Verordening commissie bezwaren ambtenarenzaken Opsterland (cba) 2018

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Opsterland

ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

gelezen het voorstel van het college d.d. 29 mei 2018;

gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

besluiten

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening Commissie Bezwaren Ambtenarenzaken Opsterland (CBA) 2018

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

  • b.

    commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften.

Artikel 2 Inleidende bepaling commissie

Er is een bezwarencommissie personele aangelegenheden die adviseert over bezwaren tegen besluiten ten aanzien van ambtenaren in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

  • 1.

    De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.

  • 2.

    De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 3.

    Het college kan een aantal plaatsvervangende leden benoemen.

  • 4.

    De commissie regelt de plaatsvervanging van de voorzitter.

  • 5.

    De voorzitter en de leden van de commissie maken geen deel uit van of zijn werkzaam onder verantwoordelijkheid van de gemeente Opsterland en zijn geen ingezetenen van de gemeente Opsterland.

Artikel 4 Secretaris

  • 1.

    De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar.

  • 2.

    Het college kan tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aanwijzen.

Artikel 5 Ontslag

  • 1.

    De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen.

  • 2.

    De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 6 Bezoldiging

  • 1.

    De leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding per dagdeel en een vergoeding van hun reiskosten, die door het college wordt vastgesteld.

Artikel 7 Ingediend bezwaarschrift

  • 1.

    Op het ingediende bezwaarschrift wordt door het bestuursorgaan de datum van ontvangst aangetekend.

  • 2.

    Vervolgens wordt het ingekomen bezwaarschrift onverwijld in handen gesteld van de secretaris van de commissie.

  • 3.

    De secretaris verzoekt het bestuursorgaan na ontvangst van het bezwaarschrift om binnen een week contact op te nemen met de bezwaarmaker om te onderzoeken of de bezwaren ook zonder inschakeling van de commissie weggenomen kunnen worden.

  • 4.

    Indien het contact met bezwaarmaker niet leidt tot intrekking van het bezwaarschrift, agendeert de secretaris het bezwaarschrift – met inachtneming van het bepaalde in artikel 10, lid 2 – voor een hoorzitting.

Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:

  • a.

    artikel 2:1, tweede lid (het verlangen van een schriftelijke machtiging);

  • b.

    artikel 6:6 (herstel van verzuimen), wat betreft het de indiener stellen van een termijn;

  • c.

    artikel 6:17(het versturen van op de zaak betrekking hebbende stukken aan de gemachtigde), voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;

  • d.

    artikel 7:4, tweede lid (het ter inzage leggen van de stukken);

  • e.

    artikel 7:6, vierde lid (het afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens de hoorzitting, indien belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord).

Artikel 9 Vooronderzoek

  • 1.

    De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

  • 2.

    De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

Artikel 10 Hoorzitting

  • 1.

    De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

  • 2.

    De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb (afzien van horen van belanghebbenden).

  • 3.

    Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.

Artikel 11 Uitnodiging zitting

  • 1.

    De secretaris nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.

  • 2.

    Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgave van redenen de voorzitter verzoeken de datum van de zitting te wijzigen.

  • 3.

    De beslissing op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.

Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 13 Openbaarheid zitting

  • 1.

    De zitting van de commissie is niet openbaar.

Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging

  • 1.

    Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

  • 2.

    Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

  • 3.

    Indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

  • 4.

    Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

  • 5.

    Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 15 Nader onderzoek

  • 1.

    Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.

  • 2.

    De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

  • 3.

    De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.

  • 4.

    Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 Raadkamer en advies

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

  • 2.

    De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

  • 3.

    Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

  • 4.

    Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

  • 5.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

  • 6.

    Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 17 Uitbrengen advies

Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

Artikel 18 Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2018 onder gelijktijdige intrekking van de verordening bezwarencommissies Opsterland 2017, vastgesteld in de raadsvergadering van 17 juli 2017.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Commissie Bezwaren Ambtenarenzaken Opsterland (CBA) 2018.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 juli 2018

De griffier,

Ieke Zwart

De voorzitter,

Ellen van Selm

Naar boven