Gemeenteblad van Zandvoort

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZandvoortGemeenteblad 2018, 277733Verordeningen



Verordening Reclamebelasting 2019

De raad van de gemeente Zandvoort:

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 november 2018;

 

gelet op de overwegingen van de raadscommissie van 4 december 2018

 

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

besluit de volgende verordening vast te stellen:

 

Verordening Reclamebelasting Zandvoort 2019

 

1.1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    openbare aankondiging: letters, cijfers, tekens, symbolen, logo’s, of kleuren, of een combinatie daarvan, of een reclamevoorwerp, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • b.

    voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen, tonen of vertonen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen;

  • c.

    bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond;

  • d.

    reclamevoorwerp: een voorwerp, waarmee beoogd wordt reclame te maken dan wel aandacht te trekken van het publiek voor een product, een dienst of een bedrijf;

  • e.

    vestiging: een gebouw, of deel daarvan, een mobiel verkooppunt of een strandpaviljoen dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt en waarbij één naam wordt gevoerd;

  • f.

    mobiel verkooppunt: een roerende zaak die geplaatst of gebruikt mag worden binnen de gemeente Zandvoort krachtens een gemeentelijke vergunning voor venters of standplaatshouders;

  • g.

    strandpaviljoen: een onroerende of roerende zaak die al dan niet tijdelijk op het strand wordt geplaatst krachtens een pachtovereenkomst met de gemeente;

  • h.

    tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat;

  • i.

    exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten.

1.2 NORMSTELLING

Artikel 2 Gebiedsomschrijving

Deze verordening is van toepassing in de gebieden 1 en 2 van Zandvoort. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaarten (bijlage 1).

Artikel 3 Belastbaar feit

Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, binnen de gebieden als bedoeld in artikel 2, een belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.

Artikel 4 Belastingplicht

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven van degene die, gedurende minimaal 30 dagen per kalenderjaar, de openbare aankondiging heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht, getoond of vertoond.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon zijn aangebracht in verband met de huur of de verkoop van roerende of onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag voor één of meer openbare aankondigingen per vestiging of bouwwerk, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

  • 2.

    Voor de toepassing van dit artikel worden meerdere vestigingen of bouwwerken of delen daarvan, die tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige en waarbij één naam wordt gevoerd, als één vestiging of bouwwerk aangemerkt.

  • 3.

    Het tarief voor het minimaal 30 dagen hebben van openbare aankondigingen bedraagt per vestiging of bouwwerk in gebied 1 €204,60 en in gebied 2 €102,30.

  • 4.

    Openbare aankondigingen behoren in elk geval tot één vestiging of één bouwwerk indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt.

  • 5.

    Wanneer op grond van het tweede lid meerdere vestigingen of bouwwerken als één vestiging worden aangemerkt en deze vestigingen of bouwwerken niet in hetzelfde gebied, als bedoeld in het derde lid, zijn gelegen, wordt het hoogste tarief gehanteerd.

Artikel 6 Belastingtijdvak en ontstaan belastingschuld

  • 1.

    Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    De belastingschuld ontstaat zodra de belastingplichtige bij de vestiging of bouwwerk gedurende 30 dagen openbare aankondigingen heeft gehad, aangebracht, getoond of vertoond.

Artikel 7 Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 8 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare aankondigingen:

  • a.

    die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;

  • b.

    die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;

  • c.

    aangebracht door of namens winkeliersverenigingen, het centrummanagement, of wijkorganen, waarbij de openbare aankondiging uitsluitend bestaat uit een vlag met naam van de winkeliersvereniging, het centrummanagement, het winkelcentrum of het wijkorgaan;

  • d.

    op bouwterreinen, voor zover de openbare aankondigingen rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;

  • e.

    van instellingen die door de Rijksbelastingdienst zijn aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI) of die voldoen aan de criteria van de Rijksbelastingdienst voor een Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI) en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw of de naam van de instelling;

  • f.

    die zijn bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen zaak;

  • g.

    die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen;

  • h.

    die zijn aangebracht op scholen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw;

  • i.

    waarvan de (gezamenlijke) oppervlakte per vestiging of bouwwerk minder dan 0,35 vierkante meter bedraagt;

  • j.

    aanwezig bij sportvelden die alleen in competitieverband op amateurbasis of recreatief worden gebruikt;

  • k.

    die alleen op woensdagen aanwezig zijn.

Artikel 9 Betalingstermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld;

  • 2.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het vorige lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de doorbelasting van kosten, de heffing en de invordering van de reclamebelasting.

1.3 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 12 Bevoegdheden

De ‘ambtenaar belast met de heffing’ is belast met de uitvoering van deze verordening.

Artikel 13 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De 'Verordening Reclamebelasting Zandvoort 2018', vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening Reclamebelasting Zandvoort 2019'.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2018

De griffier,

De voorzitter,

Bijlage 1 - Kaart met omschrijving van de deelgebieden 1 en 2

 

Als aangewezen gebieden, bedoeld in artikel 2 van de Verordening Reclamebelasting Zandvoort 2019, gelden de op onderstaande kaarten afgebakende gebieden.

 

Gebied 1 (centrum) is het gebied dat begrensd wordt door de vloedlijn aan de westkant en de volgende straten, waarbij beide zijden van deze straten tot het gebied behoren waar reclamebelasting geheven wordt:

 

Boulevard Barnaart vanaf de gemeentegrens, Burgemeester van Alphenstraat, Rob Slotemakerstraat, wandelpad ten noorden van het bungalowpark (thans Center Parcs), Doctor Jacobus P. Thijsseweg in zuidelijke richting, parkeerplaats ten noorden van J. Catsstraat, Vondellaan, Van Lennepweg, Van Speijkstraat, Stationsplein, groenstrook tussen enerzijds de spoorlijn en anderzijds Witte Veld en Tollensstraat, over/onder de spoorlijn tot Kostverlorenstraat, Koninginneweg, Brederodestraat, Zuiderduinpad tot aan de gemeentegrens.

 

Gebied 2 (overig) is het gebied dat aansluit op gebied 1 (centrum) en dat begrensd wordt door de volgende straten, waarbij beide zijden van deze straten tot het gebied behoren waar reclamebelasting geheven wordt:

 

Thomsonstraat, duinen ten noorden van Lorentzstraat, Duinpieperspad in noordoostelijke richting, fietspad in zuidelijke richting, onder het spoor door, Visserspad, Blinkertweg, Natuurviaduct, Zandvoortselaan in westelijke richting, Doctor C.A. Gerkestraat, Cornelis van der Werffstraat, Frans Zwaanstraat, Cort van der Lindenstraat, parkeerplaats aan de oostkant van de Brederodestraat.

 

Alles wat binnen de buitengrens zit van gebied 2 en niet is gelegen in gebied 1 valt in gebied 2.