Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2018, 204302 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2018, 204302 | Overige besluiten van algemene strekking |
Kader voor de door de dagelijkse besturen van de stadsdelen vast te stellen nadere regels voor de verlening van kramenzetvergunningen op gemeentelijke markten op grond van artikel 5.2 lid 1 van de Marktverordening, gemeente Amsterdam
Het volgende kader vast te stellen voor de door de dagelijkse besturen van de stadsdelen vast te stellen nadere regels voor de verlening van kramenzetvergunningen op gemeentelijke markten op grond van artikel 5.2 lid 1 van de Marktverordening:
tot twee weken voor aanvang van de aanvraagperiode kunnen belangstellenden schriftelijk vragen indienen bij de gemeente ter verduidelijking van de gepubliceerde eisen en criteria; de vragen en de antwoorden worden uiterlijk een dag voor aanvang van de aanvraagperiode gepubliceerd op de gemeentelijke website;
Het volgende kader vast te stellen voor de door de dagelijkse besturen van de stadsdelen op grond van artikel 5.2 lid 2 van de Marktverordening vast te stellen nadere regels met betrekking tot de selectiecriteria:
De vergunningaanvrager dient ingeschreven te zijn in het Handelsregister, zich niet in staat van faillissement te bevinden, er dient geen surseance van betaling te zijn verleend, hij dient in staat te zijn op de ingangsdatum van de vergunning de gevraagde diensten te verlenen en te beschikken over ten minste twee voor de beoordeling van de aanvraag relevante referenties;
Het dagelijks bestuur beoordeelt de aanvragen op de mate waarin de vergunningaanvrager hinder voor omwonenden, het verkeer en gebruikers van de openbare ruimte voorkomt, duurzaamheidsaspecten van de te gebruiken transportmiddelen, alsmede de tijd die nodig is voor het plaatsen en verwijderen van de marktkramen en eventuele andere voorzieningen;
De vergunningaanvrager dient aan te tonen dat hij aansprakelijkheid kan aanvaarden voor elke schade aan eigendommen van de gemeente of derden die voortvloeit uit het plaatsen, verwijderen of het gebruik van de marktkramen, zich te verzekeren tegen vorderingen tot schadevergoeding en geen compensatie van de gemeente te verlangen indien de markt om welke reden dan ook niet door kan gaan;
Burgemeester en wethouders voornoemd,
Femke Halsema,
burgemeester
Wil Rutten,
waarnemend gemeentesecretaris
In de Marktverordening staan bepalingen voor de vergunningverlening voor het plaatsen van kramen op gemeentelijke markten. Omdat de vergunning op grond van de Europese Dienstenrichtlijn aangemerkt moet worden als een schaarse vergunning, worden door de Raad van State hoge eisen gesteld aan de transparantie van de vergunningprocedure en de wijze waarop de aanvragen worden beoordeeld. Dit vindt zijn neerslag in de nadere regels die het dagelijks bestuur van een stadsdeel vaststelt voor de regulering van de vergunningverlening.
Op grond van het bevoegdhedenregister is het college bevoegd om kaders vast te stellen voor de aan de dagelijkse besturen gedelegeerde taken, zoals het stellen van deze nadere regels. Met het vaststellen van een kader voor deze nadere regels kan worden bereikt dat de bepalingen over de vergunningverlening voor alle gemeentelijke markten gelijk is, zo veel mogelijk uniforme eisen worden gesteld aan de vergunningaanvragers en alle relevante aspecten worden betrokken bij de selectie van de best passende vergunningaanvrager.
1. Het volgende kader vast te stellen voor de door de dagelijkse besturen van de stadsdelen vast te stellen nadere regels met betrekking tot de verlening van kramenzetvergunningen op gemeentelijke markten op grond van artikel 5.2 lid 1 van de Marktverordening:
a. Voor elke afzonderlijke markt wordt één vergunning verleend;
De Marktverordening laat de mogelijkheid open dat voor een markt meerdere vergunningen worden verleend. Het opbouwen en afbreken van de markt is evenwel een complex logistiek proces met veel risico’s op overlast voor de omgeving. Daarom is het gewenst dat er één verantwoordelijke is voor het neerzetten en weer verwijderen van de marktkramen, die door de gemeente kan worden aangesproken indien er sprake is van overlast.
b. Vergunningen hebben in beginsel een geldigheid voor een periode van zes jaar, tenzij er marktspecifieke gronden zijn om hiervan af te wijken;
c. De ingangsdatum van een vergunning valt zo veel mogelijk samen met de datum van instelling of (her)inrichting van de markt of met de periodieke herindeling;
De meeste gemeentelijke markten zijn weekmarkten die gehouden worden op één dag in de week. Kramenzetters hebben voor de kramen die op deze markten worden gezet in het algemeen de beschikking over een centrale opslagruimte, van waaruit de kramen op de marktdag naar de markt worden gebracht. De kramen worden op meerdere markten gebruikt. Dit is ook het geval voor het transportmaterieel. Daarom is het op deze markten niet nodig om de geldigheidsduur van de vergunning af te stemmen op de volledige afschrijvingstermijn, die ongeveer tien jaar bedraagt. Het is wenselijk dat de geldigheidsduur van de vergunning wordt afgestemd op de momenten waarop markten opnieuw kunnen worden ingericht en ingedeeld. Op die momenten kan het aantal te zetten kramen substantieel veranderen. De Marktverordening schrijft voor dat de gemeente elke drie jaar beoordeelt of een herindeling nodig is. Op dat moment kan de gemeente ook overwegen de omvang en de inrichting van de markt te wijzigen. Het is echter niet gewenst dat de vergunningduur beperkt wordt tot drie jaar, omdat dit de vergunninghouder onvoldoende zekerheid biedt om te investeren in nieuw materiaal en materieel. Daarom wordt voorgesteld om in principe uit te gaan van een vergunningduur van zes jaar. Indien de ingangsdatum van de vergunning niet samenvalt met een nieuwe inrichting of indeling van de markt, dan kan van de termijn van zes jaar worden afgeweken, zodat de einddatum van de vergunning wel samenvalt met de datum waarop een herindeling of herinrichting is voorzien.
Naast weekmarkten kent de gemeente ook een relatief groot aantal dagmarkten die veelal op vier, vijf of zes dagen in de week worden gehouden. Voor deze markten kan het gewenst zijn dat de marktkramen en ander materiaal in de nabijheid van de markt wordt opgeslagen om lange dagelijkse transporten te vermijden. Voor het transport van de kramen wordt veelal specifiek transportmaterieel gebruikt. In deze gevallen kan het wenselijk zijn om de geldigheidsduur van de vergunning in overeenstemming te brengen met de afschrijvingsduur van het materiaal en materieel. In de Marktverordening is bepaald dat de maximale looptijd van de vergunning tien jaar bedraagt. Om aansluiting te vinden bij de periodieke herindelingen van de markten wordt de mogelijkheid geboden om de geldigheidsduur van de vergunning vast te stellen op negen in plaats van zes jaar. Ook in deze gevallen kan van deze looptijd worden afgeweken als de ingangsdatum van de vergunning niet samenvalt met een nieuwe inrichting of indeling van de markt. De vergunning kan echter voor niet langer dan 10 jaar worden verleend en kan niet worden
d. Aanbieders kunnen hun aanvragen voor een vergunning indienen binnen een aanvraagperiode van ten minste vier weken;
Om de vergunningaanvragers de gelegenheid te geven een complete en zorgvuldige aanvraag te doen wordt voorgesteld om de aanvraagperiode op vier weken te stellen. De periode wordt door het dagelijks bestuur bekend gemaakt op een aparte pagina op de gemeentelijke website.
e. het dagelijks bestuur maakt de aanvraagperiode ten minste drie weken voor aanvang bekend op de gemeentelijke website met expliciete vermelding van de eerste en laatste dag;
f. tegelijk met de bekendmaking van de aanvraagperiode maakt het dagelijks bestuur bekend op grond van welke selectiecriteria de vergunning zal worden verleend;
g. tot twee weken voor aanvang van de aanvraagperiode kunnen belangstellenden schriftelijk vragen indienen bij de gemeente ter verduidelijking van de gepubliceerde eisen en criteria; de vragen en de antwoorden worden uiterlijk een dag voor aanvang van de aanvraagperiode gepubliceerd op de gemeentelijke website;
De bekendmaking vindt plaats ten minste drie weken voor aanvang van de aanvraagperiode, om belangstellenden in staat te stellen zich te oriënteren op de markt en op de gestelde eisen en criteria. Deze worden daarom tegelijk met de bekendmaking van de periode gepubliceerd. Het kan zijn dat belangstellenden behoefte hebben aan een nadere toelichting op de eisen en criteria. Daarom kunnen zij schriftelijk verduidelijkende vragen indienen. Om alle belangstellenden te voorzien van dezelfde informatie worden de antwoorden gepubliceerd op de gemeentelijke website. Daarmee voldoet de wijze waarop de verdeling van de vergunningen plaatsvindt aan de eisen van kenbaarheid en transparantie, zoals die zijn voorgeschreven in jurisprudentie van de afdeling rechtspraak van de Raad van State.
h. het dagelijks bestuur doet op de gemeentelijke website melding van de verleende vergunning en de afgewezen vergunningaanvragen en informeert alle aanvragers schriftelijk.
Als de termijn voor het indienen van vergunningaanvragen is afgelopen worden deze eerst getoetst op volledigheid en het voldoen aan de gestelde eisen. Aanvragen die hier niet aan voldoen worden geweigerd. Vervolgens wordt beoordeeld welke van de resterende aanvragen het best voldoet een de selectiecriteria. Het dagelijks bestuur kan zich daarbij laten bijstaan door een adviescommissie. Nadat het dagelijks bestuur een gemotiveerde keuze heeft gemaakt voor de te honoreren vergunningaanvraag wordt de vergunning verleend en worden de overige vergunningaanvragen geweigerd conform de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast wordt op de gemeentelijke website bekend gemaakt aan wie de vergunning is verleend en welke aanvragen zijn afgewezen.
2. Het volgende kader vast te stellen voor de door de dagelijkse besturen van de stadsdelen op grond van artikel 5.2 lid 2 van de Marktverordening vast te stellen nadere regels met betrekking tot de selectiecriteria:
In deze nadere regels stelt het dagelijks bestuur vast aan welke eisen de vergunningaanvragen moeten voldoen en op grond van welke selectiecriteria zij worden beoordeeld. Het kader borgt dat daarbij alle relevante aspecten in ogenschouw worden genomen en zorgt waar nodig voor uniformiteit. In de Marktverordening heeft de gemeente er voor gekozen om vergunningaanvragers te selecteren op grond van kwaliteitscriteria. Selectie zou ook plaats kunnen vinden op grond van de volgorde van binnenkomst van aanvragen of door loting. Het is in het belang van de markt en de gemeente dat gekozen kan worden op grond van een afweging van kwaliteitsaspecten.
a. De vergunningaanvrager dient ingeschreven te zijn in het Handelsregister, zich niet in staat van faillissement te bevinden, er dient geen surseance van betaling te zijn verleend, hij dient in staat te zijn op de ingangsdatum van de vergunning de gevraagde diensten te verlenen en te beschikken over ten minste twee voor de beoordeling van de aanvraag relevante referenties;
Deze bepaling bevat de gebruikelijke eisen ten aanzien van de aanvrager. Daarnaast worden twee referenties gevraagd. Deze kunnen nodig zijn om navraag te kunnen doen of de aanvrager daadwerkelijk in staat is om het hetgeen in de aanvraag wordt voorgesteld te realiseren.
b. Het dagelijks bestuur beoordeelt de aanvragen op de wijze van bedrijfsvoering, waaronder de d eskundigheid van de aanvrager en diens personeel, de wijze en snelheid van optreden bij calamiteiten en de mate waarin personeel met een afstand tot de arbeidsmarkt wordt ingezet;
Deze bepaling betekent dat de vergunningaanvrager een bedrijfsplan moet overleggen, waarin in elk geval staat hoe het bedrijf is georganiseerd, hoe de verantwoordelijkheden zijn belegd en op grond waarvan de betrokken personeelsleden als ter zake kundig kunnen worden beschouwd. Ook moet worden aangegeven hoe snel personeel ter plaatse kan zijn bij calamiteiten en hoe dan doeltreffende maatregelen worden getroffen. Het inzetten van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt draagt bij aan een positieve beoordeling. In het bedrijfsplan moet worden aangegeven of het bestaande medewerkers betreft of op welke wijze deze medewerkers zullen worden geworven.
c. De vergunningaanvrager dient aantoonbaar in staat te zijn de kramen op te bouwen en af te breken binnen de daarvoor gestelde tijdsperioden, met inbegrip van de aan- en afvoer van al het materiaal;
Het is van groot belang voor zowel de markt als de omgeving dat de opbouw en afbouw van de markt in zo kort mogelijke tijd plaats vindt. In de nadere regels worden daarvoor tijdvakken opgenomen binnen de in het inrichtingsbesluit vastgestelde periode waarin het marktterrein beschikbaar is. Daarbij wordt rekening gehouden met de tijd die nodig is voor de reiniging van het marktterrein. De vergunningaanvrager moet onderbouwen dat hij in staat is om de op- en afbouw binnen deze tijdvakken te realiseren. Zo nodig kunnen de referenties worden gebruikt om na te vragen of dat op andere markten ook daadwerkelijk het geval is.
d. De lengte van de marktkramen dient vier meter te zijn, tenzij in het inrichtingsbesluit van de markt anders is bepaald;
Op markten is een kraamlengte van vier meter gebruikelijk. Op enkele gemeentelijke markten worden op dit moment geheel of gedeeltelijk kramen van drie meter gebruikt, waarvan de Dappermarkt en de Waterloopleinmarkt de grootste zijn. Bij de nieuwe inrichting van de Waterloopleinmarkt zal worden overgegaan op marktplaatsen voor kramen van vier meter. Voor de Dappermarkt bestaat het voornemen om bij de volgende herindeling ( in 2020) ook de inrichting van de markt te herzien. Dan zal ook een nieuwe vergunning voor het plaatsen van kramen worden verleend.Op sommige markten komen marktplaatsen met een afwijkend formaat voor. Indien de kramenzetter daarvoor afwijkende kramen moet leveren, dan moet daarvoor een deugdelijke grondslag bestaan. Deze kan worden gevonden in het inrichtingsbesluit van de markt.
e. Het aantal te zetten kramen bestaat uit het in het inrichtingsbesluit opgenomen aantal marktplaatsen met vermindering van het aantal aangewezen marktplaatsen waar de verplichting om gebruik te maken van kramen niet geldt;
Met deze bepaling wordt eenduidig bepaald hoeveel kramen de vergunningaanvragers in hun aanvraag moeten opnemen. In het inrichtingsbesluit van de markt wordt vastgelegd op welke marktplaatsen het gebruik van een eigen verkoopinrichting is toegestaan. Daarnaast kunnen op een markt zogeheten grondplaatsen zijn aangewezen, waarbij de verkoopwaar op de grond mag worden uitgestald. Het is niet uitgesloten dat gedurende de looptijd van de kramenzetvergunning toestemming wordt gegeven aan andere marktondernemers om een marktplaats in te nemen met een eigen verkoopinrichting. Daardoor is er een risico dat gedurende de looptijd van de vergunning het aantal kramen vermindert en daardoor de inkomsten van de vergunninghouder ook verminderen. Dat risico komt voor zijn rekening. De vergunningaanvragers worden hierop gewezen in de publicatie met de eisen en criteria.
f. Het dagelijks bestuur beoordeelt de kwaliteit, duurzaamheid en het uiterlijk aanzien van de marktkramen en eventuele aanvullende voorzieningen;
g. Het dagelijks bestuur stelt in elk geval minimumeisen ten aanzien van de veiligheid, stevigheid en stabiliteit van het materiaal en zo nodig ook ten aanzien van de duurzaamheid, waterdichtheid, kleurechtheid en schoonheid van het materiaal;
Eén van de belangrijkste redenen om een markt te bezoeken is de beleving. De kwaliteit van het materiaal en het uiterlijk van de kramen en andere voorzieningen dragen daar in belangrijke mate aan bij. De aanvragers moeten daarom aangeven op welke wijze zij daar een bijdrage aan willen leveren. Zij kunnen daarbij ook aangeven hoe zij aandacht besteden aan een duurzame inzet van materiaal, bijvoorbeeld door hergebruik. De veiligheid op de markt dient altijd gewaarborgd te zijn. Daarom worden eisen gesteld aan de deugdelijkheid van het materiaal dat op de markt wordt geplaatst. Aan andere aspecten kunnen ook eisen worden verbonden als ervaringen daar aanleiding toe geven of als het karakter van de markt dat met zich meebrengt.
h. De vergunningaanvrager mag de huurprijzen van de marktkramen en andere voorzieningen jaarlijks niet meer verhogen dan overeenkomt met de stijging van het consumentenprijsindexcijfer van het voorgaande jaar;
i. Het dagelijks bestuur beoordeelt de in de aanvraag voorgestelde prijzen voor de huur van marktkramen en eventuele andere voorzieningen;
j. Het dagelijks bestuur kan een maximumprijs vaststellen voor de verhuur van kramen aan de marktondernemers;
Op dit moment is de toegestane jaarlijkse prijsaanpassing niet in alle vergunningen eenduidig geregeld. Het is gewenst dat de prijsstijging voor alle markten op gelijke wijze wordt geregeld. Het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie is daarvoor een gebruikelijke maatstaf.
De vergunningaanvrager moet specificeren welke prijs hij vraagt voor het gebruik van een standaardkraam, eventuele afwijkende kramen en eventuele extra voorzieningen voor bijzondere kramen of voor de markt als geheel. Indien in bepaalde gevallen korting wordt verleend, bijvoorbeeld bij vooruitbetaling, dan moet dit in de vergunningaanvraag worden gespecificeerd. Een lage prijs leidt tot een positieve beoordeling. Vooral bij kleine markten kan het voorkomen dat er maar weinig vergunningaanvragen te verwachten zijn (soms maar één, zoals bleek op de Stadionpleinmarkt), waardoor de aanvragers hoge prijzen in hun aanvraag zouden kunnen opnemen. Dit kan het voortbestaan van de markt ondermijnen. Er is dan sprake van gebrekkige marktwerking. Daarom krijgen dagelijkse besturen de mogelijkheid om een maximumprijs op te nemen in de nadere regels. Deze prijs mag niet zodanig laag zijn dat de betreffende markt wordt bevoordeeld ten opzichte van andere markten. Met andere woorden: de prijs moet marktconform zijn.
k. Het dagelijks bestuur beoordeelt de aanvragen op de mate waarin de vergunningaanvrager hinder voor omwonenden, het verkeer en gebruikers van de openbare ruimte voorkomt, duurzaamheidsaspecten van de te gebruiken transportmiddelen, alsmede de tijd die nodig is voor het plaatsen en verwijderen van de marktkramen en eventuele andere voorzieningen;
l. Zo nodig worden ter voorkoming van overlast minimumeisen gesteld met betrekking tot de toegestane mate van geluidhinder, hinder voor het verkeer en andere vormen van overlast, alsmede duurzaamheidsaspecten van de te gebruiken transportmiddelen;
Op diverse markten ondervinden omwonenden hinder van het geluid dat gepaard gaat met het op- en afbouwen van de markt. De vergunningaanvragers worden uitgedaagd om deze hinder tot een minimum te beperken. Zij moeten aangeven hoe zij dat gaan doen en wat het effect is van de voorgestelde maatregelen. Ook andere vormen van hinder kunnen voorkomen, zoals voor het verkeer en voor passanten. In een logistiek plan kunnen vergunningaanvragers aangeven hoe zij dit voorkomen. Uit de vergunningaanvraag moet blijken dat de aanvragers zich goed hebben verdiept in de situatie ter plekke. Het gebruik van emissievrije of –arme transportmiddelen draagt bij aan doelstellingen van het gemeentelijk beleid en draagt bij aan een positieve beoordeling. Afhankelijk van de situering van de markt kan het wenselijk zijn dat er normen worden voorgeschreven voor de geluidhinder bij het opbouwen en afbreken van de markt. Voor sommige markten kan het nodig zijn om specifieke eisen te stellen met betrekking tot andere aspecten van veiligheid en hinder. Ook kunnen op grond van gemeentelijk beleid eisen worden gesteld aan de uitstoot van de te gebruiken transportmiddelen. De ligging van de markt kan daarop van invloed zijn.
m. De vergunningaanvrager dient aan te tonen dat hij aansprakelijkheid kan aanvaarden voor elke schade aan eigendommen van de gemeente of derden die voortvloeit uit het plaatsen, verwijderen of het gebruik van de marktkramen, zich te verzekeren tegen vorderingen tot schadevergoeding en geen compensatie van de gemeente te verlangen indien de markt om welke reden dan ook niet door kan gaan;
Deze bepaling is nodig om de gemeente en de marktondernemers te vrijwaren van kosten die voor rekening van de kramenzetter dienen te komen.
n. Indien daar aanleiding toe is stelt het dagelijks bestuur aanvullende criteria vast waarop de aanvragen worden beoordeeld die van belang zijn voor het goed functioneren van de markt, voor de marktondernemers en voor de bezoekers en de omgeving van de markt.
Deze bepaling maakt het voor de dagelijkse besturen mogelijk om specifieke criteria op te nemen in de nadere regels, veelal op voorstel van het Marktbureau of het gebiedsteam. Klachten of opmerkingen van marktondernemers of omwonenden kunnen hier ook aanleiding voor zijn. Deze bepaling laat ook de mogelijkheid open dat vergunningaanvragers zelf met voorstellen komen, die een positief effect hebben op de markt en/of de omgeving. Deze zullen bij de beoordeling worden betrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-204302.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.