Inspraakverordening gemeente Twenterand 2018

 

De raad van de gemeente Twenterand, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

 

b e s l u i t

 

vast te stellen de: Inspraakverordening gemeente Twenterand 2018

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    De verordening verstaat onder:

    • a.

      inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid;

    • b.

      inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;

    • c.

      beleidsvoornemen: het voornemen van het college van burgemeester en wethouders tot het vaststellen of wijzigen van beleid.

Artikel 2 Onderwerp van inspraak

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Indien het beleidsvoornemen een aangelegenheid betreft van de gemeenteraad of de burgemeester kunnen deze bestuursorganen de bevoegdheid aan zichzelf voorbehouden dan wel aan het college van burgemeester en wethouders kaders meegeven omtrent de inspraak of omtrent situaties waarin en op momenten waarop zij zelf een rol willen vervullen in het inspraaktraject.

  • 2.

    Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.

  • 3.

    Geen inspraak wordt verleend:

    • a.

      Vervallen;

    • b.

      ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen waaronder in ieder geval begrepen juridisch-technische en redactionele aanpassingen;

    • c.

      ten aanzien van de uitvoering van beleidsvoornemens;

    • d.

      indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

    • e.

      indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • f.

      inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

    • g.

      indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;

    • h.

      indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving;

    • i.

      indien het beleidsvoornemen primair betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente;

    • j.

      indien bij wettelijk voorschrift of bij besluit van een bestuursorgaan is bepaald dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht op de voorbereiding van het besluit of beleidsvoornemen van toepassing is.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid kan het college van burgemeester en wethouders besluiten om in bijzondere situaties inspraak toe te staan.

Artikel 3 Inspraakgerechtigden

Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.

Artikel 4 Inspraakprocedure

  • 1.

    Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Als regel wordt een inspraaktermijn van vier weken toegepast.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen.

Artikel 5 Eindverslag

  • 1.

    Ter afronding van de inspraak maakt het college van burgemeester en wethouders een eindverslag op.

  • 2.

    Het eindverslag bevat in elk geval:

    • a.

      een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;

    • b.

      een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;

    • c.

      een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

Artikel 6 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt op de dag na die van bekendmaking in werking.

  • 2.

    Met ingang van deze datum wordt de Inspraakverordening, vastgesteld op 28 november 2002 ingetrokken.

 

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening gemeente Twenterand 2018.

 

Vriezenveen, 20 november 2018

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

drs. R.J.M. Ros drs. A.E.H. van der Kolk

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

a. Inspraak: Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en de gemeenteraad een belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet ‘eenzijdig’ gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen. Echter het tweezijdige element van gedachtewisseling kan wel in de inspraakprocedure worden gebracht, omdat hiermee een derde doel kan worden gediend, namelijk het creëren van draagvlak voor beleidsvoornemens.

 

b. Inspraakprocedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt op basis van artikel 150 van de Gemeentewet bij de gemeenteraad. In deze verordening is afdeling 3.4 Awb van toepassing verklaard. Artikel 4, tweede lid, van de verordening geeft het college van burgemeester en wethouders ruimte om een andere procedure te volgen. Hij is immers verantwoordelijk voor de uitvoering, de nadere regeling en de organisatie van de inspraak.

 

c. Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het college van burgemeester en wethouders tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Beleid moet in dit kader worden gezien als een vaste gedragslijn van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot een bepaald onderwerp. Toch zal er altijd een grijs gebied blijven, waarbij het uitgangspunt dient te zijn dat inspraak wordt gezien als een waardevolle inbreng van belanghebbenden in het besluitvormingsproces en niet als een juridische verplichting.

 

Artikel 2 Onderwerp van inspraak

In het eerste lid is verwoord dat er normaal gesproken alleen inspraak wordt verleend door het college van burgemeester en wethouders. Dat is het meest praktisch. Mochten er zich bijzondere situaties voordoen is de mogelijkheid opgenomen dat de gemeenteraad of de burgemeester de inspraak naar zich toe kunnen trekken of dat zij hierover instructies geven.

In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend.

Besluiten waarbij de uniforme openbare voorbereidingsprocedure al gevolgd wordt, worden uitgezonderd van inspraak. Denk bijvoorbeeld aan bestemmingsplannen. In de praktijk is de meerwaarde vaak gering. Het zijn dan dubbele procedures die tijd en geld kosten. Aangezien er wel situaties kunnen optreden waar dat anders ligt – bijvoorbeeld bij een bestemmingsplan voor het buitengebied en bestemmingsplannen die politiek of maatschappelijk gevoelig liggen - is in het vierde lid bepaald dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om in afwijking van het derde lid te besluiten tot inspraak. Dat kan zich mogelijk ook voordoen bij andere beleidsvoornemens dan bestemmingsplannen.

 

Artikel 3 Inspraakgerechtigden

De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie geldt ook voor wetgeving buiten de Awb.

 

Artikel 4 Inspraakprocedure

Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In de artikelen 3:10 tot en met 3:17 Awb is de inspraakprocedure te vinden. Er wordt afgeweken van de in artikel 3:16 Awb genoemde standaardtermijn van zes weken. Als regel wordt namelijk een termijn van vier weken toegepast, omdat die in de praktijk ruimschoots voldoet. Na bekendmaking van de terinzagelegging van de conceptverordening of conceptbeleidsregels kunnen belanghebbenden dan gedurende vier weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. Ook heeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om de vierwekentermijn te bekorten of te verlengen.

 

Artikel 5 Eindverslag

In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In artikel 3:17 Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht.

Onder het in het artikel 150 tweede lid, onderdeel a Gemeentewet, genoemde verslag van de gevolgde inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd enz.?

Onderdeel b van dit artikel betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de Memorie van Toelichting bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht.

Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of gemeenteraad aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.

Het eindverslag behoefte overigens niet altijd een apart document te zijn, maar kan ook worden opgenomen in een adviesnota of een raadsvoorstel. Belangrijk is dat alle onderdelen van het eindverslag worden meegenomen.

In het derde lid van artikel 150 Gemeentewet is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar maakt. Dit is niet verder ingevuld, omdat dit per gemeente kan verschillen. Het ligt voor de hand om degenen die hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant, het digitale gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Met name als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met deze algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen.

 

Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt op de dag na die van de bekendmaking in werking. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de nieuwe inspraakverordening wordt de oude inspraakverordening ingetrokken.

 

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening gemeente Twenterand 2018.

 

Naar boven