Gemeenteblad van Borsele
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Borsele | Gemeenteblad 2018, 283384 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Borsele | Gemeenteblad 2018, 283384 | Verordeningen |
Rectificatie Tweede wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015
Rectificatie van de op 24 mei 2018 in het gemeenteblad nr. 108333 opgenomen publicatie met betrekking tot de tweede wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015. Die versie betrof een concept-besluit, die uiteindelijk niet tot vaststelling heeft geleid en per abuis is gepubliceerd. De gemeenteraad heeft op 17 mei 2018 het navolgende besluit vastgesteld:
De raad van de gemeente Borsele;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 april 2018;
gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
De Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 wordt gewijzigd als volgt:
Voor artikel 1 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, dat komt te luiden:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen, maatschappelijke ondersteuning, persoonsgebonden budget, bijdragen voor gebruik van voorzieningen, overige bepalingen
Artikel 1 komt als volgt te luiden:
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
2. Voor overige begripsbepalingen verwijzen we naar artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna Wmo).
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 11 worden de artikelen 11a tot en met 11d ingevoegd, luidende:
Artikel 11a Aanvullende regels voor pgb zaak
Artikel 11b Aanvullende regels voor pgb individuele vervoersvoorzieningen
De hoogte van een pgb voor individueel taxi- en rolstoelvervoer wordt vastgesteld op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief rekening houdend met het feitelijk vervoerspatroon van de cliënt, met een maximum van 2000 kilometer per jaar. Het tarief voor het gebruik van de regiotaxi voor maximaal 2000 kilometer per jaar wordt hierop in mindering gebracht.
Artikel 11c Aanvullende regels voor pgb woningaanpassingen
Bij verkoop van een woning die op grond van de Wmo is aangepast dient de cliënt de aangetoonde meerwaarde van de verbouwing terug te betalen. De meerwaarde wordt bepaald door een taxatie van de woning uit te voeren voor en na verbouwing. Deze taxatie wordt uitgevoerd door een door het college aangewezen makelaar. Bij terugbetaling wordt de volgende afschrijvingstermijn gehanteerd:
De hoogte van een pgb voor verhuis- en inrichtingskosten wordt vastgesteld: voor de huur van een vervoermiddel op basis van de laagste kostprijs die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. Voor stoffering gelden maximaal de bedragen uit de NIBUD tabellen “inventarispakket”.
De hoogte van een pgb voor het logeerbaar maken van de woning voor een cliënt die in een instelling verblijft en die de indicatie voor langdurig verblijf heeft verzilverd, bedraagt maximaal € 5.750,65. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het door Schulinck vastgestelde prijsindexcijfer.
Artikel 11d Aanvullende regels voor pgb dienstverlening
Artikel 12a wordt als volgt gewijzigd:
Aan artikel 15 lid 3 wordt een nieuwe sub toegevoegd dat komt te luiden:
Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet.
Artikel 18. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden
Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een reële prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad.
Na artikel 22 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, dat komt te luiden:
Hoofdstuk 2 Maatwerkvoorziening Beschermd Wonen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Beschermd Wonen (BW): Onder Beschermd Wonen verstaat de Wet: “wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving”
De extramurale ondersteuning, in uren en/of dagdelen, met 24-uurs bereikbaarheid van toezicht en ondersteuning, voortaan aangeduid als ‘Beschermd Wonen thuis’ (BW Thuis), wordt hier aangemerkt als behorend tot de Maatwerkvoorziening Beschermd Wonen. Deze regels bepalen dat de in maatschappelijk verkeer eveneens gebezigde term ‘Beschermd Wonen zonder verblijf’ samenvalt met ‘Beschermd Wonen thuis.’
Besluit: een beschikking in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht aan een Inwoner, waarmee die Inwoner toegang krijgt tot de Maatwerkvoorziening Beschermd Wonen.
Centrumgemeente: de gemeente Vlissingen of het College daarvan, in de hoedanigheid van beheerder van de Rijksmiddelen (decentralisatieuitkering) voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.
Cliënt: Natuurlijke persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een Maatwerkvoorziening is verstrekt, op titel van BW zoals hiervoor uiteengezet.
College: Burgemeester en Wethouders van de gemeente Borsele.
Dienstverlener: een rechtspersoon die BW of trajecten voor BW uitvoert en daarvoor wordt bekostigd door gemeenten. Zie ook: Instelling
Eigen bijdrage: een inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage die een Cliënt BW verschuldigd is op basis van deze verordening en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Instelling: hieronder kan worden verstaan een accommodatie of een groep geclusterde appartementen/woningen die volledig onder beheer vallen van de Dienstverlener. Onder instelling kan tevens worden verstaan een wooninitiatief met rechtspersoonlijkheid waar voor cliënten die beschikken over een toepasselijk besluit voor een Maatwerkvoorziening BW, en al dan niet bekostigd uit het persoonsgebonden budget, een therapeutische leefomgeving wordt geboden, waarbij planbare en niet planbare zorg, begeleiding en toezicht 24 uur per dag aanwezig of oproepbaar is.
Inwoner: een ingezetene; al dan niet zijnde cliënt van een in de regels benoemde dienstverlener.
Maatwerkvoorziening BW: een voorziening, te verstrekken door het college van de Centrumgemeente Vlissingen, voor zover deze in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelondersteuning of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving.
Ondersteuningsplan: een persoonlijk, door de cliënt of in samenspraak met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger opgesteld plan waarin de cienstverlener en de cliënt vastleggen op welke wijze de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen zal worden uitgevoerd en op welke wijze dit bijdraagt aan het resultaat en aan persoonlijk herstel en maatschappelijke participatie, rekening houdend met beperkingen en mogelijkheden van de cliënt. Het ondersteuningsplan maakt onderdeel uit van het besluit.
Overbruggingsondersteuning BW: Tijdelijke voorziening, waarmee een cliënt aan wie de maatwerkvoorziening BW is toegewezen, tijdelijk passende ondersteuning kan ontvangen zolang de instelling van zijn keuze hem wegens plaatsgebrek niet kan opnemen. Zie voorts art. 35
Artikel 24. Reikwijdte en toepasselijkheid
De voorliggende regels zijn van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit voor nieuwe cliënten en voor bestaande cliënten, waaronder persoonsgebonden budgethouders, in het bezit van een eerder verstrekte AWBZ-indicatie (ZZP GGZ-C) tot uiterlijk 31-12-2019 (overgangscliënten).
De regels zijn vanaf deze datum eveneens van toepassing op de dienstverleners of instellingen die in Zeeland een voorziening voor BW exploiteren of daartoe trajecten uitvoeren.
Het college is bevoegd om in individuele, dwingende gevallen waar strikte uitvoering van de bepalingen zou leiden tot voor de cliënt onredelijke of onrechtvaardige uitkomsten, gemotiveerd af te wijken van deze regels.
Artikel 27. Verstrekkingsvormen BW in natura (ZiN)
BW, scheiden wonen & ondersteuning “thuis” :
Artikel 28. Verstrekkingsvormen BW in persoonsgebonden budget
Wonen met pgb bij een Dienstverlener / in een Instelling of woon- of ouderinitiatief:
Wonen met pgb particulier, in een eigen woning, woon- of ouderinitiatief:
Een Inwoner of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening BW schriftelijk indienen bij de Zeeuwse gemeente tot welke hij zich wendt, ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de inwoner met psychische of psychosociale problemen, gericht op
De Zeeuwse gemeente tot welke de inwoner zich wendt, is verantwoordelijk voor de intake, registratie en vraagverheldering van de melding.
Op basis van de intake kan naar voren komen dat voor de hulpvraag of problematiek van betreffende Inwoner BW aangewezen is. De gemeente (lokale toegangsmedewerker) bereidt dan een aanvraag maatwerkvoorziening BW voor. Voor deze aanvraag geldt het toegangsmodel zoals beschreven in de ‘routekaart klantproces’ (met toelichting) dat op 22 september 2015 is uitgegeven door het CZW-bureau, of de versie die daarvoor inde plaats komt. Zie verder art. 33.
Voordat het onderzoek van start gaat, kan de Inwoner aan de gemeente een Model Ondersteuningsplan (Persoonlijk plan zoals bedoeld in artikel 2.3.2 lid 2 van de wet) overhandigen waarin hij zijn omstandigheden beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen. Het college brengt de inwoner van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid het plan te overhandigen.
Artikel 30. Cliëntondersteuning
De gemeente wijst de Inwoner die een melding doet en zijn mantelzorger(s) en/of vertegenwoordiger(s) op de mogelijkheid zich gedurende de procedure te laten bijstaan door een onafhankelijke cliëntondersteuner.
Artikel 31. Aanvraag Maatwerkvoorziening BW
Alleen wanneer er sprake is van een langdurige situatie waarbij de begeleiding de gebruikelijke hulp substantieel overschrijdt of wanneer sprake is van psychiatrische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking, zodanig dat de Inwoner onvoldoende in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, is BW als maatwerkvoorziening aangewezen. De bevoegdheid tot het nemen van een Besluit over de Maatwerkvoorziening BW berust bij de Centrumgemeente.
De Centrumgemeente, of namens deze de dienstverlener, voert het onderzoek uit met inachtneming van de criteria die de wet stelt aan de maatwerkvoorziening BW.
Voorts gelden als (aanvullende) criteria:
De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de Inwoner aan BW en aan het realiseren van een situatie waarin de Inwoner in staat wordt gesteld zo zich snel en zoveel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Dit laatste, rekening houdend met de beperkingen die de inwoner ondervindt vanuit zijn psychische of psychosociale problematiek.
Conform het besluit van de Centrumgemeente zijn in Zeeland gevestigde aanbieders die vanwege de Centrumgemeente gecontracteerd worden voor het uitvoeren van BW, gemandateerd om een onderzoek toegang tot BW uit te voeren. Het CZW-bureau stelt jaarlijks een lijst van deze dienstverleners beschikbaar aan de Zeeuwse gemeenten.
Overwegende dat gemeenten bij verordening kunnen bepalen dat een cliënt een inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage verschuldigd is voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget (art 2.1.4 van de wet), die kan verschillen per voorziening (lid 2), maar de kostprijs niet te boven gaat (lid 3), en binnen de landelijke kaders vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit WMO 2015 blijft, legt het college voor de in art. 26 genoemde vormen van BW een eigen bijdrage op.
Voor personen die volledige BW-ondersteuning genieten in een accommodatie van een instelling, is de betreffende dienstverlener verantwoordelijk voor de vaststelling van de wettelijke eigen bijdrage. De hoge eigen bijdrage is van toepassing.
Voor personen die volledige BW-ondersteuning genieten in de eigen woning (BW Thuis) is de dienstverlener die deze ondersteuning levert, verantwoordelijk voor de vaststelling van de eigen bijdrage. De lage eigen bijdrage of de maximale periodebijdrage is van toepassing.
Artikel 33. Zorgtoewijzing, Besluit en geldigheidsduur
De toewijzing van ondersteuning binnen de wet vindt niet eerder plaats dan nadat onderzoek is gedaan naar aanleiding van de aanvraag maatwerkvoorziening BW. De gemeenten in Zeeland hebben de uitvoering van dit onderzoek gemandateerd aan de Centrumgemeente Vlissingen als houder van het budget voor BW. De centrumgemeente heeft de gecontracteerde aanbieders op zijn beurt gemandateerd om namens het college:
Dit besluit geldt onafhankelijk van de vraag in welke instelling de cliënt wil wonen c.q. van welke verzilveringsvorm hij gebruik wil maken.
De dienstverlener, hiertoe gemandateerd door de Centrumgemeente Vlissingen, voert het onderzoek uit aan de hand van de criteria in de door dienstverleners vastgestelde ‘beslisboom’ Zeeland. Het onderzoek wordt door de dienstverlener uitgevoerd binnen 6 weken na ontvangst van de Aanvraag en leidt binnen deze termijn tot een Besluit (beschikking).
Indien de dienstverlener, hiertoe gemachtigd door de Centrumgemeente, in het onderzoek vaststelt dat voor de cliënt een maatwerkvoorziening BW is aangewezen, wordt aan de cliënt de mogelijkheid uitgelegd om te kiezen tussen ondersteuning in natura of een persoonsgebonden budget. De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze. In beide gevallen geldt het voorbehoud dat een plaats beschikbaar is. Indien niet, zie artikel 34.
Het besluit is maximaal drie jaar geldig, waarna herbeoordeling volgt. Indien na deze periode van drie jaar wordt vastgesteld dat de Maatwerkvoorziening dient te worden gewijzigd of een beroep op de Maatwerkvoorziening niet langer gerechtigd is, wordt dit in een Besluit aan de Cliënt meegedeeld.
Het nieuwe besluit wordt ten laatste afgegeven twee maanden voor de einddatum van het oorspronkelijke besluit.
Tegen het afgegeven besluit kan de cliënt bezwaar maken. In het besluit wordt vermeld op welke wijze dit kan geschieden.
In principe dient de keuze van de cliënt te worden gevolgd. Indien geen, of niet binnen een redelijke termijn, plaats is in de instelling van zijn keuze (voorkeursaanbieder), is het de verantwoordelijkheid van de dienstverlener om de cliënt een passende plaatsing bij een andere aanbieder in of buiten de regio te bieden. Indien ook hier geen plaats is, is de dienstverlener verantwoordelijk voor het bieden van extramurale overbruggingsondersteuning (BW Thuis) als een passend alternatief in afwachting van de beschikbaarheid van een passende woonplek. Uitgangspunt is het voorkomen van wachtlijsten en het principe: niemand zonder zorg. overbruggingsondersteuning kan op verzoek van de cliënt ook via een persoonsgebonden budget worden ingezet. In dit geval meldt de cliënt zich bij het college in afwachting van het beschikbaar komen van een plaats.
Artikel 35. Kwaliteit van de Maatwerkvoorziening
Voor het onderzoek naar en handhaving van de kwaliteit van de geleverde maatwerkvoorzieningen geldt in Zeeland vanaf 1 januari 2017 het document “Kwaliteitseisen BW en Maatschappelijke Opvang” gepubliceerd in juni 2016 door de Vereniging Nederlandse Gemeenten.
Artikel 36. Verstrekking BW in persoonsgebonden budget
Binnen de vernieuwing in het sociale domein past dat de cliënt zelf zoveel mogelijk regie voert over de ondersteuning die aan hem/haar verleend wordt. Daarom kan op verzoek van betrokkene ook in de vorm van een persoonsgebonden budget worden geleverd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden die de wet en het college hieraan stelt. De Zeeuwse gemeenten hebben onderling afgesproken om, gelet op de kwetsbaarheid van de doelgroep, de uitgifte van het persoonsgebonden budget -BW voor nieuwe cliënten aan de hand van de wettelijke toetsingsregels zorgvuldig te beoordelen.
Artikel 37. Criteria toekenning persoonsgebonden budget BW
Het persoonsgebonden budget kan worden verstrekt als:
de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke inschatting van zijn belangen en als hij zelf of met hulp van zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger in staat is de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
Bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld onder e. weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.
Het college kan een persoonsgebonden budget weigeren indien en voor zover de kosten van het betrekken van de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening.
De toekenning van een persoonsgebonden budget -BW door het college is mogelijk indien een in Zeeland gevestigde, en hiertoe gemandateerde Dienstverlener heeft vastgesteld dat voor de cliënt een maatwerkvoorziening BW is aangewezen, of indien hij beschikt over een door het CIZ afgegeven indicatie voor BW op grond waarvan hij overgangsrecht geniet.
Met ingang van 2017 is de Awbz-systematiek (ZZP GGZ-C classificering) in Zeeland losgelaten en vervangen door een drietal ondersteuningsprofielen: ‘basis’, ‘extra’ en ‘intensief’. De ondersteuningsprofielen zijn eveneens van toepassing bij verzilvering in een persoonsgebonden budget -BW. (De ondersteuningsprofielen zijn nader omschreven in bijlage A van deze verordening).
Gezien de aard van de onderliggende psychische problematiek is verzilvering in pgb-vorm voor nieuwe Cliënten met het ondersteuningsprofiel ‘intensief’ (voorheen GGZ-C 5 en 6) mogelijk na zorgvuldig onderzoek. De gemandateerde dienstverlener c.q. de gemeente toetst met name of afdoende is tegemoetgekomen aan de eisen voor ondersteuning die aan dit profiel worden gesteld en aan de criteria zoals genoemd in lid 2 a t/m e.
De kosten van het persoonsgebonden budget kunnen niet hoger zijn dan de kosten van de Maatwerkvoorziening zoals deze zijn vastgesteld voor Zorg in Natura in het kader van de Bestuurlijke Aanbesteding 2017. Indien het door de cliënt gewenste aanbod duurder is dan het aanbod van de gecontracteerde dienstverlener, dient de cliënt het meerdere zelf bij te betalen.
Als een cliënt meerdere ondersteuningsvormen nodig heeft, is het mogelijk dat hij de ene vorm van ondersteuning in natura ontvangt en het andere met een persoonsgebonden budget zelf regelt. Het is niet mogelijk om één vorm van ondersteuning deels in natura en deels als persoonsgebonden budget te ontvangen.
Inzake BW wordt de wooncomponent niet in persoonsgebonden budget verstrekt. De cliënt die het persoonsgebonden budget ontvangt, dient zelf te huren, ofwel bij de dienstverlener of het wooninitiatief waarbij cliënt is aangesloten, ofwel bij een woningcorporatie of een andere, bij het college bekende, verhuurder of instantie.
Voor artikel 23 wordt een nieuw hoofdstuk 3 ingevoegd, dat komt te luiden:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-283384.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.