LEIDRAAD KWIJTSCHELDING GEMEENTE WIERDEN

LEIDRAAD KWIJTSCHELDING GEMEENTELIJKE BELASTINGEN

GEMEENTE WIERDEN

 

BELEIDSREGELS OP HET GEBIED VAN KWIJTSCHELDING VAN DE GEMEENTELIJKE BELASTINGEN

 

Hoofdstuk 1 ALGEMEEN

 

Belastingschuldigen met een minimuminkomen kunnen onder bepaalde voorwaarden in aan-

merking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Onder kwijtschelding wordt verstaan het ontslaan van de betalingsverplichting. Bij het verlenen van kwijtschelding gaat de belastingschuld teniet.

 

De mogelijkheid voor gemeenten om kwijtschelding van belastingen te verlenen, is geregeld in artikel 255 van de Gemeentewet.

Bij de beoordeling van verzoeken om verlening van kwijtschelding worden de rijksregels zoals die zijn vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Leidraad Invordering 1990 toegepast. Hoofdregel is dat gemeenten het kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid volgen zoals dat is geregeld in de Uitvoeringsregeling.

Indien de gemeente niets regelt geldt deze ministeriële regeling automatisch ook voor de gemeentelijke belastingen.

Artikel 255 van de Gemeentewet biedt de mogelijkheid om van de Uitvoeringsregeling af te wijken. Gemeenten mogen een beleid hanteren dat er toe leidt dat in beperktere mate kwijtschelding wordt verleend dan op grond van de Uitvoeringsregeling van de rijksoverheid.

Het gemeentelijk beleid kan per belastingsoort verschillen.

In de praktijk is gebleken dat integrale toepassing van de rijksregels niet in alle situaties wenselijk is omdat het resultaat dat bij de opzet van de regeling werd beoogd niet werd behaald.

Om de benodigde duidelijkheid bij de toepassing van de regels te verschaffen is het noodzakelijk de punten waarop door de gemeente Wierden van de rijksregeling wordt afgeweken vast te leggen.

 

Het belang dat de gemeente haar eigen kwijtscheldingsbeleid vastlegt in een leidraad is tweeledig.

Enerzijds is het voor de medewerkers die met de uitvoering zijn belast noodzakelijk om voor de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken over de afwijkende regels te kunnen beschikken, terwijl anderzijds belastingschuldigen de nodige informatie omtrent de toegepaste regels kan worden verstrekt. Bovendien wordt hierdoor voor de belastingschuldigen de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid gewaarborgd.

De leidraad is afgestemd op de eigen kwijtscheldingspraktijk.

 

Daarnaast is in deze leidraad uit praktisch oogpunt en om bepaalde handelwijzen in de juiste context te plaatsen alsmede om een meer duidelijk beeld te geven, ook een aantal bepalingen uit de Uitvoeringsregeling opgenomen.

 

Wettelijk kader

Een verzoek om kwijtschelding wordt getoetst aan de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, de Leidraad Invorderingswet 1990 en de Leidraad Invordering gemeente Wierden.

Het in artikel 16, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 genoemde percen¬tage voor de kosten van bestaan wordt vervangen door 100. (Raadsbesluit van 12 november 1996)

 

Heffingen

De in artikel 255 van de Gemeentewet bedoelde kwijtschelding van belastingen wordt alleen toe-

gepast op de volgende gemeentelijke belastingen:

-de onroerende zaakbelastingen

-het rioolrecht

-de afvalstoffenheffing

 

Voor andere dan de hiervoor genoemde belastingen en heffingen wordt dan ook geen kwijtschel¬ding verleend.

 

Wie kunnen kwijtschelding aanvragen

Een verzoek om kwijtschelding kan alleen worden ingediend door natuurlijke personen (particulieren). Voor bedrijven/zelfstandigen is kwijtschelding uitgesloten.

De mogelijkheid van kwijtschelding is bedoeld voor belastingplichtigen die niet in staat zijn anders dan met buitengewoon bezwaar de gemeentelijke belastingen geheel of gedeeltelijk te voldoen (artikel 26 Invorderingswet).

Het gaat dan met name om belastingplichtigen met een laag inkomen en zonder vermogen.

Dit impliceert een financiële afweging.

Aangezien de gemeente Wierden de maximale kwijtscheldingsnorm van 100 procent hanteert betekent dit dat huishoudens met een inkomen op minimumniveau voor kwijtschelding in aanmer¬king komen, mits zij de vermogenstoets doorstaan.

Of kwijtschelding kan worden verleend is onder meer afhankelijk van de aanwezigheid van vermogen(bezittingen), het inkomen en de verplichte uitgaven.

 

 

Procedure

De gemeente kent de zogenaamde individuele toetsing.

Individuele toetsing: -bij iedere aanvraag vindt individuele toetsing plaats. Er wordt een

vragenformulier (volledige aanvraag met het verplicht verstrekken van

gegevens) toegezonden.

-als in het voorgaande jaar volledige kwijtschelding is verleend wordt via het

Inlichtingenbureau (IB) getoetst of automatische kwijtschelding vooraf toe-

gepast kan worden. Zo ja, dan zal deze worden toegepast.

Hieronder wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met de aanvraag, de toetsing, de beschik-king en een beroepschrift.

 

DE AANVRAAG

 

Wanneer aanvragen

Een verzoek om kwijtschelding kan worden gedaan nadat een aanslagbiljet gemeentelijke belastingen is ontvangen. Er moet namelijk eerst een belastingverbintenis ontstaan.

Ontvangt een belastingplichtige in een jaar meer aanslagbiljetten dan moet voor die aanslag(en) een nieuw verzoek worden ingediend. De reden hiervan is dat de financiële omstandigheden van de aanvrager gewijzigd kunnen zijn.

 

Wijze van aanvragen

Een verzoek om kwijtschelding kan uitsluitend schriftelijk worden gedaan via het daartoe bestem¬de verzoekformulier. Een verzoek dat niet is ingediend op het daartoe bestemde formulier wordt niet in behandeling genomen.

Wel wordt naar aanleiding van dit verzoek een verzoekformulier aan de belastingplichtige gezon¬den. De belastingplichtige wordt dan twee weken in de gelegenheid gesteld om het verzoek alsnog via het verzoekformulier in te dienen.

 

Bij wie aanvragen

Een verzoek om kwijtschelding wordt ingediend bij de ambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen van de gemeente Wierden.

 

Aanvraag en betalingsverplichting

Het indienen van een verzoek om kwijtschelding schort de betalingsverplichting niet automatisch op. Op het verzoekformulier kan wel worden aangegeven dat men wil wachten met betalen tot dat

 

 

op het verzoek is beschikt. De ambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen beslist hier over.

 

Kwijtschelding en vervolgingskosten

Het komt regelmatig voor dat, indien de dwanginvordering is opgestart (wegens het in gebreke blijven de aanslag te voldoen) en er vervolgingskosten in rekening zijn gebracht, belastingschuldigen alsnog een verzoek om kwijtschelding (willen) indienen.

De situatie doet zich dan voor dat de belastingschuldige verplicht is de vervolgingskosten te voldoen terwijl de mogelijkheid bestaat dat alsnog kwijtschelding wordt verleend. De vervolgingskosten zijn afhankelijk van de belastingverbintenis. Indien (achteraf) kwijtschelding wordt toegekend gaat deze verbintenis teniet. Doordat de grondslag wordt weggenomen vervallen ook de (juridische rechtsgronden) en dus de vervolgingskosten.

De vraag is hoe in alle overige gevallen met die door de gemeente gemaakte kosten moet worden omgegaan.

 

De invorderingsambtenaar van de gemeente staat op het standpunt dat de vervolgingskosten door de belastingschuldige moeten worden voldaan. Daaraan liggen de volgende overwegingen ten grondslag:

-eigen zorgplicht belastingschuldige: indien de aanvrager tijdig het verzoek om kwijtschelding had

ingediend (c.q. de aanslag had voldaan, een betalingsregeling had getroffen of uitstel van

betaling had aangevraagd) was een aanmaning c.q. dwangbevel (en dus de door de gemeente

gemaakte kosten) niet nodig geweest. Dit valt de belastingschuldige aan te rekenen. Dergelijk

laakbaar gedrag mag niet worden beloond.

-het is niet correct dat de belastingschuldige zijn eigen verantwoordelijkheid (op tijd verzoek om

kwijtschelding indienen) wil afwentelen op de gemeente (de gemeente is geen administratie-

kantoor);

-rechtsgelijkheid: ook andere belastingschuldigen die om welke reden ook het aanslagbedrag niet

(tijdig) voldoen zijn vervolgingskosten verschuldigd.

 

Het vorenstaande betekent dat de gemeente als volgt met die (te late) verzoeken om gaat:

Indien bij de beoordeling van het verzoek om kwijtschelding blijkt dat er sprake is van:

-een volledige afwijzing, dan dient het gehele openstaande bedrag (inclusief vervolgingskosten) te

worden voldaan;

-een gedeeltelijke afwijzing, dan dient de belastingschuldige de volledig aanwezige betalingscapaciteit aan te wenden voor het betalen van de dan openstaande belastingschuld (aanslagbedrag met

vervolgingskosten). Een eventueel restant bedrag wordt dan als nog kwijt gescholden.

 

Invullen verzoekformulier

Het verzoekformulier kwijtschelding gemeentelijke belastingen is zo kort en eenvoudig mogelijk gehouden. De aanvrager wordt geacht het formulier zelf(standig) in te kunnen vullen.

Mocht dit onverhoopt niet lukken dan kan desgevraagd van gemeentewege ondersteuning worden geboden.

 

De aanvraag:

Bij de ontvangst van het verzoekformulier om kwijtschelding kunnen zich twee situaties voor doen:

-het verzoekformulier is niet volledig

-het verzoekformulier is volledig

 

Verzoekformulier niet volledig

Een verzoek, ontvangen aan de frontoffice belastingen, wordt gecontroleerd op volledigheid. Als er gegevens ontbreken wordt het weer mee teruggegeven met het verzoek om zaken aan te vullen en vervolgens (met alle bewijsstukken) weer in te leveren.

Indien een verzoekformulier niet of onvolledig is ingevuld en/of de gevraagde gegevens niet zijn verstrekt kan het verzoek niet worden beoordeeld en daarom niet in behandeling worden genomen.

 

 

 

De ontbrekende gegevens worden schriftelijk opgevraagd met het verzoek om die als nog binnen twee weken in te dienen (herstel¬termijn). Indien dit niet gebeurt wordt het verzoek om kwijtschelding buiten behandeling gesteld.

Het verzoek wordt dan bij beschikking afgewezen. Binnen tien dagen na dagtekening van deze beschikking kan administratief beroep worden ingesteld (art. 24 Uitv. Regel. Invorderingswet)

 

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om er voor te zorgen dat het formulier en de gevraagde informatie compleet wordt ingediend.

Bovendien wordt op het verzoekformulier en bij de frontoffice belastingen duidelijk en nadrukkelijk aangegeven dat indien het formulier niet volledig is ingevuld of als alle gevraagde informatie en specificaties niet zijn bijgevoegd, het verzoek om kwijtschelding niet in behandeling wordt genomen.

 

Aanvulling van onvolledig verzoek

Aanvulling (de hersteltermijn in acht houdende) geldt alleen voor per post ontvangen onvolledige verzoeken. Verzoeken die bij de frontoffice belastingen worden afgegeven worden namelijk meteen gecontroleerd op volledigheid. Als de belastingplichtige na het verstrijken van de termijn alsnog de ontbre¬kende gegevens verstrekt, is er sprake van een nieuw verzoek dat in behandeling wordt genomen.

Indien blijkt dat het formulier opnieuw niet, onjuist ingevuld of de gevraagde ontbrekende informatie niet wordt terugontvangen, wordt het verzoek om kwijtschelding bij beschikking afgewezen.

 

Beslissingsbevoegd

Ingevolge artikel 255 Gemeentewet wordt kwijtschelding verleend door de ambtenaar belast met de invordering.

 

 

DE TOETSING

 

Beoordeling/toetsing:

Bij de beoordeling of aan iemand kwijtschelding moet worden verleend (kwijtschelding is geen gunst maar een recht!) moet worden getoetst aan een aantal vereisten.

Van belang zijn de volgende vereisten:

vermogenstoets -art. 12- (banksaldi/waardepapieren/auto/overwaardewoning/andere ver- mogensbestanddelen)

b. inkomenstoets -art. 14- (netto besteedbaar inkomen minus bestaansnorm)

Het moment van aanvraag is bepalend voor het al dan niet verlenen van kwijtschelding.

Ingevolge de Uitvoeringsregeling wordt bij de beoordeling uitgegaan van de omstandigheden van de belastingschuldige zoals die op dat moment zijn.

 

Volgorde toetsing

Bij het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding wordt eerst gekeken naar de aanwezigheid van vermogen. Is er geen of onvoldoende vermogen aanwezig dan wordt via de inkomenstoets gekeken naar de betalingsruimte.

 

a. Vermogenstoets:

Indien de aanvrager beschikt over vermogen dat de vrijstelling overstijgt dan wordt geen kwijtschelding verleend. De wetgever gaat er van uit dat hij zijn belastingschulden daaruit kan voldoen.

Andere vragen hoeven dan niet meer te worden gesteld en beantwoord.

 

Onder de waarde van bezittingen/vermogen (art.12 Uitvoeringsregeling) worden begrepen:

-roerende zaken waarvan de waarde meer bedraagt dan € 2.269,-;

(zoals bijvoorbeeld caravan, boot, antiek, sieraden, audiovisuele apparatuur)

 

 

-een auto met een waarde van meer dan € 2.269,-, zonder dat hiervoor de noodzaak bestaat

op grond van ziekte, invaliditeit of de uitoefening van beroep.

Het volgende is van belang:

-als uitgangspunt wordt gehanteerd:

-de waarde van de auto in de vrije verkoop (vraag en aanbod via internet)

-indien die info niet aanwezig is, de waarde die is opgenomen in de ANWB-BOVAG koerslijst

met richtprijzen van gebruikte auto's

-de tenaamstelling van de auto is doorslaggevend bij de beoordeling

-in geval van leasen vindt een individuele beoordeling van de hoogte van het maandbedrag dat

wordt betaald plaats, aangezien de aanwezigheid van een auto een reden kan zijn dat de

belastingaanslag niet kan worden voldaan, die aan de belastingplichtige is toe te rekenen

-bij invaliditeit dient de belastingplichtige aannemelijk te maken dat de auto absoluut onmisbaar

is. Dit kan door:

-aan te tonen dat de auto niet door belastingplichtige is betaald, maar gefinancierd wordt

door een uitkeringsinstantie of een andere derde.

-het tonen van een invalidenparkeerkaart die voor het desbetreffende adres is afgegeven.

Indien echter de auto een waarde heeft van € 6.000,- of meer moet worden aangetoond

waarom die (dure) auto noodzakelijk is.*

- Voor de aanvrager geldt de regeling conform artikel 12 Uitvoeringsregeling Invorderingswet.

Verder is er een extra vrijstelling van € 2.269,- aan financiële middelen van de aanvrager als

die is geboren voor 1 januari 1935 de zgn. vermogensvrijstelling (spaartegoeden/aandelen)

-de overwaarde van de eigen woning (dit is de waarde van de woning ((uitgangspunt WOZ-

waarde)) verminderd met de openstaande hypotheekschuld)

 

*De volgende overwegingen hebben er toe geleid om aan de waarde van een auto die i.v.m.

de invaliditeit noodzakelijk is een bovengrens te stellen:

 

(1) geen causaal verband

Het criterium van alleen een invalidenparkeerkaart is lang niet altijd voldoende. Een dergelijke kaart (vergunning) geeft alleen aan dat het de vergunninghouder is toegestaan zijn voertuig te parkeren op gehandicapten parkeerplaatsen. Deze speciale parkeerplaatsen zijn in de regel gelegen op korte loopafstand van bepaalde voorzieningen.

Vergunninghouder zijn staat geheel los van het feit of de belastingschuldige wel of geen vermogen heeft. Het geeft aan dat er een lichamelijke beperking is.

 

(2) oneigenlijk middel

Door alleen een invalidenkaart als criterium te stellen fungeert deze kaart als een soort vrijwaring- bewijs voor kwijtschelding. Dat is niet de bedoeling van de regeling. Daarom is dit criterium niet altijd terecht en wordt als onrechtvaardig ervaren ten aanzien van aanvragers zonder handicap van wie het verzoek al direct wordt afgewezen omdat zij in het bezit zijn van een auto met een waarde van € 2.269,- of hoger.

 

(3) opsouperen vermogen

Als de waarde van de auto niet gangbaar blijkt of buitensporig is kan er sprake zijn van verwijtbaar gedrag. Verwijtbaar gedrag is reden om een verzoek om kwijtschelding af te wijzen.

Door aan de waarde van een auto een bovengrens te stellen wordt voorkomen dat een flink deel van het vermogen van de aanvrager op gaat aan de auto.

De bovengrens is gesteld op € 6.000,-.

De invalide aanvrager die in het bezit is van een auto met een waarde hoger dan de bovengrens moet naast de invalidenparkeerkaart aantonen waarom die auto noodzakelijk is. (bv. speciaal voor de handicap aangepast/voor de handicap geen ander type auto beschikbaar). Indien de aanvrager daarin niet slaagt wordt het verzoek om kwijtschelding op deze grond afgewezen.

 

 

 

 

 

In de Uitvoeringsregeling is één vrijstelling opgenomen, namelijk voor vermogen in de vorm van een uitvaartvoorziening (Zie ook art. 12 lid 2b Uitvoeringsregeling). Bedragen die zijn opgebouwd

voor een uitvaart(verzekering) worden derhalve niet tot een spaartegoed gerekend. (aantonen d.m.v. een kopie van de polis)

Voor het kwijtscheldingsbeleid worden inkomsten op vermogen van partners samen genomen. (art. 12 eerste lid Uitvoeringsregeling) Het doet er niet toe dat zij op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd.

 

Beslaglegging en vermogen

Opgemerkt zij dat, ook indien op het vermogen executoriaal beslag is gelegd door een gerechts- of belastingdeurwaarder, sprake is van aanwezigheid van vermogen. Immers anders is beslaglegging niet mogelijk.

Door beslaglegging gaat het eigendomsrecht van de in beslag genomen zaken niet over, maar krijgt de invorderingsambtenaar als beslaglegger de mogelijkheid om tot verkoop over te gaan.

Als beslag is gelegd mag belastingplichtige de beslaggelegde zaken niet aan een derde overdragen of vervreemden. Hij is verplicht er voor te zorgen dat indien tot executoriale verkoop wordt overgegaan, die zaken in dezelfde staat op de datum van verkoop aanwezig zijn. Belastingplichtige kan de beslaglegging opheffen c.q. de openbare verkoop voorkomen, door de schuld waarvoor het beslag is gelegd te voldoen.

Bovendien is de oorzaak van beslaglegging op zaken vaak gelegen in verwijtbaar gedrag dat de belastingschuldige valt aan te rekenen. Verwijtbaar gedrag is één van de directe afwijzingsgronden voor kwijtschelding.

 

b. Inkomenstoets:

Indien er geen sprake is van directe en of bijzondere afwijzingsgronden en er geen sprake is van vermogen, wordt gekeken of de belastingschuldige over betalingsruimte beschikt. Dat wil zeggen hoeveel de aanvrager zelf nog kan betalen.

Deze zogenaamde betalingscapaciteit is gelijk aan het netto besteedbaar inkomen minus de kwijtscheldingsnorm die voor de desbetreffende leefsituatie van toepassing is. Het netto besteedbare inkomen is het totaal aan inkomsten van de aanvrager en partner, verminderd met de bedragen voor huur, premie ziektekosten en alimentatieverplichting.

Indien de belastingschuldige een positieve betalingscapaciteit heeft, dan heeft hij geen of gedeeltelijk recht op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. De betalingscapaciteit wordt berekend over:

-periode van 12 maanden vanaf de datum van het kwijtscheldingsverzoek

-gemiddelde per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen in die periode minus de gemiddelde per maand te verwachten kosten van bestaan in die periode.

 

Tot inkomen wordt gerekend: (art. 14)

-netto salaris/uitkering

-netto vakantie uitkering

-overige inkomsten (zoals voorlopige teruggaaf rijksbelastingen echter zonder de aanvullende heffingskortingen, spaarloon, overwerk, onregelmatigheidstoeslag, bijverdiensten, rente,

kamerhuur, alimentatie, huurtoeslag, zorgtoeslag etc.)

Kinderbijslag en persoonsgebonden budget blijven buiten beschouwing.

 

Niet tot inkomen wordt gerekend:

-de kinderkorting

-de aanvullende kinderkorting

-de toetrederskorting

-de jong gehandicaptenkorting (Wajong)

-voor alleenstaande ouders van wie het jongste kind jonger is dan vijf jaar:

-de aanvullende alleenstaande ouderkorting

 

 

-de combinatiekorting

-de aanvullende combinatiekorting

 

Uitgaven

Onder uitgaven worden verstaan: (art. 15)

-belastingschulden (uitgezonderd motorrijtuigenbelasting)

-netto woonlasten (huur minus huurtoeslag c.q. voorlopige teruggaaf hypotheekrente bij eigen

woning)

-netto premies ziektekostenverzekering(ziektekostenverzekering minus zorgtoeslag)

-netto kosten kinderopvang(kosten kinderopvang minus kinderopvangtoeslag)

-betaalde alimentatie

-aflossingen op leningen voor de betaling van belastingschulden.

Bij de beoordeling van betalingen van belastingschulden dient te worden uitgegaan van de daadwerkelijk genoten inkomsten c.q. -ten aanzien van heffingskortingen- van de inkomsten waarop ten tijde van het kwijtscheldingsverzoek aanspraak bestaat.

Indien deze inkomsten door middel van belastingheffing later als het ware worden teruggenomen, leidt dat niet tot herziening van de kwijtscheldingsbeschikking.

Met eventueel te betalen belastingen kan rekening worden gehouden nadat de belastingverplich¬ting daartoe is ontstaan.

 

In aanvulling op artikel 15, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt bij de bepaling van de premies voor de ziektekostenverzekering uitgegaan van de som van de nominale premie, de aanvulling en het luxe-pakket.

 

Kwijtschelding en Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Door wijziging van artikel 8 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is sinds 1 januari 2003

kwijtschelding mogelijk tijdens een lopende schuldsanering van de belastingschuldige in het

kader van de WSNP.

Hiervoor geldt:

-de aanslag gemeentelijke belastingen moet zijn opgelegd na de uitspraak van de rechter waarin

de WSNP van toepassing is verklaard, of

-de aanslag moet gaan over een tijdvak dat is gelegen na deze uitspraak en de aanslag kan niet

als boedelschuld worden aangemerkt. (M.a.w. de aanslag kon niet mee in de verdeling, ondanks

dat de dagtekening van de aanslag is gelegen vóór de datum van de uitspraak van de rechter)

 

 

AFWIJZINGSGRONDEN:

Er zijn directe en bijzondere afwijzingsgronden.

 

Directe afwijzingsgronden

Los van de vraag of belastingschuldige al dan niet over voldoende vermogen of betalingscapaciteit beschikt, kunnen zich omstandigheden voordoen waardoor geen kwijtschelding wordt verleend.

Een inhoudelijke beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek kan dan achterwege blijven.

De uitzonderingsituaties zijn limitatief opgesomd in artikel 8 van de Uitvoeringsregeling en moeten bij elk verzoek om kwijtschelding in de beoordeling worden betrokken.

Geen kwijtschelding wordt verleend indien:

-het feit dat de belastingaanslag niet kan worden betaald aan de belastingschuldige is toe te

rekenen (bv. opzet, grove schuld, een ontvangen bedrag niet is aangewend ter betaling van de

schuld waarvan kwijtschelding wordt gevraagd, bij ontvangst van de belastingaanslag voldoende

middelen aanwezig zijn respectievelijk konden zijn geweest om de aanslag te voldoen terwijl die

middelen als gevolg van het handelen van de belastingschuldige ten tijde van het kwijtscheldings-

verzoek ontbreken door bijvoorbeeld onverantwoorde uitgaven)

-de belastingschuldige niet de juiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt c.q. niet de gevraag-

de bewijsstukken heeft overlegd

-de belastingschuldige in surseance van betaling verkeert, in staat van faillissement, de wsnp van

toepassing is verklaard. Als de belastingaanslag een periode betreft gelegen na de uitspraak

waarbij de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard en niet kan worden aangemerkt

als boedelschuld, is kwijtschelding wel mogelijk.

-niet aan door de invorderingsambtenaar gestelde voorwaarden is voldaan.

 

Bijzondere afwijzingsgronden

Geen kwijtschelding wordt verleend indien aannemelijk is dat het bedrag van de aanslag kan worden voldaan omdat (art. 18):

-binnen twee jaren na het verzoek een sterke inkomensverbetering is te verwachten;

-binnen één jaar na het verzoek een verbetering in de financiële omstandigheden is te verwachten

-binnen één jaar na het verzoek een belastingteruggaaf kan worden verwacht.

 

 

Hardheidsclausule niet van toepassing

De hardheidsclausule, zoals bedoeld in artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, is niet op de invordering van toepassing, maar uitsluitend op de heffing van belasting.

Op grond van artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is het kwijtscheldings¬beleid zoals dat in die regeling is neergelegd bindend voor (o.a.) gemeenten. In de genoemde regeling is geen termijn opgenomen waarbinnen het verzoek om kwijtschelding moet zijn ingediend. In artikel 8 van de regeling zijn de redenen waarom geen kwijtschelding kan worden verleend limitatief opgesomd. De termijnoverschrijding wordt daarbij niet genoemd!

Met een verwijzing naar artikel 255 Gemeentewet is het (formeel) niet mogelijk een verzoek om kwijtschel¬ding af te wijzen, louter omdat het niet binnen de door de gemeen¬te voorgeschreven termijn is gedaan. Een dergelijk voorschrift of beleid van een gemeente lijkt op grond van het voorgaande onverbindend te zijn.

 

DE BESCHIKKING

 

Besluit

Op het verzoek om kwijtschelding zijn drie beslissingen mogelijk:

-volledige kwijtschelding -gedeeltelijke kwijtschelding -geen kwijtschelding

Het besluit moet gemotiveerd zijn.

Indien kwijtschelding wordt verleend gaat de belastingverbintenis teniet. Dit betekent dat de gemeente daarop in beginsel niet meer kan terugkomen, tenzij er sprake is van dwaling door de belanghebbende.

 

Beschikking kwijtschelding.

Na de behandeling van het verzoek om kwijtschelding wordt de beslissing schriftelijk aan de aanvrager meegedeeld.

 

Beslissingstermijn

In de Invorderingswet 1990 en in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is geen termijn gesteld waarbinnen een beslissing op een verzoek om kwijtschelding moet worden genomen.

Op grond van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb) moet een beschikking worden genomen binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.

De redelijke termijn is in elk geval verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in artikel 4:14 Abw heeft gedaan.

Voor beslissingen op verzoeken om kwijtschelding is een uitzondering gemaakt. Een dergelijke beslissing moet binnen tien weken na ontvangst van het verzoek zijn genomen en kan eenmaal worden verlengd.

Bij de gemeente Wierden echter wordt getracht een verzoek om kwijtschelding zoveel mogelijk binnen zes tot acht weken na ontvangst van het volledige formulier en de gevraagde gegevens af te wikkelen. De maximale wettelijke termijn is tien weken waarbinnen het verzoek afgewikkeld dient te zijn.

 

 

Formeel

Schriftelijke mededelingen van de invorderingsambtenaar zijn besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Het betreft hier:

-een mededeling waarbij een betalingsafspraak wordt vastgelegd;

-een mededeling waarbij een betalingsafspraak wordt gewijzigd;

-een mededeling waarbij de belastingschuldige in kennis wordt gesteld dat wordt overgegaan tot

verrekening;

-elke mededeling aan de belastingschuldige aangaande (gedeeltelijke) kwijtschelding van de

vordering.

Geen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht zijn dus acceptgirokaarten, aanma¬ningen en betalingsherinneringen.

 

Tegen alle besluiten inzake invordering en kwijtschelding staat bezwaar en beroep open.

 

 

BEROEP

 

Administratief beroep

De beschikking op het verzoek om kwijtschelding wordt genomen door de ambtenaar belast met de invordering.

De beschikking kwijtschelding is een voor administratief beroep vatbare beschikking.

In de beschikking wordt vermeld dat indien de belastingschuldige het niet eens is met de beschikking

bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, hij binnen tien dagen

na dagtekening schriftelijk beroep kan instellen bij het bevoegde orgaan. Het beroep¬schrift moet zijn

gericht aan Burgemeester & Wethouders en worden ingediend bij de ambtenaar belast met de invor-

dering (art. 24 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990).

Het beroepschrift dient gemotiveerd te zijn. Burgemeester & Wethouders beslissen op het beroep.

 

Beroepstermijn

Indien het beroepschrift –ongeacht de reden- niet binnen de wettelijke termijn is ontvangen is het beroep niet-ontvankelijk. Dit brengt met zich mee dat inhoudelijk niet op het beroep wordt ingegaan (In bijzondere gevallen kan de invorderingsambtenaar alsnog besluiten het beroep ambtshalve in behandeling te nemen).

Het verzuim is niet verschoonbaar. Aan deze beroepstermijn wordt strak de hand gehouden.

Daaraan liggen de volgende afwegingen ten grondslag:

-de wetgever heeft deze sluitingstermijn niet ingesteld om te worden overschreden;

-transparantie door consequent handelen. Indien de gemeente de ene keer overschrijding wel toestaat en de andere keer niet ontstaat er willekeur en moeten er criteria worden opgesteld in welke gevallen

overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid leidt;

-geloofwaardigheid van de overheid. Als (de lokale overheid) het met deze wettelijk voorgeschreven

termijn niet zo nauw neemt, dan kan zij moreel gezien ook andere termijnen niet meer afdwingen

zoals bijvoorbeeld betaaltermijnen, rente, dwangsommen etc.);

-verantwoordelijkheid. Het is de belastingschuldige die belang heeft bij het beroepschrift.

Het tijdig indienen behoort tot de verantwoordelijkheid en risico van de betrokke¬ne.

In de toegezonden beschikking op het verzoek om kwijtschelding gemeentelijke belastingen wordt

de termijn waarbinnen beroep kan worden ingediend nadrukkelijk vermeld.

 

Verder is het niet aan de gemeente te onderzoeken waarom een beroepschrift niet op tijd is ontvangen.

 

Tegen het niet-ontvankelijk verklaren is geen verdere rechtsgang of verzet mogelijk.

 

 

Behandeling beroepschrift

Na ontvangst van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verzonden.

Hierin wordt de belastingschuldige gewezen op de mogelijkheid dat hij kan worden gehoord voordat op het beroepschrift wordt beslist.

Van het horen kan worden afgezien als:

-het beroep niet-ontvankelijk is

-het beroep ongegrond is (in strijd met wet-/regelgeving, beroep richt zich tot aanvaard beleid)

-de belastingschuldige van het horen geen gebruik wil maken

-aan het bezwaar volledig wordt tegemoetgekomen.

 

Het horen kan via een hoorzitting, schriftelijk of telefonisch. Voorafgaand aan de hoorzitting ontvangt de betrokkene een schriftelijke toelichting.

Het horen via een hoorzitting geschiedt door de ambtenaar verantwoordelijk voor de kwijtschelding. Van de hoorzitting wordt een schriftelijk verslag gemaakt.

Vervolgens gaat er een advies/voorstel naar het college van Burgemeester & Wethouders dat op

het beroepschrift besluit.

Het besluit wordt opgemaakt en samen met het verslag aan belanghebbende verzonden.

Dit besluit is onherroepelijk. Er is geen verder beroep mogelijk.

 

Beslistermijn beroepsfase

Binnen tien weken na ontvangst wordt op het beroepschrift beslist. De beslissing kan voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. Hiervan wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de belastingschuldige. Verder uitstel is mogelijk voor zover de belastingschuldige daarmee instemt.

 

Ontheffing naar tijdsgelang (gewijzigde omstandigheden en heroverweging)

Bij de beoordeling van een verzoekschrift om kwijtschelding of een beroepschrift kan blijken dat het inkomen van de belastingplichtige zodanig is gedaald, dat de betalingscapaciteit in belangrijke mate te hoog is vastgesteld. Dit zou bij een hernieuwde berekening een wijziging voor het al dan niet verlenen van kwijtschelding tot gevolg kunnen hebben.

De belastingschuldige kan dan alsnog een beroepschrift indienen.

Ontheffing naar tijdsgelang van opgelegde aanslagen is echter niet mogelijk indien een verzoek om kwijtschelding geheel is toegewezen.

(Voorbeeld: er is volledige kwijtschelding verleend. Daarna vindt er door gewijzigde omstandighe¬den een vermindering van de aanslag plaats met als gevolg een negatief saldo. Dit bedrag wordt dan niet uitbetaald).

Indien een verzoek om kwijtschelding gedeeltelijk is toegewezen is ontheffing naar tijdsgelang

van opgelegde aanslagen mogelijk, mits hiertoe op basis van een hernieuwde berekening aanlei¬ding is.

Een wijziging van omstandigheden die zich voordoet na de termijn van 6 maanden na de beslis¬sing op het verzoek om kwijtschelding wordt in ieder geval buiten beschouwing gelaten.

 

Onvoorzien

In situaties waarin in deze leidraad niet is voorzien beslist de invorderingsambtenaar.

 

 

Vaststelling

Vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wierden

d.d.

 

Deze leidraad treedt in werking per 1 januari 2018 en vervangt de leidraad van 1 januari 2013.

 

 

Burgemeester en wethouders van Wierden,

de secretaris de burgemeester

 

Bjørn van den Brink Henk Robben

 

 

 

Naar boven