REGLEMENT MANDAAT, MACHTIGING EN VOLMACHT KEMPISCH BEDRIJVENPARK 2018

 

het Dagelijks Bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam Kempisch Bedrijvenpark,

 

overwegende,

- dat het in het belang van een vlotte afdoening is de behandeling van een aantal zaken onder hun verantwoordelijkheid te mandateren aan een medewerker;

- dat het uit oogpunt van een efficiënt budgetbeheer wenselijk is dit beheer te mandateren aan een medewerker;

- dat dergelijke maatregelen tevens bijdragen tot een vermindering van de werkdruk van het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter van Kempisch Bedrijvenpark

- met in achtneming van het delegatie- en mandaat besluit d.d. 26 januari 2010 van het Algemeen Bestuur Kempisch Bedrijvenpark;

- gelet op Titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

besluiten:

 

vast te stellen het navolgende Reglement mandaat, machtiging en volmacht Kempisch Bedrijvenpark 2018 en het bijbehorende Register.

 

Artikel 1. Begripsbepaling

  • 1.

    Dit besluit verstaat onder:

  • a.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van het Dagelijks Bestuur en de voorzitter besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht te nemen;

  • b.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van het Dagelijks Bestuur en de voorzitter andere handelingen dan een besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten.

  • c.

    volmacht: de privaatrechtelijke bevoegdheid om het Kempisch Bedrijvenpark te vertegenwoordigen.

  • d.

    ondermandaat: degene die mandaat heeft verkregen, verleent op zijn beurt mandaat aan een ander.

  • 2.

    Waar in deze bepalingen staat ‘mandaat’ en ‘gemandateerde’ wordt ook bedoeld ‘volmacht’ en ‘gevolmachtigde’ respectievelijk ‘machtiging’ en ‘gemachtigde’, tenzij anders is bepaald.

 

Artikel 2. Uitoefening bevoegdheden

  • 1.

    De uitoefening van de bevoegdheden en handelingen, vermeld in het hierbij behorende (mandaat)register, wordt opgedragen aan de daarin genoemde medewerkers van Kempisch Bedrijvenpark.

  • 2.

    De opdracht geldt ook voor de directe, formeel aangewezen, vervanger van een medewerker, zodra en voor zolang er van vervanging sprake is.

  • 3.

    Ten aanzien van de bevoegdheden waarvoor mandaat wordt verleend aan een medewerker, niet zijnde de directeur, is tevens de directeur bevoegd.

  • 4.

    Het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter is bevoegd aan de gemandateerde nadere instructies te geven.

  • 5.

    Het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter is te allen tijde bevoegd de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen.

 

Artikel 3. Reikwijdte (onder)mandaat

Het mandaat of ondermandaat, strekt niet verder dan de uitoefening van die bevoegdheden die tot het takenpakket van de secretaris, directeur of de medewerker behoren.

 

Artikel 4. Algemene regels, uitzonderingen

  • 1.

    De gemandateerde is niet bevoegd tot het nemen van besluiten als vermeld in de lijst, behorende bij dit besluit wanneer zich de volgende situaties voordoen:

  • a.

    de bevoegdheid betreft het vaststellen van verordeningen, andere regelingen of nadere regels;

  • b.

    advies ingewonnen is van anderen en dit advies en het eigen standpunt sluiten niet op elkaar aan dan wel leiden niet tot dezelfde conclusie;

  • c.

    het Dagelijks Bestuur of leden daarvan, de secretaris of directeur geeft te kennen het voorstel aan het Dagelijks Bestuur ter besluitvorming te willen voorleggen;

  • d.

    het besluit impliceert een afwijking van beleidsregels, richtlijnen, voorschriften en dergelijke;

  • e.

    het besluit, waaruit financiële consequenties zullen voortvloeien, niet in de begroting zijn voorzien;

  • f.

    de gemandateerde heeft een persoonlijk belang bij het uitoefenen van de bevoegdheid. Doet zich één van de onder a t/m f omschreven situaties voor, dan wordt het nemen van het besluit voorgelegd aan het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan.

  • 2.

    De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen van de vastgestelde taken en met inachtneming van het ter zake geldende recht evenals de geldende beleids- en uitvoeringsregels.

 

Artikel 5. Besluit na bezwaar

De beslissing op bezwaarschriften is voorbehouden aan het Dagelijks Bestuur.

 

Artikel 6. Ondermandaat

  • 1.

    De directeur is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat dan wel tot vervanging van volmacht en machtiging aan medewerkers die onder zijn rechtstreekse verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

  • 2.

    Voor het nemen van rechtspositionele besluiten mag geen ondermandaat worden verleend.

  • 3.

    Bij het ondermandateren van bevoegdheden dient de directeur rekening te houden met functiescheiding.

  • 4.

    De directeur kan de ondergemandateerde per geval of in het algemeen aanvullende instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.

  • 5.

    Degene die een bevoegdheid in ondermandaat heeft verkregen, kan deze niet verder ondermandateren.

  • 6.

    Een besluit tot ondermandaat dan wel vervanging van machtiging en volmacht wordt schriftelijk verleend en schriftelijk ter kennis gebracht van het Dagelijks Bestuur casu quo de voorzitter.

 

Artikel 7. Instructies

  • 1.

    De in het (mandaat-)register opgenomen instructies dienen door de gemandateerden te worden opgevolgd.

  • 2.

    De gemandateerden verschaffen aan het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter op hun verzoek inlichtingen over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.

  • 3.

    De gemandateerden stellen het Dagelijks Bestuur onverwijld in kennis van krachtens (onder-)mandaat genomen besluiten, waarvan zij redelijkerwijs moeten aannemen dat kennisneming door dit orgaan van belang is.

  • 4.

    De in lid 1, 2 en 3 genoemde verplichtingen worden bij het verlenen van ondermandaat geacht daarbij ook te zijn opgedragen aan de ondergemandateerde. De gemandateerde blijft ten aanzien van de nakoming van deze verplichtingen verantwoordelijk richting het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter.

 

Artikel 8. Ondertekeningsmandaat

  • 1.

    Een (onder)gemandateerde beslissingsbevoegdheid houdt tevens in de bevoegdheid tot ondertekening van stukken.

  • 2.

    Voor zover het (onder)mandaat alleen strekt tot ondertekening kan eerst tot ondertekening worden overgegaan nadat de tot ondertekening bevoegd verklaarde zich ervan heeft overtuigd dat het besluit genomen is.

 

Artikel 9. Wijzen van ondertekening

De krachtens mandaat of ondermandaat genomen besluiten worden als volgt ondertekend:

Het Dagelijks Bestuur Kempisch Bedrijvenpark,

Namens deze,

………………(functie, handtekening en naam (onder)gemandateerde)

 

Artikel 10. Inwerkingtreding

  • 1.

    Het Reglement mandaat-, machtiging- en volmachtsbesluit Kempisch Bedrijvenpark 2010, vastgesteld op 8 februari 2010 wordt ingetrokken met ingang van het in lid 2 van dit artikel bedoelde tijdstip.

  • 2.

    Dit Reglement treedt in werking de dag na bekendmaking van dit Reglement.

 

Artikel 11. Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als Reglement mandaat, machtiging en volmacht Kempisch Bedrijvenpark 2018.

 

 

Bladel, 19 juni 2018

Het Dagelijks Bestuur Kempisch Bedrijvenpark,

de secretaris, drs. E.L.C.M. Mol

de voorzitter, ing. P.M. Maas

Bijlage: Mandaatregister

Naar boven