Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018 (rectificatie)

Op 29 december 2017 is de Verordening op de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018 bekendgemaakt. Hierbij is de tarieventabel behorende bij de verordening niet meegenomen. Hieronder volgt de volledige tekst.

 

De raad van de gemeente Someren;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 november 2017;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer

b e s l u i t :

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018.

Hoofdstuk I Algemene Bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

  • a.

    een afvalstoffenheffing;

  • b.

    reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    container: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een bepaald volume;

  • b.

    emmer: een vanwege de gemeente verstrekte emmer met een bepaald volume;

  • c.

    gft-afval: groente, fruit- en tuinafval;

  • d.

    restafval: huishoudelijk afval niet-zijnde gft-afval en bedrijfsafval dat naar aard, omvang en samenstelling gelijk is te stellen aan huishoudelijk afval niet-zijnde gft-afval;

  • e.

    Brabant Water N.V.: naamloze vennootschap Brabant Water, gevestigd te ’s Hertogenbosch;

  • f.

    verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van Brabant Water N.V. voor de levering van water betrekking heeft.

  • g.

    Collo: een pakket grof huisvuil van 0,6 x 0,6 x 2,0 meter.

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • A.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

    • B.

      ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 5 Maatstaf van heffingen en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

Artikel 6 Belastbaar feit

Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 7 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 8 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De reinigingsrechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 9 Belastingtijdvak

  • 1.

    Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel van afrekeningen van Brabant Water N.V. plaatsvindt de verbruiksperiode zoals die voor de betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende belastingobject geldt.

  • 2.

    In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting en de rechten bedoeld in hoofdstuk 1.1 respectievelijk hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de afrekening van Brabant Water N.V. Als dagtekening van de kennisgeving geldt in dat geval de dagtekening van de afrekening. Als kennisgeving van voorlopig gevorderde bedragen wordt de voorschotnota aangemerkt of de kennisgeving op andere wijze van betaling van voorschotbedragen.

  • 2.

    De belasting en de rechten bedoeld in hoofdstuk 1.2 respectievelijk hoofdstuk 2.2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 11 Ontstaan van de belastingschuld bedoeld in de hoofdstukken 1.2 en 2.2 van de tarieventabel

De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 en de rechten bedoeld in hoofdstuk 2.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 12 Kwijtschelding

  • 1.

    Bij de invordering van de afvalstoffenheffingen als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel behorende bij deze verordening wordt kwijtschelding verleend voor het vast bedrag per maand genoemd onder 1.1.1.

  • 2.

    Geen kwijtschelding wordt verleend voor de tarieven in:

    • hoofdstuk 1, onderdeel 1.1.2,

    • hoofdstuk 1.2,

    • hoofdstuk 2, en

    • hoofdstuk 3.

  • 3.

    In afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 procent.

Artikel 13 Termijnen en wijze van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet, ingeval het belastingtijdvak de verbruiksperiode is, het op grond van artikel 10, eerste lid, voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag, worden betaald tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop het voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitieve bedrag van afrekening van Brabant Water N.V. moet worden betaald.

  • 2.

    In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid moet het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag, worden betaald op het moment van het uitreiken van de kennisgeving dan wel ingeval van toezending daarvan uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld.

  • 3.

    De afvalstoffenheffing respectievelijk de reinigingsrechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 10, tweede lid:

    • A.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • B.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 14 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017, vastgesteld bij raadsbesluit van 21 december 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

  • 4.

    Indien het belastingtijdvak een verbruiksperiode is en deze niet gelijk is aan het kalenderjaar, vangt in afwijking in zoverre van artikel 10, eerste lid, het eerste belastingtijdvak waarvoor deze verordening geldt aan op 1 januari 2018 en eindigt dat belastingtijdvak op het moment dat de op 1 januari 2018 lopende verbruiksperiode eindigt.

  • 5.

    Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018’.

Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren op 20 december 2017 ,

de raadsgriffier,

J. Laurens Janse-Oostdijk

de voorzitter,

D. Blok

Tarieventabel behorende bij de “Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

Hoofdstuk 1.1

Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing voor het periodiek inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen

1.1.1

De belasting bedraagt per perceel per maand van het belastingtijdvak

€ 6,60

1.1.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1.1 bedraagt de belasting per aanbieding van:

 

1.1.2.1

een container van 80 liter voor restafval

€ 5,75

1.1.2.2

een container van 80 liter voor gft-afval

€ 0,60

1.1.2.3

een container van 140 liter voor restafval

€ 8,50

1.1.2.4

een container van 140 liter voor gft-afval

€ 1,00

1.1.2.5

een container van 240 liter voor restafval

€ 14,90

1.1.2.6

een container van 240 liter voor gft-afval

€ 1,70

1.1.2.7

een emmer van 40 liter voor restafval

€ 3,20

1.1.2.8

een emmer van 25 liter voor gft-afval

gratis

 

 

 

Hoofdstuk 1.2

Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

 

1.2.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag omwisselen van een container of emmer

€ 20,00

1.2.2

Voor het verstrekken van een pasje milieustraat in geval van verlies of in ongerede geraken van een pasje

€ 6,00

Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten

Hoofdstuk 2.1

Maatstaven en tarieven reinigingsrechten voor de periodieke inzameling van afvalstoffen

 

2.1.1

Het recht bedraagt per perceel per maand van het belastingtijdvak

€ 6,60

2.1.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.1.1 bedraagt het recht per aanbieding van:

 

2.1.2.1

een container van 140 liter voor restafval

€ 8,50

2.1.2.2

een container van 140 liter voor gft-afval

€ 1,00

2.1.2.3

een container van 240 liter voor restafval

€ 14,90

2.1.2.4

een container van 240 liter voor gft-afval

€ 1,70

 

 

 

Hoofdstuk 2.2

Maatstaven en overige tarieven reinigingsrechten

 

2.2.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1 bedraagt het recht:

voor het op aanvraag omwisselen van een container

€ 20,00

2.2.2

Voor het verstrekken van een pasje milieustraat in geval van verlies of in ongerede geraken van een pasje

€ 6,00

 

 

 

Hoofdstuk 2.3

De rechten bedoeld in dit hoofdstuk zijn vermeld exclusief de verschuldigde omzetbelasting

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Grove huishoudelijke afvalstoffen

3.1.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 en 2 bedraagt het tarief voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen per aanvraag per adres:

 

 

Voor het eerste collo

€ 20,00

 

Elke volgende collo

€ 10,00

Poorttarieven Milieustraat

Voertuig

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

 

•Wit- en bruingoed: koelkasten, diepvriezers, televisie e.d.

•Kadavers van kleine huisdieren

•Asbest 35 m2

•Afgewerkte motorolie (max. 10 liter)

•Retour glas (flessen e.d.)

•Vlak glas

•Papier en karton

•Kleding, schoeisel en huishoudtextiel (bruikbaar)

•Kringloopgoederen

•Ferro en non ferro materialen

•Luiers

•Klein Chemisch Afval

•Plastic verpakkingen

•Wit schoon tempex

•Frietvet

•Autobanden zonder velg (max. 5 stuks)

•Drankenkartons

•Gasflessen

•Harde kunststoffen

•Grof restafval

•Niet chemisch verontreinigende grond

•Blad en gras

•Snoeihout en grof tuinafval

•Huishoudelijk afval, maximaal inhoud van 2 huisvuilzakken

•Hout, niet zijnde bouw- en sloopafval, zoals meubilair, tuinhout (bielzen, schuttingen e.d.)

•Bouw- en sloopafval

Hieronder vallen:

Alle steensoorten, bijvoorbeeld: puin, tegels, grint, gasbetonblokken, cement, dakpannen, gips en gipsplaten, asfalt, plafondplaten, metselstenen, kalkzandsteen, duroxblokken

Al het bouw- en sloophout, bijvoorbeeld: houten deuren, kozijnen, boeiboard, dakbeschot, trespa, ramen met en zonder glas, schroten, pallets, houten aanrechtbladen en aanrechtkasten.

Auto

Auto+ aanhanger

Bestelauto

Busje

e.d.

Tarief 0 = Gratis

Tarief 2 = € 8,--

0 – 1 m3

1 – 2 m3

 

 

 

Tarief 2 =

€ 8,--

Tarief 3 =

16,--

Fiets

Fietskar

(voetganger)

Tarief 0 = Gratis

Tarief 1 = € 3,--

Tarief1 = € 3,--

Per keer mag maximaal 2m3 worden aangeleverd

 

De raadsgriffier,

J.Laurens Janse-Oostdijk

Naar boven