Gemeenteblad van Best

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BestGemeenteblad 2018, 270747Verordeningen



Legesverordening 2019

 

De raad van de gemeente Best;

 

gezien het voorstel van Burgemeester en wethouders;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de

Paspoortwet;

 

besluit

 

tot vaststelling van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2019 (“Legesverordening 2019”).

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a.   ‘dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

b.   ‘week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

c.   ‘maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e  dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

d. ‘jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

e.   ‘kalenderjaar’: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

 

Artikel 2 Belastbaar feit

1. Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

een ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

2.  Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

 

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het

reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen

zijn verricht.

 

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

a.  De leges genoemd in de tarieventabel onder 1.7.1.1, 1.7.1.2, 1.20.2.2, 1.20.2.5, en 1.20.2.6 worden niet geheven voor de in het openbaar belang afgegeven stukken en verstrekte inlichtingen aan openbare besturen, ambtenaren en instellingen;

  • b.

    de leges genoemd in de tarieventabel onder 1.7.1.1 en 1.7.1.2 worden niet geheven voor zover de daarbij vermelde stukken worden afgegeven aan politieke groeperingen, waarvan de aanduiding bij de Kiesraad is geregistreerd dan wel welke aan de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen hebben deelgenomen, zulks tot een aantal van één exemplaar. Indien een politieke groepering in de gemeenteraad is vertegenwoordigd daarboven nog eens evenzoveel exemplaren als er namens die politieke groepering raadsleden zitting hebben in de gemeenteraad;

  • c.

    de leges worden niet geheven voor stukken of handelingen, welke ambtshalve worden afgegeven of voor diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;

  • d.

    de leges worden niet geheven voor inlichtingen, opgaven, handelingen of stukken, welke met vergunning van het college van burgemeester en wethouders worden verstrekt, verricht of afgegeven ten behoeve van rechtstreeks gebruik voor het algemeen belang dienende voorlichting over de gemeente, haar organen en instellingen;

  • e.

    de leges worden niet geheven voor het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen;

  • f.

    de leges genoemd in de tarieventabel onder 1.10.1 worden niet geheven indien de hulp, met vergunning van het college van burgemeester en wethouders wordt verleend bij nasporingen, welke plaatshebben uitsluitend voor een wetenschappelijk doel of het algemeen belang.

  • g.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • h.

    diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • i.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets). 

     

    Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde.

  • 2.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 

     

    Artikel 6 Wijze van heffing

    De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.

    Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

     

     

    Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

     a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

     b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel

    in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de ken- nisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen

     

    .

     

    Artikel 8 Kwijtschelding

    Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

     

     

    Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

    Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

     

     

    Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

    Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

    • 2.

      hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

    • 3.

      onderdeel 1.4.3 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);

    • 4.

      onderdeel 1.5.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    • 5.

      hoofdstuk 16 (kansspelen);

      een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

       

          

      Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

      Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

       

       

      Artikel 12 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel

      1. De “Legesverordening 2018” van 6 november 2017, nadien gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

      2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

      3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

      4. Deze verordening wordt aangehaald als “Legesverordening 2019”.

       

    

Aldus besloten door de raad van Best

in zijn vergadering van 10-12-2018

  •  

     

    Maaike Mesdag-Blom

    Hans Ubachs

    griffier

    voorzitter