Gemeenteblad van Bergen op Zoom

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Bergen op ZoomGemeenteblad 2018, 277987Verordeningen



Verordening van de Gemeenteraad Bergen op Zoom inhoudende Marktgeldverordening Bergen op Zoom 2019

 

 

De raad van de gemeente Bergen op Zoom;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 november 2018, nr. RVB18-0071;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de:

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN MARKTGELD 2019

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    markt: de door het college ingestelde warenmarkt;

  • b.

    standplaats: een aan de belastingplichtige ter beschikking gestelde plaats op de markt;

  • c.

    vaste standplaats: een standplaats die tot wederopzegging ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;

  • d.

    seizoenplaats: een standplaats waarop tijdens een gedeelte van het jaar seizoengebonden producten worden verkocht;

  • e.

    dagplaats: een standplaats, niet zijnde een vaste standplaats;

  • f.

    vergunninghouder: de natuurlijke persoon aan wie door of namens het college vergunning is verleend voor het innemen van een vaste standplaats;

  • g.

    oppervlakte van de standplaats: het aantal vierkante meters, berekend naar de breedte van de standplaats vermenigvuldigd met een standaarddiepte van 4 meter.

     

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de aanduiding ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor: Onder de aanduiding ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor:

  • 1.

    Het innemen van een standplaats op de weekmarkt.

  • 2.

    Het gebruik maken van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten ten behoeve van promotiedoeleinden.

     

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Het marktgeld wordt geheven van de vergunninghouder.

  • 2.

    Het marktgeld voor promotiedoeleinden wordt geheven van de vergunninghouder van een vaste standplaats.

     

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief

  • 1.

    Het marktgeld wordt geheven naar de oppervlakte van de standplaats en bedraagt:

  • a.

    voor een vaste standplaats, per jaar, per m2 € 19,13;

  • b.

    voor een vaste standplaats, per jaar, een bedrag van € 166,14 voor promotiedoeleinden;

  • c.

    voor een seizoenplaats, per maand, per m2 € 6,99;

  • d.

    voor het incidenteel innemen van extra ruimte naast de oppervlakte waarvoor het marktgeld op jaarbasis wordt berekend, per dag, per m2 € 1,56;

  • e.

    voor een dagplaats, per marktdag, per m2 € 1,56 evenwel met een minimum per dagplaats van € 7,19.

  • 2.

    Voor de berekening van het marktgeld wordt een deel van een m² voor een geheel gerekend.

     

Artikel 5 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalenderjaar. Indien gedurende een kortere periode dan een kalenderjaar een standplaats als bedoeld in artikel 1 wordt toegewezen is het belastingtijdvak gelijk aan deze kortere periode van toewijzing.

 

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    Het marktgeld voor een vaste standplaats is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht ter zake van een vaste standplaats in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het marktgeld verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van dat belastingtijdvak verschuldigde marktgeld als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht ter zake van een vaste standplaats in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde marktgeld, als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50 per m2.

  • 4.

    Het marktgeld voor een seizoenplaats is verschuldigd bij het begin van het seizoen waarin van de standplaats gebruik wordt gemaakt.

  • 5.

    Het marktgeld voor een dagplaats is verschuldigd bij de aanvang van het innemen van een standplaats.

  • 6.

    Wanneer de belastingplichtige die gebruik maakt van een vaste standplaats gedurende meer dan vijf weken aantoonbaar buiten zijn/haar wil niet in staat geweest is de weekmarkt te bezoeken en evenmin gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid zich te laten vervangen, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde marktgeld als er volle kalendermaanden zijn, gedurende welke van de standplaats geen gebruik is gemaakt.

     

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    Het marktgeld voor een vaste standplaats of een seizoenplaats wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

  • 2.

    Het marktgeld voor een dagplaats en het incidenteel innemen van extra ruimte wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

  • 3.

    Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekend gemaakt.

     

Artikel 8 Termijn van betaling

  • 1.

    Het marktgeld voor een vaste standplaats en voor een seizoenplaats moet worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval:

  • a.

    het totaalbedrag van het op de kennisgeving vermelde marktgeld niet minder dan € 50,- bedraagt en

  • b.

    de termijnbedragen per termijn niet groter zijn dan € 1.500,- en

  • c.

    de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, het marktgeld wordt betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als na de maand van dagtekening van de kennisgeving nog kwartalen in het belastingjaar overblijven, met dien verstande, dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal 2 telt. Het nog resterende gedeelte van een kalenderkwartaal waarin het aanslagbiljet is gedagtekend, wordt voor een geheel kwartaal gerekend. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van het kalenderkwartaal volgende op de dagtekening van het aanslagbiljet, elk van de volgende termijnen vervalt telkens een kwartaal later.

  • 3.

    Het marktgeld voor een dagplaats moet worden betaald ingeval de kennisgeving:

  • a.

    mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

  • b.

    schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 4.

    De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien een van de termijnen niet is betaald doordat de automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid.

  • 5.

    Het marktgeld voor een dagplaats en het incidenteel innemen van extra ruimte wordt verschuldigd en moet worden betaald op het tijdstip waarop van de standplaats gebruik wordt gemaakt.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

     

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de marktgelden.

 

Artikel 11 Overgangsrecht en inwerkingtreding

  • 1.

    De ‘Marktgeldverordening 2018’, vastgesteld bij besluit van de raad van 20 december 2017, nr. RVB17-0070, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

     

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Marktgeldverordening Bergen op Zoom 2019’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2018.

 

De griffier, De voorzitter,

C.J.M. Terstappen