Gemeenteblad van Nieuwegein

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
NieuwegeinGemeenteblad 2018, 276493Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nieuwegein houdende regels omtrent de heffing en invordering van leges Legesverordening 2019

De raad van de gemeente Nieuwegein

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 november 2018;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet

 

besluit vast te stellen de: "Verordening op de heffing en de invordering van leges 2019"

Artikel 1. Begripsomschrijving

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • d.

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2. Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor:

    • a.

      het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    • b.

      het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of reisdocument;

      één en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

  • 2.

    Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 3. Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4. Vrijstelling

Leges worden niet geheven voor:

  • 1.

    het afgeven van bewijzen van onvermogen;

  • 2.

    verleende diensten, in het persoonlijk belang benodigd door personen, die door een verklaring afgegeven door de burgemeester van hun woon- of verblijfplaats, of op andere wijze van hun onvermogen doen blijken;

  • 3.

    als bedoeld in hoofdstuk 6 (Gemeentearchief en kadaster) van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien raadpleging en naspeuring in het openbaar belang geschieden door of voor een rijksdienst, provinciale dienst of gemeentelijke dienst of voor de dienst van een waterschap;

  • 4.

    als bedoeld in onderdeel 1.16.2.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien de aanvraag is ingediend door een instelling, voorkomend op het collecteplan van de Centraal Bureau Fondsenwerving;

  • 5.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald.

  • 6.

    diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag beterkking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • 7.

    Diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend.

Artikel 5. Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

  • 3.

    De tarieven als opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel worden verhoogd met de redelijkerwijs gemaakte kosten waarin niet reeds is voorzien in het in de tarieventabel opgenomen tarief.

  • 4.

    Tot de kosten als bedoeld in het derde lid worden in ieder geval gerekend portokosten, de kosten van het inwinnen van extern advies en de kosten van publicatie.

  • 5.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artkel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

Artikel 6. Wijze van heffing

  • 1.

    De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

  • 2.

    Belastingbedragen van minder dan € 3,00 worden niet geheven.

Artikel 7. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8. Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Vermindering

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10. Overdracht van bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

    • 2.

      hoofdstuk 3 (rijbewijzen)

    • 3.

      onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen)

    • 4.

      hoofdstuk 5 (verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens);

    • 5.

      hoofdstuk 12 (kansspelen)

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 12. Overgangsbepaling

  • 1.

    De `Legesverordening 2018’, vastgesteld door de raad op 18 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten:

    • a.

      die zich voor die datum hebben voorgedaan;

    • b.

      waarop de Wet Ruimtelijke Ordening of de Woningwet zoals deze luidden voor inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog moet worden toegepast.

  • 2.

    indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 13. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De in de tarieventabel genoemde normbladen NEN en UAV worden bekendgemaakt door terinzagelegging op het Stadshuis, Stadsplein 1, Nieuwegein alsmede ten kantore van de BghU, Stadsplateau 1 te Utrecht.

  • 3.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2019.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Legesverordening 2019’.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 december 2018.

de griffier, de voorzitter,

Bijlage 1: TARIEVENTABEL 2019 behorende bij de “Legesverordening 2019”

 

TARIEVENTABEL 2019 behorende bij de “Legesverordening 2019”

2019

Alle bedragen in de tabel worden uitsluitend weergegeven in Euro’s

 

 

 

 

titel 1

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

 

1.1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in de Trouwzaal van het Stadshuis, Stadsplein 1

 

 

 

 

1.1.1.1

op werkdagen tussen 9.00 uur en 17.00 uur

456,00

 

met dien verstande dat geen leges worden geheven indien de voltrekking van het huwelijk, de registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk plaatsheeft op maandag of dinsdag om 10.00 uur in de voorruimte/spreekkamer van het Stadshuis, Stadsplein 1

 

 

 

 

1.1.1.2

op zaterdag tussen 9.00 en 17.00 uur

590,10

 

 

 

1.1.2

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in een verkorte ceremonie (< 15 minuten) in de Trouwzaal van het Stadshuis, Stadsplein 1

160,90

 

 

 

1.1.3

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, op een andere locatie dan genoemd in 1.1.1 of 1.1.2

 

 

 

 

1.1.3.1

Op werkdagen

563,20

 

 

 

1.1.3.2

op zaterdag

697,40

 

 

 

1.1.3.3

op zon- en feestdagen

750,90

 

 

 

1.1.4

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in een bijzonder huis ingevolge artikel 64, boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

 

 

 

 

1.1.4.1

Op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 uur

456,00

 

 

 

1.1.4.2

Op enig moment anders dan genoemd in 1.1.4.1

590,10

 

 

 

1.1.5

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of een partnerschapboekje:

26,90

 

 

 

1.1.6

Het tarief bedraagt voor het doen van nasporingen in de registers van de Burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier:

21,20

 

 

 

1.1.7

voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet Rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

 

 

 

1.1.8

het tarief voor het benoemen van een 'Onbezoldigd tijdelijk buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand' bedraagt

343,20

 

 

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

 

1.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

 

 

 

1.2.1

van een nationaal paspoort:

 

 

 

 

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.2.2.

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in 1.2.1 (zakenpaspoort)

 

 

 

 

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.2.3

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort)

 

 

 

 

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.2.4

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.2.5

van een Nederlandse identiteitskaart:

 

 

 

 

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatselijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.2.6

voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedragdat gelijk is aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

 

1.3.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs is gelijk aan het bedrag dat laatstelijk is vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

1.3.2

Het tarief als genoemd bij 1.3.1, wordt bij een spoedlevering vermeerderd met het door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde tarief, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de BasisRegistratie Personen

 

1.4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder een verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent een persoon waarvoor de BasisRegistratie Personen moet worden geraadpleegd.

 

 

 

 

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking

10,60

 

 

 

1.4.3

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de BasisRegistratie Personen, voor ieder daaraan besteed kwartier:

21,20

 

 

 

1.4.4

voor het op verzoek verstrekken van een persoonslijst geldt hetzelfde tarief als bedoeld in 1.4.2

 

 

 

 

1.4.5

Het tarief voor het verstrekken van informatie op basis van selecties uit het BRP-bestand bedraagt voor ieder daaraan besteed kwartier:

22,50

 

 

 

hoofdstuk 5 Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens VERVALLEN

 

1.5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van gegevens uit een verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Wet Bescherming persoonsgegevens

15,00

 

 

 

Hoofdstuk 6 Bestuursstukken (vervallen)

 

 

Hoofdstuk 7 Bodeminformatie

 

1.7.1

vervallen.

 

 

 

 

1.7.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van bodemgegevens inzake (mogelijke) verontreinigingen, per gewenst adres:

 

 

 

 

1.7.2.1

bij handmatige verstrekking

31,80

 

 

 

1.7.2.2

bij automatische afhandeling via de gemeentelijke website

11,30

 

 

 

1.7.3

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het aanleveren van de actuele, digitale bodemdata in het gemeentelijk BodemInformatieSysteem, conform het landelijk geldende SIKB-uitwisselingsprotocol of als Oracle dump

51,50

 

 

 

Hoofdstuk 8 Overige publiekszaken

 

1.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

 

 

 

1.8.1.1

een verklaring omtrent het gedrag: het tarief dat is vastgesteld op grond van artikel 39 van de Wet Justitiële en Strafvorderlijke gegevens en de 'Regeling leges en afdrachtvergoeding VOG'.

 

 

 

 

1.8.1.2

verklaring van in leven zijn

13,10

 

 

 

1.8.1.3

een legalisatie van een handtekening:

13,10

 

 

 

1.8.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bewijs van Nederlanderschap:

13,10

 

 

 

1.8.1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

 

 

 

1.8.1.5.1

Een bewijs van opneming in de BasisRegistratie Personen (uittreksel BRP)

13,10

 

 

 

1.8.1.5.2

Een bewijs van opneming van een gezin (gezinsuittreksel BRP)

13,10

1.8.1.6

Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot naturalisatie of afleggen van een optieverklaring als bedoeld in de Rijkswet op het Nederlanderschap, geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Besluit naturalisatiegelden, zoals dat laatstelijk is vervangen of gewijzigd,

 

Hoofdstuk 9 vervallen.

 

 

 

 

Hoofdstuk 10 Leegstandwet

 

1.10

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag

 

 

 

 

1.10.1

tot het verkrijgen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Leegstandwet

137,30

 

 

 

Hoofdstuk 11 Winkeltijdenwet

 

1.11.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet:

92,90

 

 

 

Hoofdstuk 12 Wet op de kansspelen  

 

1.12.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

 

 

 

1.12.1.1

Voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:

56,50

 

 

 

1.12.1.2

Voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat:

56,50

 

 

 

 

en voor iedere volgende kansspelautomaat

34,00

 

 

 

1.12.1.3

Voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd

226,50

 

 

 

1.12.1.4

Voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat

226,50

 

 

 

 

en voor iedere volgende kansspelautomaat:

136,00

 

 

 

1.12.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

86,20

 

 

 

Hoofdstuk 13 Kinderopvang

 

1.13.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een uittreksel uit het register bedoeld in art. 46 van de Wet Kinderopvang, per uittreksel

27,70

 

 

 

Hoofdstuk 14 Telecommunicatie

 

1.14

het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een instemmingsbesluit

 

 

 

 

1.14.1

als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid sub b van de Telecommunicatiewet en artikel 2 en 4 van de Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein of voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in art 2:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Nieuwegein

553,60

 

 

 

1.14.1.1

Bij instemmingsbesluit, voor de eerste 2.500 m¹ of een deel daarvan, per m1

1,20

 

 

 

1.14.1.2

Bij instemmingsbesluit, tussen de 2.500 m¹, en 5.000 m¹ voor elke m¹ per m1

1,20

 

 

 

1.14.1.3

Bij instemmingsbesluit, > 5.000 m¹ voor elke m¹ per m1

1,20

 

 

 

1.14.1.4

indien overleg met andere partijen is benodigd, wordt daarnaast het bedrag genoemd in 1.14.1.1 vermeerderd met

157,10

 

 

 

1.14.1.5

voor de plaatsing van een handhole als bedoeld in art 4, eerste lid, sub d onder 4e van de Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein, vermeerderd met

37,00

 

 

 

1.14.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van vergunning omtrent tijdstip, plaats en wijze van uitvoering van werkzaamheden m.b.t. andere kabels en leidingen voor nuts en andere voorzieningen:

545,30

 

 

Hoofdstuk 15 Verkeer en Vervoer

 

1.15.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 123 van het Wegenverkeersreglement inzake gedragsregels verband houdende met inrichting en belading van voertuigen:

16,60

 

 

 

1.15.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een ontheffing van het verbod

 

 

 

 

1.15.2.1

aan de Utrechtsestraatweg, voor alle verkeer met uitzondering van voetgangers, ter hoogte van de Remiseweg zoals is vastgesteld bij besluit van 27 maart 1990, krachtens artikelen 87 en 90 van het reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) en het bepaalde in artikel 62 van de RVV 1990 voor zover het betreft verkeersteken C1 van bijlage 1 van het RVV 1990:

33,80

 

 

 

1.15.2.2

voor het berijden van de voetgangerszone Stadsplein met motorvoertuigen buiten de ingestelde venstertijden zoals vastgesteld bij besluit van XXX juni 2012, krachtens artikelen 10, 87 en 90 van het reglement verkeersregels en verkeerstekend (RVV 1990) en het bepaalde in titel 4.3 van de Algemene Wet bestuursrecht.

33,80

 

 

 

1.15.3

vervallen

 

 

 

 

1.15.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot

 

 

 

 

1.15.4.1

ontheffing route gevaarlijke stoffen, als bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen

229,10

 

 

 

1.15.4.2

Verlengen van een ontheffing, bedoeld in 1.15.4.1

127,20

 

 

 

1.15.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot

 

 

 

 

1.15.5.1

Het wijzigen van een parkeervergunning (kenteken)

4,50

 

 

 

1.15.5.2

Het verstrekken van een duplicaat-parkeervergunning

49,20

 

 

Hoofdstuk 16 Algemeen

 

1.16.1

het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag

 

 

 

 

1.16.1.1

tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in

 

 

 

 

1.16.1.1.1

artikel 2 van de Verordening aansluitvoorwaarden drainage

91,00

 

 

 

1.16.1.1.2

artikel 2 van de Verordening aansluitvoorwaarden riolering

91,00

 

 

 

1.16.1.2

tot het verstrekken van een duplicaat van een WOZ-beschikking of een aanslag gemeentelijke belastingen

18,90

 

 

 

1.16.2

het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag

 

 

 

 

1.16.2.1

tot het verkrijgen van een ontheffing van een verbod of een verplichting of het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in de Algemene Plaatselijke verordening per ononderbroken periode dat de ontheffing of de vergunning geldt, met uitzondering van het elders in deze tabel bepaalde

98,10

 

 

 

1.16.2.2

ingevolge art. 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening

 

 

 

 

1.16.2.2.1

tot het verkrijgen van een horecaexploitatievergunning inclusief terras, met uitzondering van de bedrijven die vóór 1 januari 2011 over een geldige terrasvergunning ingevolge de APV 2009 of eerder beschikten

665,10

 

 

 

1.16.2.2.2

tot het wijzigen van een horecaexploitatievergunning inclusief terras

332,30

 

 

 

1.16.2.2.3

tot het verkrijgen van een horecaexploitatievergunning exclusief terras

332,30

 

 

 

1.16.2.2.4

tot het wijzigen van een horecaexploitatievergunning exclusief terras

223,20

 

 

 

1.16.2.2.5

Tot het verkrijgen van een vergunning exploitatie van een openbare inrichting

662,40

 

 

 

1.16.2.2.6

Tot het wijzigen van een vergunning exploitatie van een openbare inrichting

331,20

 

 

 

1.16.2.3

ingevolge artikel 2: 11 van de Algemene Plaatselijke Verordening (aanleggen van een weg)

 

 

 

 

1.16.2.3.1

ten behoeve van het aanleggen van leidingen

302,70

 

 

 

1.16.2.3.2

in alle andere gevallen

100,90

 

 

 

1.16.2.4

ingevolge art. 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening (opslag van roerende zaken in de openbare ruimte)

201,80

 

 

 

1.16.2.5

ingevolge artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke verordening (standplaatsen op de weg tot verkoop):

 

 

 

 

1.16.2.5.1

geldig voor een dag

86,60

 

 

 

1.16.2.5.2

geldig voor een maand

129,80

 

 

 

1.16.2.5.3

geldig voor een jaar

371,60

 

 

 

1.16.2.6

Indien voor een aanvraag als bedoeld in 1.16.2.1 op grond van 1.16.2.2 tot en met 1.16.2.5 verschillende vergoedingen kunnen worden gevraagd, dan wordt niet meer dan het bedrag van de hoogste vergoeding gevraagd, vermeerderd met maximaal

98,10

 

 

 

1.16.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

 

 

 

1.16.3.1

afschriften, doorslagen, fotokopieën van stukken, alsmede nota’s voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

 

 

 

1.16.3.1.1

per pagina op papier van A4-formaat:

0,40

 

 

 

1.16.3.1.2

per pagina op papier van A3-formaat:

0,40

 

 

 

1.16.3.2

kaarten, tekeningen en lichtdrukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk:

11,80

 

 

 

1.16.3.3

een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

33,80

 

 

 

1.16.4

vervallen

 

 

 

 

1.16.5

vervallen

 

 

 

 

1.16.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag

 

 

 

 

1.16.6.1

ingevolge de Regeling Burgerluchthavens tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar ingevolge artikel 18 lid 2 (het doen opstijgen van een vrije ballon)

 

 

 

 

1.16.6.1.1

per keer

98,10

 

 

 

1.16.6.1.2

per jaar maximaal vijf keer, vanaf park Oudegein

247,30

 

 

 

1.16.6.2

tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar voor het doen opstijgen van een kabelballon voor een periode van maximaal één week op dezelfde plaats

98,10

 

 

 

1.16.7

Het tarief bedraagt voor het verzegelen of opnieuw laten verzegelen na verbreken van het zegel van een geluidsbegrenzer in een inrichting waarop de Wet Milieubeheer van toepassing is

268,70

 

 

 

Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

 

 

 

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

 

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

 

2.1.1.1

aanlegkosten:

 

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

2.1.1.2.1

bouwkosten:

 

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV 1989), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

2.1.1.2.2

Bij het vaststellen van de bouwkosten als bedoeld in 5.2.1.1.2.1 worden de kosten van het vervangen van een 'Kwaaitaalvloer’ of een Mantavloer’ welke is aangetast door betonrot, die wordt veroorzaakt door het gebruik van calciumchloride bij de fabricage van de vloer, buiten beschouwing gelaten.

 

2.1.1.3

sloopkosten:

 

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting,, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

2.1.1.4

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Principeaanvragen

 

2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een principeaanvraag in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is:

 

 

Welstandstoets

 

2.2.1

Indien de principeaanvraag betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, en sprake is van een welstandstoets, het tarief zoals bepaald in onderdeel 2.3.1.2

 

 

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

2.2.2

Indien de principeaanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, het tarief zoals bepaald in onderdeel 2.3.3

 

 

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

2.2.3

Indien de principeaanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, het tarief zoals bepaald in onderdeel 2.3.4

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

 

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf en paragraaf 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

 

 

2.3.1

Bouwactiviteiten

 

2.3.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.1.1.1

indien de bouwkosten minder dan € 10.000 bedragen:

225,00

2.3.1.1.2

indien de bouwkosten € 10.000 tot € 225.000 bedragen:

225,00

 

vermeerderd met:

3,70%

 

van de bouwkosten die uitgaan boven € 10.000;

 

2.3.1.1.3

indien de bouwkosten € 225.000 tot € 2.250.000 bedragen:

8.180,00

 

vermeerderd met:

2,89%

 

van de bouwkosten die uitgaan boven € 225.000;

 

2.3.1.1.4

indien de bouwkosten € 2.250.000 tot € 10.000.000 bedragen:

66.702,50

 

vermeerderd met:

1,89%

 

van de bouwkosten die uitgaan boven € 2.250.000;

 

2.3.1.1.5

indien de bouwkosten € 10.000.000 tot € 25.000.000 bedragen:

213.177,50

 

vermeerderd met:

1,10%

 

van de bouwkosten die uitgaan boven € 10.000.000;

 

2.3.1.1.6

indien de bouwkosten € 25.000.000 of meer bedragen:

378.177,50

 

vermeerderd met:

0,63%

 

van de bouwkosten die uitgaan boven € 25.000.000.

 

 

 

 

 

Welstandstoets

 

2.3.1.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning of een principeaanvraag betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, en sprake is van een welstandstoets, bedraagt het tarief:

 

2.3.1.2.1

indien de (geraamde) bouwkosten minder dan € 10.000 bedragen:

26,50

2.3.1.2.2

indien de (geraamde) bouwkosten € 10.000 tot € 50.000 bedragen:

52,90

2.3.1.2.3

indien de (geraamde) bouwkosten € 50.000 tot € 225.000 bedragen:

264,20

2.3.1.2.4

indien de (geraamde) bouwkosten € 225.000 tot € 450.000 bedragen:

634,20

2.3.1.2.5

indien de (geraamde) bouwkosten € 450.000 tot € 1.000.000 bedragen:

951,3050

2.3.1.2.6

indien de (geraamde) bouwkosten € 1.000.000 tot € 2.250.000 bedragen:

1.268,30

2.3.1.2.7

indien de (geraamde) bouwkosten € 2.250.000 tot € 10.000.000 bedragen:

1.691,20

2.3.1.2.8

indien de (geraamde) bouwkosten € 10.000.000 tot € 25.000.000 bedragen:

2.536,80

2.3.1.2.9

indien de (geraamde) bouwkosten € 25.000.000 of meer bedragen:

3.805,10

2.3.1.2.10

indien de aanvraag enkel reclameobjecten betreft, en de bouwkosten minder dan € 10.000 bedragen

52,90

 

 

 

 

 

 

 

Verplicht advies agrarische commissie

 

2.3.1.3

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld:

 

 

 

 

2.3.1.4

Achteraf ingediende aanvraag

 

2.3.1.4.1

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit:

10% 

 

van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges, met een minimum van;

100,90

 

En een maximum van:

1.086,30

 

vermeerderd met:

 

 

 

 

2.3.1.4.2

Indien er advies aan de welstandcommissie is gevraagd, om voorafgaande aan de ingediende aanvraag een indicatie te verkrijgen of de aangevangen of gereedgekomen bouwactiviteit in het kader van de Wabo vergunbaar is per uitgebracht advies.

60,90

 

 

 

 

Beoordeling aanvullende gegevens

 

2.3.1.5

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de in dat onderdeel bedoelde aanvraag al in behandeling is genomen:

nihil

 

 

 

2.3.2

Aanlegactiviteiten

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

100,90

 

 

 

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning of een principeaanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1:

 

2.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

100,90

2.3.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

 

2.3.3.2.1

in verband met bouwactiviteiten m.b.t. ten hoogste 50 m2 (vloer)oppervlak op woonpercelen:

198,30

2.3.3.2.2

in verband met overige bouwactiviteiten:

396,50

2.3.3.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

 

2.3.3.3.1

indien de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding of bestemmingswijziging van maximaal 100 m2:

1.613,80

2.3.3.3.2

indien de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding of bestemmingswijziging van meer dan 100 m2:

4.841,40

2.3.3.4

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking):

907,60

 

van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag;

 

2.3.3.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

nihil

2.3.3.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

nihil

2.3.3.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

nihil

2.3.3.8

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

nihil

 

 

 

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

252,20

2.3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

 

2.3.4.2.1

in verband met activiteiten m.b.t. ten hoogste 50 m2 (vloer)oppervlak op woonpercelen:

347,00

2.3.4.2.2

in verband met overige activiteiten:

693,90

2.3.4.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

 

2.3.4.3.1

indien de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding of bestemmingswijziging van maximaal 100 m2:

2.017,20

2.3.4.3.2

indien de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding of bestemmingswijziging van meer dan 100 m2:

5.748,60

2.3.4.4

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking)

1.008,40

2.3.4.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

Nihil

2.3.4.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

Nihil

2.3.4.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

Nihil

2.3.4.8

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

Nihil

 

 

 

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.5.1

indien sprake is van bedrijfsmatig verschaffen van nachtverblijf of; verschaffenvan nachtverblijf in het kader van verzorging, of;verschaffen van dagverblijf aan personen jonger dan 12 jaar en voor lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen, aan:

 

2.3.5.1

11 - 50 personen

1.214,00

2.3.5.2

51 – 250 personen

1.821.10

2.3.5.3

251 - 500 personen

2.276,00

2.3.5.4

501 – 750 personen

2.427,90

2.3.5.4

> 750 personen

3.035,00

 

 

 

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

2.3.6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, (Rijksmonument) bedraagt het tarief:

 

2.3.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

1.490,70

2.3.6.1.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

794,80

2.3.6.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de Erfgoedverordening Nieuwegein aangewezen monument, waarvoor op grond van die verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

 

2.3.6.2.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

806,80

2.3.6.2.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

403,10

2.3.6.3

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening of de Erfgoedverordening Nieuwegein aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

403,10

 

 

 

2.3.7

vervallen

 

 

 

 

2.3.8

Aanleggen of veranderen weg

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.8.1

Indien de activiteit ten behoeve van het aanleggen van leidingen is:

302,70

2.3.8.2

In alle andere gevallen:

100,90

 

 

 

2.3.9

Uitweg/inrit

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.9.1

in gevallen van het aanleggen van een nieuwe uitweg:

 

2.3.9.1.1

ten behoeve van een individueel woonperceel:

293,10

2.3.9.1.2

ten behoeve van overige percelen:

495,80

2.3.9.2

in gevallen van het verbreden van een bestaande uitweg:

195,20

2.3.9.3

in gevallen van het aanleggen van een tuinuitgang:

195,20

 

 

 

2.3.10

Kappen

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2 van de Bomenverordening Nieuwegein een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:

Nihil

 

 

 

2.3.11

Opslag van roerende zaken/plaatsen van voorwerpen in de openbare ruimte

 

2.3.11.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van het openbare gebied, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j en k, van de Wabo bedraagt het tarief:

201,80

2.3.11.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 5.2.3.11.1, bedraagt het tarief indien er advies aan de welstandscommissie wordt gevraagd, per uitgebracht advies;

60,90

 

 

 

2.3.12

Projecten of handelingen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998

 

2.3.12.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of planten, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 bedraagt het tarief:

Nihil

2.3.12.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door het ministerie van Economische Zaken aangewezen gebied als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998

Nihil

 

 

 

2.3.13

Handelingen in het kader van de Flora- en Faunawet

 

2.3.13.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een handeling waarvoor op grond van artikel 75, derde lid, van de Flora- en Faunawet ontheffing nodig is, bedraagt het tarief:

302,80

2.3.13.2

Onverminderd het bepaalde in voorgaande artikel, bedraagt het tarief voor het aanvragen van een verklaring van geen bedenkingen van het ministerie van Economische Zaken

512,50

 

 

 

2.3.14

Andere activiteiten

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van deze paragraaf bedoeld en die activiteit of handeling:

 

2.3.14.1

behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief:

100,90

2.3.14.2

behoort tot een bij gemeentelijke verordening categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, en zijn geïntegreerd in de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

Nihil

2.3.14.3

behoort tot een bij gemeentelijke verordening categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, en niet zijn geïntegreerd in de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2: het bedrag dat op grond van deze tarieventabel voor de betreffende vergunning of ontheffing verschuldigd is als de activiteit zou worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning.

Nihil

2.3.14.4

behoort tot een bij provinciale of waterschapsverordening verordening categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Nihil

 

 

 

2.3.15

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.15.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in deze paragraaf voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

2.3.15.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in deze paragraaf voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

 

 

 

2.3.16

Beoordeling bodem- en geluidsrapport

 

 

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een rapport wordt beoordeeld:

 

2.3.16.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

403,50

2.3.16.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

403,50

2.3.16.3

voor de beoordeling van een rapport aangaande de geluidsbelasting op de gevel

403,50

 

 

 

2.3.17

Advies

 

2.3.17.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.3.17.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

 

 

2.3.18

Verklaring van geen bedenkingen

 

2.3.18.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan, anders dan in voorgaande onderdelen reeds genoemd, een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:

 

2.3.18.1.1

indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:

Nihil

2.3.18.1.2

indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.3.18.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.18.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

 

2.4.1

Indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in hoofdstuk 3 is voorafgegaan door een principeaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2 die redelijkerwijs betrekking heeft op hetzelfde project, worden de leges als bedoeld in de onderdelen 2.3.1.2, 2.3.3 en 2.3.4 niet opnieuw geheven als dat op basis van hoofdstuk 2 al is gebeurd.

 

2.4.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18. De vermindering bedraagt:

 

2.4.2.1

bij 5 tot 10 activiteiten:

Nihil

 

van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

 

2.4.2.2

bij 10 tot 15 activiteiten:

Nihil

 

van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

 

2.4.2.3

bij 15 of meer activiteiten:

Nihil

 

van de voor die activiteiten verschuldigde leges.

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

 

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning

 

 

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat activiteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.9, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf geldt niet voor de onderdelen 2.3.1.2 (welstandstoets) en 2.3.1.4 (achteraf ingediende aanvraag) en bedraagt:

 

2.5.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 1 maand na het in behandeling nemen ervan

75%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

2.5.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 1 maand na het in behandeling nemen ervan

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning

 

 

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.9, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf geldt niet voor de onderdelen 2.3.1.2 (welstandstoets) en 2.3.1.4 (achteraf ingediende aanvraag) en bedraagt:

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning

 

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.9 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf geldt niet voor de onderdelen 2.3.1.2 (welstandstoets) en 2.3.1.4 (achteraf ingediende aanvraag) en bedraagt:

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

2.5.3.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

 

 

 

2.5.4

Minimumbedrag voor teruggaaf

 

 

Een bedrag dat op basis van deze paragraaf voor teruggaaf in aanmerking komt, wordt niet teruggegeven als het bedrag minder is dan:

100,90

 

 

 

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

 

2.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 2.5.2 van toepassing is:

Nihil

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Aanvraag omgevingsvergunning voor wijziging van nog niet uitgevoerde bouwactiviteit waarop al eerder is besloten

 

2.7.1.1

Indien een aanvraag wordt ingediend voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging van een nog niet uitgevoerde bouwactiviteit waarvoor in een eerdere stadium een vergunning is verleend, en deze vergunning sindsdien niet is ingetrokken of vernietigd bij rechterlijke uitspraak, wordt het tarief voor de bouwactiviteit als bedoeld in 2.3.1.1, vervangen door het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.7.1.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.7.1.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.7.2

Indien een aanvraag wordt ingediend voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging van een bouwactiviteit waarvoor in een eerder stadium een vergunning is geweigerd of vernietigd bij rechterlijke uitspraak, wordt het tarief voor de bouwactiviteit als bedoeld in 2.3.1.1, vermenigvuldigd met een factor 0,80.

 

2.7.3

Indien een aanvraag wordt ingediend voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging van een bouwactiviteit waarvoor in een eerder stadium een vergunning is aangevraagd en op verzoek van de aanvrager is ingetrokken binnen de termijn als bedoeld in 2.5.1.2 wordt het tarief voor de bouwactiviteit als bedoeld in 2.3.1.1, vermenigvuldigd met een factor 0,70.

 

 

 

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

 

2.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, of het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening

 

2.8.1

indien de aanvraag betrekking heeft op een bestemmingswijziging van maximaal 100 m2:

2.017,20

2.8.2

indien de aanvraag betrekking heeft op een bestemmingswijziging van meer dan 100 m2:

5.748,60

 

 

 

Hoofdstuk 9 Sloopmelding

 

2.9

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een sloopmelding als bedoeld in artikel 8.2.1 van de Bouwverordening Nieuwegein

Nihil

 

 

 

Hoofdstuk 10 Ontheffing geluids- of trillingshinder

 

2.10.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing geluidhinder ingevolge artikel 8.4 van het Bouwbesluit

 

2.10.1.1

voor één dag

217,30

2.10.1.2

voor meerdere dagen tot een maximum van 30 dagen

265,70

2.10.1.3

voor meer dan 30 dagen

314,10

2.10.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing trillingshinder ingevolge artikel 8.5 van het Bouwbesluit

 

2.10.2.1

voor één dag

217,30

2.10.2.2

voor meerdere dagen tot een maximum van 30 dagen

265,70

2.10.2.3

voor meer dan 30 dagen

314,10

 

 

 

Hoofdstuk 11 In deze titel niet benoemde beschikking

 

2.11

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

Nihil

 

 

 

titel 3

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 

 

 

 

Hoofdstuk 1 Horeca

 

3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot

 

 

 

 

3.1.1.1

het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet (het uitoefenen van een horecabedrijf of slijtersbedrijf)

743,10

 

 

 

3.1.1.2

het aanpassen van een ingevolge art.3 van de Drank- en Horecawet verkregen vergunning

 

 

 

 

3.1.1.2.1

Met betrekking tot melding van een bijschrijving of doorhaling van een leidinggevende ingevolge artikel 30 A van de Drank- en Horecawet.

185,80

 

 

 

3.1.1.2.2

Met betrekking tot wijziging, toevoeging of vermindering van lokaliteiten of terrassen ingevolge artikel 30 van de Drank- en Horecawet

185,80

 

 

 

3.1.1.3

 

het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

 

 

92,90

 

 

 

3.1.1.4

 

het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4 lid 5 van de Drank- en Horecawet

 

 

92,90

 

 

 

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen

 

3.2

het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning/ontheffing als bedoeld in de Algemene Plaatselijke verordening

 

 

 

 

3.2.1

in artikel 2:25 (vergunning houdende evenementen)

 

 

 

 

3.2.1.1

Eéndaagse evenementenvergunning zonder publicatie:

324,40

 

 

 

3.2.1.2

Eéndaagse evenementenvergunning met publicatie:

356,70

 

 

 

3.2.1.3

Meerdaagse evenementenvergunning zonder publicatie

648,90

 

 

 

3.2.1.4

Meerdaagse evenementenvergunning met publicatie

681,00

 

 

 

3.2.2

in artikel 4:3 (ontheffing incidentele festiviteiten) en/of 4:5 (ontheffing onversterkte muziek)

 

 

 

 

3.2.2.1

Ontheffing voor één dag

120,70

 

 

 

3.2.2.2

Ontheffing voor maximaal zes dagen

169,10

 

 

 

3.2.2.3

Ontheffing voor zeven of meer dagen

217,30

 

 

 

3.2.3

in artikel 4:6 (overig geluidshinder):

 

 

 

 

3.2.3.1

Ontheffing voor één dag

217,30

 

 

 

3.2.3.2

Ontheffing voor meerdere dagen tot een maximum van 30 dagen

265,70

 

 

 

3.2.3.3

Ontheffing voor meer dan 30 dagen

314,10

 

 

 

3.2.4

ingevolge artikel 5:23 van de Algemene Plaatselijke verordening (rommelmarkten e.d.)

98,10

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven

 

3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

 

 

 

3.3.1

een expoitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening, anders dan een wijziging als bedoeld in 3.3.2

 

 

 

 

3.3.1.1

voor een seksinrichting

1.501,20

 

 

 

3.3.1.2

voor een escortbedrijf

831,70

 

 

 

3.3.2

wijziging van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in artikel 3:15, tweede lid van de APV

 

 

 

 

3.3.2.1

voor een seksinrichting

185,80

 

 

 

3.3.2.1

voor een escortbedrijf

185,80

 

 

 

3.3.3

Op 3.3.1.1 en 3.3.1.2 is van toepassing dat dit tarief geldt voor een vergunning voor de periode van drie jaren of zoveel korter als de vergunning noodzakelijkerwijs vervangen dient te worden.

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Huisvestingswet

 

3.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een

 

 

 

 

3.4.1.1

splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014

201,20

 

 

 

3.4.1.2

omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 21. lid c van de Huisvestingswet 2014

201,20

 

 

 

3.4.1.3

woningvormingsvergunning als bedoeld in artikel 21, lid d van de Huisvestingswet 2014

201,20

 

 

 

3.4.1.4

urgentieverlening als bedoeld in artikel 12 van de Huisvestingswet 2014

91,30

 

 

 

 

 

 

Behorende bij het raadsbesluit van 13 december 2018,

 

 

 

 

 

 

 

De raadsgriffier van de gemeente Nieuwegein,