Nadere regels Jeugdhulp gemeente Utrecht 2019

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

gelet op de artikelen 4, 5 en 6 Verordening Jeugdhulp Utrecht 2019;

overwegende dat:

het noodzakelijk is nadere regels te stellen ten aanzien van de voorwaarden voor toekenning van individuele voorzieningen, de wijze van beoordeling van, de afwegingsfactoren bij individuele voorzieningen, over de inhoud van de beschikking tot verstrekking dan wel weigering van een individuele voorziening, onder welke voorwaarden waaraan de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, de toetsingscriteria die het college hanteert voor artikel 8.1.1 lid 3 van de wet, de wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld;

 

besluit vast te stellen de Nadere regels jeugdhulp gemeente Utrecht 2019 bij de Verordening Jeugdhulp gemeente Utrecht 2019.

Artikel 1 Begripsbepalingen

 

Cao: Collectieve arbeidsovereenkomst

Verordening: Verordening Jeugdhulp Utrecht 2019

Zorgcategorie: Indeling op hoofdlijnen van de verschillende categorieën jeugdhulp die aangemerkt wordt als individuele voorziening.

Commissie Passend Alternatief: Commissie bestaande uit door de wet bevoegde verwijzers aangevuld met een ambtelijk secretaris die op aanvraag toetst of passende ondersteuning beschikbaar is bij gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. De commissie verzorgt tevens een second opinion indien een cliënt het oneens is met de beoordeling door het Buurtteam van zijn/haar aanvraag voor een individuele voorziening onder de Jeugdwet.

Gebruikelijke zorg: De normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden.

 

 

Artikel 2 Aanvraag voor een individuele voorziening

 

1. Een mondelinge aanvraag voor een individuele voorziening in natura kan door de jeugdige of zijn ouders worden ingediend in een gesprek met een medewerker van het buurtteam. De aanvraag wordt in het gesprek door de jeugdige of zijn ouders ondubbelzinnig bevestigd en met dagtekening door de medewerker van het buurtteam in het gezinsplan vastgelegd.

2. Een schriftelijke aanvraag voor een individuele voorziening kan uitsluitend worden ingediend bij een medewerker van het buurtteam door middel van een door de jeugdige of zijn ouders ondertekend gezinsplan.

3 Het college draagt zorg voor een professionele en eenduidige afweging door een medewerker van het buurtteam bij de beoordeling of een individuele voorziening noodzakelijk is, waarbij de wettelijke vereisten met betrekking tot verantwoorde werktoedeling in acht worden genomen.

4. Het college draagt zorg voor een voldoende, kwantitatief en kwalitatief, aanbod van jeugdhulp zoals gedefinieerd in de geldende Verordening Jeugdhulp artikel 2 lid 2.

5. Een toekenning voor een individuele voorziening in natura wordt alleen verleend voor door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieders.

6. In afwijking op het gestelde in artikel 2 lid 5, kan toestemming voor een individuele voorziening, op aanvraag van een door de wet bevoegde verwijzer, verleend worden door de commissie Passend Alternatief, indien deze commissie constateert dat de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders geen passend ondersteuningsaanbod kunnen bieden en de cliënt geen gebruik wil of kan maken van een persoonsgebonden budget.

7. In geval van weigering van een aanvraag van een individuele voorziening, wordt dit gemotiveerd toegelicht aan de aanvrager middels een beschikking.

8. Het college zorgt dat de beoordeling van een aanvraag voor een individuele voorziening onder de Jeugdwet collegiaal wordt getoetst indien de cliënt het oneens is met de uitkomst van die beoordeling. Indien de cliënt zich ook niet kan vinden in de uitkomst van de collegiale toetsing zorgt het college dat de commissie Passend Alternatief een second opinion verzorgt.

 

Artikel 3. Gebruikelijke zorg

 

1. Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden (zie voor een nadere specificatie bijlage 1).

2. Alle niet in bijlage 1 genoemde persoonlijke verzorging door de ouder / verzorger aan het kind is gebruikelijke zorg als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie met uitzicht op herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. Het aanleren van handelingen op het gebied van persoonlijke verzorging aan jeugdigen valt ook aan te merken als gebruikelijke zorg.

3. Het uitvoeren van verpleegkundige handelingen door ouders van een thuiswonend kind is gebruikelijke zorg, wanneer deze handelingen aan te leren zijn. Verpleegkundige handelingen door ouders aan kinderen, die aan te leren zijn, vallen onder gebruikelijke zorg als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. Verpleegkundige handelingen, door ouders aan kinderen, die aan te leren zijn, zijn in chronische situaties wel indiceerbare zorg.

4. Uitzonderingen op bovenstaand lid 1, 2 en 3 zijn van toepassing wanneer:

5. Een partner of ouder geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke persoonlijke verzorging, begeleiding of verpleegkundige handelingen uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren. In dit geval wordt van hem of haar geen bijdrage verwacht.

6. Een partner of ouder overbelast is of dreigt te raken. In dat geval wordt van hem of haar geen bijdrage verwacht, totdat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven;

7. Gebruikelijke verpleging bij de jeugdige van niet uitstelbare aard is en degene die de gebruikelijke zorg moet verlenen niet beschikbaar is, wegens reguliere school- of werkweek van hem/haar zelf of van het kind, kan hiervoor een indicatie worden gesteld.

8. Een jeugdige zich in de terminale levensfase bevindt, in dit geval wordt geen bijdrage verwacht van een ouder.

9. Een jeugdige van 12 jaar of ouder geen intieme verpleging wenst te ontvangen van de ouder.

 

Artikel 4 Inhoud van de beschikking

 

1. In geval van toekenning van een individuele voorziening in natura wordt in de beschikking opgenomen:

a. Dat er een individuele voorziening wordt verstrekt in natura; en indien van toepassing een motivering waarom de individuele voorziening niet in de vorm van een pgb wordt verstrekt.

b. Op welke hulpvragen zoals verwoord in het gezinsplan de individuele voorziening is gericht en wat het beoogde doel of resultaat is van de individuele voorziening.

c. Het type jeugdhulp dat wordt ingezet in termen van zorgcategorieën.

2. In geval van toekenning van een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking opgenomen:

a. Dat er een individuele voorziening wordt verstrekt in de vorm van een pgb.

b. Wat de hoogte van het pgb is en hoe deze is berekend.

c. Wat de duur is van de verstrekking van een individuele voorziening waarvoor het pgb is bedoeld.

d. De wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

3. In geval van weigering van een aanvraag van een individuele voorziening, wordt dit in de beschikking gemotiveerd toegelicht.

 

Artikel 5 Intrekking

 

De nadere regels Jeugdhulp gemeente Utrecht 2018 komen per 1 januari 2019 te vervallen.

 

Artikel 6 Inwerkingtreding

 

Deze nadere regels treden per 1 januari 2019 in werking.

 

Artikel 7 Citeertitel

 

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels jeugdhulp gemeente Utrecht 2019

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van Utrecht, gehouden op 13 november 2018,

De secretaris, De burgemeester,

Toelichting op de artikelen

 

De vastgestelde Verordening Jeugdhulp 2018 gemeente Utrecht biedt in lijn met Jeugdwet de mogelijkheid om op specifieke onderdelen bevoegdheden te delegeren aan het college om nadere regels te stellen binnen de kaders van de Verordening. Met de nadere regels Jeugdhulp geeft het college invulling aan deze bevoegdheid. Het gaat om vier onderwerpen, te weten: de aanvraag, de voorwaarden voor toekenning van een individuele voorziening, de inhoud van de beschikking en de wijze waarop de hoogte van het pgb wordt berekend. De tarieven waarmee het pgb wordt berekend zijn vastgelegd in het Financieel besluit Jeugdhulp.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1

Hierin worden een aantal begrippen uit de nadere regels nader toegelicht.

 

Artikel 2

Dit artikel geeft aan op welke wijze een aanvraag kan worden ingediend voor een individuele voorziening in natura en op welke wijze wordt gehandeld indien een aanvraag niet gehonoreerd wordt.

 

Uitgangspunt is dat een aanvraag voor een individuele voorziening in natura mondeling kan worden ingediend, en dat jeugdige en ouders, en de professional zo min mogelijk administratieve last ondervinden van de aanvraag. Vastleggen van de datum van aanvraag is van belang vanwege beslistermijnen zoals benoemd in de Awb.

 

Artikel 3

 

Dit artikel geeft aan wanneer sprake is van gebruikelijke zorg; de normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. In een tabel, die bij deze nadere regels is opgenomen als bijlage 1, wordt het begrip gebruikelijke zorg op basis van verschillende leeftijdscategorieën nader gespecificeerd.

 

Artikel 4

 

In artikel 4 is nader uitgewerkt welke onderdelen in een beschikking voor een individuele voorziening in natura of beschikking voor een individuele voorziening in de vorm van een pgb moeten worden opgenomen.

 

De vaststelling of een individuele voorziening nodig is, vergt een professionele en eenduidige afweging. Van belang is daarom dat de medewerkers van het buurtteam werken volgens de wettelijke norm van verantwoorde hulp (voor zowel jeugdhulp als toegang). Deze verplichting uit de Jeugdwet is door de VNG in overleg met de brancheorganisaties uitgewerkt in een norm voor verantwoorde werktoedeling die uit drie onderdelen bestaat:

a. De norm verplicht de Stichting Lokalis (verder te noemen: Buurtteam Jeugd en Gezin) (als ook andere jeugdhulpaanbieders) tot het werken met geregistreerde professionals uit het Kwaliteitsregister Jeugd of het BIGregister.

b. Bij het toedelen van taken moet de Buurtteam Jeugd en Gezin rekening houden met de specifieke kennis en vaardigheden van de geregistreerde professional. De kennis en vaardigheden van de professionals dienen passend te zijn bij de hulpvraag van de jeugdige en ouders.

c. De Buurtteam Jeugd en Gezin moet ervoor zorgen dat deze geregistreerde professionals kunnen werken volgens hun professionele standaarden (beroepscodes, vakinhoudelijke richtlijnen).

Leidend bij het toepassen van de norm van verantwoorde werktoedeling is het principe “comply or explain”. Dat betekent dat de Buurtteamorganisatie Jeugd en Gezin het werk moet toebedelen aan geregistreerde professionals, tenzij deze kan motiveren waarom dat niet wordt gedaan.

 

Zowel in de Wmo 2015 als in de Jeugdwet worden drie voorwaarden beschreven waaraan een aanvrager moet voldoen. De medewerker van het buurtteam maakt een inschatting van:

- de bekwaamheid van de aanvrager om zorg in te kopen met een pgb en dit pgb te beheren

- de motivering door de aanvrager waarom een pgb beter voldoet dan zorg in natura

- de gewaarborgde kwaliteit van de dienstverlening die wordt ingekocht met een pgb.

Op basis van de aanvraag van de jeugdige of zijn ouders komt de medewerker van het buurtteam tot een gewogen oordeel of de jeugdige of zijn ouders in aanmerking komt voor een individuele voorziening in de vorm van een pgb. De handreiking PGB geeft een beeld van de aspecten die de medewerker van het buurtteam betrekt in zijn oordeel.

 

Artikel 5

Dit artikel beschrijft wanneer en onder welke titel deze regels in werking treden.

 

BIJLAGE 1: Richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke zorg

 

Kinderen van 0 tot 3 jaar

• hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig;

• ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;

• zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen.

• hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

• hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 3 tot 5 jaar

• kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);

• hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

• kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;

• ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers;

• hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;

• hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;

• zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.

• hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 5 tot 12 jaar

• kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;

• kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);

• hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging;

• hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

• zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;

• hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan.

• hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 12 tot 18 jaar

• hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;

• kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;

• kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden;

• kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;

• hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;

• hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;

• hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen).

• hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

 

 

Naar boven