De vijfde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele 2011

 

De raad van de gemeente Borsele;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders dd. 16 januari 2018;

Gelet op de artikelen 149 en 151d van de Gemeentewet;

Besluit in te trekken de Brandbeveiligingsverordening gemeente Borsele 2011 en vast te stellen de vijfde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele 2017:

Artikel I

De Brandbeveiligingsverordening gemeente Borsele 2011 wordt ingetrokken.

Artikel II

De Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele 2011 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1:3 komt te vervallen.

B

Artikel 1:6, onderdeel d, komt als volgt te luiden:

d.Indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurendeeen daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn.

C

Artikel 1:7 komt te luiden:

Artikel 1:7 Termijnen

  • 1.

    De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  • 2.

    De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunning of ontheffingen overtreft.

D

Artikel 1.8 komt te luiden:

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

  • 1.

    Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      de openbare veiligheid;

    • c.

      de volksgezondheid;

    • d.

      de bescherming van het milieu.

  • 2.

    Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

E

Aan artikel 2.24 wordt lid 3 toegevoegd, luidende:

  • 1.

    In deze afdeling worden de volgende evenementen onderscheiden:

    • a.

      klein evenement: meldingsplichtig evenement met een laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het bezoekersaantal bedraagt maximaal 100 personen.

    • b.

      A-evenement: regulier laag-risico-evenement. Er is sprake van een beperkte impact op de omgeving en het verkeer. Het is onwaarschijnlijk dat het evenement leidt tot verhoogde risico’s en er is geen inzet nodig van overheidsdiensten om risico’s weg te nemen. De categorisering is gebaseerd op de Handreiking Evenementenveiligheid.

    • c.

      B-evenement: evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer. Het is mogelijk dat het evenement leidt tot verhoogde risico’s. De categorisering is gebaseerd op de Handreiking Evenementenveiligheid.

    • d.

      C-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op het dorp en/of regionale gevolgen voor het verkeer. Het is waarschijnlijk dat het evenement leidt tot verhoogde risico’s en inzet van overheidsdiensten. De categorisering is gebaseerd op de Handreiking Evenementenveiligheid.

F

In artikel 2.25 wordt onder vernummering van het tweede tot en met het vierde lid tot het derde lid tot en met het vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

2.Bij het indienen van de vergunningsaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

Vervolgens wordt in lid 3 onder d de punt vervangen door een puntkomma en verder de onderdelen e en f toegevoegd die komen te luiden:

  • a.

    het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

  • b.

    slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25m2 per object

Vervolgens komen de leden 6 t/m 8 te luiden:

  • 6.

    Indien een aanvraag voor een vergunning voor een evenement voor een periode vanaf 15 mei t/m 15 september, met naar verwachting meer dan 500 bezoekers, wordt ingediend op een later tijdstip dan 1 november in het voorafgaand jaar, kan de burgemeester, in afwijking van artikel 1.8, besluiten de aanvraag te weigeren.

  • 7.

    Indien een aanvraag voor een vergunning voor een evenement voor een periode vanaf 1 januari t/m 15 mei of de periode vanaf 16 september t/m 31 december, met naar verwachting meer dan 500 bezoekers, wordt ingediend minder dan twaalf weken voor het tijdstip dat de aanvrager de vergunning nodig heeft, kan de burgemeester, in afwijking van artikel 1.8, besluiten de aanvraag te weigeren.

  • 8.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

G

Artikel 2:27 komt te luiden:

Artikel 2:27 Begripsbepalingen

1.In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting:

  • 1.

    een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;

  • 2.

    elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid;

    • b.

      terras: een buiten de besloten van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of

zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.

2 Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.

H

In artikel 2:42, tweede lid, onderdeel b, wordt “kalk, krijt, teer” vervangen door “kalk, teer”.

I

Van artikel 2.59, lid 1 wordt “het college” vervangen door “de burgemeester”.

J

Na artikel 2:74 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk

gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te

gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat

gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

K

Van artikel 2:77 wordt “vaste camera’s” vervangen door “camera’s”.

L

Na artikel 2:77 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

  • 1.

    Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

  • 2.

    Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.

  • 3.

    De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke:

    • a.

      geluid- of geurhinder;

    • b.

      hinder van dieren;

    • c.

      hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

    • d.

      overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

    • e.

      intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

M

Afdeling 4.3 komt te luiden:

Afdeling 4.3 Het bewaren van houtopstanden

Artikel 4.10 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze afdeling wordt verstaan onder:

    • a.

      houtopstand: een of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen;

    • b.

      hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.

  • 2.

    In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben dan wel de natuurlijke vorm van de houtopstand kunnen aantasten.

Artikel 4.11 Lijst waardevolle bomen

Het college stelt een Bomenlijst vast waarop de monumentale en andere beschermingswaardige bomen in de gemeente worden vermeld.

Artikel 4.12 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de in artikel 4.11 genoemde Bomenlijst.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.8 kan de vergunning geweigerd worden op grond van:

    • a.

      de natuurwaarde van de houtopstand;

    • b.

      de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    • c.

      de waarde van de houtopstand voor dorpsschoon;

    • d.

      de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    • e.

      de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    • f.

      de waarde van de leefbaarheid van de houtopstand.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.

  • 5.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

N

Van artikel 5:8, lid 4 wordt “Het verbod in het tweede lid” vervangen door “De verboden in het eerste en tweede lid”.

O

Artikel 5.13, lid 3 kont te luiden:

  • 3.

    Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden:

    • a.

      in besloten kring;

    • b.

      door een instelling met een CBF-keurmerk.

Artikel III

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende na de bekendmaking.

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 februari 2018.

De griffier, De voorzitter,

Naar boven