Gemeenteblad van Baarn

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BaarnGemeenteblad 2018, 195787Beleidsregels



Gemeente Baarn - Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2019

 

Gelet op:

- Wet Harmonisatie Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk;

- Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK);

- Het collegebesluit “Toekomst peutervoorzieningen in Baarn” van juni 2017 (17CV000205);

- Artikel 1.2 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Baarn 2015.

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Kinderopvangorganisatie: het bedrijfsmatig verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van de opvang van kinderen, zoals bedoeld in de wet en geregistreerd staat in het Landelijk Register Kinderopvang

  • 2.

    Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene Wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang.

  • 3.

    Kinderopvangtoeslagtabel: een tabel waarin terug te vinden is welk bedrag ouders terugkrijgen voor de kinderopvang via de belastingdienst. Dit is inkomensafhankelijk.

  • 4.

    Landelijk Register Kinderopvang (LRK): het landelijk register, zoals bedoeld in de wet, waarin alle gastouderbureaus, gastouders, kinderdagverblijven en organisaties voor buitenschoolse opvang zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen.

  • 5.

    Ouder: de juridische ouder of wettelijk verzorger van een peuter.

  • 6.

    Ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen voor de afname van peuteropvang. De hoogte van de ouderbijdrage wordt bepaald aan de hand van de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst.

  • 7.

    Ouderverklaring: een door de ouder(s) ondertekende verklaring, voorzien van bewijsstukken waaruit blijkt dat geen aanspraak kan worden gemaakt op kinderopvangtoeslag.

  • 8.

    Peuter: een kind in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar en ingeschreven in de gemeente Baarn.

  • 9.

    Peuteropvang: het aanbod in een kinderopvangorganisatie, gericht op kinderen van 2 en 3 jaar, waarin met een peuterprogramma de ontwikkeling gestimuleerd wordt.

  • 10.

    Regulier peuterprogramma: een peuterprogramma dat gedurende 6 uur per week, verdeeld over 2 dagdelen per week, gedurende 40 weken per jaar wordt aangeboden door een kinderopvangorganisatie

  • 11

    Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE): educatie verdeeld in een voorschoolse periode (2,5- en 3-jarigen) doorlopend in de eerste jaren van het basisonderwijs (4- en 5-jarigen), de vroegschoolse periode.

  • 12

    Voorschoolse educatie (VE): educatie in de voorschoolse periode in de vorm van een erkend peuterprogramma. Dit programma is gericht op taalontwikkeling, rekenen, motoriek en sociale ontwikkeling.

  • 13

    VVE-indicatie: indicatie van GGD die recht geeft op Voor- en Vroegschoolse Educatie.

  • 14

    VVE-overleg: overleg van alle bij de indicering en uitvoering van VVE betrokken partijen in de gemeente Baarn.

  • 15

    VVE-peuter: een kind in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar ingeschreven in de gemeente Baarn waarvan GGD heeft vastgesteld dat er sprake is van (een risico op) achterstand in de Nederlandse taal en die derhalve een indicatie heeft gekregen voor VVE-aanbod, zoals bedoeld in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs.

 

Artikel 2. Doelstelling

  • 1.

    Het verstrekken van de subsidie op basis van deze regeling heeft primair tot doel te zorgen voor kwalitatief hoogwaardige en veilige voorschoolse educatie voor VVE-geïndiceerde kinderen. Kwalitatief hoogwaardig betekent ook voldoende voorzieningen in aantal en met voldoende spreiding over de gemeente.

  • 2.

    Aanvullend heeft het verstrekken van subsidie mede tot doel om peuteropvang toegankelijk te maken voor niet VVE-geïndiceerde kinderen waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.

 

Artikel 3. Reikwijdte

  • 1.

    De subsidie die door de gemeente wordt verstrekt, heeft betrekking op de activiteiten zoals genoemd in artikel 4A en 4B en is bedoeld voor de doelgroep zoals genoemd in artikel 5 van deze subsidieregeling.

 

Artikel 4A. Activiteiten Voorschoolse educatie

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien door de kinderopvangorganisatie voldaan wordt aan de kwaliteitseisen van de onderwijsinspectie voor voorschoolse educatie die zijn opgenomen in het kwaliteitskader VVE van de onderwijsinspectie.

  • 2.

    Subsidie wordt verleend per kindplaats in de gemeente Baarn die wordt bezet door een door GGD geïndiceerd VVE-peuter.

  • 3.

    Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van lid 2 dient de kinderopvangorganisatie 40 weken per jaar voorschoolse educatie aan te bieden. Het gaat dan per week om een aanbod van tenminste 10 uur, maximaal 14 uur verdeeld over minimaal 3 dagdelen.

  • 4.

    De gesubsidieerde activiteit dient te voldoen aan de volgende eisen:

    a. Aansluiting bij door de gemeente georganiseerde VVE-overleggen.

    b. Goede overdracht van kinderopvang naar basisscholen volgens bestaande gemeentelijke overdrachtsformulieren.

    c. Meewerken aan resultaatafspraken over de doorgaande lijn tussen voor- en vroegschoolse educatie.

    d. Beschikken over geactualiseerd beleidsplan voorschoolse educatie.

    e. Inzet methodiek om ouders te betrekken.

    f. VVE kinderen met voorrang plaatsen op beschikbare plekken.

    g. Meewerken aan de jaarlijkse VVE-monitor.

 

Artikel 4B. Activiteiten Peuteropvang

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien voldaan wordt aan de kwaliteitseisen van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang. Subsidie wordt verleend per kindplaats in de gemeente Baarn die wordt bezet door een niet VVE-geïndiceerd peuter waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.

  • 2.

    Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van lid 1 dient de kinderopvangorganisatie 40 weken per jaar peuteropvang aan te bieden. Het gaat dan per week om een aanbod van tenminste 6 uur, maximaal 7 uur verdeeld over 2 dagdelen.

  • 3.

    De gesubsidieerde activiteit dient te voldoen aan de volgende eisen:

    a. Goede overdracht van kinderopvang naar basisscholen volgens bestaande gemeentelijke overdrachtsformulieren.

    b. Inzet methodiek om ouders te betrekken.

 

Artikel 5. Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de kinderopvangorganisaties ten behoeve van (doelgroep) peuters van de volgende groepen ouders:

  • 1.

    Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag met een VVE-peuter.

  • 2.

    Ouders met recht op kinderopvangtoeslag en een VVE-peuter.

  • 3.

    Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag met een peuter;

 

Artikel 6. Subsidie verlening

  • 1.

    De hoogte van de subsidie per kindplaats heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van ouders en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor:

    a. het zorgen voor kwalitatief hoogwaardige en veilige voorschoolse educatie voor VVE-geïndiceerde kinderen of/en

    b. het zorgen voor kwalitatief hoogwaardige peuteropvang voor niet VVE-geïndiceerde kinderen waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.

    c. Het zorgen voor kwalitatief hoogwaardige en veilige voorschoolse educatie voor VVE-geïndiceerde kinderen voor het derde en vierde dagdeel VVE die geldt voor alle ouders met of zonder recht op kinderopvangtoeslag.

2. Subsidieverlening vindt plaats voor een tijdvak van één jaar. De subsidie tot € 100.000 wordt in vier termijnen betaalbaar gesteld. De subsidie hoger dan € 100.000 wordt in zes termijnen betaalbaar gesteld.

3. De totale subsidie Voorschoolse Educatie per uur en de totale subsidie Peuteropvang per uur worden jaarlijks bepaald aan de hand van de ouderbijdrage die genoemd wordt in de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst.

4. De subsidie wordt verleend op basis van een voorschot. De verleende voorschotten worden na afloop van het jaar definitief verrekend met het werkelijk aantal gebruikte kindplaatsen. Onverschuldigd betaalde bedragen kunnen worden teruggevorderd.

 

Artikel 7. Aanvraag subsidie

  • 1.

    De subsidie Voorschoolse Educatie en de subsidie Peuteropvang worden aangevraagd via het digitale formulier “aanvraag subsidie Voorschoolse Educatie” en/of “aanvraag subsidie Peuteropvang”.

  • 2.

    De subsidie aanvraag wordt aangevuld met een beleidsplan. In het beleidsplan wordt in ieder geval de volgend onderwerpen beschreven voor Voorschoolse educatie en/op Peuteropvang.

Voor Voorschoolse educatie:

a. de wijze waarop wordt voldaan aan het kwaliteitskader VVE van de onderwijsinspectie;

b. omvang en samenstelling VVE-groep;

c. differentiatie uitvoering VVE-programma;

d. volgen van brede ontwikkeling van het kind

e. evaluatie van begeleiding, kwaliteit en resultaten;

f. gericht ouderbeleid;

g. informatieoverdracht bij overgang van kindercentrum naar basisschool;

h. samenwerking met andere organisaties.

Voor Peuteropvang:

a. omvang en samenstelling groep;

b. volgen van brede ontwikkeling van het kind;

c. evaluatie van begeleiding, kwaliteit en resultaten;

d. gericht ouderbeleid;

e. informatieoverdracht bij overgang van kindercentrum naar basisschool;

f. samenwerking met andere organisaties.

3. Het college kan bij de subsidieverlening aanvullende verplichtingen opleggen die betrekking hebben op de onderwerpen genoemd in artikel 7, lid 2.

 

Artikel 8. Aanvraagtermijn

  • 1.

    De subsidieaanvraag door middel van de digitale formulieren “aanvraag subsidie Voorschoolse Educatie” en/of “aanvraag subsidie Peuteropvang” dient uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft te worden ingediend. Uiterlijk voor 1 december neemt het college het besluit over de toe te kennen subsidie.

  • 2.

    Een digitale aanvraag wordt aangevuld met de volgende stukken:

    a. een beleidsplan dat voldoet aan artikel 7 lid 2;

    b. een begroting voor de benodigde kindplaatsen Voorschoolse Educatie en/of;

    c. een begroting voor de benodigde kindplaatsen Peuteropvang.

  • 3.

    Het college kan, indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft, de aanvrager om nadere informatie verzoeken.

  • 4.

    De aanvrager is verantwoordelijk voor een juiste en volledige informatieverstrekking op grond waarvan het college redelijkerwijs tot een besluit kan komen. Een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen, nadat een verzoek om aanvulling is gedaan.

Artikel 9. Verantwoording en vaststelling subsidie

  • 1.

    De subsidie Voorschoolse Educatie en de subsidie Peuteropvang wordt vastgesteld voor het jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden.

  • 2.

    Vóór 1 april van het daaropvolgende jaar dient de kinderopvangorganisatie een aanvraag tot subsidievaststelling in met gebruikmaking van het digitale formulier "Aanvraag vaststelling subsidie Voorschoolse Educatie" en/of “Aanvraag vaststelling subsidie Peuteropvang”.

  • 3.

    De aanvraag gaat vergezeld van een beleidsverslag met onderwerpen zoals genoemd in artikel 4A.4 en een financieel verslag over het aantal gebruikte kindplaatsen Voorschoolse Educatie en/of Peuteropvang.

  • 4.

    Het financieel verslag gaat vergezeld met een samenstellingsverklaring van een accountant voor subsidies tussen de € 50.000 en € 250.000. Voor subsidies hoger dan € 250.000, - geldt een goedkeurende accountantsverklaring.

  • 5.

    De accountantsverklaring heeft de vorm die bedoeld is in lid 6 van artikel 393, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.

  • 6.

    Het college kan ten behoeve van de subsidievaststelling een door hem aan te wijzen accountant een onderzoek laten instellen naar de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie indien de subsidie meer dan € 50.000, - bedraagt.

  • 7.

    Het college stelt binnen 8 weken na ontvangt van de “Aanvraag vaststelling Subsidie Voorschoolse Educatie” of van de “Aanvraag vaststelling Peuteropvang” de subsidie vast.

  • 8.

    Indien de aanvraag tot subsidie vaststelling niet voor 1 april is ontvangen, gaat het college zes weken na een éénmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.

 

Artikel 10. Slotbepalingen

  • 1.

    Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, zoals genoemd in artikel 8.1 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Baarn 2015.

  • 2.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Gemeente Baarn Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2019.

 

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2019.

 

TOELICHTING OP

Subsidieregeling Gemeente Baarn Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2019

Inleiding

Vanaf 2018 is de wet Harmonisatie Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk en de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) in werking getreden. De volgende wijzigingen gelden:

  • -

    Peuterspeelzaalwerk wordt onder de definitie van kinderopvang gebracht, waardoor deze kwaliteitseisen daarop van toepassing worden;

  • -

    Gelijkschakeling financieringsstructuur voor werkende ouders;

  • -

    Gelijkschakeling van kwaliteitseisen via het Wetsvoorstel innovatie en kwaliteit kinderopvang.

 

In 2016 zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de Minister van SZW en de VNG om ervoor te zorgen dat alle ouders van peuters die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag een aanbod voor deelname aan peuteropvang krijgen van de gemeente.

 

De gemeente Baarn heeft als gevolg van deze wijzigingen deze nieuwe beleidsregel “subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie” vastgesteld. De gemeente Baarn streeft naar een hoog kwalitatief aanbod van voorschoolse voorzieningen voor alle kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar in haar gemeente.

 

De beleidsregel “Subsidieregeling gemeente Baarn Peuteropvang en Voorschoolse Educatie” is een uitwerking van de Algemene Subsidieverordening gemeente Baarn 2015 en van het collegebesluit “Toekomst peutervoorzieningen in Baarn” van juni 2017 (17CV000205).

 

Toelichting artikel 6 Subsidie verlening

Voor de Peuteropvang stelt de gemeente geen subsidie beschikbaar voor peuters waarvan de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag.

De subsidie van de gemeente is bestemd voor peuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag volgens de volgende regel: fiscaal maximum minus eigen inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor het deel tot fiscaal maximum. In de kinderopvangtoeslagtabel wordt het fiscaal tarief bekend gemaakt door de belastingdienst en de VNG.

 

Voor 2019 wordt het fiscaal maximum € 8,02. Ouders zonder toeslag betalen gemiddeld een bedrag van € 1,53 (inkomensafhankelijk) waardoor de gemeente een bedrag van € 6,49 per uur per kindplaats Peuteropvang subsidieert. De subsidie voor Peuteropvang wordt als volgt berekend:

• Het totale bedrag per uur minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage x 6 of 7 uur per week x 40 weken.

 

Voor de subsidie Voorschoolse Educatie wordt een opslag van € 1,98 per uur bovenop het fiscaal maximum van € 8,02 gehanteerd.

Het subsidiëren van de Voorschoolse educatie is voor het 1e en 2e dagdeel gelijk aan de subsidiëring van de Peuteropvang. Voor het 3e en 4e dagdeel betalen alle ouders het laagste tarief van de Kinderopvangtoeslagtabel. De subsidie voor de Voorschoolse Educatie wordt als volgt berekend:

• Het totale bedrag per uur minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage x 6 of 7 uur x 40 weken voor het 1e en 2e dagdeel. Voor de inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag wordt gerekend met het fiscaal maximum van € 8,02. Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag wordt gerekend met een inkomensafhankelijke ouderbijdrage van € 0,35.

• Het totale bedrag per uur minus het laagste tarief ouderbijdrage (€0,32) van de Kinderopvangtoeslag x 6 of 7 uur x 40 weken voor het 3e en 4e dagdeel.

 

Toelichting artikel 8 lid 2

De kinderopvangorganisatie zorgt voor een betrouwbaar en duidelijk overzicht van het aantal benodigde kindplaatsen voor Peuteropvang en/of Voorschoolse Educatie voor het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Het overzicht wordt van te voren met de gemeente afgestemd. Als er in de loop van het jaar veranderingen optreden die invloed hebben op de hoogte van de subsidie is tussentijds overleg tussen de kinderopvangorganisatie en de gemeente voor 1 juni mogelijk.

De kinderopvangorganisatie is verantwoordelijk voor het opvragen van documenten bij de ouders waaruit blijkt dat ze geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Op basis van deze gegevens rekent de kinderopvangorganisatie uit inkomensafhankelijke ouderbijdrage per uur is, voor zowel de Peuteropvang als de Voorschoolse Educatie.

 

De kinderopvangorganisatie informeert de ouders met recht op kinderopvangtoeslag met een peuter met een VVE indicatie dat voor de uren Voorschoolse Educatie geen kinderopvangtoeslag kan worden aangevraagd.