Gemeenteblad van Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
UtrechtGemeenteblad 2018, 279943Verordeningen



Financieel besluit Jeugdhulp 2019 gemeente Utrecht

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

Gelet op de Verordening Jeugdhulp gemeente Utrecht 2019

Overwegende dat de Verordening Jeugdhulp gemeente Utrecht 2019 is vastgesteld, waarin in artikel 5 lid 5 is aangegeven dat de tarieven separaat van deze verordening wordt vastgesteld in het Financieel besluit Jeugdhulp 2019 gemeente Utrecht;

 

BESLUIT:

 

Vast te stellen het volgende

 

Financieel besluit Jeugdhulp 2019 gemeente Utrecht

Artikel 1 Pgb-tarieven

 

Het PGB wordt bepaald op basis van de door cliënt en medewerker van het buurtteam opgestelde begroting. Onderstaande tarieven zijn daarbij de maximale tarieven waarop een PGB wordt berekend en die binnen het PGB gedeclareerd mogen worden bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Ondersteuning inkopen die duurder is dan de onderstaande tarieven is toegestaan: in dit geval dient de cliënt zelf het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximum tarief bij te betalen aan de SVB.

 

 

Eenheid

Instellingstarief

Formeel tarief

Informeel tarief

Ambulante begeleiding individueel

uur

48

40

20

Specialistische ambulante begeleiding

uur

67

54

nvt

Ambulante begeleiding groep

dagdeel

44

36

20

Persoonlijke verzorging

uur

47

39

20

Basis Jeugd GGZ

uur

65

65

nvt

Gespecialiseerde Jeugd GGZ

uur

77

77

nvt

Kortdurend verblijf

etmaal

198

nvt

30

Vervoer individueel

rit

29

nvt

nvt

Vervoer groep

etmaal

8

nvt

nvt

 

 

De instellings- en formele tarieven zijn voor 2019 geïndexeerd met 2,74% conform de indexering van de budgetten voor ZIN-aanbieders.

In de Verordening Jeugdhulp gemeente Utrecht wordt onderscheid gemaakt tussen tarieven voor in-formele zorgverleners uit het eigen sociale netwerk en tarieven voor professionele zorgverleners:

- Het informele tarief is van toepassing als u de jeugdhulp inkoopt bij een persoon uit het netwerk van belanghebbende én/of een niet-professionele hulpverlener. Deze vorm van hulp kan onder de Regeling Dienstverlening aan Huis (RDH) vallen, die van kracht is sinds 1 januari 2007. Via deze regeling is de budgethouder gevrijwaard van het afdragen van loonheffingen, premies werknemersverzekeringen en heeft daarnaast geen administratieve verplichtingen. Het in dit besluit gehanteerde tarief ligt ruim boven het wettelijk minimumloon. Voor informeel tarief is aangesloten bij het tarief dat gehanteerd wordt bij de Wet langdurige zorg voor niet-professionals. Het tarief voor kortdurend verblijf in het sociale netwerk is gebaseerd op het historisch tarief uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

- Het formele tarief is van toepassing als u de jeugdhulp inkoopt bij een zelfstandige professional of bij een kleine instelling voor professionele zorg. Om in aanmerking te komen voor het formele tarief, dienen de volgende documenten overlegd te worden:

a. De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van Jeugdhulp.

b. Een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs uitgereikt aan de beoogd zorgverlener die werkzaam is bij de organisatie waarvan de onder a genoemde inschrijving bij de Kamer van Koophandel is overlegd.

- Het instellingstarief is van toepassing als de jeugdhulp wordt ingekocht bij een grote specialistische instelling; Grote instellingen met hoge overheadkosten als gevolg van o.a. administratie, P&O, en vastgoed hebben te maken met hogere kosten dan kleinere organisaties of zzp-ers. (Schattingen variëren van circa 16% (Berenschot 2013) tot 18% (jurisprudentie). Jurisprudentie toont dat grote specialistische instellingen om die reden ook via pgb een hoger tarief horen te ontvangen. Het instellingstarief is alléén van toepassing in de uitzonderingssituatie dat jeugdhulp wordt ingekocht bij een grote, specialistische instelling. Hierbij dient de cliënt zélf aannemelijk te maken dat de door cliënt gewenste zorgaanbieder zich kwalificeert als grote specialistische instelling met bijbehorende overhead. Dit wordt gerealiseerd op basis van de volgende documenten:

a. De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van Jeugdhulp.

b. De melding loonheffingen aanmelding werkgever zoals deze bij de Belastingdienst is inge-diend en de bevestiging.

c. Een kopie van een geanonimiseerde arbeidsovereenkomst waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW

d. Een overzicht van het aantal gekwalificeerde werknemers die in loondienst zijn van de organisatie waarvan sprake is in lid a.

 

Artikel 2 Intrekking

 

Het Financieel besluit Jeugdhulp 2018 komt per 1 januari 2019 te vervallen.

 

Artikel 3 Inwerkingtreding

 

Dit besluit treedt op 1 januari 2019 in werking.

 

Artikel 4 Citeertitel

 

Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit jeugdhulp 2019 gemeente Utrecht.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 november 2018,

De burgemeester, De gemeentesecretaris,