Gemeenteblad van Hollands Kroon

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Hollands KroonGemeenteblad 2018, 264252Verordeningen



Nota tarieven 2019

 

 

mitVV VVA6B99EBC7C1B4F4F9042637546F736F4 \* MERGEFORMAT Inleiding

 

Deze nota Tarieven 2019 bevat een overzichtelijke bundeling van alle gemeentelijke belastingen/heffingen die in de gemeente Hollands Kroon geheven worden.

 

Bij het samenstellen van deze nota zijn de begrotingsrichtlijnen die door de raad zijn aangenomen, leidend geweest. Door het verloop van de tijd of door nieuwe inzichten of informatie kan het noodzakelijk zijn om eerder genomen standpunten te wijzigen. Wanneer hier sprake van is, wordt hiervan melding gemaakt in het betreffende onderdeel van de nota.

 

Ook is er gekeken of vanwege wettelijke wijzigingen of nieuwe inzichten tekstuele aanpassingen nodig waren. De verordeningen zijn getoetst aan de modelverordeningen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

 

Toelichting per belastingsoort

2.1 Onroerende zaakbelasting

In de begroting 2019 is de opbrengst van de onroerende zaakbelasting bepaald. In de paragraaf lokale heffingen is aangegeven wat de uitgangspunten zijn voor onroerende zaakbelasting. Omdat zowel de WOZ-waarden als de gewenste opbrengst voor 2019 wijzigen, moeten de tarieven worden aangepast.

In de tariefstelling is rekening gehouden met een waardedaling van de niet-woningen van 0,5% en bij de woningen met een waardestijging van 4,2%. Daarnaast is ook rekening gehouden met leegstand, vrijstellingen en areaaluitbreiding.

 

Tarieven

2019

2018

Gebruiker niet-woningen

0,1484%

0,1467%

Eigenaar niet-woningen

0,1839%

0,1819%

Eigenaar woningen

0,1217%

0,1251%

 

 

 

Reden van de heffing

Algemeen dekkingsmiddel ter dekking van de gemeentelijke uitgaven.

2.2 Afvalstoffenheffing

Op Prinsjesdag is bekend gemaakt dat de afvalstoffenbelasting is verhoogd van € 13,21 naar € 31,39 per ton afval. Deze verhoging wordt doorberekend in het tarief voor de afvalstoffenheffing. Daarnaast is het tarief verhoogd met het inflatiepercentage van 2,4%.

In de verordening is een nieuw tarief opgenomen voor scholen. Het afval van scholen kan namelijk ook gezien worden als huishoudelijk afval. Scholen kunnen er voor kiezen hun afval te laten ophalen en verwerken door de gemeente (HVC) en betalen hier dan afvalstoffenheffing voor.

Er is geen sprake van 100% kostendekking. In de afgelopen jaren is de kostendekking alleen bereikt door aan te vullen uit de reserve. Dat kan nu niet meer. De komende jaren moeten de tarieven meer stijgen om tot 100% kostendekking te komen.

 

Reden van de heffing

Doorberekenen van kosten die de gemeente maakt voor het inzamelen en laten verwerken van huishoudelijke afvalstoffen. Op basis van onderstaande tarieven ontstaat er een te kort ten opzichte van de kosten. Dit wordt gedekt uit de reserve afvalstoffenheffing.

De tarieven zijn op basis van de kosten als volgt opgebouwd:

 

Afvalstoffenheffing

% in heffing

Bedrag in heffing

% in heffing

Bedrag in heffing

% in heffing

Bedrag in heffing

 

1 persoons

2 persoons

3 en meerpersoons

7.3 Afval

74,4%

€ 168,05

74,4%

€ 238,25

74,4%

€ 258,94

0.4 Overhead en personele lasten

3,8%

€ 8,58

3,8%

€ 12,22

3,8%

€ 13,29

0.64 belasting overig

-0,1%

€ -0,12

-0,1%

€ -0,18

-0,1%

€ -0,19

6.3 inkomensregelingen

2,5%

€ 5,63

2,5%

€ 7,99

2,5%

€ 8,68

BTW

19,4%

€ 43,82

19,4%

€ 62,12

19,4%

€ 67,52

 

 

 

 

 

 

 

Tarief

 

€ 225,96

 

€ 320,40

 

€ 348,24

 

Alle kosten die op het taakveld Afval worden geboekt hebben te maken met de inzameling van huishoudelijk afval. Deze worden dan ook voor 100% meegenomen. Van de overhead wordt 0,8% meegenomen. Dit is gebaseerd op het aantal FTE dat zich bezig houdt met afval. De lasten en baten van de heffing en invordering worden voor 20% meegenomen. De lasten zijn op basis van een inschatting verdeeld over de verschillende soorten belasting die we heffen. Van de inkomensregeling wordt alleen de kwijtschelding meegenomen. De verdeling van de totale kwijtscheldingskosten is gebaseerd op ervaringscijfers uit het verleden. De BTW over de kosten van taakveld Afval wordt volledig meegenomen. Omdat we de tarieven minder laten stijgen dan voor een kostendekkendheid noodzakelijk is, is in de bedragen een aantal neerwaartse bijstellingen gedaan.

Bij de extra containers worden de containers voor GFT en plastic gratis verstrekt. De extra grijze container wordt alleen in bijzondere omstandigheden, zoals vastgelegd in de afvalstoffenverordening verstrekt tegen een tarief van € 130,00 per jaar.

 

2.3 Rioolheffing

Het tarief wordt verlaagd naar € 194,52. Dit is mogelijk omdat we bij de riolering te maken hebben met investeringen en we op basis van de nota kostprijsberekening en -doorbelasting interne kosten gaan doorberekenen aan de investeringen. De geïnvesteerde bedragen gaan omhoog wat tot hogere kapitaallasten leidt. De exploitatielasten gaan omlag omdat we de interne lasten niet zowel aan de exploitatie als aan de investeringen kunnen toerekenen. Hierdoor krijgen we een andere financieringsstructuur van de gemaakte kosten. Het tarief kan nu omlaag maar moet de komende jaren iets meer stijgen dan alleen de inflatie kosten omdat de kapitaallasten extra toe gaan nemen. Afhankelijk van de hoogte van de investeringen hebben we het dan over circa 0,25% per jaar.

 

Reden van de heffing

Doorberekenen van kosten die de gemeente maakt voor aanleg, onderhoud en exploitatie van de gemeentelijke riolering. De tarieven zijn gebaseerd op 100% kostendekking.

De tarieven zijn op basis van de kosten als volgt opgebouwd:

 

 

 

 

 

 

Rioolheffing

 

 

 

% in heffing

Bedrag in heffing

7.2 Rolering

58,6%

€ 113,98

0.4 Overhead en personele lasten

19,0%

€ 36,88

0.64 Belasting overig

-0,1%

€ -0,17

6.3 Inkomensregeling

2,7%

€ 5,34

BTW

6,3%

€ 12,19

BTW Investeringen

13,5%

€ 26,30

 

 

 

Tarief

 

€ 194,52

 

Op het taakveld riolering worden alleen kosten geboekt die uitsluitend met de openbare riolering te maken hebben. Deze worden dus volledig meegenomen. Van de overhead wordt 2,5% meegenomen. Dit is gebaseerd op het aantal FTE dat voor de exploitatie van de riolering werkt. De lasten en baten van de heffing en invordering worden voor 20% meegenomen. De lasten zijn op basis van een inschatting verdeeld over de verschillende soorten belasting die we heffen. Van de inkomensregeling wordt alleen de kwijtschelding meegenomen. De verdeling van de totale kwijtscheldingskosten is gebaseerd op ervaringscijfers uit het verleden. De BTW over de exploitatiekosten en de investeringen worden volledig meegenomen

 

2.4 Lijkbezorgingsrechten

De tarieven voor de lijkbezorgingskosten worden verhoogd met het inflatiepercentage van 2,4%. In 2018 heeft een onderzoek plaats gevonden naar de kostendekking over het jaar 2017. Hieruit is gebleken dat de kostendekking laag is. Dit is een landelijke tendens. Om op 100% kostendekking te komen, zouden de tarieven behoorlijk verhoogd moeten worden. Dit is niet wenselijk. Daarom zijn de tarieven alleen met het inflatiepercentage verhoogd.

 

Reden van de heffing

Doorberekenen van kosten die de gemeente maakt die betrekking hebben op lijkbezorging, de bijbehorende administratie en onderhoud van de begraafplaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Lijkbezorgingsrechten

% in heffing

Kosten

Opbrengsten

 

 

 

lijkbezorging

Lijkbezorging

 

0.4 Overhead en personele

0,80%

€ 237.812

7.5 Begraafplaatsen

€ 337.155

lasten

 

 

en crematoria

 

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

2,40%

€ 61.750

 

 

7.5 Begraafplaatsen en

100,00%

€ 218.930

 

 

crematoria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totale kosten

 

€ 518.492

Totale opbrengst

€ 337.155

 

 

Alle kosten die op het taakveld begraafplaatsen en crematoria worden geboekt hebben te maken met lijkbezorging. Deze worden dan ook voor 100% meegenomen. Van de overhead wordt 0,8% meegenomen. Dit is gebaseerd op het aantal FTE dat zich bezig houdt met lijkbezorging. Voor openbaar groen en (openlucht) recreatie worden alleen de kosten meegenomen die met de lijkbezorging te maken hebben en het onderhoud van de begraafplaatsen. Dat is ongeveer 2,4% van de totale lasten.

 

2.5 Havengeld

De tarieven zijn verhoogd met een inflatiepercentage van 2,4%. Omdat de stijging van 2017 naar 2018 in veel gevallen niet heeft geresulteerd in een stijging van het tarief (omdat het tarief zo laag is dat een stijging met het inflatiepercentage geen effect heeft), is die stijging ook meegenomen voor 2019.

Het tarief voor pleziervaartuigen wordt weer € 1,75. Het tarief is dan gelijk met het tarief van de Marinahaven te Den Oever.

Bij de vaststelling van de Havengeldverordening 2015 is ook bepaald dat het tarief voor de Wieringer vloot (zie lid 1 b en 1 c van de tarieventabel) in een periode van vijf jaar gelijk wordt getrokken met de tarieven van Den Helder. Dit betekent een jaarlijkse stijging van ongeveer 5%.

In de verordening is de grondslag voor de overslag toegevoegd en is er een kleine wijziging bij de vrijstelling in artikel 7, lid h.

Reden van de heffing

Doorberekenen van kosten die gemeente maakte voor het beheren en onderhouden van gemeentelijke

havens.

 

 

Havengeld

% in heffing

Kosten havens

Opbrengsten

 

 

 

 

havens

 

2.3 Recreatieve Havens

100,00%

€ 16.148

 

 

2.4 Economische Havens en waterwegen

75,00%

€ 251.684

2.4 Economische Havens en waterwegen

€ 288.078

0.4 Overhead

1,50%

€ 445.898

 

 

 

 

 

 

 

Totale kosten

 

€ 1.316.023

Totale opbrengst

€ 288.078

 

Alle kosten die geboekt worden op het taakveld recreatieve havens hebben betrekking op de havens en zijn volledig meegenomen. Bij het taakveld Economische Havens en Waterwegen zijn de incidentele kosten met betrekking tot Waddenpoort er buiten gehouden. Daarom is 75% van de kosten meegenomen. Van de overhead wordt 1,5% meegenomen. Dit is gebaseerd op het aantal FTE dat zich bezig houdt met de havens.

 

2.6 Leges

De tarieven voor 2019 zijn verhoogd met 2,4%, tenzij het Rijk dit anders heeft voorgeschreven. Voor de producten reisdocumenten en rijbewijzen is het tarief opgebouwd uit een deel rijksleges en een deel gemeenteleges. De rijksleges worden bepaald door het Rijk. Daarnaast stelt het Rijk een maximum prijs vast van deze producten. De kosten voor uittreksel uit de burgerlijke stand worden door het Rijk bepaald. De kosten van de Eigen Verklaring van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (in sommige gevallen nodig voor het verlengen van een rijbewijs) worden één op één doorberekend aan de inwoner.

Overige tarieven die door het Rijk worden bepaald zijn verstrekkingen op basis van de Wet Openbaar Bestuur (titel 1, hoofdstuk 7) en kansspelen (titel 1, hoofdstuk 15) . Hier heeft de gemeente geen invloed op.

Dat de aanvraag voor de rijbewijzen en de reisdocumenten nu bij de mensen thuis wordt gedaan heeft invloed op de kostendekkendheid. De aanvraag van deze documenten kost nu veel meer tijd en dus gaan de kosten omhoog. Voor het thuisbezorgen van de documenten kan eventueel een bedrag van maximaal € 15,33 per document bij de burger in rekening worden gebracht. De burger heeft echter geen keuze hierin en dit past niet bij de door de gemeente gewenste excellente dienstverlening.

Als gevolg van de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming is in de tarieventabel titel 1 hoofdstuk 6 (Wet bescherming Persoonsgegevens) komen te vervallen. Dit heeft ook geleid tot een wijziging van artikel 10 van de verordening.

Naar aanleiding van een uitspraak van het Europese hof van Justitie zijn de hoofdstukken 14 (Marktstandplaatsen) en 15 (Winkeltijdenwet) van titel 1 verplaatst naar titel 3.

 

Er is onderzoek gedaan naar de kostendekkendekking van de leges voor 2019. Voor de tarieven van de leges geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Wanneer er sprake is van veel verschillende tarieven in een verordening zoals bij leges, hoeft de maximale kostendekkendheid niet per tarief te gelden. Dat kan zolang het maximum van 100% voor het geheel van de verordening niet overschreden wordt. Door kruissubsidiëring is het mogelijk om de ‘winst’ van bepaalde producten te gebruiken om het ‘verlies’ op andere producten te dekken. Uit het onderzoek is gebleken dat de kostendekking uitkomt op 87,95%. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is te verklaren door de kosten van het doen van de aanvragen van reisdocumenten en rijbewijzen bij de mensen thuis. Het onderzoek naar de kostendekking vindt u in de bijlage.

 

Reden van de heffing

Doorberekenen van de lasten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen van diverse diensten.

 

2.7 Staangeld

De tarieven worden, net als bij het havengeld en de leges met het inflatiepercentage van 2,4% verhoogd.

 

Reden heffing

Er wordt op diverse plaatsen binnen de gemeente een standplaats ingenomen op gemeentegrond. Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet mag de gemeente hier een vergoeding voor vragen.

 

2.8 Forensenbelasting

De tarieven worden met inflatiepercentage van 2,4% verhoogd.

 

Reden heffing

Mensen die relatief veel in de gemeente verblijven, dragen op deze manier bij aan de algemene voorzieningen in de gemeente.

 

2.9 Toeristenbelasting

Het tarief blijft gehandhaafd op € 1,30. Dit is vorig jaar al verhoogd vanaf € 1,25. Het tarief is in vergelijking met omliggende gemeenten iets hoger.

 

Reden heffing

Toeristen dragen op deze manier bij aan de algemene voorzieningen in de gemeente.

 

2.10 Campergeld

Gezien de beperkte voorzieningen bij de camperplaatsen is het op dit moment niet nodig om het tarief aan te passen. Het tarief blijft gehandhaafd op € 10,00.

 

 

Tarieven belastingen en heffingen 2019

 

Belasting soort

Tarief 2019

Tarief 2018

Onroerende zaakbelasting eigenaren woningen

0,1217%

 0,1251%

Onroerende zaakbelasting eigenaren niet-woningen

0,1839%

 0,1819%

Onroerende zaakbelasting gebruikers niet-woningen

0,1484%

 0,1467%

 

 

 

Afvalstoffen éénpersoonshuishouden

€ 225,96

€ 208,56

Afvalstoffen tweepersoonshuishouden

€ 320,40

€ 295,68

Afvalstoffen meerpersoonshuishouden

€ 348,24

€ 321,36

Extra container

€ 130,00

€ 120,00

 

 

 

Rioolheffing per perceel

€ 194,52

 € 205,92

 

 

 

Onderhoud graf (zelf onderhouden grafbedekking)

€ 63,48

€ 62,00

Onderhoud graf Middenmeer (onderhoud door gemeente)

€ 141,12

€ 138,00

 

 

 

Forensenbelasting stacaravan

€ 205,51

€ 200,70

Forensenbelasting woning op park

€ 450,94

€ 440,37

Forensenbelasting overige woningen

€ 490,94

€ 479,44

 

 

 

Toeristenbelasting p.p.p.n

€ 1,30

€ 1,30

 

Vergelijking met omliggende gemeenten

 

Onderstaande tabellen geven de voorgestelde tarieven 2019 van de gemeente Hollands Kroon weer. De tarieven van andere gemeenten zijn de tarieven van 2018. Van deze gemeenten zijn geen recentere gegevens bekend.

 

Gemeente

OZB tarief wo--ning

OZB tarief niet-won--ing

Rioolheffing

Afval

1-pers.

Afval

2-pers

Afval

Meerpers.

Hollands Kroon

 

0,1217

 

0,3323

 

€ 194,52

 

€ 225,96

 

€ 320,40

 

€ 348,24

Schagen

0,1377

0,3777

€ 150,00 ( 1

€ 228,00

€ 267,00 (2

€ 289,00

Texel

0,0438

0,1266

€ 265,87

€ 161,60

€ 260,39

€ 260,39

Den Helder

0,1387

0,6888

€ 130,00

€ 264,36

€ 382,92

€ 382,92

Langedijk

0,1136

0,3914

€ 309,96 (3

€ 154,08

€ 246,60

€ 246,60

Medemblik

0,0929

0,2684

€ 201,41 (4

€ 295,28

€ 391,68

€ 391,68

Opmeer

0,1078

0,2600

€ 222,40 (5

€ 259,40

€ 358,45

€ 358,45

 

1) Op basis van waterverbruik tot 350 m3

2) Ook voor driepersoonshuishouden

3) Plus waterverbruik boven 500 m3

4) Bedrijven percentage van de WOZ-waarde

5) Op basis van WOZ-waarde. Dit is het tarief bij een gemiddelde WOZ-waarde

 

Lokale Lastendruk

 

De lokale lasten druk wordt bepaald door de tarieven van de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de tabel hieronder wordt de opbouw van de lokale lastendruk in Hollands Kroon weergegeven over de jaren 2017 tot en met 2019

 

Voor huurders zijn alleen de hoogte van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing bepalend, omdat zij niet worden aangeslagen voor de onroerende zaakbelasting. De eigenaren worden voor alle drie de belastingen aangeslagen (daarbij natuurlijk uitgezonderd de rioolheffing voor panden die niet op het gemeentelijke riool zijn aangesloten).

 

Bij de berekening van de onroerende zaakbelasting is uitgegaan van een WOZ-waarde van € 200.000 (zonder rekening te houden met de waardeontwikkeling) en voor de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden. Het betreft hier een rekenvoorbeeld. De werkelijke lastenontwikkeling kan voor de individuele burger afwijken, gelet op de werkelijke waarde – en de waardeontwikkeling- van de woning.

 

 

2017

2018

2019

Onroerende zaakbelasting eigenaren woningen

€ 253,00

€ 250,00

€ 243,00

Rioolheffing per perceel

€ 205,92

€ 205.92

€ 194,52

Afvalstoffen meerpersoonshuishouden

€ 316,56

€ 321,36

€ 348,24

Totaal

€ 775,48

€ 777,28

€785,76

Opbrengsten belastingen en retributies

 

Belastingen/retributies

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

Belastingen

 

 

 

Onroerende zaakbelasting woningen

€ 5.055.157

€ 5.101.025

€ 5.223.450

Onroerende zaakbelasting niet-woningen

€ 3.933.208

€ 4.126.199

€ 4.225.228

Forensenbelasting

€ 173.599

€ 178.791

€ 178.791

Toeristenbelasting

€ 60.735

€ 76.000

€ 76.000

 

 

 

 

Totaal belastingen

€ 9.222.698

€ 9.482.015

€9.703.469

 

 

 

 

Retributies

 

 

 

Rioolheffing

€ 4.057.289

€ 4.085.070

€ 4.085.070

Afvalstoffenheffing

€ 5.501.647

€ 5.741.126

€ 5.776.513

Lijkbezorgingsrechten

€ 328.328

€ 337.155

€ 337.155

Leges

€ 2.278.735

€ 1.967.769

€ 1.996.291

Totaal retributies

€ 12.165.999

€ 12.131.120

€ 12.248.146

 

 

 

 

Kwijtscheldingen

€ 294.825

€ 275.000

€ 275.000

 

 

 

 

Netto opbrengst

€ 21.093.872

€ 21.338.135

€ 21.676.615

 

 

 

Tarievenlijst bij de verordeningen

 

7.1 Tarieventabel bij de ‘Verordening Onroerende zaakbelasting’

 

Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

a. de gebruikersbelasting niet-woningen 0,1484%;

b. de eigenarenbelasting :

voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1217 %;

voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1839 %.

Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op gehele euro's.

Belastingaanslagen beneden € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde bedragen belastingen aangemerkt als één belastingbedrag.

 

7.2 Tarieventabel Afvalstoffenheffing bij de ‘Verordening afvalstoffenheffing’

 

A. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

1. als het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door één persoon : € 225,96;

2. als het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door twee personen : € 320,40;

3 als het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door drie of meer personen : € 348,24;

4 als uit de gegevens van de gemeentelijke basisadministratie personen niet blijkt door hoeveel personen het perceel wordt gebruikt (tarief gelijk aan gebruik drie of meer personen): € 348,24;

De belasting als bedoeld in onderdeel 1, 2, 3 en 4 wordt voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van iedere (boven het geen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt) rest rolcontainer, vermeerderd met € 130,00.

Voor het vaststellen van het aantal personen per huishouden naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar of als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, wordt uitgegaan van de gegevens van de gemeentelijke basisadministratie personen

B. Voor scholen die voldoen aan de gestelde eisen in de afvalstoffenverordening en hun afval laten inzamelen door de gemeente bedraagt de belasting per belastingjaar:

1. voor scholen met minder dan 200 leerlingen € 400,00.

2. voor scholen met 200 of meer leerlingen maar minder dan 400 leerlingen € 550,00.

3. voor scholen met 400 of meer leerlingen maar minder dan 600 leerlingen € 700,00.

4. voor scholen met 600 of meer leerlingen wordt maatwerk geleverd.

 

7.3 Tarieventabel bij de ‘Verordening rioolheffing’

 

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 194,52

 

 

7.4 Tarieventabel bij de ‘Verordening Lijkbezorgingsrechten’

 

Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten

 

 

 

1.1.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf voor een periode van 20 jaar wordt geheven

€ 983,04

1.1.2

Voor het reserveren van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf voor een periode van 15 jaar wordt geheven

€ 737,28

1.1.3

Voor het reserveren van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 491,52

1.1.4

Voor het reserveren van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 245,76

1.2.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf op de begraafplaats in Middenmeer voor een periode van 20 jaar wordt geheven

€ 563,20

1.2.2

Voor het reserveren van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf op de begraafplaats in Middenmeer voor een periode van 15 jaar wordt geheven

€ 422,40

1.2.3

Voor het reserveren van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf op de begraafplaats in Middenmeer voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 281,60

1.2.4

Voor het reserveren van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf op de begraafplaats in Middenmeer voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 140,80

1.3

Voor het recht tot het begraven houden van een lijk van een persoon in een algemeen graf voor een periode van 10 jaar

€ 460,80

1.4

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnengraf of plaats in de urnentuin:

 

1.4.1

Voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 166,40

1.4.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 332,80

1.4.3

voor een periode van 15 jaar wordt geheven

€ 499,20

1.4.4

voor een periode van 20 jaar wordt geheven

€ 665,60

1.5

Voor het verlenen van het recht op een urnennis:

 

1.5.1

voor de periode van 5 jaar wordt geheven

€ 230,40

1.5.2

voor de periode van 10 jaar wordt geheven

€ 460,80

1.5.3

voor de periode van 15 jaar wordt geheven

€ 691,20

1.5.4

voor de periode van 20 jaar wordt geheven

€ 921,60

1.6

Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf (behalve in Middenmeer):

 

1.6.1

voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 245,76

1.6.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 491,52

1.7

Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf in Middenmeer

 

1.7.1

voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 140,80

1.7.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 281,60

1.8

Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een urnengraf:

 

1.8.1

voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 166,40

1.8.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 332,80

1.9

Voor het verlengen van het recht op een urnennis:

 

1.9.1

voor een periode van 5 jaar wordt geheven

€ 230,40

1.9.2

voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 460,80

1.10

De rechten als bedoeld in 1.1 en 1.2 worden verlengd tot en met de minimale periode van grafrust. Het bedrag dat betaald moet worden is het geldende tarief op het tijdstip van verlenging genoemd in 1.1 en 1.2 en wordt berekend door dit tarief te delen door twintig en te vermenigvuldigen met het aantal jaren dat het recht verlengd wordt.

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Begraven

 

 

 

 

2.1

Voor het begraven van een lijk:

 

2.1.1

van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven.

€ 665,60

2.1.2

van een kind tussen 1 en 12 jaar wordt geheven

€ 307,20

2.1.3

van een kind beneden 1 jaar wordt geheven

€ 158,72

2.1.4

in een grafkelder

€ 665,60

2.2

Voor het begraven buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd wordt het recht, bedoeld in 2.1.1, 2.1.2, 2.1.3 en 2.1.4 verhoogd met

 

2.3

Voor het begraven buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd wordt het recht bedoeld in 2.1.1, 2.1.2, 2.1.3 en 2.1.4 op zon- en feestdagen verhoogd met

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Bijzetten van asbussen en urnen

 

 

 

 

3.1

Voor het bijzetten van een asbus of urn wordt geheven:

 

3.1.1

in een urnennis

€ 139,26

3.1.2

op een (urnen) graf

€ 112,64

3.1.3

in een (urnen) graf

€ 143,36

3.2

Voor het bijzetten van een asbus buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd wordt het recht, bedoeld in 3.1.1, 3.1.2 en 3.1.3 verhoogd met

 

3.3

Voor het bijzetten van een asbus buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd op zon- en feestdagen wordt het recht, bedoeld in 3.1.1, 3.1.2 en 3.1.3 verhoogd met

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Verstrooien van as

 

 

 

 

4.1

Voor het verstrooien van as:

 

4.1.1

in een (urnen) graf wordt per asbus of urn geheven

€ 128,00

4.1.2

op een verstrooiingsplaats wordt per asbus of urn geheven

€ 97,28

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Grafbedekking en onderhoud

 

 

 

 

5.1

Als bijdrage voor het algemeen onderhoud van de begraafplaats wordt per particulier (kinder) graf, algemeen graf, urnengraf, urnennis, urnenmonument, plaats in de urnentuin of gedenkplaats geheven:

 

5.1.1

voor een periode van 20 jaar gelijklopend aan het verleende recht als bedoeld in 1.1, 1.2, 1.4.4 en 1.5.4

€ 1.269,76

5.1.2

voor een periode van 15 jaar gelijklopend aan het verleende recht als bedoeld in 1.4.3 en 1.5.3

€ 952,32

5.1.3

voor een periode van 10 jaar gelijklopend aan het verleende recht als bedoeld in 1.3, 1.4.2, 1.5.2, 1.6.2, 1.7.2 en 1.8.2

€ 634,88

5.1.4

voor een periode van 5 jaar gelijklopend aan het verleende recht als bedoeld in 1.4.1, 1.5.1, 1.6.1, 1.7.1 en 1.8.1

€ 317,44

5.2

Voor het jaarlijks onderhoud wordt op grond van oude regelingen nog een beperkt aantal graven via de gemeentelijke belastingaanslagen geheven. Het genoemde tarief is het jaarlijkse belastingbedrag:

 

5.2.1

Als voor 1 januari 2014 een recht is verleend en het onderhoudsrecht is niet afgekocht, per jaar per particulier (kinder)graf

€ 63,48

5.2.2

Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van grafbedekking op de voor 1 januari 2014 uitgegeven graven op de begraafplaats te Middenmeer, per gedenkteken

€ 141,12

5.2.3

Wanneer een graf als bedoeld in 5.2 wordt verlengd, worden de tarieven zoals vermeld in 5.1 in rekening gebracht.

 

5.3

De rechten als bedoeld in 5.1 kunnen worden afgekocht voor een periode gelijk lopend aan het recht. De afkoopsom bedraagt het geldende tarief op het tijdstip van afkoop genoemd in 5.2.1 en wordt berekend door vermenigvuldiging van het jaarlijkse belastingbedrag met het aantal jaren van afkoop.

 

5.4

voor het afgeven van een vergunning ter zake van het plaatsen of vernieuwen van grafbedekking wordt geheven:

 

5.4.1

voor de aanleg van een grafkelder

€ 706,56

5.4.2

voor het plaatsen van gedenktekens en kruisen of andere voorwerpen per verlening

€ 74,75

 

 

 

Hoofdstuk 6 Opgraven en ruimen

 

 

 

 

6.1

Voor het op verzoek opgraven van een lijk of de overblijfselen daarvan wordt geheven

€ 757,76

6.2

Voor het op verzoek na opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven

€ 665,60

6.3

Voor het op verzoek opgraven van een asbus of urn uit een graf wordt geheven

€ 172,03

6.4

Voor het na opgraven weer begraven van de asbus of urn in een ander graf wordt geheven

€ 143,36

6.5

Voor het op verzoek verwijderen van een op een graf geplaatste asbus of urn wordt geheven

€ 143,36

6.6

Voor het op verzoek verwijderen van een in een urnennis geplaatste asbus of urn wordt geheven

€ 139,26

6.7

Voor het op verzoek na verwijderen weer bijzetten van de asbus of urn in een andere urnennis wordt geheven

€ 139,26

6.8

Voor het opgraven, herbegraven, verwijderen en opnieuw bijzetten buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd wordt het recht, bedoeld in 7.1, 7.2, 7.3, 7.4, 7.5, 7.6 en 7.7 verhoogd met

 

6.9

Voor het opgraven, herbegraven, verwijderen en opnieuw bijzetten buiten de in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen vastgestelde tijd op zon- en feestdagen wordt het recht, bedoeld in7.1, 7.2, 7.3, 7.4, 7.5, 7.6 en 7.7 verhoogd met

 

6.10

voor het na opgraven weer opnieuw begraven in hetzelfde graf (zogenaamde schudden van een graf) wordt geheven

€ 71,68

 

Tarieventabel bij de ‘Verordening Havengeld’

 

Weektarief

Het tarief als bedoeld in artikel 6 van de Verordening Havengeld bedraagt exclusief omzetbelasting voor het verblijf van ten hoogste één week voor:

a. Zeeschepen per BT: € 0,85

b. Vissersschepen per BT verblijvend in de Vissershaven of Noorderhaven: € 0,44

c. Vissersschepen per BT verblijvend in de Waddenhaven of Oude Zeug: € 0,39

d. Schepen voor het vissen op schelpdieren per m² ingenomen

wateroppervlakte: € 0,29

e. Schepen voor het vissen op schelpdieren per m² ingenomen

wateroppervlakte verblijvend in de waddenhaven of Oude Zeug: € 0,25

f. Sportvissersschepen per m² ingenomen wateroppervlakte: € 0,22

g. Passagiersschepen/zeilende bedrijfsvaartuigen, per m² ingenomen

wateroppervlakte in de Vissershaven of de Noorderhaven

in de periode van oktober tot april: € 0,22

h. Passagiersschepen/zeilende bedrijfsvaartuigen, per m² ingenomen

wateroppervlakte in de waddenhaven: € 0,18

i. Binnenvaartvrachtschepen, per strekkende meter € 0,26

j. Voor de overige schepen, per m² ingenomen wateroppervlakte: € 0,22

met een minimum van: € 5,32

k. Voor de overige schepen, genoemd in artikel 1 van de Verordening

Havengeld per m² ingenomen wateroppervlakte verblijvend

in de waddenhaven en Oude Zeug: € 0,18

met een minimum van: € 5,32

 

Dagtarief

Het tarief als bedoeld in artikel 6 van de Verordening Havengeld Gemeente Hollands Kroon bedraagt voor:

passagiersschepen/zeilende bedrijfsvaartuigen, per m² ingenomen wateroppervlakte in de vissershaven of de Noorderhaven in de periode van april tot oktober per dag: € 0,21 (excl. omzetbelasting;

pleziervaartuigen verblijvend in de haven van Den Oever, per

strekkende meter, per overnachting, € 1,75 (incl. omzetbelasting)

met een minimum van: € 7,32 (incl. omzetbelasting)

pleziervaartuigen, niet verblijvend in de haven van Den Oever, per strekkende meter, per overnachting € 1,28 (incl. omzetbelasting)

met een minimum van: € 5,38 (incl. omzetbelasting)

d. Het havengeld voor meerrompschepen of catamarans bedraagt anderhalf keer de onder 2b en 2c genoemde tarieven.

 

Vaste ligplaatsen

Voor het innemen van een vaste ligplaats voor een pleziervaartuig in andere

havens dan Den Oever, bedraagt het havengeld per jaar per strekkende meter € 34,93

(het is niet mogelijk om in Den Oever een vaste ligplaats in te nemen)

 

Abonnementen

Voor sportvissersschepen dan wel voor vaartuigen verblijvend in de Waddenhaven, met als thuishaven Den Oever, geldt voor de berekening van het jaartarief van het abonnement 52 maal het berekende tarief overeenkomstig artikel 1 van deze tarieventabel.

 

Kadegeld

Het tarief voor kadegeld bedraagt voor het hebben van voorwerpen op de gemeentelijke kaderuimten

€ 0,31 per m2 per dag, tenzij de goederen binnen 7 dagen na aanvang van het in beslag nemen worden afgevoerd. Gedeelten van een m2 worden voor een hele m2 gerekend.

Overslag

Het weektarief ter zake van het gebruik van de kade ten behoeve van het uit vissersschepen lossen wordt verhoogd met 30%.

Ter zake van het gebruik van de kade ten behoeve van het uit binnenvaartschepen laden en lossen geldt een tarief van € 0,14 per ton.

 

Reserveren

Voor schepen, waarvoor de mogelijkheid van reserveren van een ligplaats bestaat, bedraagt de verhoging van het havengeld per reservering € 53,21

 

7.6 Tarieventabel bij de ‘Legesverordening’

 

Titel 1 Algemene Dienstverlening

 

Artikel

Omschrijving

Tarief

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, registratie, of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk dan wel een huwelijk in een geregistreerd partnerschap:

 

1.1.1

als de voltrekking, registratie of omzetting plaatsvindt op:

 

1.1.1.1

dinsdag om 9.00 uur en 9.15 uur(zonder toespraak en gezelschap ) voltrokken door een ambtenaar van de burgerlijke stand in ‘De Ontmoeting'.

 

1.1.1.2

een andere dag dan dinsdag om 9.00 of 9.15 uur voltrekking ( zonder toespraak met gezelschap) door een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (BABS) in ‘De Ontmoeting’ inclusief kosten BABS

€ 209,95

1.1.1.3

een ander moment dan dinsdag om 9.00 of 9.15 uur,(met toespraak én gezelschap) voltrokken door een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (BABS) exclusief kosten BABS

€ 209,95

1.1.2

De kosten voor een BABS bedragen

 

1.1.2.1

wanneer het huwelijk wordt voltrokken door een BABS van Hollands Kroon op maandag t/m vrijdag tussen 9:30 en 17:00 uur

€ 131,25

1.1.2.2

wanneer het huwelijk wordt voltrokken door een BABS van Hollands Kroon op een andere dag of tijd dan hiervoor is aangegeven of op een algemeen erkende christelijke feestdag of Koningsdag

€ 189,00

1.1.2.3

wanneer het huwelijk wordt voltrokken door een BABS die al beëdigd is en die voor één dag wordt benoemd

€ 26,25

1.1.2.4

wanneer het huwelijk wordt voltrokken door een nieuw te benoemen en te beëdigen BABS

€ 209,95

1.1.3

Bovenop de gemeentelijke leges komen nog de kosten voor de externe locaties. Deze worden in rekening gebracht door de externe locatie zelf.

 

1.1.4

Voor het gebruik maken van getuigen van de gemeente bedraagt het tarief per getuige

€ 16,95

1.1.5

Als er sprake is van annulering van een huwelijk wordt in rekening gebracht:

 

1.1.5.1

bij annulering tot een week voor het geplande huwelijk een bedrag van

€ 53,90

1.1.5.2

bij annulering binnen één week voor het geplande huwelijk een bedrag van

€ 169,50

1.2

Het tarief voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje

€ 15,75

1.3

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand (stb. 1879, 72) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand (stb. 1969, 36) of zoals dat besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

€ 13,40

1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gewaarmerkt afschrift van stukken, geen akten van burgerlijke stand zijnde, per verstrekking

€ 7,95

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

2.1.1

tot het verstrekken van een nationaal paspoort aan een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 66,74

2.1.2

tot het verstrekken van een nationaal paspoort aan een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 53,14

2.1.3

tot het verstrekken van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in 2.1.1 (zakenpaspoort) aan een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 66,74

2.1.4

tot het verstrekken van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in 2.1.2 (zakenpaspoort) aan een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

€ 53,14

2.1.5

tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort) aan een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 66,74

2.1.6

tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort) aan een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 53,14

2.1.7

tot het verstrekken van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

€ 53,14

2.1.8

tot het verstrekken van een Nederlands identiteitskaart (N.I.K.) aan een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 52,20

2.1.9

tot het verstrekken van een Nederlands identiteitskaart (N.I.K.) aan een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

€ 29,69

2.1.10

De tarieven genoemd in de onderdelen 2.1.1 tot en met 2.1.9 worden bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van

€ 48,60

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

3.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.1.1

tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

€ 39,78

3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 3.1.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met

€ 34,10

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 4.3 en 4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

4.2.1

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking

€ 7,95

4.2.2

In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen

€ 7,90

4.3

Voor de toepassing van onderdeel 4.4 wordt onder een verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.

 

4.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking

€ 7,95

4.5

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen voor ieder daaraan besteed kwartier

€ 22,60

4.6

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een verzoek tot het verstrekken van:

 

4.6.1

Een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, op basis van een verzoek per internet

€ 8,45

4.6.2

Een uittreksel uit de basisregistratie personen, op basis van een verzoek per gemeentebalie

€ 14,05

4.6.3

Een uittreksel uit de basisregistratie personen, op basis van een schriftelijkverzoek

€ 14,05

4.7.1

Een uittreksel uit de basisregistratie personen, ten behoeve van meerdere personen uit een samenlevingsgebied, op basis van een verzoek per internet

€ 8,45

4.7.2

Een uittreksel uit de basisregistratie personen, ten behoeve van meerdere personen uit een samenlevingsgebied, op basis van een verzoek per gemeentebalie

€ 14,05

4.7.3

Een uittreksel uit de basisregistratie personen, ten behoeve van meerdere personen uit een samenlevingsgebied, op basis van een schriftelijk verzoek

€ 14,05

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister

5.1

Gereserveerd.

 

Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van Wet Bescherming persoonsgegevens

6.1

Gereserveerd.

 

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

7.1

Het tarief bedraagt voor fotokopieën of op andere wijze gereproduceerde afschriften, aangevraagd op basis van de Wet openbaarheid van bestuur

 

7.1.1

minder dan 6 kopieën

 

7.1.2

6 tot 13 kopieën

€ 4,65

7.1.3

14 of meer kopieën per kopie

€ 0,35

7.1.3.1

 

 

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

8.1.1

een fotokopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet, structuurplan of dorpsvernieuwingsplan:

 

8.1.1.1

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde

€ 0,80

8.1.1.2

in formaat A3

€ 1,55

8.1.2

een lichtdruk van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet, structuurplan of dorpsvernieuwingsplan:

 

8.1.2.1

op formaat A2, per blad

€ 3,10

8.1.2.2

op formaat A1, per blad

€ 5,65

8.1.2.3

op formaat A0, per blad

€ 8,45

8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van:

 

8.2.1

het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres

€ 7,50

8.2.2

het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie

€ 7,50

8.2.3

het gemeentelijke adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat

€ 7,50

8.2.4

de gebouwenregistratie

€ 7,50

8.2.5

de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet

€ 17,10

8.2.6

een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet

€ 17,10

8.2.7

het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed

€ 17,10

8.3

Het tarief bedraagt:

 

8.3.1

voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van informatie over bestemmingsplannen, voorbereidingsbesluiten, streekplannen, structuurplannen, bodemgesteldheid, bodemonderzoeken en soortgelijke zaken, inclusief het digitaal verstrekken van kopieën of afschriften

€ 14,50

8.3.2

Boven op het tarief genoemd in artikel 8.3.1 worden de kosten voor kopieën en afschriften in rekening gebracht zoals vermeld in artikel 8.1.

 

8.4

Het tarief bedraagt:

 

8.4.1

voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit het gemeentelijk beperkingsregister of de gemeentelijke beperkingsregistratie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het vertrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen.

€ 17,10

8.4.2

voor het vertrekken van een verklaring afwezigheid van geregistreerde beperkingenbesluiten uit de Wkpb-beperkingenregister per verklaring

€ 17,10

8.4.3

voor het in behandeling nemen van een verzoek om informatie uit het kadastraal register via kadaster Online (KOL)

 

8.4.3.1

de door het kadaster in rekening gebrachte kosten

 

8.4.3.2

voor het verstrekken van informatie uit en over de niet-gemeentelijke beperkingen per kwartier

€ 25,55

8.4.4

inzage gemeentelijke beperkingenregister is kosteloos.

 

8.4.4.1

voor het verstrekking van een gewaarmerkt kopie hiervan per pagina

€ 2,65

8.4.4.2

voor het in behandeling nemen van een verzoek om toelichting op het ter inzage verleende dossier per kwartier

€ 25,55

8.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van gegevens ten behoeve van taxatierapporten opgesteld door derden, per kwartier of een gedeelte ervan

€ 26,10

8.6

Voor het geven van een toelichting op grond van hoofdstuk 7 ter inzage verleende dossier, per kwartier of een gedeelte daarvan:

€ 26,10

8.7

voor het verstrekken van bodeminformatie, per verstrekking

€ 26,10

8.7.1

 

 

Hoofdstuk 9 Overige bestuurszaken

9.1

tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag

€ 42,35

9.2

tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening, per handtekening

€ 8,60

9.3

Voor het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn

€ 13,30

9.4

een afschrift op grond van artikel 2.5.5, lid 3 wet basisregistratie personen (uitdraai van aanvrager zoals vermeld in basisregistratie personen)

€ 17,15

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

10.1

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier

€ 22,30

10.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

10.2.1

in formaat A4 per bladzijde

€ 0,80

10.2.2

in formaat A4 per bladzijde, in kleur

€ 0,85

10.2.3

in formaat A3 per bladzijde

€ 1,55

10.2.4

in formaat A3 per bladzijde, in kleur

€ 1,85

10.2.5

in formaat A1 per bladzijde

€ 5,65

10.2.6

in formaat A1 per bladzijde, in kleur

€ 6,65

10.2.7

in formaat A0 per bladzijde

€ 8,45

10.2.8

in formaat A0 per bladzijde, in kleur

€ 10,60

10.2.9

Artikel 10.2.1 tot en met 10.2.8 hebben een maximum van:

€ 71,25

10.2.10

digitaal op Cd-rom, per Cd-rom

€ 4,40

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet

11.1

Er zijn geen legestarieven opgenomen in het kader van de huisvestingswet. Het aantal verzoeken om een beschikking of vergunning in het kader van deze wet is zeer beperkt. Eventuele leges kunnen worden verhaald via artikel 18.1.4 (hoofdstuk 18 van titel 1)

 

Hoofdstuk 12 Leegstandswet

12.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet

€ 126,80

12.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, vierde lid van de Leegstandswet met één jaar.

€ 63,40

Hoofdstuk 13 Marktstandplaatsen en ventvergunningen

13.1

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 14 Winkeltijdenwet

14.1

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 15 Kansspelen

15.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

15.1.1

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat

€ 56,50

15.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat

€ 56,50

15.1.3

en voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 34,00

15.1.4

Voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd

€ 226,50

15.1.5

voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd, voor de eerste automaat

€ 226,50

15.1.6

en voor iedere volgende automaat voor onbepaalde tijd

€ 136,00

15.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 33,50

Hoofdstuk 16 Telecommunicatiewet

16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met verkrijgen van een instemmingsbesluit, omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden:

 

16.1.1

als het tracés betreft met een lengte vanaf 25 tot 250 m

€ 268,65

16.1.2

als het tracés betreft met een lengte vanaf 250 tot 1000 m

€ 377,85

16.1.3

als het tracés betreft met een lengte vanaf 1000 tot 2500 m

€ 493,60

16.1.4

als het tracés betreft met een lengte vanaf 2500 m op basis van begroting. De aanvraag wordt pas in behandeling genomen nadat de uitgebrachte begroting is geaccordeerd.

 

16.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een graafmelding tot 25 m

€ 74,35

16.3

Als er met betrekking tot de aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente en de netbeheerder of de gemeente, andere beheerders van openbare gronden en de netbeheerder, worden de in 16.1 genoemde tarieven per overleg verhoogd met

€ 289,40

16.4

Als met betrekking tot een aanvraag onderzoek naar de status van de kabel en/of leiding plaatsvindt, worden de in 16.1 genoemde tarieven verhoogd met de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de netbeheerder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

16.5

Als een begroting als bedoeld in 16.4 is uitgebracht ,wordt een aanvraag pas in behandeling genomen nadat de uitgebrachte begroting is geaccordeerd.

 

Hoofdstuk 17 Verkeer en vervoer

17.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

17.1.1

tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459)

€ 55,80

17.1.2

tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen

€ 55,80

17.1.3

tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 148 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994

€ 102,50

17.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

17.2.1

tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Stb. 1990, 460)

€ 42,00

17.2.2

tot het verlengen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Stb. 1990,460)

€ 26,25

17.2.3

Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het toekennen van een gehandicaptenparkeerplaats bedraagt het tarief

€ 161,75

Hoofdstuk 18 Algemeen

18.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verstrekken van:

 

18.1.1

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 8,45

18.1.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

18.1.2.1

per pagina op papier van A4-formaat

€ 0,80

18.1.2.2

per pagina op papier van A3-formaat

€ 1,55

18.1.3

kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in de onderdelen 18.1.1 en 18.1.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk, ongeacht de wijze van verstrekking

 

18.1.3.1

Op A2 formaat

€ 3,25

18.1.3.2

Op A1 formaat

€ 5,65

18.1.3.3

Op A0 formaat

€ 8,45

18.1.4

een beschikking of vergunning op een aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

€ 126,80

 

 

 

 

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

 

Artikel

Omschrijving

Tarief

Variabel tarief

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

 

 

1.1.1

aanlegkosten: de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk OF het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen], of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; De UAV 2012 ligt ter inzage bij de publieksbalie van de gemeente.

 

 

1.1.2

Bouwkosten: de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk OF het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen], of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; De UAV 2012 ligt ter inzage bij de publieksbalie van de gemeente.

 

 

1.1.3

Sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting,, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; De UAV 2012 ligt ter inzage bij de publieksbalie van de gemeente. De bekendmaking van de UAV 2012 vindt u bij Officiële bekendmakingen.nl

 

 

1.1.4

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

 

1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

 

1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

Hoofdstuk 2 Vooroverleg

2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is (dit is een principe verzoek)

€ 51,95

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

3.1.1

Bouwactiviteit, indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

3.1.1.1

als de bouwkosten bedragen € 0 tot € 50.000; van de bouwkosten. 

€ 220,00

1,99%

3.1.1.2

als de bouwkosten bedragen € 50.000 tot € 100.000; van de bouwkosten.

€ 375,00

1,88%

3.1.1.3

als de bouwkosten bedragen €100.000 tot € 200.000; van de bouwkosten.

€ 695,00

1,81%

3.1.1.4

als de bouwkosten bedragen € 200.000 tot € 500.000; van de bouwkosten.

€ 1.055,00

1,73%

3.1.1.5

als de bouwkosten € 500.000 of meer bedragen; van de bouwkosten.

€ 2.500,00

1,41%

3.1.1.6

het tarief bedraagt nooit meer dan 15% van de bouwkosten met een minimum van € 71,64

 

 

3.1.2

Extra welstandstoets: het tarief voor advisering door ambtelijke bouwplantoetsers bedraagt:

 

 

3.1.2.1

voor reguliere adviezen bij een bouwsom tot € 20.000

€ 20,50

 

3.1.2.2

voor reguliere adviezen bij een bouwsom boven € 20.000 Maximum tarief per bouwplan bedraagt€ 1.125,00

 

0,13%

3.1.2.3

voor advies bij reclameobjecten

€ 38,40

 

3.1.2.4

voor advies bij sloopvergunningen

€ 51,20

 

3.1.2.5

voor advies bij handhavingszaken/excessenregeling

€ 76,80

 

3.1.3

Extra welstandstoets: het tarief voor advisering door de welstandscommissie WZNH bedraagt:

 

 

3.1.3.1

voor reguliere adviezen bij een bouwsom tot € 20.000

€ 40,95

 

3.1.3.2

voor reguliere adviezen bij een bouwsom boven € 20.000 Maximum tarief per bouwplan bedraagt€ 2250,00

 

0,25%

3.1.3.3

voor reguliere adviezen zonder bouwsom, o.b.v. tijd, omrekening naar commissietarief per uur

€ 450,55

 

3.1.3.4

Korting op advies bij vooroverleg door WZNH supervisor

 

50,00%

3.1.3.5

voor advies bij reclameobjecten

€ 76,80

 

3.1.3.6

voor advies bij sloopvergunningen

€ 102,40

 

3.1.3.7

voor advies bij handhavingszaken/excessenregeling

€ 153,60

 

3.1.3.8

voor behandeling in WZNH Erfgoedcommissie

€ 450,55

 

3.1.3.9

voor overige advisering op basis van bestede tijd per uur

 

 

3.1.3.9.1

secretariaat-beleidscoördinator

€ 87,05

 

3.1.3.9.2

WZNH adviseur/commissielid

€ 122,90

 

3.1.3.9.3

projecttarief WZNH adviseur

€ 102,40

 

3.1.3.9.4

previsoren, supervisoren, leden kwailiteitsteams

€ 122,90

 

3.1.3.9.5

adviseur bij second opinions

€ 122,90

 

3.1.4

Voor het uitbrengen van adviezen door de Stichting Agrarische beoordelingscommissie

 

 

3.1.4.1

Voor het uitbrengen van standaardadvies bestaande bedrijven bedraagt het tarief

€ 788,50

 

3.1.4.2

Voor het uitbrengen van advies Inzake nieuwe vestigingen en/of beoordeling van een bedrijfsplan bedraagt het tarief

€ 936,95

 

3.1.4.3

Voor adviezen waarbij ons wordt verzocht ook uitspraken van een commissie voor bezwaar en beroepen/of gerechtelijke uitspraken te betrekken bedraagt het tarief

€ 988,15

 

3.1.4.4

Voor nadere adviezen op eerder uitgebrachte adviezen bedraagt het tarief

€ 471,05

 

3.1.4.5

Voor een second opinion bedraagt het tarief

€ 1.244,15

 

3.2

Achteraf ingediende aanvraag, onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges.

 

5,00%

3.2.1

Beoordeling aanvullende gegevens, onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de in dat onderdeel bedoelde aanvraag al in behandeling is genomen: van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges.

 

2,00%

3.3

Aanlegactiviteiten; indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten, bedraagt het tarief

€ 165,00

 

3.4

Planologisch strijdig gebruik Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1 en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

3.4.1

Als artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 262,15

 

3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

€ 322,55

 

3.4.3

Als artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking, inclusief verzorging GML):

€ 2.965,05

 

3.4.4

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking):

€ 312,30

 

3.4.5

Als artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 316,35

 

3.4.6

Als de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

€ 209,35

 

3.4.7

Als de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 209,35

 

3.4.8

Als artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 303,00

 

3.4.9

De in 3.4.3, 3.4.6 en 3.4.7 genoemde tarieven worden verhoogd met het eventuele bedrag dat een externe adviseur de gemeente in rekening brengt.

 

 

3.4.10

Als de aanvraag betrekking heeft op het verkrijgen van een (objectgebonden) beschikking dat permanent bewonen van een recreatieverblijf is toegestaan onder voorwaarden die behoren bij de overgangsbepalingen van het bestemmingsplan, bedraagt het tarief:

€ 1.059,35

 

3.4.11

Als de aanvraag betrekking heeft op het verkrijgen van een (persoonsgebonden) beschikking en indien de aanvrager het recreatieverblijf vanaf 1 april 2006 permanent bewoonde en het verblijf aan de eisen van het Bouwbesluit voldoet en de permanente bewoning vanuit milieuregels toelaatbaar is, bedraagt het tarief :

€ 1.059,35

 

3.4.12

Ontheffing op grond van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuur Visie (PRVS)Het tarief voor het doen van een aanvraag bij de Gedeputeerde staten van Noord‐Holland tot het verstrekken van een ontheffing ingevolge de artikelen 12 lid 2, 13 lid 2, 14 lid 2, 19 lid 3 , 22 lid 4, 24 lid 3, 25 lid 3, 26 lid 2,28 lid 6 of 32 lid 4 van de PRVS, inclusief eventueel advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling, voor zover deze kosten niet zijn verhaald op een andere wijze, worden volledig door belast.

 

 

3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

 

3.5.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte: tot 500 m2

€ 705,50

 

3.5.2

van 500 m2 tot 1.000 m2

€ 1.016,50

 

3.5.3

van 1.000 m2 en meer verhoogd met voor elke m2 boven de 1.000 m2 of gedeelte daarvan € 0,20 voor elke m² boven de 1.000 ² tot een maximum van € 2.437,80

€ 1.016,50

2,00%

3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

 

3.6.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de via de Monumentenverordening Hollands Kroon aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of artikel 4 van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

 

 

3.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

€ 386,70

 

3.6.1.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht wordt:

€ 386,70

 

3.6.1.3

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening of de Erfgoedverordening 2013 Hollands Kroon aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening of Erfgoedverordening 2013 Hollands Kroon een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

€ 386,70

 

3.7

Aanleggen of veranderen weg, als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 246,55

 

3.8

Uitweg / Inrit, Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo en als de gemeente geen eigenaar is van de betreffende weg bedraagt het tarief:

€ 140,00

 

3.9

Kappen, Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief

€ 93,35

 

3.10

Als de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 196,70

 

3.11

Als de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 196,70

 

3.12

Andere activiteiten

 

 

3.12.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 158,30

 

3.12.2

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

3.12.2.1

ls het een gemeentelijke verordening betreft

€ 158,30

 

3.12.2.2

ls het een provinciale of waterschapsverordening betreft

€ 158,30

 

3.12.2.3

als het een provinciale of waterschapsverordening betreft

€ 158,30

 

3.13

Omgevingsvergunning in twee fase, Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

3.13.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

 

3.13.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft

 

 

3.14

Beoordeling bodemrapport, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

 

3.14.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

€ 169,55

 

3.14.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

€ 169,55

 

3.14.3

De tarieven in dit artikel worden verhoogd met de, vooraf aan de aanvrager medegedeelde kosten, die een externe adviseur de gemeente in rekening brengt, blijkend uit een door het college van burgemeester en wethouders opgestelde begroting

 

 

3.15.1

Advies, Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld

 

 

3.15.2

Als een begroting als bedoeld in 3.15.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

3.15.3

Onverminderd het bepaalde in de voorafgaande onderdelen van dit hoofdstuk, bedraagt het tarief indien archeologisch advies wordt ingewonnen

€ 459,00

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

4.1

niet van toepassing

 

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

 

5.1.1

Als de aanvraag wordt ingetrokken binnen 4 weken na het in behandeling nemen, doch voor het verlenen van de omgevingsvergunning van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. De leges bedragen echter nooit meer dan € 250,00

 

75,00%

5.1.2

Als de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken maar voor het verlenen van de omgevingsvergunning van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. De leges bedragen echter nooit meer dan € 500,00

 

25,00%

5.1.3

De tarieven genoemd in 5.1.1 en 5.1.2 worden verhoogd met het eventuele bedrag dat een externe adviseur de gemeente in rekening brengt.

 

 

5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, 

 

 

5.2.1

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

25,00%

5.2.2

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning, de vergunning noodzakelijk was voor het verkrijgen van een subsidie en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

40,00%

5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten.

 

 

5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 of 3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

25,00%

5.3.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

 

5.4

Minimumbedrag voor teruggaaf, Een bedrag minder dan € 100 wordt niet teruggegeven.

 

 

5.5

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen, van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 3.1.2, 3.3.9, 3.4.9 en 3.17 wordt geen teruggaaf verleend.

 

 

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 5.2 van toepassing is:

€ 253,25

 

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

€ 102,50

 

7.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van de tenaamstelling van een verleende omgevingsvergunning bedraagt

€ 102,50

 

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 3.926,95

 

8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 1.418,20

 

8.3

De in 8.1 en 8.2 genoemde tarieven worden verhoogd met het eventuele bedrag dat een externe adviseur de gemeente in rekening brengt.

 

 

Hoofdstuk 9 In deze titel niet benoemde beschikkingen

9.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 158,30

 

9.2

Het in 9.1 genoemde tarief wordt verhoogd met het eventuele bedrag dat een externe adviseur de gemeente in rekening brengt.

 

 

 

 

 

 

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 

Artikel

Omschrijving

Tarief

Hoofdstuk 1 Horeca

1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet

€ 231,35

1.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een wijziging van de leidinggevenden:

 

1.1.1.1

Voor de eerste leidinggevende

€ 77,10

1.1.1.2

Voor iedere volgende leidinggevende

€ 38,55

1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet

€ 62,15

1.3

Vervallen

 

1.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

€ 78,75

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet voor ten hoogste vijf jaren

€ 157,45

1.5

tot het verkrijgen van een ontheffing tot het na het algemeen sluitingstijdstip geopend mogen houden van voor het publiek toegankelijke lokaliteiten (art. 2:29 Algemene plaatselijke verordening) indien ontheffing wordt verleend, per evenement:

€ 37,10

1.6

voor het in behandeling nemen van een exploitatievergunning voor een openbare inrichting (art. 2:28 Algemene Plaatselijke Verordening)

€ 231,35

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten

2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (evenementenvergunning), indien het betreft:

 

2.1.1

een regulier evenement

€ 48,45

2.1.2

een aandachtevenement

€ 409,55

2.1.3

een risico-evenement

€ 1.696,00

2.1.4

Als de vergunning betrekking heeft op een meerjarenvergunning (voor ten hoogste vijf jaren) voor een evenement als bedoeld in artikel 2.1.1 t/m 2.1.3 bedraagt het tarief 200% van het betreffende tarief

 

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven

3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot exploitatie van een seksinrichting:

€ 1.228,80

Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014

4.1

Er zijn geen legestarieven opgenomen in het kader van de splitsingsvergunning woonruimten. Het aantal verzoeken om een vergunning is nihil of zeer beperkt. Eventuele leges kunnen worden verhaald via hoofdstuk 7 van titel 3.

 

Hoofdstuk 5 Leefmilieuverordening

5.1

Er zijn geen legestarieven opgenomen in het kader van de leefmilieuverordening. Het aantal verzoeken om een beschikking of vergunning is nihil of zeer beperkt. Eventuele leges kunnen worden verhaald via hoofdstuk 7 van titel 3.

 

Hoofdstuk 6 Marktstandplaatsen en ventvergunningen

6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een éénmalige standplaatsvergunning:

€ 49,05

6.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning voor een periode van ten hoogste vijf jaar:

 

Hoofdstuk 7 Winkeltijdenwet

7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

7.1.1

voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet

€ 38,95

Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

8.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van elke andere niet in deze titel benoemde vergunning of ontheffing op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening

€ 78,35

8.1.2

Indien de aanvraag als bedoeld in artikel 7.1.1 betrekking heeft op een meerjarenvergunning of meerjarenontheffing voor ten hoogste vijf jaar bedraagt het tarief

€ 156,55

 

 

 

Tarieventabel bij de ‘Verordening Staangeld’

 

Het recht als bedoeld in artikel 2 van de verordening bedraagt per vierkante meter ingenomen gemeentegrond of gedeelte daarvan:

per halve dag of gedeelte daarvan € 0,38

per hele dag € 0,76

per maand of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een halve dag wordt ingenomen) € 4,45

per maand of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een hele dag wordt ingenomen) € 8,90

per jaar of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een halve dag wordt ingenomen) € 19,13

per jaar of gedeelte daarvan (wanneer de standplaats een hele dag wordt ingenomen) € 38,26

 

Als gebruik wordt gemaakt van een van gemeentewege geplaatste stroomkast worden de tarieven in artikel 5 verhoogd met € 4,25 per dag of gedeelte daarvan.

 

Tarieventabel bij de ‘Verordening Forensenbelasting’

 

De belasting bedraagt:

Voor een stacaravan € 205,51

Voor een huisje staande op een kampeerplaats of park € 450,94

Voor een andere gemeubileerde woning, niet vallende onder 1 of 2 € 490,94

 

Tarieventabel bij de ‘Verordening Toeristenbelasting’

 

Het tarief bedraagt € 1,30 per persoon per nacht.