Verkeersbesluit, wijziging van verkeersbesluit voor oplaadpunt voor elektrische voertuigen op Andoornvaart, gemeente Zoetermeer

Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer, daartoe bevoegd op grond van:

  • artikel 18, lid 1, sub d, van de Wegenverkeerswet 1994,

  • het mandaatbesluit waarbij die bevoegdheid is gemandateerd aan de directeur van de directie Stad en diens besluit tot het verlenen van ondermandaat, de manager van de afdeling Stadsbeheer, 

gehoord de verkeersadviseur van Politie Eenheid Den Haag waarmee is gehandeld overeenkomstig de instructie zoals opgenomen in artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

 

gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens in de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), het Besluit administratieve bepalingen (BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften BABW is bepaald, alsmede op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

 

gelet vervolgens op het gegeven dat de in dit besluit aan de orde komende wegen, straten of parkeervoorzieningen openbaar in de zin van de Wegenwet zijn en binnen de bebouwde kom van Zoetermeer als bedoeld in artikel 20a van de WVW 1994 liggen;

  

BESLUIT:

  • 1.

    in aanvulling op het besluit d.d. 13 juni 2017, met kenmerk SB/2017/4981, om door plaatsing van bord of borden E4 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met een onderbord met de tekst “uitsluitend voor en gedurende het opladen van elektrische voertuigen” de in de woonwijk Seghwaert gelegen twee parkeervakken op de rij parkeervakken ten noorden van de woningen Andoornvaart 31 en 33 aan te duiden als een parkeerplaats voor uitsluitend het opladen van elektrische voertuigen, tevens parkeerverbod voor andere voertuigen en verbod voor langer parkeren dan voor het opladen noodzakelijk is, venstertijden in te voeren waarop dit besluit van toepassing is;

  • 2.

    sub 1 van toepassing te laten zijn dagelijks tussen 10.00 en 22.00 uur.

  • 3.

    deze maatregel voorlopig bij wijze van proef in te voeren en afhankelijk van reacties en nadere besluitvorming in stand te laten;

  • 4.

    vast te leggen dat aan de in sub 1, sub 2 en sub 3 beschreven besluit de volgende overwegingen ten grondslag liggen:

      

de aanleiding en de verkeerskundige en juridische aspecten: 

  • bij in sub 1 vermeld besluit is besloten om door plaatsing van bord of borden E4 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met een onderbord met de tekst “uitsluitend voor en gedurende het opladen van elektrische voertuigen” de in de woonwijk Seghwaert gelegen twee parkeervakken op de rij parkeervakken ten noorden van de woningen Andoornvaart 31 en 33 aan te duiden als een parkeerplaats voor uitsluitend het opladen van elektrische voertuigen, tevens parkeerverbod voor andere voertuigen en verbod voor langer parkeren dan voor het opladen noodzakelijk is

  • uit contact met bewoners en nader onderzoek is gebleken dat de parkeerplaatsen bij de oplaadpaal ‘s-nachts niet altijd bezet zijn en dat bewoners met een niet elektrische auto dan op grotere afstand moeten parkeren;

  • bij andere gemeenten zijn goede ervaringen opgedaan met het instellen van venstertijden, omdat dan de parkeerplaatsen beter benut kunnen worden;

  • op basis van die ervaring is het bij wijze van proef in dit geval, gelet op de aanwezige parkeerdruk, gewenst om venstertijden bij de laadpaal aan de Andoornvaart in te voeren;

  • daarbij wordt aangesloten bij venstertijden, zoals ook bij andere gemeenten worden toegepast, namelijk tussen 10.00 en 22.00 uur;

  • aan in sub 1 en sub 2 beschreven verkeersbesluit is de doelstelling als bedoeld in artikel 2, lid 3, sub a, van de Wegenverkeerswet 1994 aan de orde, alsmede de doelstelling in artikel 2, lid 1, sub c, van deze wet, voor zover het gaat om de bruikbaarheid van de weg, in dit geval voor degenen die hun elektrische auto op de openbare weg willen en moeten opladen;  

  

de zorgvuldigheid: 

  • aan het in sub 1, sub 2 en sub 3 beschreven verkeersbesluit is, conform de instructienorm in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht een zorgvuldige voorbereiding voorafgegaan door personen die door hun deskundigheid een goed oordeel ter zake kunnen geven;

  • bij de besluitvorming is onder meer gebruik gemaakt van de informatie die medewerkers van de gemeente hebben verkregen tijdens de diverse parkeeronderzoeken in de gemeente en van de informatie die verzoeken en meldingen van bewoners hebben opgeleverd;

  • die medewerkers beschikken vanwege hun plaatselijke bekendheid, al dan niet aangevuld met visuele waarnemingen ter plaatse en nachtelijke parkeertellingen over de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen en zij hebben op grond van die expertise geadviseerd tot beperking van de werkingssfeer over te gaan;

  • voorts is gelet op

    • o

      de parkeerdruk ter plaatse;

    • o

      verzoek van bewoners;

    • o

      ervaringen bij andere gemeenten met venstertijden;

  • naar aanleiding daarvan is besloten het besluit van 13 juni 2017 te wijzigen in het besluit zoals in sub 1, sub 2 en sub 3 is beschreven;

  

de afweging van belangen: 

  • bij de voorbereiding van dit besluit zijn de belangen van de bewoners met een elektrisch voertuig en van de bewoners zonder zo’n voertuig zo zorgvuldig mogelijk gewogen;

  • de belangen van de eerstgenoemde bewoners zijn daarbij als meest zwaarwegend aangemerkt en tevens is rekening gehouden met de parkeermogelijkheden voor andere auto’s van de omwonenden;

  • daarbij is aangenomen, dat dit verkeersbesluit geen besluit is met onevenredig nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht, mede omdat in de nabijheid van in sub 1 vermelde parkeervakken voldoende parkeerruimte voor andere dan de elektrische voertuigen aanwezig blijft.

  

Zoetermeer, 24 juli 2018.

  

Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,

de manager van de afdeling Stadsbeheer,

       

N.B.

 

Belanghebbenden die zich niet met een besluit kunnen verenigen, kunnen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen zes weken na publicatie van dit besluit een gemotiveerd bezwaar in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (Postbus 15, 2700 AA Zoetermeer). Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Hiertoe kan op grond van het bepaalde in artikel 8:81 Awb een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s Gravenhage (sector bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag). In dit geval is het wel vereist dat een bezwaarschrift tegen het besluit is ingediend en dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van die voorziening.

 

Naar boven