Beleidsregels hogere waardenbeleid geluid

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven maakt bekend dat het in de vergadering van 10 juli 2018 de beleidsregels voor hogere waardenbeleid op het gebied van geluid heeft vastgesteld

 

Aanleiding

 

Geluid speelt een belangrijke rol in een gezond woon- en leefmilieu. Maar het is niet de enige factor. Omgevingsgeluid kan aanvaardbaar zijn, als dat wordt ‘gecompenseerd’ door gezondheidswinst op andere terreinen. Bewoners kiezen steeds vaker bewust voor een woning in een sterk verstedelijkt gebied. Zij realiseren zich dat deze keuze gevolgen met zich meebrengt, zoals een ‘natuurlijke’ dosis buitengeluid bij openstaande ramen en deuren.

De Wet geluidhinder biedt bewoners bescherming tegen weg-, industrie- en spoorlawaai. Sinds 2007 is de wet gedecentraliseerd naar de gemeenten. Sindsdien zijn B&W bevoegd gezag bij het vaststellen van hogere waarden binnen geluidzones. In het gemeentelijk Hogere Waardenbeleid (2010) staan de voorwaarden benoemd voor de ontheffing van voorkeursgrenswaarden. Een van die voorwaarden luidt:

“Bij een geluidbelasting van meer dan 53 dB (wegverkeer) geldt een verplichting van tenminste één geluidluwe zijde waaraan verblijfsruimte is gesitueerd”

De gangbare uitleg van deze voorwaarde is te beperkt. Tot nu toe wordt er vanuit gegaan dat woningen zo mogelijk niet gerealiseerd worden op met geluid belaste locaties. Indien dat onvermijdelijk is, dan:

- dient de woning een voor- en een achterkant te krijgen waarvan tenminste één zijde geluidluw is (galerijflat);

- moet het hoogstedelijk woongebouw worden voorzien van bijvoorbeeld een centrale binnenplaats, waarbij per woning tenminste één verblijfsruimte aan de geluidsluwe binnenplaats gelegen is;

- wordt bij eenzijdige woningen (woningen met één buitengevel) een geluidluwe gevel gevraagd. De bijbehorende gangbare geluidmaatregelen, zoals een loggia (per woning) of een geluidscherm (voor het hele gebouw), zijn constructief moeilijk of niet te realiseren, erg kostbaar en gaan ten koste van de effectieve woonruimte of de flexibele indelingsmogelijkheden van de woning.

 

Oplossing

 

1. We accepteren dat voortaan ook in minimale zin aan de eis van een geluidluwe zijde wordt voldaan wanneer (vooral bij eenzijdig gerichte woningen (dus met maar één buitengevel) en bij hoogstedelijke (ver-) nieuwbouw) per woning tenminste één geluidgevoelige ruimte beschikt over een raam waar de geluidbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde en dit raam over zodanige spui-ventilatie mogelijkheden beschikt dat voldaan wordt aan de desbetreffende eisen van het Bouwbesluit. Wanneer de geluidbelasting op de te openen delen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde kunnen in/op en/of aan de gevel maatregelen worden getroffen waardoor alsnog een stille zijde gerealiseerd wordt. Minimaal moeten deze maatregelen de te openen delen afdoende afschermen zodat aldaar aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan.

2. Bij punt 1 speelt mee in hoeverre de bewoner de mogelijkheid heeft om zelf in of nabij de woning een stille omgeving op te zoeken, bijvoorbeeld een collectieve geluidluwe binnen- of buitenruimte.

3. Als een aanvrager gebruik wil maken van deze beleidsregels, dan dient hij/zij (voorafgaand aan de daadwerkelijke vergunningaanvraag) een rapport van een onafhankelijke, deskundige instantie, waarin op basis van praktijkmetingen is aangetoond dat de voorgestelde geluiddempende constructie voldoet aan de beoogde geluiddemping, benodigde spuicapaciteit, doorzichtigheid, etc. (zie Bouwbesluit), ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeente. Het onafhankelijke rapport en het bewijs van goedkeuring van de gemeente worden vervolgens als bijlage bij de aanvraag Omgevingsvergunning toegevoegd.

 

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de datum van publicatie van dit gemeenteblad.

 

 

Eindhoven, 10 juli 2018

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

,burgemeester

, secretaris

Mij bekend,

De gemeentesecretaris van Eindhoven

Naar boven