Wijziging rechtspositieregeling van de gemeente Noordoostpolder

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder,

 

Gelet op de artikel 160, lid 1 onder c van de Gemeentewet,

 

Gezien de LOGA-ledenbrief van 24 juli 2018, kenmerk TAZ/U201800473,

 

BESLUIT:

 

De rechtspositieregeling van gemeente Noordoostpolder als volgt te wijzigen

Artikel I De CAR-UWO wordt gewijzigd als volgt:

 

  • A.

    Aan artikel 1:1 lid 1 wordt na onderdeel ww een nieuw onderdeel toegevoegd:

    payroll werkgever / werknemer: de werkgever, die op basis van een overeenkomst met een gemeente, welke niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, een werknemer ter beschikking stelt om in opdracht en onder toezicht en leiding van de gemeente arbeid te verrichten, waarbij de werkgever die de werknemer ter beschikking stelt alleen met toestemming van die gemeente gerechtigd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen;

     

  • B.

    Aan artikel 1:1 lid 1 wordt na onderdeel xx een nieuw onderdeel toegevoegd:

    Inlenersbeloning: de wettelijk verplichte beloningselementen benoemd in de cao van de payroll werkgever, die van toepassing is op de arbeidsovereenkomst met een payroll werknemer en corresponderen met de beloningselementen in de CAR-UWO van een ambtenaar in dienst van de gemeente werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie.

     

  • C.

    Artikel 3:2a wordt toegevoegd en komt te luiden:

    Artikel 3:2a Inleenvoorschrift gelijke beloning payrolling

    • 1.

      Het college spreekt schriftelijk met de payroll werkgever af dat de totale beloning van de payrollwerknemer vanaf de eerste werkdag van de ter beschikkingstelling bij de gemeente vergelijkbaar ismet de totale beloning van de ambtenaar, die een gelijke of gelijkwaardige functie vervult onderdezelfde of vergelijkbare omstandigheden. 

    • 2.

      De totale beloning wordt bij de ter beschikkingstelling van de payroll werknemer vastgesteld.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de totale beloning naast de wettelijk verplichteloonbestanddelen in de inlenersbeloning, in ieder geval verstaan:

      • a.

        de beloningselementen van het IKB bedoeld in artikel 3:28 lid 2 onderdeel b en 3:28 lid 2 onderdeel c; en

      • b.

        de werkgeverspremie ouderdomspensioen (OP) / nabestaandenpensioen (NP) en arbeidsongeschiktheidspensioen (AAOP) van het ABP.

    • 3.

      Als de gelijke of gelijkwaardige beloningselementen niet volledig onderdeel uitmaken van de totale beloning aan de payroll werknemer die een gelijke of gelijkwaardige functie vervult, dan spreekt het college schriftelijk met de payroll werkgever af dat de payroll werknemer een toelage ter compensatie ontvangt.

    • 4.

      De toelage ter compensatie van de beloningselementen wordt uitgedrukt in een percentage van het salaris van de payroll werknemer en is niet pensioengevend. De toelage is gelijk aan het verschil tussen:

      • a.

        de hoogte van gelijke of gelijkwaardige beloningselementen in lid 2 onderdeel a die de payroll werknemer per maand opbouwt of ontvangt, en

      • b.

        de hoogte van de beloningselementen in lid 2 onderdeel a die een ambtenaar per maand opbouwt of ontvangt.

    • 5.

      Als de payroll werknemer geen deelnemer is bij het ABP, dan spreekt het college schriftelijk met de payroll werkgever af dat de payroll werknemer vanaf de eerste werkdag pensioen opbouwt volgens de Plus-regeling bij de STIPP vermeerderd met een toelage. De toelage ter compensatie van het verschil in pensioenopbouw met het ABP bedraagt 7% van het salaris. De hoogte van de toelage kan jaarlijks worden bijgesteld.

    • 6.

      Het college verstrekt de payroll werkgever schriftelijk alle informatie en middelen, waaronder de Matrix flexibiliteit en zekerheid, die nodig zijn om de totale beloning en eventuele toelage correct vast te stellen. De payroll werkgever informeert vervolgens bij aanvang van de terbeschikkingstelling de payroll werknemer schriftelijk als de payroll werknemer een toelage krijgt uitbetaald. Het college vergewist dan bij de payroll werkgever of de payroll werknemer de correcte toelage ontvangt.

Artikel II Inwerkingtreding

 

De wijzigingen A t/m C treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 oktober 2018.

Aldus vastgesteld op 9 oktober 2018,

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

de burgemeester

Naar boven