1. de medewerker beleidsuitvoering B van de sectie belastingen van de eenheid Dienstverlening aan te wijzen als gegevensbeheerder van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
2. de medewerker beleidsuitvoering B en de medewerker administratie B van de sectie belastingen van de eenheid Dienstverlening aan te wijzen als plaatsvervangend gegevensbeheerder van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
3. aan de Directeur Organisatie mandaat te verlenen de navolgende taken en bevoegdheden namens burgemeester en wethouders uit te laten voeren door de gegevensbeheerder van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen of diens plaatsvervanger:
a. het opstellen van de 'ambtelijke verklaringen' behalve die bedoeld onder d;
b. het toetsen van (overige) brondocumenten aan de vereisten voor inschrijving ingevolge artikel 11 van de Wet BAG;
c. het uitgeven van inschrijfnummers en identificatienummers;
d. het op grond van het bepaalde in artikel 10, onderdeel b, van de Wet BAG, bijhouden van de basisregistratie op basis van de in of op grond van artikel 10, onderdeel a, van de Wet BAG aangewezen brondocumenten in de basisregistratie;
e. het, ingevolge artikel 13 van de Wet BAG, blijvend bewaren van een brondocument waaraan een in de basisregistratie opgenomen gegeven is ontleend.
f. het, ingevolge artikel 14 van de Wet BAG, zorgdragen voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging van de basisregistratie;
g. het ontvangen, doorgeleiden en afhandelen van meldingen zoals bedoeld in artikel 37 en verzoeken zoals bedoeld in artikel 38 van de Wet BAG, inclusief de verwerking daarvan zoals bedoeld in de artikelen 31, 39, 40 en 41 van de Wet BAG;
h. het onderhouden dan wel doen onderhouden van het berichtenverkeer met de Landelijke Voorziening basisregistratie adressen en gebouwen zoals bedoeld in artikel 31 van de Wet BAG;
i. het op verzoek aan eenieder verlenen van inzage in de basisregistratie, alsmede het aan eenieder verstrekken van de in de basisregistratie opgenomen gegevens zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid onder a van de Wet BAG;
j. het ingevolge artikel 42 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen één maal per jaar controleren van de inrichting en de werking van de basisregistratie alsmede de verwerking van gegevens in de basisregistratie, en het zenden van een afschrift van de controleresultaten aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
4. als ambtenaren bevoegd tot de vaststelling van geometrische gegevens van panden en verblijfsobjecten, zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet BAG, aan te wijzen:
a. de Beheerder Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
b. de plaatsvervangend Beheerder Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
5. als ambtenaren bevoegd tot het opmaken van documenten waarin constateringen zijn vastgelegd, zoals bedoeld in artikel 10, onder b, van de Wet BAG, aan te wijzen:
a. de Beheerder Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
b. de plaatsvervangend Beheerder Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
6. als ambtenaren belast met het opstellen van een verklaring, zoals bedoeld in artikel 7, onder m, van het Besluit BAG, aan te wijzen:
a. de Beheerder Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
b. de plaatsvervangend Beheerder Basisregistratie Adressen en Gebouwen.
Dit besluit treedt op de dag na de bekendmaking in werking. Het mandaatbesluit uitvoeren Wet BAG van 7 oktober 2014 is hiermee vervallen.