Gemeenteblad van Haarlemmermeer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlemmermeer | Gemeenteblad 2018, 282177 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlemmermeer | Gemeenteblad 2018, 282177 | Beleidsregels |
Beleidsregels Wet taaleis gemeente Haarlemmermeer 2019
Een taaltoets blijft achterwege als:
tijdens een vorige uitkeringsperiode al een taaltoets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, en daarbij is vastgesteld dat door in de persoon gelegen factoren belanghebbende niet is staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden;
Artikel 5. Kennisgeving en (geen) bereidverklaring
Is de uitkomst van de taaltoets dat belanghebbende niet aan de taaleis voldoet, dan wordt de
Wanneer belanghebbende tijdens het taaltraject onvoldoende inspanning heeft geleverd en niet het noodzakelijke niveau heeft bereikt, wordt het recht op bijstand beoordeeld volgens de regels in artikel 18b van de Participatiewet. Het college maakt hierbij gebruik van de monitoring door de onderwijsinstelling ten aanzien van:
Artikel 7. Het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid
Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt in ieder geval als belanghebbende:
Toelichting op de Beleidsregels Wet taaleis gemeente Haarlemmermeer 2019
Op 1 januari 2016 is artikel 18b van de Participatiewet in werking getreden. Dit is de uitwerking van
de wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand teneinde de eis tot beheersing van de Nederlandse
taal toe te voegen aan die wet (Wet taaleis). Het niet voldoende beheersen van de Nederlandse taal
is nadrukkelijk géén uitsluitingsgrond of toegangsvoorwaarde voor bijstand. De Wet taaleis is alleen
van toepassing, als er recht op bijstand bestaat en heeft betrekking op alle bijstandsgerechtigden. De
taaleis legt een inspanningsverplichting op aan belanghebbende. Voldoende is, dat de
belanghebbende zich inspant om de Nederlandse taal voldoende machtig te worden. Doel van die
inspanningsverplichting is om de volgende vaardigheden in de Nederlandse taal op referentieniveau
Het referentie niveau 1 F is vergelijkbaar met het niveau dat leerlingen eind groep 8 hebben om de
overstap naar het voortgezet onderwijs goed te kunnen maken.
Met de Wet taaleis krijgt de gemeente de verplichting om van bijstandsgerechtigden te verlangen dat
zij actief werken aan hun taalvaardigheid. Zonder Nederlands te begrijpen en te spreken is het
immers veel moeilijker om aan het werk te komen en daarmee uit de bijstand te komen. Bovendien
draagt kennis van de taal bij aan maatschappelijke participatie.
De Participatiewet kent een brede arbeids- en re-integratieverplichting. Gezien het belang van de
beheersing van de Nederlandse taal voor arbeidsinschakeling is ervoor gekozen om de
Participatiewet uit te breiden met een taaleis. In artikel 18b van de Participatiewet is de
inlichtingenplicht uitgebreid met de verplichting om aan te tonen dat de aanvrager de Nederlandse
Dit artikel bevat de begripsbepalingen die in deze beleidsregels van toepassing zijn.
Artikel 2. Aantonen kennis Nederlandse taal
De belanghebbende moet over een document beschikken waaruit blijkt dat belanghebbende de
Nederlandse taal voldoende beheerst. Deze plicht geldt voor iedere belanghebbende. De bewijslast
Wanneer betrokkene in de leerplichtige leeftijd (tussen 5 en 16 jaar) tenminste acht jaren in
Nederland heeft gewoond kan ervan uitgegaan worden dan betrokkene gedurende acht jaar
Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd. Dit hoeft niet verder bewezen te worden, omdat dat duidelijk
is vanuit basisregistratie personen. De leerplichtwet was op dat moment van toepassing.
Voorbeelden van particulier of Nederlandstalig onderwijs in het buitenland zijn:
• een Belgisch diploma met een voldoende voor het vak Nederlands + cijferlijst (beide documenten
• een Surinaams diploma met voldoende voor het vak Nederlands + cijferlijst (beide documenten
• een diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school, met Nederlands als 1e of
2e taal en een voldoende voor het vak Nederlands;
• een getuigschrift International baccalaureaat Middle Years Certificate, International General
Certificate of Secondary Education of International Baccalaureaat met een voldoende voor het vak
• Een diploma, een rapport of een verklaring van een in Nederland erkende onderwijsinstelling dat de
uitkeringsgerechtigde tenminste 8 jaar Nederlandstaling onderwijs heeft gevolgd. Concreet betekent
dit: elk diploma of eindrapport van de basisschool (tot en met klas 6/groep 8) of hoger.
Uitkeringsgerechtigden kunnen voor een deel van de bestaande diploma’s een uittreksel opvragen
uit het diplomaregister van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Dit uittreksel is een voldoende
• Een ander document waaruit de Nederlandse taalvaardigheid op niveau 1 F blijkt op de 5
deelgebieden: spreekvaardigheid, luistervaardigheid, gespreksvaardigheid, schrijfvaardigheid en
leesvaardigheid. Dit kan bijvoorbeeld een certificaat zijn van een taalcursus indien niveau 1 F daaruit
blijkt. Wij bepalen per geval of een document voldoet voor de bepaling van voldoende Nederlandse
taalvaardigheid. Wij kunnen nader onderzoek (laten) verrichten naar de waarde van het document.
De volgende documenten zijn gelijkwaardig aan het diploma inburgering:
• een diploma Staatsexamen Nederlands als tweede taal (NT-2), programma I of II;
• een WIN-Certificaat, met bijbehorende verklaring van de school, met voldoende niveau voor
onderdeel Maatschappij Oriëntatie (t/m 31 augustus 2001 85% of hoger, vanaf 1 september 2001
80% of hoger) en voldoende taalniveau op alle onderdelen (niveau A2);
• een Certificaat Inburgering Oudkomers met op alle taalonderdelen niveau A2;
• een document waaruit blijkt dat de Verkorte Vrijstellingstoets is afgelegd en behaald;
• een certificaat Naturalisatietoets (zoals dit luidde voor 1 april 2007). Hieruit moet blijken dat
belanghebbende geslaagd is voor de volgende vijf onderdelen: kennis van staatsinrichting en
maatschappij; spreek-, luister-, schrijf- en leesvaardigheid.
Een ander gelijkwaardig document kan bijvoorbeeld zijn een (deel)certificaat waaruit blijkt dat men de
Nederlandse taal op refentieniveau 1F beheerst (taalcursussen).
Bij de keuze om geen taaltoets af te nemen is sprake van maatwerk. De omstandigheden van
belanghebbende en in de persoon gelegen factoren moeten worden meegewogen in dit besluit.
Dit artikel bepaalt welke instelling de taaltoets uitvoert. Dit is belegd bij het ROC Amsterdam en het
Taalhuis Haarlemmermeer die ook de uitvoering van formele educatieve taaltrajecten op grond van
Artikel 5. Uitslag taaltoets en (geen) bereidverklaring
Nadere uitwerking van deze procedure is te vinden in de werkinstructie.
Een taaltraject wordt uitgevoerd door het ROC Amsterdam en Taalhuis Haarlemmermeer.
Artikel 7. Het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid
Het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid kan op meerdere plaatsen in het werkproces van
toepassing zijn. Voorbeelden hiervan zijn bij het beoordelen van de vraag wel of geen taaltoets en
gedurende het taaltraject. De genoemde vormen zijn niet limitatief.
In het kader van de Wet inburgering kan DUO ontheffing geven van de inburgeringsplicht.
Deze ontheffing kan op grond van onderstaande gronden gegeven worden indien:
• belanghebbende minimaal 600 uur een inburgerings- of alfabetiseringscursus heeft gevolgd bij
een school met het ‘Blik op Werk’ keurmerk; en
• belanghebbende maximaal 3x examen heeft gedaan en niet is geslaagd; of
• via een toets bij DUO is vastgesteld dat het Nederlands lezen en schrijven onvoldoende is om te
• belanghebbende aantoonbaar voldoende ingeburgerd is;
• een ontheffing is verleend om medische redenen. Dit is vastgesteld door een arts van Argonaut.
Een leerprobleem dat vastgesteld is door een officiële verklaring van een deskundige, zoals een
Belanghebbende die in het verleden diverse malen een taalcursus heeft gevolgd, zonder direct
aantoonbaar resultaat, kan bij de onderwijsinstelling een leerbaarheidstest doen. Als daaruit blijkt dat
belanghebbende niet (meer) leerbaar is, is het redelijk om dit te zien als het ontbreken van elke vorm
Verder ontbreekt bij belanghebbende waarvan, door een medisch of psychologisch advies, is
vastgesteld dat zij niet deel kunnen nemen aan activiteiten (ontheffing van de arbeidsplicht, algemene
ontheffing) elke vorm van verwijtbaarheid.
Artikel 8. Relatie met Wet inburgering
Voor inburgeringsplichtigen op grond van de Wet inburgering geldt dat zij al een verplichting hebben
om de Nederlandse taal machtig te worden. Op grond van de Wet inburgering heeft een inburgeraar 3
of 5 jaar de tijd om te voldoen aan het in die wet vereiste taalniveau (A2). Wanneer een
belanghebbende begonnen is met een leertraject in het kader van de Wet inburgering, kan dit worden
aangemerkt als bereidverklaring van de kant van de belanghebbende, zoals bedoeld is in de Wet
taaleis. De belanghebbende krijgt dus niet met twee verschillende trajecten te maken. Wel dient de
gemeente te monitoren in welke mate voortgang wordt gemaakt met het inburgeringstraject.
Desgevraagd moet de aanvrager het volgen van een dergelijk traject aantonen aan de hand van
documenten. Dat geldt ook voor het meten van de voortgang. Laat de aanvrager na de betreffende
documenten te overleggen, dan heeft dit nog geen gevolgen voor de bijstand. Gevolg is wel, dat bij
het niet verstrekken van een bewijs dat men een inburgeringstraject volgt of voortgang maakt, er een
verplichting ontstaat om een toets af te leggen in het kader van de Wet taaleis
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-282177.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.