Ruimtelijk- economisch kader voor verkooppunten in de openbare ruimte, gemeente Amsterdam

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

 

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 10 juli 2018 hebben besloten:

 

om op grond van

  • Artikel 160 van de Gemeentewet

  • Bevoegdhedenregister dagelijks bestuur, behorende bij de verordening lokaal bestuur, artikel 1: dagelijks besturen oefenen hun bevoegdheden uit binnen de door het oorspronkelijk bevoegde orgaan vastgestelde stedelijke kaders

 

vast te stellen het ruimtelijk-economisch kader voor verkooppunten in de openbare ruimte:

 

Inleiding

 

Staanplaatsen en kiosken kunnen op veel plekken in de stad een welkome aanvulling vormen op het aanbod van winkels, horeca en markten. Maar niet overal in de stad is daarvoor voldoende ruimte en in rustige woonstraten en natuurgebieden zijn ze niet wenselijk. Door de groei van de stad ontstaan op andere plekken nieuwe mogelijkheden. De wenselijkheid van staanplaatsen, kiosken en andere vormen van verkoop in de openbare ruimte wordt op drie aspecten beoordeeld:

  • 1.

    Voorziet het in de behoefte van degenen die in Amsterdam wonen en werken?

  • 2.

    Draagt het bij aan de detailhandelsstructuur in de stad (gewenste spreiding en diversiteit)?

  • 3.

    Is het ruimtelijk inpasbaar en draagt het bij aan de kwaliteit en levendigheid van de openbare ruimte en het stadsbeeld?

Bij het beantwoorden van deze vragen dient rekening te worden gehouden met gemeentelijk beleid dat daarop direct of indirect van invloed is. In de structuurvisie 2030 is de hoofdgroenstructuur vastgelegd en is aangegeven waar mogelijkheden zijn voor stedelijke ontwikkeling en transformatie. Dit is verder uitgewerkt in Koers 2025. In de afgelopen collegeperiode is beleid opgesteld dat voor de diverse vormen van verkoop in de openbare ruimte uitwerking behoeft. Dat zijn met name:

  • -

    Visie openbare ruimte 2025

  • -

    Detailhandelsbeleid 2018-2022

  • -

    Stad in balans

  • -

    Diversiteit winkel- en voorzieningenaanbod.

De kern van dit beleid is samengevat in bijlage 1.

Bij het opstellen van het ruimtelijk-economisch kader zijn tevens de ervaringen met de pilots voor de Freezones en de Foodtrucks betrokken.

 

Dit ruimtelijk-economisch kader zal het afwegingskader vormen voor het aanwijzen van nieuwe staanplaatsen, het verlenen van staanplaatsvergunningen en het intrekken daarvan. Dit is ook het geval voor het opnemen of schrappen van vaste staanplaatsen en kiosken in bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen in afwijking van het bestemmingsplan. Daarnaast is het een kader voor het toestaan van verkoop door winkels op straat en voor het aanwijzen van gebieden waar venten niet is toegestaan. Dit afwegingskader zal daarom worden betrokken bij de

beoordeling van nieuwe initiatieven, bij herinrichting van straten, pleinen en winkelgebieden, bij herziening van bestemmingsplannen en bij het opstellen van gebiedsgerichte regels. Het kader biedt daarbij voldoende ruimte voor maatwerk per locatie. Op basis van dit kader zal ook worden geïnventariseerd welke staanplaatsen in aanmerking komen voor opheffing, vanzelfsprekend met inachtneming van een redelijke overgangstermijn.

Het college zal dit kader waar nodig concretiseren in beleidsregels.

In dit ruimtelijk-economisch kader staat een gebiedsgerichte benadering voor staanplaatsen en kiosken voorop. Daarna komt het venten aan de orde, het toestaan van verkoop voor de gevel van winkels en tot slot enkele algemene aspecten die betrokken worden bij de genoemde afwegingen en besluiten.

 

Gebiedsgerichte benadering voor staanplaatsen en kiosken

 

De aanwezigheid van winkels en horeca, het karakter van het gebied en de drukte verschillen zeer sterk binnen de stad Amsterdam. In het beleid voor de verkooppunten wordt daarom een onderscheid gemaakte tussen de volgende gebieden:

(Deze gebiedsindeling komt globaal overeen met die in de detailhandelsnota: de Kernzone, de Centrumzone en de Stadszone. In aanvulling hierop zijn de parken, bedrijventerreinen en ontwikkelgebieden apart gepositioneerd gezien de verschillende implicaties die deze hebben voor de verkooppunten in de openbare ruimte. Voor verkooppunten in de openbare ruimte is het kaartbeeld gedetailleerder dan in de detailhandelsnota omdat het om kleine objecten gaat die moeten passen in hun directe omgeving)

  • Het kernwinkelgebied

  • Vooroorlogse woonwijken

  • Naoorlogse woonwijken

  • Parken en andere groengebieden

  • Bedrijventerreinen, kantorenlocaties en evenementenlocaties

  • Ontwikkel- en transformatiegebieden

     

De gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven.

 

Op dit moment zijn er geen ligplaatsen voor ambulante handel in Amsterdam, hoewel de verordening die wel mogelijk maakt. Beleidsuitgangspunt is dat ligplaatsen niet gewenst zijn op of aan vaarwater en vanzelfsprekend ook niet waar de oever niet geschikt is. Alleen waar een binnenwater feitelijk en beleidsmatig onderdeel is van de openbare ruimte als verblijfsgebied kan een ligplaats worden overwogen en is het hieronder geformuleerde beleid integraal van toepassing.

 

 

Figuur 1 Gebiedsindeling ten behoeve van het ruimtelijk-economisch kader voor verkooppunten in de openbare ruimte

Situatie in 2018. Gebieden kunnen van karakter veranderen en dan in een andere categorie vallen.

 

 

a. Het kernwinkelgebied

 

In het kernwinkelgebied richt de detailhandel zich steeds meer op niet-dagelijks aanbod, zoals mode en toeristische producten en direct consumeerbaar voedsel. Winkels voor dagelijkse boodschappen worden steeds meer verdrongen. Wat resteert, is voornamelijk een basisaanbod van supermarkten. Het is wenselijk dat ook in dit deel van de stad de bewoners kunnen kiezen uit een gevarieerd aanbod van dagelijkse benodigdheden. De mogelijkheden daarvoor zijn echter beperkt. Door de toenemende drukte is de openbare ruimte schaars en zijn verkooppunten al gauw een obstakel.

 

Vanuit dit perspectief zullen alle bestaande staanplaatsen, inclusief de roulatieplaatsen voor venters, in dit gebied tegen het licht worden gehouden. Streven is het aantal plaatsen terug te dringen waar hoofdzakelijk op toeristen en dagjesmensen gerichte producten en/of direct consumeerbare etenswaren worden verkocht, in aansluiting op het beleid voor diversiteit van het winkelaanbod en het voorbereidingsbesluit dat in het grootste deel van het kernwinkelgebied van kracht is. Met dit voorbereidingsbesluit beperkt de gemeente de mogelijkheid voor vestiging van winkels met een voornamelijk op toeristen gericht aanbod en van winkels die direct consumeerbaar voedsel verkopen. Aanbod dat gericht is op degenen die in dit gebied wonen en werken is wel gewenst als het een aanvulling is op het aanbod van de winkels. De gewenste verkooppunten worden gesitueerd op plekken waar ze geen afbreuk doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte en de bewoners en werkenden goed kunnen bedienen.

 

b. De vooroorlogse woonwijken

 

Deze wijken zijn populair om in te wonen, mede vanwege de kleinschalige menging van wonen en werken en de kwaliteit van de openbare ruimte. Hierin spelen stadstraten een belangrijke rol: lange, vaak aaneengesloten straten met winkels en een variëteit aan andere functies. In de visie openbare ruimte wordt benadrukt dat het wenselijk is om activiteiten zo veel mogelijk in stadstraten te concentreren, zodat de achterliggende woonbuurten een relatief rustig verblijfsklimaat kunnen behouden. Veel van deze stadstraten zijn relatief smal, zodat er scherpe keuzes gemaakt moeten worden bij de inrichting. Daarbij is het streven om de ruimte voor voetgangers en verblijfsfuncties te vergroten. Daartoe moet het ruimtebeslag van objecten waar mogelijk worden verminderd. Ook wordt gestreefd naar multifunctioneel gebruik: op verschillende dagen en tijden moet een plek meerdere functies kunnen vervullen.

Dit betekent dat zorgvuldig zal worden gekeken naar de inpasbaarheid van staanplaatsen en kiosken in stadstraten en in sommige gevallen een staanplaats voor een verkoopwagen de voorkeur verdient boven een vaste staanplaats of kiosk. Ruimte voor verkooppunten kan wel aanwezig zijn op pleinen en andere plekken waar de stadstraat breder is, of waar een brede zijstraat op de stadstraat uitkomt. Gewenste verkooppunten worden bij voorkeur op dergelijke plekken gesitueerd. Op een aantal plekken kunnen ze daarbij bijdragen aan het overbruggen van twee winkelstraten, waardoor deze meer als één doorlopend winkelgebied kunnen functioneren. Daarmee wordt de functie van deze straten versterkt.

Daarom worden de bestaande verkooppunten tegen het licht gehouden, om te bezien of zij in de toekomst gehandhaafd kunnen blijven, verplaatst moeten worden of op termijn moeten worden opgeheven. Dit is in elk geval aan de orde indien de verkooppunten zijn gelegen in of aan straten waarvoor een voorbereidingsbesluit is genomen ter beperking van het aantal winkels dat voornamelijk op toeristen is gericht of direct consumeerbaar voedsel verkoopt, en het aanbod van de verkooppunten hiermee vergelijkbaar is.

In woonstraten is geen ruimte voor verkooppunten om het karakter van rustig woongebied niet aan te tasten. In drukkere straten kunnen soms wel verkooppunten gewenst zijn. Met name waar de winkelgebieden wat verder uit elkaar zijn gelegen kan er aanleiding zijn om verkooppunten te situeren op plekken waar veel verkeer langs komt, ook wel traffic-locaties genoemd. Vaak zijn dit plekken waar verbindingswegen tussen wijken en doorgaande fietsroutes elkaar kruisen, vooral in de gordel ‘20-‘40 (gebouwd tussen de twee Wereldoorlogen).

 

c. De naoorlogse woonwijken

 

De meeste naoorlogse woonwijken worden gekenmerkt door de aanwezigheid van winkelcentra en winkelstrips op ruime afstand van elkaar. Soms zijn daar ook kiosken aanwezig of zijn er staanplaatsen toegevoegd, meestal in de vorm van vaste staanplaatsen. Bij wijkwinkelcentra en stadsdeelcentra kunnen kiosken of staanplaatsen een goede aanvulling zijn op het winkelbestand, omdat ze bijdragen aan de diversiteit van het aanbod. De situering vergt vaak wel de nodige aandacht. Bij een verbeterplan voor een winkelcentrum moeten deze verkooppunten daarom integraal onderdeel zijn van de aanpak.

In de naoorlogse woonwijken hebben diverse winkelcentra en –strips hun functie als buurtwinkelcentrum verloren. In het detailhandelsbeleid zijn hier dan ook andere functies toegestaan, zoals commerciële en maatschappelijke dienstverlening. Indien dergelijke (voormalige) winkelgebieden meer dan 750 meter van een wijk- of stadsdeelcentrum zijn gelegen, dan kunnen staanplaatsen of kiosken worden toegestaan om te voorzien in dagelijkse behoefte van bewoners. Dit is ook het geval bij solitaire supermarkten die meer dan 750 meter van een wijk- of stadsdeelcentrum zijn gelegen.

Diverse naoorlogse wijken worden verdicht om tegemoet te komen aan de toenemende vraag naar woningen, bedrijfsruimten en voorzieningen. Daarbij kunnen straten het karakter krijgen van een stadstraat zoals die veel voorkomen in de vooroorlogse wijken. In dat geval is het daarvoor geformuleerde beleid ook hier van toepassing.

Daarnaast kan er net als in de vooroorlogse wijken behoefte zijn aan kiosken of staanplaatsen op drukke punten in tussenliggende gebieden. Ook hier komen traffic-locaties daarvoor het meest in aanmerking, omdat daar veel bewoners en werkenden passeren. In de naoorlogse wijken zijn dat naast de kruisingen van wijkverbindingswegen en doorgaande fietsroutes ook de trein- en metrostations. Daar is echter wel afstemming nodig met de beheerder van de stations (NS of GVB). Wat al in ruime mate in het station wordt verkocht mag niet ook op straat worden aangeboden. Toegangen tot ziekenhuizen, kantoor- en universiteitscomplexen en dergelijke zijn ook vaak aan te merken als een traffic-locatie. Daarvoor gelden dezelfde randvoorwaarden als voor de trein- en metrostations.

 

d. Parken en andere groengebieden

 

De parken in Amsterdam verschillen in karakter en gebruik. In sommige parken zijn horecapaviljoens gevestigd, in andere ontbreken dergelijke faciliteiten. Voor elk park zal in het bestemmingsplan worden afgewogen in welke mate en waar horecapaviljoens of kiosken gewenst zijn. Daarbij is het beleid voor de hoofdgroen-structuur in de structuurvisie leidend. Of daarnaast staanplaatsen voor foodtrucks of verkopers van bijvoorbeeld ijs of hotdogs gewenst zijn, vergt een specifieke afweging per park. In andere recreatiegebieden worden slechts kiosken of staanplaatsen toegestaan waar ze van recreatieve meerwaarde zijn en conform het beleid voor de hoofdgroenstructuur inpasbaar zijn. Waar binnen of aan de rand van deze gebieden sprake is van een traffic-locatie kunnen staanplaatsen of kiosken een nuttige voorziening zijn.

In sportparken zijn kiosken en staanplaatsen niet toegestaan. Het is niet wenselijk dat kantines van sportverenigingen concurrentie krijgen. De gemeente geeft voorrang aan het beleid om gezonder voedsel in de kantines te laten aanbieden.

 

e. Bedrijventerreinen, kantorenlocaties en evenementenlocaties

 

In toenemende mate hebben werknemers van bedrijven en kantoren de behoefte om gedurende de werkdag buiten de werkomgeving voedsel en versnaperingen te kunnen kopen. Veelal zijn in de bestaande bebouwing detailhandel en horeca niet of slechts in beperkte mate aanwezig. In die gevallen kan een kiosk of een staanplaats op een centraal gelegen plek worden toegestaan. Op PDV/GDV-locaties kan een staanplaats of een kiosk worden overwogen als er (nog) geen horecavoorzieningen zijn in of naast de PDV/GDV-vestigingen (Perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen zijn winkels die vanwege hun aard en omvang over het algemeen niet binnen de stad gevestigd kunnen worden zoals bouwmarkten en meubelboulevards).

Er bestaan op dit moment aparte regelingen en afspraken voor staanplaatsen bij evenementen in de ArenA, het Olympisch Stadion, de RAI en de Westergasfabriek. Omdat een integrale visie voor het gebruik van de openbare ruimte tijdens én buiten de evenementen op deze locaties wenselijk is, zullen specifieke gebiedsgerichte plannen worden opgesteld.

 

 

f. Ontwikkel- en transformatiegebieden

 

In het detailhandelsbeleid wordt terughoudendheid betracht bij het toestaan van winkels en daarbij behorende horeca in gebieden die in ontwikkeling of in transformatie zijn. Pas als er voldoende draagvlak is en het geen bedreiging vormt voor bestaande winkelcentra, dan kunnen dergelijke bestemmingen worden gerealiseerd. Vooral als bestaande winkelcentra op ruime afstand van een dergelijk gebied zijn gelegen kan er behoefte zijn om in de tussengelegen periode toch enige voorzieningen te treffen. Dat kan in verschillende vormen, zoals een eenvoudige kiosk, een omgebouwde container of een staanplaats. Deze zullen vergund worden voor een periode van maximaal tien jaar. Na afloop van die periode wordt bezien of een definitieve voorziening is gewenst. Afhankelijk van de aard van het gebied kan dan gebruikgemaakt worden van het afwegingskader voor de vooroorlogse of de naoorlogse woonwijken.

De aanlandingspunten van de ponten over het IJ zijn aan te merken als trafficlocaties, die veelal zijn gelegen in transformatie- of ontwikkelgebieden. Staanplaatsen en kiosken kunnen op dergelijke plekken een gewenste voorziening zijn, maar vergen een zeer zorgvuldige inpassing om congestie te vermijden. De aanlandingspunten bij het Centraal Station zijn hiervan uitgezonderd, omdat dit ligt in het kernwinkelgebied.

 

Toestemming venten

 

Het venten (rondrijden met een verkoopwagen zonder langere tijd op één plek stil te staan) is primair bedoeld om in woonwijken verkoop van versnaperingen aan huis mogelijk te maken. Ook op bedrijven- en kantorenlocaties kan dit een gewenste voorziening zijn. In winkelstraten is het risico van congestie echter te groot. Daarom is het niet wenselijk dat venters zich kunnen ophouden op korte afstand van winkels, horeca, markten en staanplaatsen. Ook van scholen, ziekenhuizen, aanlandingspunten van pontveren en trein- en metrostations moet enige afstand worden bewaard, omdat anders verkapte staanplaatsen kunnen ontstaan.

Vanwege de drukte is venten in het hele kernwinkelgebied niet gewenst. Het ventverbod blijft daar van kracht. In straten en buurten waar venten regelmatig tot congestie leidt op de rijweg of het trottoir zal dit aanleiding kunnen zijn om ook daar een ventverbod in te stellen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in dichtbebouwde wijken, zoals de Jordaan of De Pijp.

Op dit moment geldt in het Vondelpark een ventverbod. Vanwege de toenemende drukte in veel parken zal worden beoordeeld of ook daar een ventverbod dient te worden ingesteld.

Dat zal ook het geval zijn in groengebieden die bestemd zijn als natuurgebied.

Er zijn op dit moment geen vergunningen verleend voor venten op water, waarbij verkoop van waren vanaf een boot plaatsvindt aan kopers op andere schepen of aan de wal. Het is mogelijk dat hier verandering in komt. Daarom zal bij het aanwijzen van gebieden waar venten niet is toegestaan ook vaarwater expliciet worden betrokken. Daarbij is het algemene uitgangspunt dat venten op het water niet gewenst is vanwege de mogelijke hinder voor het overige scheepvaartverkeer.

 

Toestemming verkoop op straat door winkels

 

Vanwege de drukte in de winkelstraten wordt verkoop vanuit uitstallingen door winkels in het kernwinkelgebied niet toegestaan. Zowel in de vooroorlogse als in de naoorlogse woonwijken kan

er behoefte zijn om in bepaalde seizoenen of op bepaalde dagen verkoop van goederen en diensten voor de winkelpui toe te staan, zowel collectief als individueel. Daar kan in de naoorlogse woonwijken ruimhartiger mee worden omgegaan dan in vooroorlogse wijken, omdat er in veel gevallen meer ruimte beschikbaar is. Het kan de beleving van het winkelcentrum ten goede komen. De toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten is hierbij een aandachtspunt, evenals de toegankelijkheid van de winkels.

 

Algemene beoordelingsaspecten

 

Vanzelfsprekend moeten staanplaatsen en kiosken net als uitstallingen van winkels inpasbaar zijn in de openbare ruimte, waarbij met name van belang is dat de er voldoende ruimte is voor voetgangers en er geen nadelige consequenties zijn voor bomen en ander openbaar groen. Ook de aanwezigheid van kabels en leidingen in de grond en andere beheersaspecten kunnen een rol spelen.

Bij het toestaan van verkoopactiviteiten in de openbare ruimte worden daarnaast ook algemene aspecten betrokken waarvoor rijk en gemeente beleid en regels hebben vastgesteld. Dit betreft in elk geval de aspecten veiligheid, welstand, duurzaamheid, vervuiling en gezondheid.

  • Veiligheid: Kiosken en staanplaatsen dienen zo te worden gesitueerd dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Dit betekent met name dat het zicht van de verkeersdeelnemers op ander verkeer niet belemmerd mag worden en de toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten gewaarborgd moet zijn. De aanwezigheid van een verkoopwagen of een kiosk kan de sociale veiligheid vergroten op plekken waar dat gewenst is. Een gesloten kiosk of opstal op een vaste staanplaats kan echter ook zorgen voor sociale onveiligheid doordat er onoverzichtelijke en donkere hoeken ontstaan. In dat geval kan besloten worden alleen een staanplaats voor een verkoopwagen toe te staan.

     

  • Welstand en stedenbouwkundige inpassing: welstandseisen zijn bij kiosken en vaste staanplaatsen altijd een beoordelingsaspect, omdat deze alleen met een omgevingsvergunning kunnen worden gerealiseerd. Dit geldt evenzeer voor de stedenbouwkundige beoordeling. Ze moeten passen in de omgeving en mogen belangrijke zichtlijnen niet belemmeren. In werelderfgoedgebied en beschermde stadsgezichten en bij monumentale gebouwen en bruggen zijn de eisen vanzelfsprekend strenger dan elders. Aan verkoopwagens (zowel op staanplaatsen als van venters) kunnen algemene eisen worden gesteld met betrekking tot het uiterlijk en het voeren van reclame.

     

  • Duurzaamheid: duurzaamheid kan vertaald worden in de eisen en selectiecriteria voor het toewijzen van staanplaatsen voor verkoopwagens (bijvoorbeeld ten aanzien van het motortype) en van gegadigden voor een vaste staanplaats of kiosk (bijvoorbeeld ten aanzien van het materiaalgebruik). De aanleg van een groen dak is één van de vele maatregelen die er aan kunnen bijdragen dat de omgeving beter bestand is tegen hevige regenval en hitte.

     

  • Tegengaan van vervuiling: verkooppunten in de openbare ruimte zijn in alle verschijningsvormen aan te merken als ondernemingen die op grond van het Activiteitenbesluit verplicht zijn om hun omgeving in een straal van 25 meter schoon te houden. Dit betreft vanzelfsprekend in het bijzonder verkooppunten waar direct te consumeren voedsel en drank wordt verkocht.

     

  • Gezondheid: de gemeente werkt er aan om de bevolking meer gezonde keuzes te laten maken, met name bij de aankoop van eten, drinken en genotsmiddelen. Omdat verkooppunten in de openbare ruimte laagdrempelig zijn is het uitgangspunt dat daar geen alcoholhoudende dranken, tabaksproducten of overige genotsmiddelen mogen worden verkocht. Het streven is om nabij scholen en andere plekken waar veel kinderen en jongeren komen ongezond voedsel te weren en het aanbod van gezond voedsel te bevorderen. Dit draagt bij aan de doelen van het gezondheidsbeleid van de gemeente.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

Femke Halsema,

burgemeester

Wil Rutten,

waarnemend gemeentesecretaris

Bijlage 1  

 

Recent gemeentelijk beleid dat van belang is voor verkooppunten in de openbare ruimte

 

Visie openbare ruimte 2015

 

In de Visie openbare ruimte (Visie openbare ruimte 2025. De huiskamer van álle Amsterdammers, gemeente Amsterdam, juni 2017) wordt geconstateerd dat de druk op de openbare ruimte in de afgelopen jaren in Amsterdam enorm is toegenomen. Daarvoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen, zoals meer inwoners, meer werknemers, meer toeristen en andere bezoekers aan de stad. Maar ook het gedrag van mensen is veranderd: er wordt meer tijd buitenshuis doorgebracht. Steeds meer mensen ontmoeten elkaar in parken, op terrassen en op straten en pleinen. De gemeente Amsterdam streeft ernaar om deze toenemende druk te spreiden en in goede banen te leiden, zodat de kwaliteit van de openbare ruimte wordt vergroot. Hiervoor moeten soms duidelijke keuzes worden gemaakt. Dat kan het autoverkeer betreffen, de fietsers, maar ook objecten en activiteiten in de openbare ruimte. In dit kader zijn in de visie verschillende richtinggevende uitspraken gedaan die een vertaling dienen te krijgen in het kader voor de verkooppunten in de openbare ruimte:

  • Het is wenselijk om een duidelijk contrast te handhaven en waar nodig te creëren tussen rustige woonstraten en drukke stadstraten waarin winkels, horeca en voorzieningen zijn geconcentreerd.

  • Het is wenselijk om in drukke stadstraten met een beperkte breedte het aantal vaste objecten te verminderen en te ordenen, zodat de loop- en verblijfsruimte voor voetgangers kan worden vergroot.

  • Het is wenselijk om de openbare ruimte meer flexibel in te richten, zodat dezelfde plekken op verschillende tijdstippen beschikbaar kunnen zijn voor uiteenlopend gebruik.

 

Detailhandelsbeleid 2018-2022

 

De gemeente Amsterdam streeft naar een goed bereikbaar voorzieningenniveau in de stad. Deze ambitie is in de binnenkort vast te stellen nota over het detailhandelsbeleid 2018 – 2022 (In december 2017 is deze nota door het college van B en W aangeboden aan de gemeenteraad) nader uitgewerkt in twee hoofddoelstellingen:

  • 1.

    Alle Amsterdammers kunnen op redelijke afstand van hun woning hun dagelijkse boodschappen doen.

  • 2.

    Er zijn meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad, waar bewoners van stad en regio een breed aanbod kunnen vinden van niet-dagelijkse benodigdheden.

 

Verkooppunten in de openbare ruimte kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het voorzieningenniveau in de stad en haar buurten. In het detailhandelsbeleid worden verschillende typen winkelgebieden onderscheiden. Het is vanwege de aanvullende functie van losse verkooppunten gewenst om daar in het beleid voor de punten zoveel mogelijk bij aan te sluiten.

 

Stad in balans en diversiteit winkelaanbod

 

Sinds 21 oktober 2014 is de bestuursopdracht Stad in Balans van kracht. De ambitie is om de groei van het aantal bewoners, bezoekers en bedrijven in de stad te faciliteren en in goede banen te leiden en de keerzijde van het succes aan te pakken. Daarop heeft het college diverse maatregelen genomen en kaders opgesteld die bijdragen aan de vier geformuleerde doelen:

  • 1.

    Meer kwaliteit en diversiteit van het winkel- en voorzieningenaanbod

  • 2.

    Verminderen van overlast en grenzen stellen

  • 3.

    Beter gebruik maken van de stad en profileren van de regio

  • 4.

    Meer ruimte op straat in drukke gebieden.

 

Op grond hiervan worden in een aantal winkelstraten in het Centrum allianties gevormd tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente om op straatniveau te bekijken hoe het winkelaanbod gevarieerder kan worden (Initiatieven worden ontplooid naar aanleiding van het gemeentelijk onderzoek Sturen op een divers winkelgebied: bevindingen bestuursopdracht Diversiteit winkel- en voorzieningenaanbod, februari 2017). Ook heeft de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen vooruitlopend op wijziging van de bestemmingsplannen. In het postcodegebied 1012 en circa 40 winkelstraten die daar aan grenzen geldt sindsdien een verbod voor nieuwe winkels en voorzieningen waarvan het aanbod voornamelijk op toeristen en passanten is gericht of etenswaren en dranken verkopen voor onmiddellijke consumptie.

Het is wenselijk om ook de verschillende vormen van verkooppunten in de openbare ruimte in de drukke delen van de stad in het licht van deze ontwikkelingen te bezien.

Bijlage 2  

 

Overzicht van verkooppunten in de openbare ruimte

 

  • Ongeveer 125 vaste staanplaatsen (met niet direct te verwijderen opstallen).

  • Ongeveer 40 mobiele staanplaatsen (met voertuigen of aanhangwagens).

  • Ongeveer 60 periodieke staanplaatsen (waarvan ongeveer 20 oliebollenverkopers, 20 kerstbomenverkopers en 20 plaatsen bij de Arena). Daarnaast krijgen enkele bakkers een vergunning voor verkoop van oliebollen op straat voor hun winkel.

  • Veertien staanplaatsen voor de zomer- en winterroulatieregelingen (hotdog- en ijsverkopers) in Centrum en Zuid met ruim 90 deelnemers.

  • Ruim 30 kiosken, waarvan vijf op het Museumplein, vijf bij Rooswijck en ruim 15 verspreid in stadsdeel West.

  • Er worden jaarlijks ruim 150 ventvergunningen verstrekt (waarvan bijna twee derde aan deelnemers aan de roulatieregeling, waarvan maar een klein deel ook actief is als venter buiten de roulatieplekken).

  • Voor de pilot foodtrucks zijn in het afgelopen jaar acht plaatsen beschikbaar gesteld. Deze pilot is inmiddels beëindigd.

  • In het kader van de pilot met de Freezones zijn bij het Osdorpplein twee plaatsen beschikbaar gesteld voor foodtrucks. In de Jan Evertsenstraat is geëxperimenteerd met verkoop door winkels op straat voor hun gevel.

 

In onderstaande figuur een overzicht van de verspreiding van alle staanplaatsen over de stad met uitzondering van de periodieke staanplaatsen (rond de kerst en bij evenementen).

 

Figuur 2 Verspreiding van vaste, mobiele en roulatiestaanplaatsen over de stad NB De aanduidingen zijn gebaseerd op een inventarisatie door het Marktbureau in 2018. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.

 

Naar boven