Gemeenteblad van Rijswijk

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RijswijkGemeenteblad 2018, 251648Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk houdende regels omtrent de heffing en invordering van precariobelasting Verordening Precariobelasting 2019

De gemeenteraad;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders

d.d. 9 oktober 2018, no. ;

 

 

gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2019

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze verordening en de tot de verordening behorende tarieventabel:

  • 1.

    wordt verstaan onder:

    • a.

      dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur;

    • b.

      week: een kalenderweek;

    • c.

      maand: een kalendermaand;

    • d.

      jaar: een kalenderjaar;

    • e.

      vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.

    • f.

      standplaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 5.17 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

  • 2.

    worden gedeelten van de in lid 1 genoemde tijdseenheden voor een geheel gerekend.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'precariobelasting' wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de tot de verordening behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond aanwezig zijn.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van:

  • a.

    het hebben van voorwerpen waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een wettelijk voorschrift moet worden gedoogd;

  • b.

    het hebben van voorwerpen, waarvan de gemeente Rijswijk genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

  • c.

    het hebben van voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • d.

    het hebben van voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd door weldadige doeleinden;

  • e.

    het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de ANWB en hiermee op één lijn te stellen lichamen;

  • f.

    het hebben van voorwerpen of werken die noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak door het Rijk, de provincie, het stadsgewest, de gemeente of door waterschappen zijn aangebracht of geplaatst;

  • g.

    het hebben in of op de grond van rails voor openbare middelen van vervoer;

  • h.

    het hebben van zonneschermen, markiezen, luifels, vlaggen of andere voorwerpen van overeenkomstige aard, tenzij het voorwerpen betreft die een bedrijfsmatig dan wel een commercieel doel dienen;

  • i.

    het hebben van voorwerpen, die een essentieel onderdeel uitmaken van niet op openbare dienst bestemde gemeentegrond;

  • j.

    het hebben van rijwielblokken, rijwieltegels of rijwielrekken in, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond;

  • k.

    het hebben van voorwerpen ten behoeve van enig bouw- en sloopwerk, zoals schuttingen, loodsen of andere tijdelijke getimmerten, bouwmaterieel, bouwmaterialen, grond, puin, afbraak of afval, bestemd voor de bouw van woningen ten behoeve van ingevolge de Woningwet toegelaten woningbouwverenigingen, voor zover verwijdering van de voor de bouw bestemde voorwerpen de door burgemeester en wethouders te bepalen periode niet overschrijdt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting

  • 1.

    Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

  • 2.

    Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

  • 3.

    De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

  • 4.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1.

    De belastingen, waarop een jaartarief van toepassing is, worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belastingen, waarop niet een jaartarief van toepassing is, worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, de lopende maand meegerekend.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,-.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    De ”Verordening Precariobelasting 2018” van 9 november 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 14 Citeerartikel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening Precariobelasting 2019”.

 

 

Aldus besloten door de raad van de gemeente Rijswijk in zijn openbare vergadering van 8 november 2018.

De gemeenteraad,

de griffier,

J.A. Massaar, bpa

de voorzitter,

drs. M.J. Bezuijen

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de "Verordening Precariobelasting” 2019

De belasting bedraagt:

 

A. Algemeen tarief

Voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, behoudens de in dit artikel vermelde bijzondere tarieven:

 

per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte:

€ 0,78 per dag

€ 1,35 per week

€ 3,67 per maand

€ 34,18 per jaar

 

B. Bouw- en onderhoudswerken

  • 1.

    voor het hebben van schuttingen, loodsen of andere tijdelijke getimmerten, bouwmaterieel, bouwmaterialen, grond, puin, afbraak of afval:

    per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte € 1,09 per week

  • 2.

    voor het hebben van schoren of steigers zonder afschutting: voor elke paal € 1,09 per week  

C. Plaatsen van kraampjes, wagens enz.

Voor het hebben van kraampjes, wagens, kiosken of dergelijke voorwerpen tot verkoop van waren, uitgezonderd de plaatsing hiervan op de marktplaatsen gedurende de aangewezen marktdagen: per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte:

€ 0,00 per dag

€ 0,00 per maand

€ 0,00 per jaar

 

D. Terrassen

voor het gebruik van grond als terras voor cafés, restaurants, lunchrooms en dergelijke inrichtingen:

per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte: € 0,00 per maand

 

E. Brandstofinstallatie enz.

  • 1.

    voor het hebben van een installatie voor de levering van benzine of andere brandstoffen, olie, lucht of water:

    • a.

      voor een aftappunt (met toebehoren, leidingen inbegrepen) voor motorbrandstof € 655,39 per jaar

    • b.

      voor een verplaatsbaar aftappunt (met toebehoren, leidingen inbegrepen) voor motorbrandstof of olie € 131,86 per jaar

    • c.

      voor een aftappunt (met toebehoren, leidingen inbegrepen) voor lucht en water € 78,91 per jaar

  • 2.

    voor het hebben van een vulput € 11,73 per jaar

  • 3.

    voor het hebben van een tank voor benzine, olie enz.:

    voor elke 1000 liter inhoud of gedeelte daarvan € 34,02 per jaar 

F. Leidingen, buizen, kabels enz.

voor het hebben van buizen, leidingen en kabels, met uitzondering van het onder E, sub 1, vermelde:

per strekkende meter € 1,35 per jaar

  

G. Automaten enz.

voor het hebben van een automatisch weeg- of verkooptoestel of een ander toestel, niet zijnde een telefoonzuil bij een frontoppervlakte van:

niet meer dan 0,25 m2 € 19,13 per jaar

meer dan 0,25 m2, doch niet meer dan 0,5 m2 € 28,94 per jaar

meer dan 0,5 m2, doch niet meer dan 1 m2 € 56,83 per jaar

meer dan 1 m2, per 0,5 m2 €  28,94 per jaar

 

H. Telefoonzuilen

Voor het hebben van een telefoonzuil €  57,30 per jaar

 

I. Standplaatsen

Voor het hebben van standplaatsen:

per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte:

€ 3,03 per dag

€ 14,78 per maand

€ 141,57 per jaar

  

Aldus besloten door de raad van de gemeente Rijswijk in zijn openbare vergadering van

8 november 2018.

 

De gemeenteraad,

 

de griffier,

J.A. Massaar, bpa

 

de voorzitter,

drs. M.J. Bezuijen