Gemeenteblad van Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
UtrechtGemeenteblad 2018, 253278Verordeningen



Verordening op de heffing en invordering van leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2019

(raadsbesluit van 8 november 2018)

 

De raad van de gemeente Utrecht;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 september 2018 met kenmerk 5211122

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet

gezien het advies van de commissie Mens en Samenleving van 17 oktober 2018;

besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van leges omgevingsvergunning 2019 alsmede de daarbij behorende tarieventabel 2019 gemeente Utrecht

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a. ’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

b. ’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

c. ’maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als n e dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1) e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

d. ’jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

e. 'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘Leges omgevingsvergunning’ worden rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

 

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst als bedoeld in artikel 2 dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

 

Artikel 4 Tarieven en heffingsmaatstaven

1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

 

Artikel 5 Wijze van heffing

De leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, (elektronische) nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Onder toezending van de schriftelijke kennisgeving wordt mede verstaan verzending langs elektronische weg.

 

Artikel 6 Termijnen van betaling

1. De leges moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5:

a. mondeling wordt gedaan op het moment van het doen van de kennisgeving;

b. schriftelijk wordt gedaan op het moment van uitreiking van de kennisgeving dan wel in geval van toezending daarvan

1. per post, binnen veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving

2. langs elektronische weg, onverwijld.

2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

 

Artikel 7 Kwijtschelding

Bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 8 Teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke teruggave van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet (Stb. 1994, 762) en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

 

Artikel 9 Nadere regels met betrekking tot heffing en invordering

Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

 

 

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

1. De verordening Leges Omgevingsvergunningen 2018 van 9 november 2017 (Gemeenteblad 2017, nr. 216320), almede de verordening tot eerste wijziging van de verordening leges omgevingsvergunning 2018 van 1 februari 2018 (Gemeenteblad 2018, nr. 24600), worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan en op belastbare feiten waarop de Wet ruimtelijke ordening of de Woningwet zoals deze luidden voor inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog moeten worden toegepast.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2019.

4. De in paragraaf 1 genoemde normbladen worden bekendgemaakt door terinzagelegging op het Stadskantoor, Stadsplateau 1 te Utrecht.

5. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2019.

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 november 2018,

De griffier,

mr. M. van Hall CMC

De burgemeester,

mr. J.H.C. van Zanen

Tarieventabel behorende bij de verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2019

 

1 Bebouwde omgeving: Omgevingsvergunning

 

Paragraaf 1: Begripsomschrijvingen

 

1.1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

1.1.1. investeringskosten: de investeringskosten als genoemd in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

Indien het inrichten geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt in dit hoofdstuk onder investering nodig voor de uitvoering verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch

verkeer zou moeten worden betaald voor het uitvoeren van het werk waarop de aanvraag betrekking heeft.

1.1.2. bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012),

voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad

laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde

in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft.

1.1.3. sloopkosten: de aannemingsom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt

wordt in dit hoofdstuk onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking

heeft.

1.1.4. Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.1.5. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

1.1.6. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingkader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

Paragraaf 2: Indicatie aanvraag omgevingsvergunning

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

2.1. voor het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project

in het kader van de Wabo vergunbaar is

325,10 euro

 

Paragraaf 3: Omgevingsvergunning

 

3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project:

de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of

handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf en paragraaf 4 van dit hoofdstuk.

In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

3. 1. Bouwactiviteiten

 

3.1.1 Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op

een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van

de Wabo, bedraagt het tarief:

 

3.1.2. indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen

2,26%

van de bouwkosten, met een minimum van:

138,80 euro

3.1.3. indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen

1,99%

van de bouwkosten, met een minimum van:

22.600,00 euro

3.1.4. indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000 bedragen

1,75%

van de bouwkosten, met een minimum van

102.200,00 euro

3.1.5. indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen

889.700,00 euro

vermeerderd met

0,15%

berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000

 

 

3.1.6. Achteraf ingediende aanvraag

 

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1. bedraagt het tarief,

indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend

na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit

150%

van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges, met een minimum van

291,40 euro

 

3.2. Aanlegactiviteiten

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,

onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

325,10 euro

 

3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,

onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit

als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo,

bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in

onderdeel 3.1.:

 

3.3.1indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 (binnenplanse

afwijking), 2 (buitenplanse kleine afwijking) of 3 (buitenplanse

afwijking) van de Wabo, dan wel artikel 2.12, tweede lid (tijdelijke

afwijking), van de Wabo, artikel 2.12, eerste lid, onder b (afwijking

van exploitatieplan) van de Wabo of artikel 2.12, eerste lid, onder d

(afwijking van een voorbereidingsbesluit) van de Wabo

wordt toegepast

 

 

 

 

 

 

16%

van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag met

een minimumbedrag van

 

325,10 euro

3.3.2.indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft,

de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld

krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening

en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast

 

 

 

16%

van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag

met een minimumbedrag van

 

325,10 euro

3.3.3.indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de

activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens

artikel 4.3, derde lid , van de Wet ruimtelijke ordening en artikel

2.12, eerste lid onder c, van de Wabo wordt toegepast

 

 

 

16%

van het op grond van onderdeel 3.1.1. verschuldigde bedrag

met een minimumbedrag van

 

325,10 euro

 

3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit, noch zal zijn

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,

onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake zal zijn van een

bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a,

van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

3.4.1indien artikel 2.12, eerste lid onder b (afwijking van een exploitatieplan) of d (afwijking van een voorbereidingsbesluit) van de Wabo wordt toegepast

 

 

325,10 euro

3.4.2indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo

wordt toegepast (buitenplanse afwijking) bij een investering

nodig voor de uitvoering:

 

Categorie A: > EUR 0 en ≤ EUR 100.000

9.532,95 euro

Categorie B: > EUR 100.000 en ≤ EUR 1.000.000

15.813,70 euro

Categorie C: > EUR 1.000.000 en ≤ EUR 10.000.000

26.580,85 euro

Categorie D: > EUR 10.000.000 en ≤ EUR 20.000.000

38.470,70 euro

Categorie E: > EUR 20.000.000 en ≤ EUR 50.000.000

53.948,20 euro

Categorie F: > EUR 50.000.000

60.927,70 euro

3.4.3indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft,

de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens

artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en

artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt

toegepast (afwijking van provinciale regelgeving)

 

 

 

 

325,10 euro

3.4.4indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft,

de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld

krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke

ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo

wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving)

325,10 euro

 

3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

3.5.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,

onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief

 

 

684,05 euro

3.5.2 Het tarief genoemd onder 3.5.1. wordt verhoogd voor een

bouwwerk of inrichting met een oppervlakte van:

 

3.5.2.10 t/m 100 m2

454,05 euro

3.5.2.2101 m2 t/m 500 m2

454,05 euro

vermeerderd per m2 boven het aantal van 100 m2 met

2,79 euro

3.5.2.3501 m2 t/m 2.000 m2

1.571,85 euro

vermeerderd per m2 boven het aantal van 500 m2 met

1,46 euro

3.5.2.42.001 m2 t/m 5.000 m2

3.762,35 euro

vermeerderd per m2 boven het aantal van 2.000 m2 met

0,43 euro

3.5.2.55.001 m2 t/m 50.000 m2

5.054,55 euro

vermeerderd per m2 boven het aantal van 5.000 m2 met

0,07 euro

3.5.2.6meer dan 50.000 m2

8.363,85 euro

vermeerderd per m2 boven het aantal van 50.000 m2

0,01 euro

 

3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

3.6.1Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd

monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de

Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,

onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens

provinciale verordening of de Monumentenverordening

aangewezen monument, waarvoor op grond

van die provinciale verordening of van die

gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is

vereist, bedraagt het tarief voor het wijzigen van een monument

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,13%

van de kosten van de uit te voeren werkzaamheden, met een

minimum van

 

143,20 euro

3.6.2Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads-

of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van

de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale

verordening of de gemeentelijke verordening aangewezen

stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c,

van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening

of van die gemeentelijke verordening een vergunning

of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief

 

 

 

 

 

 

 

 

2,20%

van de kosten van de uit de voeren werkzaamheden, met een

minimum van

 

143,20 euro

met een maximum van

14.324,55 euro

 

3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft

op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in

een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit

is bepaald bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo,

bedraagt het tarief:

 

 

 

 

325,10 euro

 

3.8 Uitweg/inrit

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning

betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of

veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond

van een bepaling in een provinciale verordening of

de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of

ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,

aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief

 

 

 

 

 

 

305,30 euro

 

3.9 Kappen

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor

op grond van een bepaling in een provinciale verordening of

de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of

ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,

aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief

 

3.9.1indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf bomen ( levende of in een combinatie van levende en dode bomen)

568,15 euro

3.9.2indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan vijf bomen

(hetzij levend hetzij dood hetzij een combinatie daarvan) geldt het tarief van 3.9.1 voor de eerste vijf bomen vermeerderd

voor elke boom meer dan vijf bomen op dezelfde locatie in

hetzelfde project met

 

 

 

15,70 euro

3.9.3 indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf dode bomen

129,00 euro

 

3.10 Handelsreclame

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op het aan een onroerende zaak handelsreclame te maken

of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of

afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een

voor het publiek toegankelijke plaats, waarvoor op grond van

een bepaling in een provinciale verordening of de plaatselijke

verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als

bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wabo,

bedraagt het tarief

 

 

 

 

 

 

 

 

159,15 euro

per m2 voor handelsreclame bestemde oppervlakte

 

met een minimum van

143,20 euro

en een maximum van

5.148,00 euro

 

 

3.11. Projecten of handelingen in het kader van de Wet natuurbescherming

 

3.11.1Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die

schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de

natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of planten,

als bedoeld in de Wet natuurbescherming bedraagt het tarief

 

 

 

 

325,10 euro

3.11.2Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen

met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen gebied

als bedoeld in de Wet natuurbescherming

 

 

 

 

325,10 euro

 

3.12. Handelingen in het kader van de natuurbescherming

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op een handeling waarvoor op grond van de Wet natuurbescherming ontheffing nodig is,

bedraagt het tarief

 

 

 

325,10 euro

 

3.13. Andere activiteiten

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling

dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld

en die activiteit of handeling

 

3.13.1behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke

leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van

de Wabo, bedraagt het tarief

 

 

 

325,10 euro

3.13.2behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke

verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie

activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke

leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo,

bedraagt het tarief

 

 

 

 

325,10 euro

 

3.14. Omgevingsvergunning in twee fasen

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek

in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid,

van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

3.14.1voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een

beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat

voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor

de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase

betrekking heeft.

 

3.14.2voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een

beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag

dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk

voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase

betrekking heeft.

 

 

3.15. Advies

 

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van

dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij

wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere

instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het

ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een

omgevingsvergunning

 

 

 

 

 

325,10 euro

 

3.16. Verklaring van geen bedenkingen

 

Indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen

bedenkingen moet afgeven bedraagt het tarief

 

325,10 euro

Paragraaf 4 Vermindering

 

4.1Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op meer dan vijf activiteiten waarvoor leges zijn

verschuldigd, bestaat aanspraak op vermindering van leges,

met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen,

handelingen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld

in de onderdelen 3.11, 3.12, 3.15 en 3.16 bedraagt de

vermindering bij vijf en meer activiteiten waarvoor leges

verschuldigd zijn

 

 

 

 

 

 

 

5%

van de voor de activiteiten verschuldigde leges

 

4.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de onderdelen 3.1 en 3.3 betrekking heeft op

 

4.2.1 de nieuwbouw van woningen met een EPC ≤ 0, bedraagt de vermindering 50% van de verschuldigde leges

 

4.2.2 de nieuwbouw van woningen met een EPC ≤ -0,2, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges 100% van de verschuldigde leges.

 

4.2.3 de nieuwbouw van gebruiksfuncties, waarvoor in het Bouwbesluit art. 5.2 een grenswaarde voor de energieprestatiecoëfficiënt is gegeven, met een gewogen EPC minimaal 50% scherper dan de norm uit het Bouwbesluit, bedraagt de vermindering 50% van de verschuldigde leges.

 

4.2.4 de verbouw van woningen en gebruiksfuncties, waarvoor in het Bouwbesluit art 5.2 een grenswaarde voor de energieprestatiecoëfficiënt is gegeven, met een gewogen EPC minimaal 75% scherper dan de bestaande gewogen EPC, bedraagt de vermindering 50% van de verschuldigde leges

 

4.2.5 de realisatie van een grondgebonden zonne-energiesysteem, bedraagt de vermindering 50% van de verschuldigde leges

 

4.2.6 een initiatief dat anderszins een bijdrage levert aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen, bedraagt de vermindering maximaal 100% van de verschuldigde leges. Hierbij staat de vermindering in verhouding tot de bijdrage aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen.

 

4.3 Voor de vermindering als genoemd in de onderdelen 4.2.1. t/m 4.2.6. geldt een maximumbedrag van

50.000,00 euro

4.4 Ten aanzien van de vermindering als genoemd in artikel 4.2.6 stelt het college nadere beleidsregels op.

 

 

Paragraaf 5 Teruggaaf

 

5.1Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning

voor bouw-, wijziging- of sloopactiviteiten

 

5.1.1 Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, wijziging-

of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6, en

3.7., intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de

gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

5.2De teruggaaf bedraagt:

 

5.2.1indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van vier weken na het in behandeling nemen ervan

 

75%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit

verschuldigde leges

 

5.2.2Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.1. aan te

betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan

 

143,20 euro

5.2.3Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.1. aan te

betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan

 

2.189,20 euro

5.2.4.indien de aanvraag wordt ingetrokken na vier weken na het in

behandeling nemen ervan

 

60,0%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende

activiteiten verschuldigde leges

 

5.2.5 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.4. aan te

betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan

 

143,20 euro

5.2.6Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.4. aan te

betalen leges resterende bedrag mag niet meer

 

3.502,70 euro

 

 

5.3Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning

voor bouw-, wijziging- of sloopactiviteiten, met inbegrip van

monumenten

 

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een

project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of

sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6

en 3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat

aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze

aanvraag is ingediend binnen 26 weken na verlening van de

vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt.

De teruggaaf bedraagt

 

 

 

 

 

 

 

25%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende

activiteit verschuldigde leges.

 

5.3.1Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.3. aan te

betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan

 

143,20 euro

5.3.2Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.3. aan te

betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan

 

6.567,75 euro

 

5.4Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, wijziging- of sloopactiviteiten, met inbegrip van monumenten

 

5.4.1Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, wijziging- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6, of 3.7 weigert, bestaat

aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

De teruggaaf bedraagt

 

 

 

 

30%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit

verschuldigde leges.

 

5.4.2Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.4.1 aan te

betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan

143,20 euro

5.4.3Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.4.1 aan te

betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan

6.129,80 euro

 

5.5Minimumbedrag voor teruggaaf

 

Een bedrag minder dan

291,65 euro

wordt niet teruggegeven

 

 

5.6Geen teruggaaf legesdeel overige onderdelen

 

Uitsluitend van de leges verschuldigd op grond van de

onderdelen 3.1, 3.6 en 3.7 wordt teruggaaf verleend.

 

 

 

 

6. Intrekking omgevingsvergunning

 

6.1Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een

aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een

omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid,

onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 5.3. van toepassing is

 

 

 

325,10 euro

7. Wijzigen omgevingsvergunning als gevolg van wijzigen project

 

7.1Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een

aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg

van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging

in het project

 

 

 

5%

van het verschuldigde legesbedrag voor de oorspronkelijke

omgevingsvergunning

 

met een minimum van

143,20 euro

met een maximum van

6.567,75 euro

 

8. In deze tarieventabel niet genoemde beschikking

 

8.1Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een

aanvraag om een andere, in deze tarieventabel niet genoemde

beschikking

 

 

325,10 euro

 

9. Niet ontvankelijke aanvraag

 

9.1De leges voor het niet verder in behandeling nemen van een

niet ontvankelijke aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning,

een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking voor

zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel een tarief is

opgenomen bedragen

143,20 euro