Gemeenteblad van Baarn

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BaarnGemeenteblad 2018, 218103Verordeningen



Beheersverordening Nieuwe Algemene Begraafplaats

[Voorliggende bekendmaking wordt om technische reden nogmaals in het Gemeenteblad geplaatst.]

 

Raadsbesluit

Openbaar

Voorstelnummer: 13RV000013

Onderwerp: Vaststellen van de “Beheersverordening Nieuwe Algemene Begraafplaats 2013”

De raad van de gemeente Baarn

- gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 maart 2013;

- gehoord het debat in de raad d.d. 10 april 2013;

- overwegende dat het in verband met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet op de Lijkbezorging noodzakelijk is dat de regelgeving rondom de Nieuwe Algemene Begraafplaats wordt aangepast;

- gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

Besluit:

vast te stellen de: BEHEERSVERORDENING NIEUWE ALGEMENE BEGRAAFPLAATS BAARN 2013

HOOFDSTUK I

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. begraafplaats: de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan te Baarn;

b. graf: een zandgraf of een keldergraf;

c. grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

d. asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

e. urn: een voorwerp ter berging van de as van een overledene;

f. particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

1. het doen begraven en begraven houden van lijken;

2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

3. het doen verstrooien van as.

g. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

h. particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

2. het doen verstrooien van as.

i. algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

j. particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

k. particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;

l. verstrooiingsplaats: het strooiveld of een andere aangewezen plaats waarop as wordt verstrooid;

m. grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;

n. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;

o. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

p. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.

Artikel 2

Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder “particulier graf” mede verstaan: particulier kindergraf, particulier urnengraf, particuliere urnennis en een particuliere gedenkplaats.

2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder “algemeen graf” mede verstaan: algemeen kindergraf en een algemeen urnengraf.

HOOFDSTUK 2

OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 3

Openstelling van de begraafplaats

1. De begraafplaats is voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college van burgemeester en wethouders bij nadere regels vast te stellen tijden. Het college van burgemeester en wethouders maakt deze tijden openbaar bekend.

2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4

Ordemaatregelen

1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

3. Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden: a. elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen slechts toegestaan voor begrafenissen of het vervoer van materialen; b. sneller dan 10 km per uur.

4. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onderdeel a. van het derde lid.

Artikel 5

Plechtigheden

1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn aangemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6

Opgravingen en ruimingen

Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

HOOFDSTUK 3

VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 7

Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

1. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder.

2. Het openen van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder kenbaar hebben gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

3. Voor de toepassing van dit artikel geldt de zaterdag niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

Artikel 8

Gebouwen en muziekinstallatie

1. Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede de muziekinstallatie moet uiterlijk 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd aan de beheerder.

2. De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.

Artikel 9

Over te leggen stukken

1. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum uitgiftetermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

5. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 10

Tijden van begraven en asbezorging

1. De tijden van begraven en het bezorgen van as is:

a. in de periode vanaf 1 april tot en met 31 oktober: op werkdagen van 9.00 tot 15.30 uur en op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur;

b. in de periode van 1 november tot en met 31 maart: op werkdagen van 9.00 tot 14.30 uur en op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur.

2. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen van de in het eerste lid genoemde tijden afwijken.

HOOFDSTUK 4

INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN

Artikel 11

Indeling graven en asbezorging

1. Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven: a. particuliere graven, particuliere kindergraven daaronder begrepen, en particuliere urnengraven;

b. particuliere urnennissen;

c. particuliere gedenkplaatsen.

2. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen kunnen worden bijgezet in particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as op particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 12

Aantal overledenen in algemene graven

1. In de algemene graven kan een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen aantal lijken worden begraven.

2. In de algemene urnengraven kan een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

Artikel 13

Volgorde van uitgifte

1. De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

2. Het college van burgemeester en wethouders kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

Artikel 14

Categorieën

Het college van burgemeester en wethouders kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 15

Termijnen particuliere graven

1. Het college van burgemeester en wethouders verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van vijftien of dertig jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt telkens verlengd met een periode van vijftien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

Artikel 16

Grafkelder

Het college van burgemeester en wethouders kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college van burgemeester en wethouders te stellen voorwaarden.

Artikel 17

Overschrijving van verleende rechten

1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende wordt ingediend. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college van burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college van burgemeester en wethouders het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 18

Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding, in welke aard en vorm dan ook, kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college van burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

HOOFDSTUK 5

GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 19

Vergunning grafbedekking

1. Behoudens de gevallen genoemd in het vijfde lid, is voor het hebben van een grafbedekking een schriftelijke vergunning nodig van het college van burgemeester en wethouders.

2. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.

3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

4. Het college van burgemeester en wethouders kan de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;

b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

5. Voor het hebben van een grafbedekking is geen vergunning nodig als bedoeld in het eerste lid, indien:

a. bij een algemeen graf of een algemeen kindergraf de grafbedekking bestaat uit een letterplaat, neergelegd op het graf in een lessenaarvorm, waarvan de lengte- en breedtemaat niet meer dan 50 x 50 cm bedraagt;

b. bij een particulier graf of een particulier kindergraf de grafbedekking bestaat uit:

1. staande steen van natuurstenen materiaal waarvan de hoogte niet meer dan 90 cm bedraagt en die de breedte de grafmaat niet overschrijdt, al dan niet in combinatie met een omranding, een set banden of een rand van blokken of stenen begrepen, die eveneens de grafmaat niet overschrijdt;

2. een kruis of een zuiltje waarvan de hoogte niet meer dan 90 cm bedraagt, dan wel een liggende steen of zerk van natuurstenen materiaal, al dan niet op een roef, die de grafmaat niet overschrijdt, al dan niet in combinatie met een omranding, een set banden of een rand van blokken of stenen daaronder begrepen, die eveneens de grafmaat niet overschrijdt;

c. bij een particulier urnengraf de grafbedekking bestaat uit een liggende steen die de grafmaat niet overschrijdt, dan wel een urnentegel waarvan de lengte- en breedtemaat niet meer dan 30 x 49 cm bedraagt en de dikte 2 cm is;

d. bij een particuliere urnennis de grafbedekking bestaat uit een urnentegel waarvan de lengte- en breedtemaat niet meer dan 30 x 49 cm bedraagt en de dikte 2 cm is;

e. op een graf uitsluitend grafbeplanting aanwezig is.

6. In de gevallen waarin het vijfde lid toepassing vindt meldt degene die tot plaatsing van een grafbedekking wil overgaan dit ten minste twee volle werkdagen voor de dag van de plaatsing aan de beheerder van de begraafplaats. Hierbij wordt aangegeven de aanduiding van het graf, het tijdstip van de aanvang en de duur van de werkzaamheden die nodig zijn in verband met de plaatsing van de grafbedekking, alsmede de naam van degene die de plaatsing uitvoert.

Artikel 20

Onderhoud door de gemeente

Het college van burgemeester en wethouders voorziet in het éénmaal per jaar schoonmaken van het gedenkteken en in de zorg voor de winterharde beplantingen.

Artikel 21

Onderhoud door de rechthebbende of de gebruiker

1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.

2. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

3. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college van burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding in welke aard en vorm dan ook, verplicht is.

4. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college van burgemeester en wethouders de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college van burgemeester en wethouders de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

5. Het college van burgemeester en wethouders kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college van burgemeester en wethouders gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.

Artikel 22

Niet-blijvende grafbeplanting

1. Niet-blijvende grafbeplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder voorafgaande mededeling en zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding in welke aard en vorm dan ook.

2. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.

3. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien de rechthebbende of de belanghebbende daartoe tevoren een aanvraag hebben ingediend bij de beheerder.

Artikel 23

Verwijdering grafbedekking na het verstrijken van de termijn

1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college van burgemeester en wethouders worden verwijderd.

2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college van burgemeester en wethouders ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.

3. Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding, in welke aard en vorm dan ook, verplicht is.

HOOFDSTUK 6

RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN

Artikel 24

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

1. Het voornemen van het college van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt ten minste één jaar voorafgaande aan het tijstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, indien het algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college van burgemeester en wethouders het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats.

4. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij de ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

5. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

HOOFDSTUK 7

GEDEELTE VOOR KERKGENOOTSCHAP

Artikel 25

Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven

1. Het college van burgemeester en wethouders kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van een gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen van de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11, tweede lid, 14 en 19, derde lid, van deze verordening.

2. Het college van burgemeester en wethouders stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud of herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht.

HOOFDSTUK 8

IN STAND HOUDEN VAN HISTORISCHE GRAVEN ENOPVALLENDE GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 26

Lijst

1. Het college van burgemeester en wethouders houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college van burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK 9

INRICHTING VAN HET REGISTER

Artikel 27

Voorschriften

1. Het college van burgemeester en wethouders stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken alsmede andere gegevens in het belang van het beheer van de begraafplaats dan wel in verband met de instandhouding van de graven.

2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder of de door hem aangewezen ambtenaren.

HOOFDSTUK 10

SLOTBEPALINGEN

Artikel 28

Intrekking oude regeling

De “Begraafplaatsverordening 1994”, vastgesteld op 30 november 1994, wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 29

Overgangsbepaling

1. Besluiten van het college van burgemeester en wethouders die genomen zijn krachtens de “Begraafplaatsverordening 1994” gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de “Begraafplaatsverordening 1994” is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 30

Strafbepaling

1. Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, derde lid, 4, 5 en 6 van de verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

2. Overtreding van de artikelen 4 en 6 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 31

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2013, of indien de bekendmaking op een later moment plaatsheeft, op de eerste dag na de datum van het gemeenteblad waarin zij is geplaatst.

Artikel 32

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Beheersverordening Nieuwe Algemene Begraafplaats Baarn 2013”.

 

Vastgesteld in de openbare vergadering,

 

op 24 april 2013.

 

griffier voorzitter