Gemeenteblad van Almere

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
AlmereGemeenteblad 2018, 266058Verordeningen



Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019

De raad van de gemeente Almere,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

B E S L U I T:

vast te stellen de navolgende:

VERORDENING op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019.

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

een afvalstoffenheffing;

reinigingsrechten.

 

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

Perceel: een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte ervan, dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt. Met perceel wordt gelijkgesteld: een stacaravan, een woonboot, een woonwagen, en een demontabel zomer- of vakantiehuisje, indien gebruikt door een particuliere huishouding;

Bedrijfspand: een gebouwde onroerende zaak of een zelfstandig gebruikt gedeelte ervan, geen perceel zijnde.

Gebruik: Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer.

 

HOOFDSTUK II AFVALSTOFFENHEFFING

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit

Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven, als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

 

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

 

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

 

Artikel 9 Termijnen van betaling.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn één maand later.

In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende zaakbelastingen of andere heffingen meer is dan € 85, doch minder dan € 10.000,- en zolang het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kan worden afgeschreven, geldt dat de aanslagen moeten worden betaald in 10 gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.

Indien de automatische incasso in de loop van het jaar wordt beëindigd, gelden voor het nog openstaande deel van de aanslag automatisch weer de oorspronkelijke twee betaaltermijnen waarvan de laatste vervalt op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dagtekening van de aanslag.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.

 

HOOFDSTUK III REINIGINGSRECHTEN

Artikel 10 Belastbaar feit

Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

 

Artikel 11 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

 

Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Voor de berekeningen van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt.

De reinigingsrechten zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn exclusief de verschuldigde omzetbelasting.

 

Artikel 13 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 14 Wijze van heffing

De reinigingsrechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur, waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekend gemaakt.

 

Artikel 15 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

De rechten als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, worden de reinigingsrechten waarvoor een jaartarief is vastgesteld geheven over zoveel twaalfde gedeelten als er na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt over de reinigingsrechten waarvoor een jaartarief is vastgesteld op aanvraag ontheffing verleend, over zoveel twaalfde gedeelten als er na beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuisd.

 

Artikel 16 Termijnen van betaling

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de reinigingsrechten waarvoor een kennisgeving als bedoeld in artikel 14, wordt toegezonden, dienen te worden voldaan binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

HOOFDSTUK IV AANVULLENDE BEPALINGEN

Artikel 17 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen.

 

Artikel 18 Kwijtschelding

Met betrekking tot kwijtschelding van de afvalstoffenheffing worden de kosten van bestaan gesteld op 100 procent van de normuitkering die de belastingschuldige naar de maatstaven van het Bijstandsbesluit landelijke normering per maand telkens zou kunnen krijgen.

Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel

De "Verordening reinigingsheffingen Almere 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

De datum van ingang van heffing is 1 januari 2019.

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reinigingsheffingen Almere 2019".

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 december 2018.

de griffier, de voorzitter,

J.D. Pruim F.M. Weerwind

Bijlage Tarieventabel 2019 behorende bij verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

 

Hoofdstuk 1 Afvalstoffenheffing

 

1.1.

Het tarief voor de afvalstoffenheffing bedraagt per perceel, per belastingjaar

€ 352,08

1.2

Het tarief voor het binnen één werkdag laten ophalen van het grofvuil bedraagt

€ 15,00

Hoofdstuk 2

Reinigingsrechten

 

2.0

Voor het beschikbaar stellen of omruilen van een container bedraagt het recht per container:

€ 33,00

3.0.

Voor het gebruiken en ledigen van een container en het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen bedraagt het tarief per kalenderjaar:

 

3.1.

Bij het eenmaal per twee weken ledigen van een container voor restafval voor de eerste container:

 

3.1.1.a.

Bij een inhoud van 240 liter

€ 208,00

3.2.

Bij het eenmaal per week ledigen van een container voor restafval voor de eerste container:

 

3.2.1.a.

Bij een inhoud van 240 liter

€ 332,00

3.2.1.b.

Bij een inhoud van 1.000 liter

€ 1.315,00

3.2.1.c.

Bij een inhoud van 1.280 liter

€ 1.643,00

 

 

 

3.3.

Bij het eenmaal per week ledigen van een container voor restafval voor de tweede en volgende container:

 

3.3.1.a.

Bij een inhoud van 240 liter

€ 267,00

3.3.1.b.

Bij een inhoud van 1.280 liter

€ 1.332,00

3.4.

Bij het twee keer per week ledigen van een container voor restafval voor de eerste container:

 

3.4.1.a.

Bij een inhoud van 1.000 liter

€ 2.634,00

3.4.1.b.

Bij een inhoud van 1.280 liter

€ 3.285,00

3.5.

Bij het twee keer per week ledigen van een container voor restafval voor de tweede en volgende container:

 

3.5.1.a.

Bij een inhoud van 1.280 liter

€ 2.638,00

3.6.

Bij het drie keer per week ledigen van een container voor restafval voor de eerste container:

 

3.6.1.a.

Bij een inhoud van 1.000 liter

€ 3.983,00

3.6.1.b.

Bij een inhoud van 1.280 liter

€ 4.953,00

3.7.

Bij het drie keer per week ledigen van een container voor restafval voor de tweede en volgende container:

 

3.7.1.a.

Bij een inhoud van 1.280 liter

€ 3.945,00

3.8.

Voor incidentele extra lediging voor een container voor restafval, buiten het regulier tijdstip* per container, per lediging

 

3.8.1.a.

Bij een inhoud van 240 liter

€ 30,00

3.9

Bij het een keer per twee weken ledigen van een container voor restafval voor de tweede en volgende container:

 

3.9.1.a

Bij een inhoud van 240 liter

€ 159,00

3.10.

Bij het een keer per twee weken ledigen van een container voor GFT voor de eerste container:

 

3.10.1.a.

Bij een inhoud van 240 liter

€ 147,00

3.11.

Bij het een keer per twee weken ledigen van een container voor GFT voor de tweede en volgende container:

 

3.11.1.a.

Bij een inhoud van 240 liter

€ 123,00

3.12

Bij het een keer per twee weken ledigen van containers papier,

 

 

 

 

3.12.a.

Bij een inhoud van 240 liter

€ 34,00

3.12.b.

Bij een inhoud van 660 liter

€ 56,00

3.12.c.

Bij een inhoud van 820 liter

€ 60,00

3.12.d.

Bij een inhoud van 1.000 liter

€ 69,00

3.12.e.

Bij een inhoud van 1.100 liter

€ 86,00

3.12.f.

Bij een inhoud van 1.280 liter

€ 95,00

3.12.g.

Bij een inhoud van 1.300 liter

€ 95,00

3.12.h.

Bij een inhoud van 1.600 liter

€ 112,00

4.1

Het tarief bedraagt voor het met behulp van het Ondergronds Inzameldepot verwijderen van afvalstoffen:

 

4.1.1

Bij maximaal 5 stortingen per week

€ 305,00

4.1.2

Bij maximaal 10 stortingen per week

€ 589,00

4.1.3

Bij maximaal 15 stortingen per week

€ 839,00

4.1.4

Bij maximaal 20 stortingen per week

€ 1.068,00

4.1.5

Bij maximaal 25 stortingen per week

€ 1.335,00

4.1.6

Bij maximaal 30 stortingen per week

€ 1.601,00

4.1.7

Bij maximaal 35 stortingen per week

€ 1.870,00

4.1.8

Bij maximaal 40 stortingen per week

€ 2.135,00

4.1.9

Bij maximaal 45 stortingen per week

€ 2.403,00

4.1.10

Bij maximaal 50 stortingen per week

€ 2.669,00

4.2

Het tarief bedraagt bij het met behulp van het Ondergronds Inzameldepot verwijderen van restafval en papier bij twee ledigingen per week:

 

4.2.1.

Bij een inhoud van 4000 liter

€ 7.746,00

4.3.

Het tarief bedraagt bij het met behulp van het Ondergronds Inzameldepot verwijderen van restafval bij twee ledigingen per week:

 

4.3.1.

Bij een inhoud van 5000 liter

€ 9.433,00

5.1

Voor het verwijderen van losse vracht bedraagt het tarief:

€ 95,00

5.1.1

Verhoogd per 100 kilo afval

€ 27,00

6.1

Indien handmatig een factuur moet worden aangemaakt wordt het bedrag verhoogd met

€ 17,00

7.1

Voor het verwijderen van extra vuil aangeboden bij een reguliere lediging per kuub

€ 32,00

8.1

Het tarief bedraagt voor het met behulp van het Ondergronds afvaltransportsysteem verwijderen van restafval en GFT per kalenderjaar:

 

8.2.1

Bij maximaal 5 stortingen per week

€ 443,00

8.2.2

Bij maximaal 10 stortingen per week

€ 884,00

8.2.3

Bij maximaal 20 stortingen per week

€ 1.768,00

8.2.4

Bij maximaal 30 stortingen per week

€ 2.651,00

8.2.5

Bij maximaal 45 stortingen per week

€ 3.978,00

8.2.6

Voor elke storting boven de 45 bedraagt het tarief per extra storting per week

€ 89,00

 

* Het reguliere tijdstip van de lediging wordt door de dienst Stadsbeheer voor ingang van de dienstverlening bepaald en aan belastingplichtige medegedeeld.

Behorende bij raadsbesluit van 6 december 2018

De griffier van Almere,

J.D. Pruim