten voor de financiële berekening opgenomen.
Belangrijk aspect hierbij is de rentestand. De gemeente hanteert voor de gehele begroting voor de activa één rentetarief. Bij het vaststellen van het vorige GRP, in 2012 bedroeg de rente 4% op jaarbasis. Deze rente is berekend conform de notitie rente 2017 van de commissie BBV van juli 2016. In de afgelopen jaren is een rente van 2,5% gehanteerd. De rentelast op de investeringen was daardoor lager dan 5 jaar geleden. Dit heeft een positieve invloed gehad op de jaarlijkse storting in de Voorziening Riolering. In dit GRP wordt voor de komende periode gerekend met een rente van 3%. Het moge duidelijk zijn dat dit een risico factor vormt. Op het moment dat het rentepercentage gaat stijgen dan stijgen daarmee ook de kosten voor riolering. Dit leidt tot een sneller uitputting van de voorziening of een verhoging van de heffing.
De uit het GRP voortvloeiende kosten voor rioleringszorg worden voor 100% gedekt door het heffen van een rioolheffing. (Begrote) overschotten worden in de voorziening gestort (een voorziening door derden beklemde middelen) en (begrote) tekorten worden aangevuld uit de Voorziening Riolering. Het streven bij het bepalen van de heffing is een evenwichtig beeld tussen de stortingen in de voorzieningen en de onttrekkingen aan de voorziening voor een periode van 30 jaar. De voorziening mag in die periode niet negatief zijn. Bij de beoordeling van de berekening wordt dus enkel de periode tot 2048 beschouwd. Op mogelijk geprognosticeerde tekorten in de daarop volgende periode kan in de loop van de tijd met gewijzigde berekeningen worden ingespeeld.
De stand van de Voorziening op 31 december 2016 bedroeg € 4.081.798,-.
In de komende periode investeren we jaarlijks € 1,6 miljoen voor de vervanging van riolen, gemalen, drukriolering en randvoorzieningen. De kosten voor deze activiteiten worden over een kortere of langere periode afgeschreven, afhankelijk van het betreffende object. De daarmee samenhangende kapitaallasten lopen daardoor op tot circa € 1,4 miljoen per jaar in 2022. Van alle objecten in het rioolstelsel zijn vervangingsplanningen opgesteld, gebaseerd op leeftijd en kwaliteit. Daarnaast zijn deze planningen onderling en met ander plannen afgestemd. Voor het berekenen van de benodigde investeringen is gebruik gemaakt van kostencalculaties van de Stichting RIONED en onze eigen kostengegevens. De vervangingskosten van de vrijvervalriolering zijn inclusief de kosten voor aanleg van een apart regenwater riool. Daarnaast investeren we ook in de aanpak van wateroverlast. In de komende 5 jaar investeren we € 1 miljoen om de huidige knelpunten aan te pakken.
De jaarlijks terugkerende kosten voor dagelijks onderhoud bedragen ongeveer € 1,6 miljoen per jaar. Dit zijn kosten voor personeel, reparaties, maar ook voor stortkosten van slib, en onderzoekskosten. Ook de jaarlijkse bijdrage aan de activiteiten en investeringen die in het kader van de regionale samenwerking worden gedaan, staan hier genoemd, evenals de invorderingskosten. De rioolheffing die wordt kwijtgescholden in het kader van het minimabeleid behoort ook tot de exploitatiekosten.
De jaarlijkse inkomsten uit de rioolheffing zijn structureel onvoldoende om de exploitatie van de riolering over langere tijd vol te houden, ondanks de aanwezigheid van een Voorziening. In de komende 60 jaar komen er grote vervangingsinvesteringen op ons af. Alleen door een structurele jaarlijkse verhoging met enkele procentpunten van de heffing zijn deze investeringen op te brengen.
In het vorige GRP is ervoor gekozen om de rioolheffing jaarlijks 2,25 % boven op de inflatie te laten stijgen. In de daar aan vooraf gaande planperiodes steeg de heffing zelfs met 3,5 á 4,5 % per jaar. Om de stijging van de heffing in de komende planperiode te beperken hebben we kritisch gekeken naar de aan riolering toe te rekenen kosten. Om een goede afweging te kunnen maken hebben we enkele scenario’s doorgerekend. De gevolgen van de scenario’s op de stand van de Voorziening zijn in de grafieken in bijlage 3 weergegeven.
Na doorrekening van diverse scenario’s blijkt dat stijging in de komende jaren noodzakelijk blijft, maar dat deze stijging niet moet worden uitgesteld tot in de toekomst. Als er wordt gekozen voor een te kleine stijging in de komende planperiode zal er niet genoeg tijd meer zijn om voldoende middelen te verzamelen voor de exploitatie van de riolering over 20 jaar. Te zijner tijd zal de stijging dan veel hoger moeten zijn dan nu het geval.
Rond het jaar 2030 treedt een terugloop op van de stand van de Voorziening. In de daarop volgende 20 jaar zijn de uitgaven dusdanig dat de voorziening negatief dreigt te staan. Dit is een ongewenste situatie. Te zijner tijd kan de heffing iets worden bijgesteld en kan dit worden voorkómen.
Door de heffing in de komende planperiode jaarlijks 1,75% te laten stijgen wordt een grotere stijging in de daarop volgende periodes voorkomen. De ontwikkeling van de tarieven voor de rioolheffing zijn dan als volgt:
Tabel SEQ Tabel \* ALPHABETIC \s 1 H Rioolheffing per categorie (m3 staat voor m3 drinkwaterverbruik per jaar)
Figuur SEQ Figuur \* ARABIC \s 1 9 Ontwikkeling voorziening bij het door ons voorgestelde 'scenario 4'
Ook na deze planperiode zal de heffing in tenminste eenzelfde orde van grootte blijven stijgen. Gezien de onzekerheden die op deze termijnen spelen moet dit worden gezien als een tendens, eerder dan als een vaststaand gegeven. Uit een gevoeligheidsanalyse blijkt in elk geval wel dat in de eerste 20 jaar de jaarlijkse verhoging niet te laag moet zijn om in de periode daarna voldoende middelen beschikbaar te houden en het schommelfonds niet negatief te laten worden. Het is hoe dan ook altijd nodig het kostendekkingsplan periodiek te herzien (bij elke herziening van het GRP), en zo nodig de heffing bij te stellen.
Bijlage 1. Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden
Bijlage 2. Uitgangspunten kostendekkingsberekeningen
We hebben een eigen kostendekkingsmodel van onze gemeente gebruikt om onze rioolheffing mee te kunnen berekenen. In deze berekening hanteren we de volgende uitgangspunten.
Alle in het GRP genoemde uitgaven zijn op prijspeil 1 januari 2017, inclusief van toepassing zijnde bijkomende kosten uitvoering, winst en risico, voorbereiding, honorarium en toezicht en exclusief BTW. De rioolheffingsberekening is inclusief de compensabele BTW. De berekende rioolheffing moet met de jaarlijks optredende inflatie worden gecorrigeerd.
Voor de berekening van de investeringskosten van de vrijvervalriolering is gebruik gemaakt van de eenheidsprijzen uit de Leidraad Riolering, inclusief kosten voor bemaling en opleveringsinspectie. Daarbij tellen we een eigen toeslag op voor de afvoer en acceptatiekosten van grond. Voor persleidingen gebruiken we ook de eenheidsprijzen uit de Leidraad Riolering. Voor de andere objecten gebruiken we eigen eenheidsprijzen zoals weergegeven in onderstaande tabel.
Voor de staartkosten zijn conform de Leidraad Riolering de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. Er is geen rekening gehouden met de post ‘onvoorzien’. Totaal (1,10 x 1,12 x 1,15 - 1) = 42%.
Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de financiële afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is derhalve van belang de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens. De financiële afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop en de hoogte van de kapitaallasten in de tijd. De technische en financiële afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur. De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Bijlage 3. Uitgaven rioleringszorg periode 2018-2022
Er zijn 4 scenario’s beschreven. In de tabel staan per scenario de jaarlijkse procentuele verhogingen van de heffing in de betreffende planperiode vermeld. In de grafieken is per Scenario het verloop van de voorziening in de tijd weergegeven.
Om een goede afweging te kunnen maken hebben we enkele scenario’s doorgerekend. De gevolgen van de scenario’s op de stand van de voorziening zijn in de grafieken weergegeven. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 6.3.1.
Scenario 1: geen stijging van de heffing;
Scenario 2: stijging van heffing uitstellen tot in de toekomst;
Scenario 3: sterke verhoging op korte termijn;
Scenario 4: geleidelijke verdeling van lastenstijging.
Bijlage 5. Lijst overstorten en overzichtskaarten riolering
De overzichtskaart is vanwege de omvang los ingevoegd.
Bijlage 6 . Begrippen en definities
AMvB Algemene Maatregel van Bestuur
GRP gemeentelijk rioleringsplan
RWA Regenwaterafvoer (ook wel HWA of Hemelwaterafvoer)
IBA installatie voor individuele behandeling van afvalwater
NPR Nederlandse praktijkrichtlijn
RWZI rioolwaterzuiveringsinrichting
De woorden en verklaringen in deze lijst zijn (voor een groot deel) afkomstig uit:
Beter Bouw- en Woonrijp Maken, GD112-7 Publicatie ‘Ontwatering in stedelijk gebied’, definitief 2 d.d. 20 april 2007;
NEN 3300 Buitenriolering - Termen en definities.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-37483.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.