Gemeenteblad van Nijmegen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
NijmegenGemeenteblad 2018, 278799Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nijmegen op de heffing en invordering van Precariobelasting 2019

De Raad van de Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn openbare vergadering van 19 december 2018;

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 november 2018;

 

Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

 

Besluit

vast te stellen de navolgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019 (Verordening Precariobelasting 2019).

Artikel 1 Voorwerp van belasting; belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, een directe belasting geheven overeenkomstig de navolgende bepalingen en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 2 Belastingplicht

De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen onder op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, of ten behoeve van wie deze voorwerpen onder op of boven gemeentegrond worden geplaatst.

Artikel 3 Heffingsmaatstaf en tarief

De precariobelasting wordt geheven naar het aantal eenheden, bepaald en berekend aan de hand van de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 4 en 5 en van de in de tabel gegeven aanwijzingen.

Artikel 4 Voorwerpen

  • 1.

    Bij het hebben van voorwerpen op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt de oppervlakte bepaald op die, welke door de voorwerpen wordt overdekt.

  • 2.

    Bij het hebben van voorwerpen onder voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt de oppervlakte bepaald op die uitgaande van een horizontale projectie van de voorwerpen.

Artikel 5 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van de tarieventabel wordt verstaan onder:

  • a.

    jaar: een kalenderjaar;

  • b.

    kwartaal: een kalenderkwartaal;

  • c.

    maand: een kalendermaand;

  • d.

    week: een kalenderweek;

  • e.

    dag: een etmaal;

  • f.

    bedrijfspompen: de pompen, die met uitsluiting van verstrekking of verkoop aan derden, slechts worden gebruikt ter verstrekking van motorbrandstoffen voor interne bedrijfsdoeleinden;

  • g.

    openbare activiteiten: een voor iedereen toegankelijk gebeuren, georganiseerd zonder winstoogmerk;

  • h.

    gedeelten van de in de tabel genoemde tijds- en andere eenheden worden voor een geheel gerekend, met dien verstande dat indien het heffingstijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het hebben van voorwerpen aanvangt in de loop van het tijdvak, de prcariobelasting zoveel twaalfden van het over een jaar te betalen bedrag beloopt als er na het aanvangstijdstip nog volle maanden van het belastingtijdvak resteren;

Artikel 6 Belastingtijdvak

Indien de precariobelasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak het kalenderjaar waarin de voorwerpen aanwezig zijn.

In de overige gevallen is het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden.

Artikel 7 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van:

  • a.

    voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, waarin de gemeentebedrijven worden uitgeoefend en van die, welke aan derden zijn verhuurd;

  • b.

    voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;

  • c.

    buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- of hemelwater;

  • d.

    voorwerpen op de openbare weg bij een activiteit waarbij de organisator geen winstoogmerk nastreeft en die ofwel uitsluitend tot doel heeft een bijdrage te leveren aan de sociale cohesie op buurt- of wijkniveau, ofwel uitsluitend wordt georganiseerd ten behoeve van een goed doel;

  • e.

    voorzieningen, aangebracht ten behoeve van minder validen, tot het toegankelijk maken van een eigendom;

  • f.

    Voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • g.

    Voorwerpen ten behoeve van de bouw (schuttingen, steigers, soortgelijke getimmerten, het opslaan van bouwmaterialen, directiewagens, schaftwagens, werk- en bergloodsen en dergelijke.

Artikel 8 Ontheffing

Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de voorwerpen zijn verwijderd vóór het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op aanvraag van de belastingplichtige naar evenredigheid ontheffing verleend over de na verwijdering resterende volle maanden van het belastingtijdvak. In afwijking in zoverre wordt, voor zover het belastingtijdvak in de tabel eveneens in maandelijkse tijdseenheden staat genoemd, de ontheffing verleend tot op het totaal aan maandtarieven voor de maand waarbinnen het aanvangstijdstip is gelegen tot en met de maand waarbinnen het beëindigingstijdstip is gelegen.

Artikel 9 Wijze van heffing; tijdstip verschuldigdheid

  • 1.

    De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De precariobelasting wordt verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt.

  • 3.

    Aanslagen en nota's van minder dan € 50,- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van het op één aanslagbiljet of nota verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag of nota.

  • 4.

    Aanslagen en nota's van minder dan € 500,- worden niet opgelegd voor de voorwerpen, genoemd in de rubrieken 6, 10 en 11 van de tarieventabel bij deze verordening, indien deze worden geplaatst ten behoeve van volledig niet-commerciële activiteiten, die gratis toegankelijk zijn en die voor en door particulieren worden georganiseerd.

Artikel 10 Betalingstermijn

De aanslag of nota dient te worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het aanslagbiljet of de nota is gedagtekend.

Artikel 11 Kwijtschelding

Voor deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot heffing en de invordering van de precariobelasting.

Artikel 13 Overgangsbepaling

De ‘Verordening Precariobelasting 2018’ zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 20 december 2017 en gepubliceerd onder nr. Gmb-2017-230726, wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor de in het tweede lid van artikel 14 vermelde datum van ingang van de heffing hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding, ingang van heffing

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Precariobelasting 2019`.

 

 

 

 

 

Tarief 2018

Tarief 2019

 

 

 

 

 

 

 

Tarieventabel behorende bij de verordening Precariobelasting 2019, zoals deze luidt met ingang van 1 januari 2019.

 

 

1.

 

Benzinepompen/oliepompen, -tanks, benzine-of oliepompinstallatie, water- en of lucht-pompinstallatie, vulput , pompheuvel of pomptrottoir, pompbedieningshuisje

Het tarief bedraagt voor het hebben van:

 

 

 

a.

een benzine- of oliepompinstallatie of dergelijke inrichting met inbegrip van de daarbij behorende vulput en geleidingen, per jaar:

 

 

 

 

voor een enkele installatie

€ 783,11

€ 807,94

 

 

voor een dubbele installatie

€ 1592,67

€ 1643,15

 

b.

een mengpomp voor benzine en olie ten behoeve van bromfietsen, voor zover deze niet is geïncorporeerd in een normale benzine- of oliepomp, als bedoel onder 1.a. per jaar

€ 336,86

€ 347,54

 

c.

een water- en/of luchtpompinstallatie met inbegrip van de daarbij behorende geleidingen, per jaar

€ 106,41

€ 109,79

 

d.

een pompheuvel of -trottoir, per jaar

€ 106,41

€ 109,79

 

e.

een pompbedieningshuisje, per m² ingenomen grond, per jaar

€ 31,16

€ 32,15

 

f.

een benzine- of olietank of dergelijke inrichting, per m² bij grootste lengte- en breedtedoorsnede, per jaar

€ 35,22

€ 36,34

 

g.

een vulput en/of leidingen, in verbinding met een niet in openbare gemeentegrond gelegen bewaarplaats, per jaar

€ 31,16

€ 32,15

 

h.

vulputten ten behoeve van propaangastank, per vulput, per jaar

€ 336,85

€ 347,53

 

 

Voor het hebben van bedrijfspompen en de daarbij behorende tanks, alsmede voor olietanks ten behoeve van interne doeleinden (centrale verwarming) wordt de bovengenoemde belasting sub a en f met de helft verminderd.

 

 

2.

 

Buizen, kabels, geleidingen

Het tarief bedraagt voor het hebben van buizen, kabels of geleidingen voor gas, water en elektriciteit per strekkende meter, per jaar

€ 0,71

€ 0,71

3.

 

Aankondigingsborden

Het tarief bedraagt voor het hebben van aankondigings-borden boven voor de openbare bestemde gemeentegrond, voor zover bevestigd aan bomen, palen enz. alsmede voor het hebben van borden op de openbare weg, per dag, per affiche c.q. bord

€ 0,56

€ 0,57

4.

 

Fundering, koekoek, kelderingang, baldakijn

Het tarief bedraagt voor het hebben van een fundering, licht- en luchtopening (koekoek), kelderingang of baldakijn, per m2 ingenomen grond per jaar

€ 23,46

€ 24,20

5.

 

Transportbanen, tunnels, leidingkokers,

afvoerputjes en dergelijke

Het tarief bedraagt voor het hebben van een transportbaan, tunnel of leidingkoker, afvoerputje en dergelijke per m² oppervlakte (lengte x grootste breedtedoorsnede) per jaar

€ 23,47

€ 24,21

6.

 

Overige voorwerpen

Het tarief bedraagt:

 

 

 

a.

voor het hebben van andere dan de hiervoor genoemde voorwerpen op de openbare weg zoals decors, podia, vlonders enz. per m² ingenomen grond

 

 

 

 

per dag

€ 1,81

€ 1,87

 

 

per week

€ 5,69

€ 5,87

 

 

per jaar

€ 55,76

€ 57,53

 

b.

voor het hebben van een tent per m² ingenomen grond

 

 

 

 

per dag

€ 0,48

€ 0,50

 

 

per week

€ 1,13

€ 1,16

7.

 

Vaste standplaatsen

Voor het innemen van een door de gemeente aangewezen dan wel gedoogde vaste plaats op de verkoop van waren (uitgezonderd het plaatsen of het uitstallen daarvan op de marktterreinen gedurende de aangewezen marktdagen en markttijd enz.), bedraagt het tarief per jaar per m² ingenomen grond voor:

 

 

 

1.

Verkeersluw gebied centrum Nijmegen, Waalkade en Winkelcentrum Zwanenveld met parkeerterreinen

 

 

 

 

gedurende 1 dag per week

€ 157,05

€ 162,03

 

 

gedurende 2 dagen per week

€ 273,77

€ 282,45

 

 

gedurende 3 dagen of meer per week

€ 388,28

€ 400,59

 

2.

Het gebied niet zijnde verkeersluw gebied centrum Nijmegen, begrensd door singels

 

 

 

 

gedurende 1 dag per week

€ 124,77

€ 128,73

 

 

gedurende 2 dagen per week

€ 226,77

€ 233,96

 

 

gedurende 3 dagen of meer per week

€ 327,32

€ 337,70

 

3.

Overige, niet vallend onder centrum en singels

 

 

 

 

gedurende 1 dag per week

€ 74,13

€ 76,48

 

 

gedurende 2 dagen per week

€ 143,11

€ 147,64

 

 

gedurende 3 dagen of meer per week

€ 212,12

€ 218,85

8.

 

In afwijking van het bepaalde in de rubrieken 6, 9 en 10 bedraagt de belasting voor het hebben van kramen, tenten, terrassen en voor het uitstallen van koopwaar ter gelegenheid van openbare activiteiten georganiseerd door een stichting, vereniging of comité

 

 

 

a.

per m², voor de eerste dag

€ 0,64

€ 0,66

 

b.

per m², voor de tweede tot en met de zevende aaneensluitende dag

€ 0,33

€ 0,34

 

c.

per m², voor de achtste en volgende aansluitende dagen

€ 0,15

€ 0,15

 

 

Het hierboven onder b. en c. gestelde tarief geldt niet voor de Vierdaagseweek.

 

 

9.

 

Kramen, uitstallingen

Het tarief bedraagt voor het hebben van:

 

 

 

a.

tijdelijke standplaatsen voor de verhuur/verkoop van waren alsmede voor het uitstallen van goederen (uitgezonderd het plaatsen of het uitstallen daarvan op de marktterreinen gedurende de aangewezen marktdagen en markttijden)

 

 

 

 

per m² ingenomen grond per dag

€ 1,96

€ 2,02

 

 

per maand

€ 17,99

€ 18,56

 

b.

tijdelijke standplaatsen voor de verhuur/verkoop van waren alsmede voor het uitstallen van goederen langs de wandelroutes, het binnenterrein van de Vereeniging, de Wedren, Vierdaagseplein, buitenring Goffertstadion (inclusief voorterrein stadion-plein en ingang Hazenkamptribune) tijdens de Vierdaagse

 

 

 

 

van maandag tot en met donderdag per m1 genomen grond per dag

€ 29,56

€ 30,49

 

 

op vrijdag per m1 ingenomen grond per dag

€ 42,19

€ 43,53

 

c.

tijdelijke standplaatsen voor de verhuur/verkoop van waren alsmede voor het uitstallen van goederen op de Goffertweide/stadion (gelegen tussen de Muntweg, Jonkerboschplein, Burgemeester Daleslaan ,Hatertseweg, Slotemaker de Bruïneweg) gedurende een megaconcert per m1 per dag

€ 107,13

€ 110,53

 

d.

uitstallingen, kledingrekken, bakken alsmede reclameborden voor commerciële doeleinden bij winkels en dergelijke per m² ingenomen grond per jaar

€ 76,31

€ 78,73

 

e.

tijdelijke standplaatsen voor de verhuur/verkoop van waren alsmede voor het uitstallen van goederen op de

Steinweglaan tijdens de Vrijmarkt op de Goffertweide op Koningsdagper m1 ingenomen grond per dag

€ 28,73

€ 29,64

10.

 

Terrassen en dergelijke

Het tarief bedraagt voor:

 

 

 

a.

het innemen van een door de gemeente aangewezen dan wel gedoogde vaste plaats op gemeentegrond ten behoeve van het uitoefenen van een horecafunctie, onder andere de "Parijse Terrassen", per m² ingenomen grond per jaar voor gebied:

 

 

 

 

A. Verkeersluw gebied centrum Nijmegen

€ 305,46

€ 315,14

 

 

B. Waalkade

€ 305,46

€ 315,14

 

 

C. Het gebied niet zijnde verkeersluw gebied centrum Nijmegen en Waalkade, begrensd door singels

€ 171,88

€ 177,33

 

 

D. Overige, niet vallend onder centrum Nijmegen en singels

€ 85,54

€ 88,25

 

b.

het hebben van banken, tafeltjes, stoelen, zomede van windschermen, en bloemen- en plantenbakken, per m² ingenomen grond voor gebied:

 

 

 

 

A. Koningstraat

 

 

 

 

per dag

€ 1,54

€ 1,59

 

 

per maand

€ 13,53

€ 13,96

 

 

per jaar

€ 54,13

€ 55,84

 

 

B. Overig verkeersluw gebied centrum Nijmegen

 

 

 

 

per dag

€ 1,33

€ 1,37

 

 

per maand

€ 11,75

€ 12,12

 

 

per jaar

€ 46,70

€ 48,18

 

 

C. Waalkade

 

 

 

 

per dag

€ 1,33

€ 1,37

 

 

per maand

€ 11,69

€ 12,06

 

 

per jaar

€ 46,70

€ 48,18

 

 

D. Het gebied niet zijnde verkeersluw gebied centrum Nijmegen en Waalkade, begrensd door singels

 

 

 

 

per dag

€ 0,93

€ 0,96

 

 

per maand

€ 8,18

€ 8,44

 

 

per jaar

€ 32,76

€ 33,80

 

 

E. Overige, niet vallend onder centrum Nijmegen en singels

 

 

 

 

per dag

€ 0,53

€ 0,54

 

 

per maand

€ 4,94

€ 5,10

 

 

per jaar

€ 19,04

€ 19,65

11.

 

Circussen

Het tarief voor het hebben van tenten, wagens e.d. voor een circus bedraagt, ongeacht de omvang van de in gebruik genomen grond, per dag

€ 197,58

€ 203,84

 

Toelichting verordening Precariobelasting

 

Algemeen

Precariobelasting wordt geheven op grond van artikel 228 van de Gemeentewet.

In alle gevallen waarin de overheid het gebruik van openbare grond veroorlooft of toelaat zal de algemene regel, neergelegd in de verordening Precariobelasting, toepassing vinden. Wanneer echter diezelfde overheid in een bepaald geval een bijzondere regeling treft bij overeenkomst, zal de algemene regel geen toepassing kunnen vinden, omdat zij voor dat geval op bijzondere voorwaarden het gebruik moet toestaan (bijvoorbeeld kermisverpachtingen).

 

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 Belastbaar feit

Dit artikel bevat een gedeelte van de wettekst van artikel 228 van de Gemeentewet.

Artikelen 2, 5 en 6, Belastingplicht, begripsomschrijvingen en belastingtijdvak

Deze artikelen zijn van praktische aard. In deze artikelen is bepaald, wie belastingplichtig is, voor welke periode dat geldt en enkele begripsbepalingen worden nader uitgelegd.

Artikelen 3 en 4 Heffingsmaatstaf en tarief

Regelt de heffingsmaatstaf, tarief en de tarieftoepassing (zie ook tarieventabel) en de wijze van berekening.

Artikel 7 Vrijstellingen

Regelt de vrijstellingen.

Artikel 8 Ontheffing

Een ontheffingsbepaling als artikel 8 hoort bij deze heffing. Er kan alleen geheven worden als er sprake is van een aantoonbaar belastbaar feit. Ter verduidelijking is de toevoeging opgenomen dat op verzoek ontheffing wordt verleend over het aantal volle maanden van dat tijdvak.

Artikel 9 Wijze van heffing; tijdstip verschuldigdheid

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. De vaste standplaatsen worden geheven bij wege van nota. Deze belasting wordt decentraal uitgevoerd door Stadsbeheer.

Het vierde lid van dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat het opleggen van een aanslag en/of nota meer kost dan de uiteindelijke opbrengst zal zijn.

Artikel 10 Betalingstermijn

Regelt de betaaltermijn.

Artikel 11Kwijtschelding

De raad heeft besloten voor deze belasting geen kwijtschelding te verlenen.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

In de Regeling gemeentelijke belastingen zijn regels gesteld met betrekking tot:

-de verplichting te verzoeken om uitreiking van een aangiftebiljet;

-de mogelijkheid een voorlopige aanslag op te leggen;

-het berekenen van de invorderingsrente.

Het college van burgemeester en wethouders heeft in een regeling gemeentelijke belastingen de formele bepalingen over de heffing en invordering vermeld.

Artikel 13 Overgangsrecht

Artikel 13 regelt dat de oude verordening wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van onderhavige verordening. De oude verordening blijft van toepassing op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Voor die belastbare feiten blijft heffing dus mogelijk op basis van de oude verordening.

Artikel 14 inwerkingtreding, ingang van heffing

Ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet moet de gemeente het besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van belastingverordeningen bekend maken. Bekendmaking geschiedt door middel van publicatie in het Gemeenteblad. Het Gemeenteblad moet elektronisch worden uitgegeven. Dit gebeurt op www.Overheid.nl. De dag van bekendmaking is de dag van publicatie op www.Overheid.nl . Dit is de datum waarop de tekst van de verordening daadwerkelijk beschikbaar is voor de burger. De datum van inwerkingtreding van de heffing is vastgelegd in het tweede lid van artikel 14.

Artikel 15 Citeertitel

In dit artikel wordt de citeertitel van de verordening vermeld.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2018.

De raadsgriffier,

Drs. S.J. Ruta

De voorzitter,

Drs. H.M.F. Bruls