Gemeenteblad van Ommen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OmmenGemeenteblad 2018, 261714Verordeningen



VERORDENING PRECARIOBELASTING 2019

De raad van de gemeente Ommen;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 november 2018, kenmerk 2330431;

 

gelet op de artikel 228 van de Gemeentewet;

 

Besluit:

 

vast te stellen de

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2019

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond bedoeld of genoemd in deze verordening.

Artikel 2 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De precariobelasting bedraagt voor het hebben van voorwerpen, genoemd in dit artikel, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, buiten de uren dat deze grond voor het houden van de markt wordt gebruikt:

    a.

    voor het innemen van standplaatsen met kramen of stallen per dag of gedeelte van een dag:

     

     

    per strekkende meter of een gedeelte daarvan

    € 1,31

     

    met een minimum van

    € 6,65

    b.

    voor het plaatsen dan wel opslaan van materialen en voorwerpen, al dan niet voor de verkoop en voor het op de grond uitstallen van waren, per dag of een gedeelte van een dag:

     

     

    per vierkante meter of een gedeelte daarvan

    € 0,34

     

    met een minimum van

    € 1,95

  • 2.
    • a.

      In afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder a, bedraagt de precariobelasting, indien een jaarabonnement wordt afgesloten 52 x € 1,05 maal het aantal strekkende meters of gedeelten daarvan, maal het aantal dagen per week dat een standplaats wordt ingenomen, met een minimum van € 163,80.

    • b.

      In afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder b, bedraagt de precariobelasting, indien een jaarabonnement wordt afge­sloten 52 x € 0,15 maal het aantal vierkante meters of ge­deelten daar­van, maal het aantal dagen per week dat er materialen en voorwerpen, al dan niet voor de verkoop, worden geplaatst dan wel opgeslagen op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, met een minimum van € 81,15.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel bedraagt de precariobelasting voor het hebben van voorwerpen op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond:

    a.

    voor het innemen van standplaatsen met draaimolens, zweefmo­lens, werptenten of andere inrichtingen van openbaar vermaak, per dag of gedeelte van een dag:

     

     

    per vierkante meter of een gedeelte daarvan

    € 1,05

     

    met een minimum van

    € 23,15

    b.

    voor het hebben of innemen van een terras per seizoen of een gedeelte van een seizoen per vierkante meter of een gedeelte daarvan:

     

    € 27,95

     

  • 4.

    Het in dit artikel onder lid 3, onderdeel b genoemde ‘seizoen’, betreft de periode van 1 april tot en met 31 oktober. Het aantal vierkante meters voor het hebben of innemen van een terras wordt bepaald op het aantal vierkante meters vermeld in de geldende terrasontheffing, met dien verstande dat de eerste 1,5 meter uit de gevel vrijgesteld is van precariobelasting.

Artikel 4 Vrijstelling

De precariobelasting wordt niet geheven voor:

  • 1.

    een mobiele onderzoeksunit die wordt gebruikt voor het doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van die wet vergunning is verleend.

  • 2.

    de eerste anderhalve meter gemeten uit de gevel, voor het hebben van terrassen, uitstallingen en reclame-uitingen op of boven de voor de openbare dienst bestem­de gemeentegrond.

Artikel 5 Aanvang jaarabonnement

Het jaarabonnement, genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdeel a en b vangt aan met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven

  • 2.

    In afwijking van het eerst lid wordt de verschuldigde precariobelasting genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b en artikel 3, derde lid onderdeel a geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schrif­tuur waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b en artikel 3, derde lid onderdeel a moet worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De belasting genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdeel a en b en genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel b moet worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede termijn twee maanden later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.

Artikel 10 Overgangsrecht

De ‘Verordening precariobelasting 2018’ van 30 november 2017, documentkenmerk 2153851, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid van artikel 11 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening precariobelasting 2019’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ommen d.d. 29 november 2018.

De raad voornoemd,

De griffier, De voorzitter,

J.A.R.Tenkink mr.drs. J.M. Vroomen