Gemeenteblad van Almere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2018, 3552 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2018, 3552 | Overige besluiten van algemene strekking |
BESLUIT VASTSTELLING RICHTLIJNEN UITKERINGEN WERK EN INKOMEN ALMERE
'Bijzondere bijstand voormalig alleenstaande ouders'
Zodra het laatste in de gezinsbijstand begrepen kind niet meer ten laste van de ouder komt ontvangt de ouder geen Alo-kop en kinderbijslag meer.
Indien het kind tot het huishouden van de ouder blijft behoren, bestaat de mogelijkheid dat het gezamenlijk inkomen van ouder en kind minder bedraagt dan het voorheen genoten inkomen (te weten: norm alleenstaande + Alo-kop + kinderbijslag).
De studerende met WSF valt buiten de gezinsbijstand.
Wanneer dit kind blijft behoren tot het huishouden van de voormalige alleenstaande ouder, kan eventueel garantie- en/of overbruggingstoeslag worden toegekend.
Om te voorkomen dat deze "gezinnen" financieel in de problemen komen wordt de mogelijkheid geboden door middel van toeslagen de inkomensachteruitgang op te vangen. We kennen twee toeslagen voor voormalige alleenstaande ouders:
De toeslagen kunnen alleen worden verstrekt:
voorkomt dat er, ondanks de garantietoeslag, een directe inkomensachteruitgang ontstaat en wordt toegekend als de som van het huidige inkomen van ouder en kind (inkomsten kind, alleenstaandennorm ouder en eventueel garantietoeslag), lager is dan het voorheen als alleenstaande ouder genoten inkomen inclusief Alo-kop;
De inkomstenvrijlating wordt in de berekening van het voormalig inkomen meegenomen. Inkomstenvrijlating wordt in de berekening van het huidige inkomen meegenomen.
Indien een kind geen studie volgt (geen WSF-WTOS), niet werkt en geen uitkering heeft aangevraagd, gaan we bij de berekening van de garantietoeslag wel uit van de jongerennorm.
Indien een kind in de loop van de maand aan het werk gaat, of op een andere wijze een hoger inkomen ontvangt, kan over die maand nog recht op uitkering bestaan (afhankelijk van de hoogte van het inkomen van het kind). Dit kan veroorzaken dat de toeslag over die maand beperkt of nihil is. Het inkomen moet naar rato met de uitkering worden verrekend. Dus wanneer het kind op de 16e aan het werk gaat, moet voor de berekening van de garantietoeslag ingaande de 16e met het inkomen uit werk rekening worden gehouden.
Ingevolge artikel 33 lid 2 Participatiewet wordt het normbedrag levensonderhoud WSF op bepaalde bedragen gesteld voor een thuiswonende en een uitwonende studerende. Dit is het inkomen uit studiefinanciering. Bij de bepaling van het eventuele recht op een toeslag als hier bedoeld, wordt uitgegaan van deze bedragen voor levensonderhoud. Het kind wordt altijd geacht dit bedrag minimaal te ontvangen, hetzij in de vorm van een beurs en aanvullende lening/beurs, hetzij in de vorm van een basisbeurs en aanvulling van de ouder.
Men ontvangt altijd minimaal de basisbeurs. Is het totale inkomen van de studerende meer dan de totale studiefinanciering geweest zou zijn (dus incl. kostenvergoeding), dan wordt het meerdere toegerekend aan het levensonderhoud (= inkomen), dus opgeteld bij voornoemd normbedrag voor levensonderhoud.
Scholieren die al wel 18 jaar zijn, maar die nog een opleiding volgen in het voortgezet onderwijs, komen niet in aanmerking voor studiefinanciering op basis van de WSF. Zij krijgen een tegemoetkoming, o.m. voor levensonderhoud, op basis van de WTOs (VO 18+). Dit zijn - los van de overgangsregeling - veel lagere bedragen dan op basis van de WSF.
Deze kinderen vallen niet onder de definitie van ten laste komend kind (artikel 4 onder e Participatiewet), zodat in beginsel ook hier deze richtlijn van toepassing is. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de normbedragen van de WTOS (artikel 33 lid 3 Participatiewet). Zie voor actuele bedragen het Sociaal Info.
Wanneer het (jongste) kind 18 jaar wordt eindigt het recht op kinderbijslag met ingang van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin dat kind 18 jaar wordt. Als dat kind ingaande de verjaardag bijstand aanvraagt, wordt door de verzorger in het begin van het volgende kwartaal nog kinderbijslag ontvangen voor het kind. Dat heeft te maken met de systematiek van de AKW.
Achteraf ontvangt de ouder over het kwartaal waarin het kind 18 jaar wordt nog kinderbijslag. Die kinderbijslag dient toegerekend te worden naar de periode tot dat het kind 18 jaar wordt. Dat kan soms een lange periode en soms een korte periode zijn, afhankelijk van het moment in het kwartaal waarop het kind 18 jaar wordt. Overigens gaat het recht op kinderbijslag ook pas in op de eerste van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het kind is geboren. Volgens de systematiek eindigt het recht dan ook pas op de eerste van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het kind 18 wordt.
Als gevolg daarvan dient de AKW die ontvangen wordt nadat het kind 18 jaar is geworden, toegerekend te worden naar de periode voordat het kind 18 jaar wordt. Deze kinderbijslag wordt dus niet in mindering gebracht op de algemene bijstand.
Daarentegen stop het kindgebonden budget op de 1e van de maand nadat het kind 18 is geworden. Het overigens ook pas ingegaan op de eerste van de maand nadat het kind werd geboren. Ook dit wordt dan niet in mindering gebracht op de algemene bijstand.
Indien bij de voormalige alleenstaande ouder sprake is van 1 of meer kostendelende medebewoners hanteren we in elke situatie de volgende berekening:
De kostendelersnorm 2p huishouden (plus inkomen kind) afzetten tegen de gehuwdennorm 3p huishouden. Dus 50% gehuwdennorm + inkomen kind, afzetten tegen 86 2/3% van de gehuwdennorm.
In het kader van de noodzakelijke bezuinigingen op de bijzondere bijstand is besloten om per 1 januari 2018 het recht op garantie- en overbruggingstoeslag in te trekken voor nieuwe rechthebbenden.
Voor rechthebbende die op 31 december 2017 reeds recht hadden op de garantietoeslag/overbruggingstoeslag wordt deze in 2018 teruggebracht naar 50% waarop men per 1 januari 2018 recht zou hebben als de richtlijn ongewijzigd was gebleven. Per 1-1-2019 wordt de gehele richtlijn ingetrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-3552.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.