Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent de heffing en invordering van precariobelasting Verordening precariobelasting 2019

De raad van de gemeente Leiden:

 

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 18.0102 van 2018), mede gezien het advies van de commissie, gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

 

gezien het advies van de commissie

BESLUIT:

 

  • 1.

    vast te stellen de volgende verordening:

 

 

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019

(Verordening precariobelasting 2019)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    jaar: een kalenderjaar;

  • b.

    maand: een kalendermaand;

  • c.

    week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

  • d.

    dag: een periode van vierentwintig achtereenvolgende uren, beginnende bij 0.00 uur;

  • e.

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.

  • f.

    een reclame- of ander aankondigingsbord met kunstverlichting: een reclame- of ander aankondigingsbord voorzien van inwendige of uitwendige kunstverlichting dan wel geschikt om kunstverlichting te voeren.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

Artikel 4 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van

  • a.

    voorwerpen of werken, welke door of vanwege de gemeente Leiden, of een andere gemeente, de provincie of het rijk, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak zijn aangebracht of geplaatst;

  • b.

    brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen, praatpalen en snuffelpalen;

  • c.

    wegwijzers, borden en palen welke uitsluitend zijn aangebracht ten algemene nutte ofwel ter opluistering van nationale of plaatselijke feesten, winkelweken en dergelijke;

  • d.

    een brug of pont over gemeentewater, die de enige gelegenheid biedt om van een perceel de openbare weg te bereiken;

  • e.

    deuren of hekken;

  • f.

    vlaggen zonder reclame of handelsnaam en vlaggenstokken met de bijbehorende vlaggenstokhouders;

  • g.

    brandleidingen en brandputten ten behoeve van bouw- of kunstwerken, vermeld op de voorlopige lijst der Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst;

  • h.

    monumenten en luifels, kroonlijsten, stoepen, stoeppalen, trap, ingang keldergat of iets dergelijks aan of bij percelen die voorkomen op de lijst van beschermde monumenten in Leiden;

  • i.

    voorwerpen, welke behalve de naam niet meer bevatten dan een aanduiding of afbeelding omtrent het beroep of bedrijf, dat wordt uitgeoefend in het perceel, waaraan het voorwerp is bevestigd, mits aan de gevel is aangebracht en de grootste afmeting niet meer dan 1 m. en oppervlakte ten hoogste 0,50 m2 bedraagt;

  • j.

    spiegels, bloem- of plantenbakken en dergelijke voorwerpen of bloemversieringen;

  • k.

    balkons, erkers, dakgoten, vensterbanken, afvoerbuizen voor hemelwater en gevelrooster, welke aan een perceel zijn aangebracht;

  • l.

    een sierlamp of - lantaarn zonder opschrift of reclame;

  • m.

    voorwerpen die dienen tot bescherming van de walkant;

  • n.

    plinten, pilasters en dergelijke uitstekende bouwgedeelten, met uitzondering van luifels.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting

  • 1.

    Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

  • 2.

    Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

  • 3.

    De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

  • 4.

    Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan.

  • 5.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

  • 6.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

    • a.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

    • b.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

  • 7.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

  • 8.

    Bij de terrassen genoemd in hoofdstuk 6 van de tarieventabel wordt, indien de belastingplichtige structureel hinder ondervindt als gevolg van de wekelijkse warenmarkten, rekening gehouden met een correctie van de verschuldigde precariobelasting.

  • 9.

    Onder structurele hinder als bedoeld in lid 8 wordt verstaan het niet of niet geheel kunnen benutten van de terrasoppervlakte zoals vermeld in de terrasvergunning. De structurele hinder wordt geacht één dag per warenmarktdag te duren.

  • 10.

    De correctie als bedoeld in lid 8 wordt berekend volgens de formule (A/B) * (C/7) * 100%, waarbij

    A = verlies aantal m2,

    B = aantal m2 volgens de terrasvergunning,

    C = aantal dagen per week structurele hinder

Artikel 7 Motorbrandstoffen

  • 1.

    De grondslag voor de berekening van de belasting voor het al dan niet automatisch aftappen van motorbrandstoffen, is het aantal omgezette liters motorbrandstoffen in het jaar voorafgaande aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in lid 1, wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek, de grondslag vastgesteld op de in het betreffende kalenderjaar werkelijke hoeveelheid omgezette liters motorbrandstoffen.

  • 3.

    De belastingplichtige, die een installatie voor het aftappen van motorbrandstoffen exploiteert, aan wie niet binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar, voorafgaand aan het kalenderjaar, een aangiftebiljet is uitgereikt, is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die twee maanden bij Burgemeester en Wethouders een schriftelijk verzoek in te dienen tot uitreiking van een aangiftebiljet.

Artikel 8 Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 9 Wijze van heffing

De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De precariobelasting is verschuldigd na afloop van het belastingtijdvak.

  • 2.

    Indien het totaalbedrag van een aanslagbiljet waarop verschillende aanslagen zijn verenigd, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan minder is dan € 5, wordt dit bedrag niet geheven.

Artikel 11 Termijnen van betaling

  • 1.

    De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 12 Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders

Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting.

Artikel 13 Overgangsrecht

De “Verordening precariobelasting 2018” van 30 november 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening precariobelasting 2019".

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 6 december 2018,

de Griffier,

de Voorzitter,

Bijlage 1 TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PRECARIOBELASTING 2019

 

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

 

 

1.1.

Het tarief bedraagt voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond waarvoor in de volgende hoofdstukken geen afzonderlijk tarief is opgenomen:

 

 

1.1.1

per m2, per dag

0,08

1.1.2

per m2, per week

0,38

1.1.3

per m2, per maand

1,13

1.1.4

per m2, per jaar

12,96

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Bouwmaterialen en dergelijke

 

 

2.1

Het tarief bedraagt voor bouwmaterialen, anders dan die genoemd onder 2.2, 2.3 en 2.4:

 

 

2.1.1

per m2, per dag

0,30

2.1.2

per m2, per week

1,48

2.1.3

per m2, per maand

4,41

2.1.4

per m2, per jaar

50,76

 

 

 

 

2.2

Het tarief bedraagt voor een bouwkeet:

 

 

2.2.1

per m2, per dag

0,24

2.2.2

per m2, per week

1,23

2.2.3

per m2, per maand

3,71

2.2.4

per m2, per jaar

42,70

 

 

 

 

2.3

Het tarief bedraagt voor een bouwsteiger, dan wel een lossteiger, lostrechter, kraan of soortgelijke transportinrichting:

 

 

2.3.1

per m2, per dag

0,38

2.3.2

per m2, per week

1,90

2.3.3

per m2, per maand

5,71

2.3.4

per m2, per jaar

65,62

 

 

 

 

2.4

Het tarief bedraagt voor een hekwerk of afrastering:

 

 

2.4.1

per m, per dag

0,30

2.4.2

per m, per week

1,48

2.4.3

per m, per maand

4,41

2.4.4

per m, per jaar

50,76

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 leidingen, kabels en buizen

 

 

3.1

Het tarief bedraagt voor een slang, buis, leiding, geleiding, kabel, duiker en/of een zinker:

 

 

3.1.1

per maand

 

 

3.1.1.1

voor de eerste 20 m

6,87

3.1.1.2

voor elke volgende m

0,34

3.1.2

per jaar

 

 

3.1.2.1

voor de eerste 20 m

82,44

3.1.2.2

voor elke volgende m

4,30

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Installaties voor het al dan niet automatisch aftappen van motorbrandstoffen, olie lucht of water

 

 

4.1

Het tarief bedraagt voor:

 

 

4.1.1

een pompbedieningshuisje, per m2,

 

 

4.1.1.1

per maand

1,12

4.1.1.2

per jaar

13,47

 

 

 

 

4.1.2

een pompheuvel, per m2

 

 

4.1.2.1

per maand

1,12

4.1.2.2

per jaar

13,47

 

 

 

 

4.1.3

een tank voor motorbrandstof, gas, olie, lucht of water, per stuk

 

 

4.1.3.1

per maand

24,17

4.1.3.2

per jaar

290,06

 

 

 

 

4.1.4

een pomp voor motorbrandstof, gas, olie, lucht of water, per stuk

 

 

4.1.4.1

per maand

24,17

4.1.4.2

per jaar

290,06

 

 

 

 

4.1.5

een leiding,

 

 

4.1.5.1

per maand:

 

 

4.1.5.1.1

voor de eerste 20 m

4,34

4.1.5.1.2

voor elke volgende m

0,22

4.1.5.2

per jaar:

 

 

4.1.5.2.1

voor de eerste 20 m

52,12

4.1.5.2.2

voor elke volgende m

2,68

 

 

 

 

4.2

Het tarief bedraagt voor het hebben van:

 

 

 

een installatie voor het al dan niet automatisch aftappen van motorbrandstof door middel van vaste aftappunten, per 10 liter of een gedeelte daarvan,

 

 

4.2.1

per maand

0,006

4.2.2

per jaar

0,065

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Aankondigingsborden en neonverlichting

 

 

5.1

Het tarief bedraagt voor reclame- of andere aankondigingsborden:

 

 

5.1.1.

zonder kunstverlichting, per m2 voor reclame bestemd oppervlak:

 

 

5.1.1.1

per week

0,81

5.1.1.2

per maand

2,41

5.1.1.3

per jaar

27,75

5.1.2

met kunstverlichting, per m2 voor reclame bestemd oppervlak:

 

 

5.1.2.1

per week

1,10

5.1.2.2

per maand

3,34

5.1.2.3

per jaar

38,41

 

 

 

 

5.2

Het tarief bedraagt voor neon- of andere lichtbuizen

 

 

5.2.1

per m, per maand

0,73

5.2.2

per m, per jaar

8,41

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Terrassen

 

 

6.1

Het tarief bedraagt voor terrasgebonden voorwerpen (niet zijnde elektrisch verlichte reclamevoorwerpen) op of boven een terras waarbij in aanmerking wordt genomen de totale oppervlakte zoals vermeld in de vergunning, bedraagt:

 

 

6.1.1

per m2, per maand

6,77

6.1.2

per m2, per jaar

40,63

6.2

In afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid en hetgeen hiervoor onder 6.1 is bepaald bedraagt het tarief voor (een gedeelte van) een terras dat is gelegen op het water en boven gemeentegrond:

 

 

 

 

 

 

6.2.1

per m2, per week

0,81

6.2.2

per m2, per maand

2,44

6.2.3

per m2, per jaar

24,37

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Overige voorwerpen

 

 

7.1

Het tarief bedraagt voor:

 

 

7.1.1

een container

 

 

7.1.1.1

per stuk, per dag

3,81

7.1.1.2

per stuk, per week

19,03

7.1.1.3

per stuk, per maand

57,09

7.1.1.4

per stuk, per jaar

656,69

7.1.2

een wel-, zak-, zink-, vergaar-, en vulput en dergelijke, per stuk,

 

 

7.1.2.1

per maand

5,07

7.1.2.2

per jaar

58,29

7.1.3

een windscherm, hek of afrastering, per m, per jaar

53,08

7.1.4

een rolluik, per m, per jaar

13,47

7.1.5

een markies met reclame of zonnescherm met reclame in uithangende toestand

 

 

7.1.5.1

per m2, per maand

0,64

7.1.5.2

per m2, per jaar

7,37

7.1.6

Uitgestalde zaken langs en aan gevels:

 

 

7.1.6.1

per m2, per dag

0,42

7.1.6.2

per m2, per week

2,16

7.1.6.3

per m2, per maand

6,46

7.1.6.4

per m2, per jaar

38,12

7.1.7

een meerpaal of dukdalf, per stuk,

 

 

7.1.7.1

per maand

1,23

7.1.7.2

per jaar

14,19

7.1.8

een luifel per m2

 

 

7.1.8.1

per maand

0,86

7.1.8.2

per jaar

9,88

7.1.9

een vlag met reclame

 

 

7.1.9.1

per m2 per maand

0,34

7.1.9.2

per m2 per jaar

3,86

7.1.10

Parasols

 

 

7.1.10.1

per m2, per maand

0,17

7.1.10.2

per m2, per jaar

2,01

7.1.11

Grond nabij woonschepen die wordt gebruikt door de bewoners van de nabij gelegen woonschepen, per m2 per jaar

1,17

7.2

Het tarief bedraagt voor het innemen van een standplaats met een woonwagen

 

 

 

(buiten het regionaal woonwagenkamp):

 

 

7.2.1

per maand

3,72

7.2.2

per jaar

42,75

 

Naar boven