Gemeenteblad van Rijssen-Holten

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Rijssen-HoltenGemeenteblad 2018, 281225Verordeningen



Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Rijssen-Holten 2019

de raad van de gemeente Rijssen-Holten

overwegingen:

- gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders ‘belastingvoorstellen 2019’ en paragraaf 4.1 van de programmabegroting 2019 (Paragraaf lokale heffingen);

- gelet op de instelling van een ondernemersfonds, gevoed door de geheven gelden uit de reclamebelasting minus de perceptiekosten, toegewezen aan en besteed door de Stichting Ondernemersfonds;

- gezien het voorstel/besluit ‘Draagvlakmeting Ondernemersfonds Rijssen-Holten’, zaaknummer Z2018019351;

- gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

- gezien de bespreking in de commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken en Middelen op 26 november 2018;

 

besluit:

de verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2019 (verordening reclamebelasting Rijssen-Holten 2019) vast te stellen.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, symbolen, logos, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • b.

    Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;

  • c.

    waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 8, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ vastgestelde waarde;

  • d.

    vestiging:

    • 1.

      de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ die, of een deel daarvan dat door 1 organisatie of bedrijf wordt gebruikt;

    • 2.

      twee of meer onroerende zaken, als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, of delen daarvan, die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door 1 organisatie of bedrijf voor 1 doel worden gebruikt.

  • e.

    jaar: een kalenderjaar;

  • f.

    voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen, tonen of vertonen van een of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen.

 

Artikel 2 Gebiedsomschrijving

Deze verordening is van toepassing binnen de aangewezen (deel)gebieden van de gemeente Rijssen-Holten zoals aangegeven op de bij deze verordening en daarvan deel uitmakende kaarten. Deelgebied 1 betreft het afgebakende gebied van Rijssen, zoals aangeduid op bijlage 1. Deelgebied 2 betreft het afgebakende gebied van Holten, zoals aangeduid op bijlage 2.

Artikel 3 Belastbaar feit

Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, met inachtneming van het gestelde bij of krachtens deze verordening binnen de aangewezen gebieden als bedoeld in artikel 2, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.

Artikel 4 Belastingplicht

De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij 1 of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.

Artikel 5 Belastingobject

De reclamebelasting wordt geheven per vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij 1 of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.

Artikel 6 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De heffingsmaatstaf bedraagt een percentage van de waarde van de vestiging;

  • 2.

    Indien de vestiging gelijk is aan de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een percentage van de waarde van de vestiging;

  • 3.

    Indien de vestiging deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een percentage van het deel van de waarde dat aan de vestiging kan worden toegerekend;

  • 4.

    Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 2, is de heffingsmaatstaf een percentage van de waarden of de delen van de waarden die aan de vestiging kunnen worden toegerekend;

  • 5.

    Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 7 Belastingtarief

1. De reclamebelasting bedraagt 0,16% van de waarde;

2. Indien de waarde naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Artikel 8 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.

  • 2.

    Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 11 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:

  • a.

    die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn aangebracht, getoond of vertoond in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden aangebracht, getoond of vertoond, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschill0,16ende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn.

  • b.

    die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;

  • c.

    die door de gemeente of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;

  • d.

    die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen;

  • e.

    aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement;

  • f.

    aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;

  • g.

    die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen;

  • h.

    bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak;

  • i.

    aangebracht op scholen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, die betrekking hebben op de functie van het gebouw.

Artikel 12 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de 2e 1 maand later.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 13 Kwijtschelding

Van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 14 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en invordering van de reclamebelasting.

Artikel 15 Overgangsrecht

De “Verordening Reclamebelasting Rijssen-Holten 2017” van 22 december 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, lid 2, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 16 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 3.

    De in artikel 2 genoemde bijlagen worden bekendgemaakt door terinzagelegging op het gemeentehuis.

Artikel 17 Citeerartikel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening Reclamebelasting Rijssen-Holten 2019".

 

besluit genomen in de openbare vergadering van de raad van Rijssen-Holten op 13 december 2018

drs. G.H. Veerman, A.C. Hofland

griffier, voorzitter

 

Bijlage
  • 1.

    Als aangewezen gebied, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening geldt het op bijgevoegde kaart afgebakende deelgebied van Rijssen.

  • 2.

    Als aangewezen gebied, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening geldt het op bijgevoegde kaart afgebakende deelgebied van Holten.