Gemeenteblad van De Marne
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Marne | Gemeenteblad 2018, 218603 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Marne | Gemeenteblad 2018, 218603 | Verordeningen |
Verordening maatschappelijke ondersteuning BMWE-gemeenten 2017
Melding, onderzoek en aanvraag
melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de Wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen waarin hij de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2., vierde lid, onderdelen a tot en met g, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen.
overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek als bedoeld in artikel 5 van deze verordening.
Artikel 5. Informatie en identificatie
1.Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar
het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de
2.Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6, is vaststelling van de identiteit aan de hand van een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voldoende.
1.Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet,
van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo
spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.
genoemd in lid 3 van dit artikel.
5.Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en
plichten en de vervolgprocedure, vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens
6.In het onderzoek wordt, indien van toepassing, gebruik gemaakt van de bepalingen van het
Protocol Gebruikelijke Zorg, CIZ 2005 voor HO en Protocol Gebruikelijke Zorg CIZ versie 7.1. De relevante teksten zijn opgenomen in bijlage II & III van de beleidsregels
7.Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, als bedoeld in lid 2.
Het een melding of aanvraag betreft van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 5 heeft gevoerd, maar waarvan de medische, psychisch of psychosociale omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden.
Artikel 12. Maatwerkvoorziening begeleiding groep basis en speciaal
dagbesteding, waaronder het volgen van een opleiding of het leveren van een
arbeidsprestatie, voor zichzelf of met behulp van zijn netwerk te organiseren; of
komen voor arbeidsmatige dagbesteding, als:
a.de cliënt ondersteuning nodig heeft inzake het aanbrengen van (dag)structuur of het
voeren van regie in het dagelijks leven, en
b.de aanvrager geen of zeer geringe loonvormende arbeidsprestatie kan leveren door het
ontbreken van werkvaardigheden als gevolg van beperkingen en daaruit voortvloeiend
een ondersteunings- en/of toezichtsvraag heeft, of
ondervindt met als gevolg langdurig tekortschietende zelfregie over het dagelijkse leven, en
c.er sprake is van een dermate complexe beperking, dat gedurende de dagbesteding
directe nabijheid van gespecialiseerde zorg, ondersteuning en/of toezicht nodig is, of
d.daarmee overbelasting van eventuele mantelzorgers wordt voorkomen.
Artikel 13. Maatwerkvoorziening opvang en beschermd wonen
Het college verstrekt de maatwerkvoorziening beschermd wonen overeenkomstig het daartoe
vastgesteld beleid van de centrumgemeente Groningen, de vigerende verordening maatschappelijke
ondersteuning, het vigerende besluit maatschappelijke ondersteuning, de regels omtrent het
persoonsgebonden budget in relatie tot beschermd wonen, de regels voor bijdrage in de kosten van
Als een eerder door het college verstrekte voorziening nog niet is afgeschreven volgens het afschrijvingsschema zoals bedoeld in artikel 12 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning BMWE gemeenten, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is;
d.indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest
geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college.
e.de aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar
voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van complexen bedoeld voor de doelgroep betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing.
(het ov tarief voor vervoer met een OV-chipkaart) waarbij het uitgangspunt geldt dat maximaal 2500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd.
(het ov tarief voor vervoer met een OV-chipkaart) waarbij het uitgangspunt geldt dat maximaal 2500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor overige zaken wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura of de door het college geaccepteerde offerte en is toereikend voor de aanschaf, verzekering en het onderhoud daarvan.
Het tarief voor professionals. Tot deze groep behoren personen die:
aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel en de beschikking hebben over een beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
Artikel 17. Nadere verplichtingen budgethouder
1.De budgethouder is verplicht om gedurende de gebruiksduur de aangeschafte voorziening
voldoende te laten onderhouden en toereikend te verzekeren.
2.In geval van een elektrische vervoersvoorziening, autoaanpassingen en/ of elektrische rolstoel is de budgethouder verplicht een all-risk verzekering af te sluiten gedurende de gebruiksduur van
Artikel 18. Bijdrage in de kosten maatwerkvoorzieningen
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd, zoals bedoeld in artikel 2.1.4 van de wet, voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget zolang de cliënt gebruik maakt van de maatwerkvoorziening in natura of het persoonsgebonden budget of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
Artikel 20. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
Artikel 22. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget
Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet.
Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming meerkosten
Artikel 24. Jaarlijkse waardering mantelzorgers
De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente wordt nader door het college bepaald.
Artikel 25. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen
Het college verstrekt in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, en die een inkomen hebben lager dan een door het college nader te bepalen percentage van het wettelijk minimumloon, een tegemoetkoming ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. De regelingen zijn opgenomen in het gemeentelijk minimabeleid.
Klachten, medezeggenschap en inspraak
Artikel 28. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Overgangsrecht en slotbepalingen
Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per vier jaar geëvalueerd, beginnend een jaar na de inwerkingtreding van de verordening. Het college zendt hiertoe telkens om de vier jaar beginnend een jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-218603.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.